'Een goede docent blijft zich áltijd ontwikkelen'

Ton van Haperen schreef kritische columns en het boek 'De ondergang van de Nederlandse leraar'. Je zou denken dat hij wel klaar is met het Nederlandse onderwijs. Toch gaat de docent economie en docentenopleider nog iedere dag met plezier naar zijn werk. 'Als leraar moet je eerst tienduizend uur halen, voordat je jezelf echt goed mag noemen.'

Hij is blij dat hij even achter zijn computer vandaan mag. In het enorme complex van het Interfacultair Centrum voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Nascholing (ICLON) in Leiden geeft Van Haperen twee dagen per week les aan toekomstige leraren. Tussen de lessen door zit hij op kantoor. 'Niets voor mij. Ik moet met mensen kunnen praten, anders ga ik me vervelen.' Van Haperen praat niet alleen veel en gepassioneerd over zijn werk, hij schrijft er ook graag over. Dankzij zijn kritische columns in het Onderwijsblad en nrc.next is de economiedocent inmiddels bekend in onderwijsland. Misschien zelfs wel berucht.

In je columns noem je hbo-instellingen 'onneembare megaburchten' en huiswerkinstituten 'regelrechte oplichterij'. Geen milde uitspraken.
'Mensen noemen mij soms zuur, maar ik heb gewoon vaak het gevoel dat ik word belazerd. Leraren zijn heus geen missionarissen, maar het is wel betekenisvol werk. Je hebt werkelijk invloed op het leerproces van jongeren, daar moet je niet mee kloten. En dat gebeurt dus wel met die ideetjes die van hogerhand worden opgelegd. Hbo's en ROC's worden gerund door vage besturen, huiswerkinstituten zijn commerciële nonsens. Naar docenten, mensen die in de praktijk zitten, wordt veel te weinig geluisterd.'

Op wat voor 'ideetjes' doel je dan?
'De zogenaamd grote vernieuwingen van de laatste dertig jaar, zoals basisvorming, het vmbo en het studiehuis. In principe geen slechte ideeën, vooral het laatste niet. Het is goed om ook te kijken naar het leerproces van kinderen, niet alleen naar de inhoud van de leerstof. Alleen moet je die twee wel op elkaar afstemmen. Probleem is dat het studiehuis (uren die leerlingen naar eigen inzicht in mochten vullen, red.) niet rijmde met de introductie van de Tweede Fase, waarbij leerlingen met veel meer vakken en regels te maken kregen. Je kunt niet aan de ene kant een model met meer vrijheid nastreven en aan de andere kant strakkere regels stellen.'

Is die tegenstrijdigheid het grote probleem van het hedendaagse onderwijs?
'Het grote manco van het onderwijs in Nederland is dat een totaalvisie ontbreekt. Ik vind dat we met elkaar moeten praten over de algemene vorming van kinderen; de school hoort een leergemeenschap te zijn. Op een of andere manier krijgen we in Nederland de vakinhoudelijke eisen, de organisatie van de school en het pedagogisch-didactische idealisme niet bij elkaar. Als je bijvoorbeeld naar het Angelsaksische onderwijs kijkt, zie je dat ze heel erg gericht zijn op het leerprocessen. En dat betekent dus: minder vakken en een verdieping van de vakken.'

Waarom gaat het hier dan zo moeizaam?
'Dat is heel complex, maar het begint al met het feit dat de minister en staatssecretaris beiden geen achtergrond hebben in het onderwijs. Dat vind ik erg. Ze doen heus wel hun best, daar twijfel ik niet aan. Maar wat mij stoort is dat de argumenten van mensen uit het vak de afgelopen dertig jaar totaal zijn genegeerd, terwijl het beleid keer op keer faalt. De verzelfstandiging van besturen, de nationaal opgelegde pedagogische concepten: het heeft allemaal niet gewerkt. Daar is maar één verklaring voor: er wordt niet geluisterd naar praktijkervaringen van docenten.'

Zelf is Van Haperen al 25 jaar docent op het Rythovius College, een middelbare school in het Brabantse Eersel. Na zijn afstuderen in 1986 - een moeilijke tijd op de arbeidsmarkt ('al mijn vrienden waren parttime muzikant en fulltime werkloos') - krijgt Van Haperen de baan als docent via een vriend van zijn vader. Hoewel zijn vader rector is, heeft de Brabander nooit de ambitie gehad om ook het onderwijs in te gaan. Toch blijkt hij een bevlogen leraar, die verder kijkt dan zijn eigen klaslokaal. Tien jaar na zijn aantreden begint hij, geërgerd door falende overheidsingrepen als de Tweede Fase en Studiehuis met het schrijven van columns. Ook ontwikkelt Van Haperen een eigen onderwijsmethode 'Index' voor zijn vak economie. In 2007 verschijnt zijn boek De ondergang van de Nederlandse leraar, dat door deze krant wordt uitgeroepen tot een van de beste boeken van dat jaar.

