'Een beetje walvisjagen moet weer kunnen'

Oceaanecologie: Walvisjagers versus walvisbeschermers

Hackers van Anonymous legden vorige week overheidswebsites in IJsland plat, omdat het land nog altijd op walvissen jaagt. De IJslanders vinden dat ze duurzaam bezig zijn. En ecologen beamen dat het stukken beter gaat met de walvis.

Foto Getty Images/Dorling Kindersley RF

'Meet us, don't eat us', staat boven een getekende moederwalvis en haar kleintje op de blauwe truien van de twee jongens, die in het centrum van de IJslandse hoofdstad Reykjavik voorbijgangers aanspreken. De twee vrijwilligers van het International Fund for Animal Welfare (IFAW) verzamelen handtekeningen, en proberen toeristen ertoe te bewegen een 'walvisvriendelijk' restaurant te kiezen, in plaats van een van het handjevol eetgelegenheden met walvissteak op het menu.

'Wij vinden dat je walvissen niet moet eten', zeggen ze. 'Het is gruwelijk en waarom zou je? Het is geen IJslandse traditie en dat heel IJsland er economisch van profiteert, is ook niet waar.'

De actie wekt sympathie op, maar maakt ook nieuwsgierig. Het is begin juli en een week eerder is het IJslandse walvisjachtseizoen weer geopend. Dat betekent niet dat IJslanders massaal de zee op zijn gegaan. Integendeel. Vrijwel de volledige IJslandse walvisvaart is al sinds 1948 in handen van één familiebedrijf, Hvalur H/F, dat is gevestigd in het dorpje Hvalfjordur ('walvisfjord') aan de westkust. De huidige directeur, Kristján Loftsson, wordt door tegenstanders neergezet als meedogenloze zakenman en zijn land als een barbaarse natie. Maar, hoe zit het nu eigenlijk met de walvisvaart, en met de walvispopulaties?

(Tekst gaat verder onder locator).

Dwergvinvissen?

Daar barstte het altijd van rond IJsland. Maar de afgelopen jaren gaf de teller ineens iets anders aan. Van 40.000 begin deze eeuw ging het naar 20.000 in 2007, naar 10.000 in 2009. (Het resultaat van de recentste telling is nog niet bekend.) Was er misschien sprake van illegale walvisvaart? Nee, toonden IJslandse onderzoekers van het zee-onderzoeksinstituut in Reyjkavik vorig jaar in Marine Biology Research aan. Door opwarming verdween veel dierlijk plankton noordwaarts, en daarmee de walvissen die ervan leefden. De IJslanders pasten wel het vangstquotum aan, van 400 naar 100. Afgelopen jaar vingen IJslandse vissers er 29.

Een verzoek om zelf aan boord te zien hoe de walvisjacht in zijn werk gaat, strandt op de mededeling dat er geen plek is op de twee schepen, maar na langer aandringen stuurt Loftsson een paar uur na de ontmoeting met de IFAW-jongens een sms. 'Ben je in Reykjavik? Ik kan daar over een half uur zijn.'

Bij aankomst in het hotel blijkt Loftsson, met grijze baard en verweerd gezicht, al gearriveerd. Ondanks zijn aanvankelijke bedenking om te praten met uitgerekend een Nederlandse journalist ('Jullie waren ooit de grootste walvisjagers en nu allemaal anti-walvisjager'), geeft hij toch een interview.

Als kleine jongen gaat hij mee op de boot van zijn vader waar hij oog in oog staat met de immense wezens. Sentimenteel is hij daar niet over: 'Wat wij doen is niets anders dan vissen, maar dan op een grote vis. (Een walvis is een zoogdier, JdV) Ik noem ze de leugenbrigade, al die organisaties die tegen walvisvaart zijn. De bottom line is of wat wij doen duurzaam is. En dat is zo.'

(Tekst gaat verder onder foto).

Wat is duurzame vangst?

Voor duurzame walvisvaart gaan wetenschappers uit van een bepaald percentage tot waar de populatie mag krimpen ten opzichte van een situatie zonder walvisvaart, zoals dat ook bij gewone visserij het geval is. Vanaf 50 procent is dit het geval, de wetenschappers van de International Whaling Commission en die van de IJslandse overheid hebben gekozen voor 72 procent.

Foto SSPL via Getty Images

Dergelijke woorden uit de mond van een belanghebbende klinken misschien niet direct geloofwaardig, maar toch heeft hij een punt. Wat de twee IFAW-vrijwilligers niet vertelden, is dat het dankzij het stoppen van de