Als je de situatie van zeven jaar geleden vergelijkt met nu, gaan we dan de goede kant op?
'Toen ik mijn boek uitbracht, hoopte ik echt dat het beter zou worden. Er werd gesproken over het Actieplan LeerKracht, dat de kwaliteit van leraren zou moeten verbeteren. Een mooi plan, maar het rijmde niet met wat er op scholen zelf speelde. Daar werden juist meer nevenfuncties en activiteiten voor leraren bedacht, zodat ze wat anders konden doen dan zich ontwikkelen als docent. Zeven jaar later is er weinig veranderd. Er wordt wat met geld geschoven, dat wel. Driehonderd miljoen weg bij passend onderwijs en 250 miljoen vrijgemaakt voor prestatiebeloningen. Maar op scholen zelf heerst een vrij negatief en defaitistisch klimaat. Veel gaat over de organisatie en niet over het lesgeven.'

Wat is volgens jou dan de oplossing?
'Ten eerste moet de focus liggen op kwaliteit van leraren. In landen die goed presteren, zoals Finland, zie je dat leraren allemaal hoogopgeleid zijn. Daarnaast moet de organisatie focussen op het doorontwikkelen in het lesgeven. De rest kan overboord. Als een leraar een project wil organiseren, doet 'ie dat maar lekker op zijn eigen sportclub. Daar is een school helemaal niet voor bedoeld. Toen ik wilde gaan schrijven, heb ik ook niet eerst toestemming en een paar vrije uren aan mijn rector gevraagd. Dat is je eigen verantwoordelijkheid. Op school moet alles gericht zijn op je ontwikkeling als docent.'

Wat maakt een docent volgens jou goed?
'Ik geloof dat je je enorm kunt ontwikkelen in het lesgeven. Je moet eerst je tienduizend uur halen, voordat je jezelf echt goed kunt vinden. Ik vergelijk het met een schaakgrootmeester, door ervaring gaan er allerlei zetten door zijn hoofd. Voor een goede leraar is dat niet anders. Die weet hoe hij of zij moet anticiperen, die loopt ook al die zetten door. Mijn overtuiging is dat kinderen het meeste leren van een docent die zich ook blijft ontwikkelen.'

Hoe doe je dat zelf?
'Als ik vijf dagen per week les was blijven geven, was ik waarschijnlijk een zeikerige vent geworden. De diversiteit die ik nu heb, ervaar ik als heel prettig, omdat de ene activiteit de andere voedt. Als je een lesmethode ontwikkelt, maakt dat je vanzelf scherper. Hetzelfde geldt voor het opleiden van toekomstige docenten. Je hebt ook leraren die gewoon 25 uur per week les willen geven en in het weekend huiswerk nakijken. Dat is ook prima, zolang je het maar leuk en relevant houdt. Kinderen hebben enorm veel respect voor kennis. Als ze het gevoel hebben iets te leren, vinden ze het geweldig. Het verhaal dat ze het allemaal niet willen of moeilijker zijn dan vroeger, is onzin.'

Jouw stukjes worden niet altijd in dank afgenomen, ook niet door collega's. Probeer je bewust te provoceren?
'Ik schrijf vrij expliciet, ga de nuance bewust uit de weg. In het begin lag ik er nog wel eens wakker van als iemand kwaad werd, maar nu denk ik: als je er problemen mee hebt, dan stuur je maar een ingezonden brief. Ik claim toch niet de waarheid te verkondigen? Onderwijs is enorm ingewikkeld, dat weet ik als geen ander. Het gaat mij er alleen maar om de discussie levend te houden. Niet praten over de baantjes-jagerij, de werkdruk en de nevenactiviteiten. Praat eens over de inhoud. Waarom doen we het zo in de les? Doen we überhaupt wel iets gemeenschappelijks? Dáár moet het over gaan.'

Wie is Ton van Haperen?
Geboren op 1 augustus 1959
1978 Eindexamen Atheneum Sint Janslyceum Den Bosch
1986 Studeert af in de Sociale Wetenschappen met Politicologie als hoofdvak aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.
1986 Begint als leraar economie en sectievoorzitter bij het Rythovius College in Eersel
1999-2006 Vakdidacticus economie en lerarenopleider aan de Erasmus Universiteit Rotterdam
1997-heden Columnist voor het Onderwijsblad en NRC Handelsblad
2006-heden Vakdidacticus economie en lerarenopleider bij het ICLON (Universiteit Leiden)
2007 Publiceert boek De ondergang van de Nederlandse leraar
Ton van Haperen is getrouwd en heeft twee kinderen van 24 en 15 jaar.

Ook succesvol docent worden? Kijk dan voor een uitdagende baan in ons vacatureaanbod in het onderwijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.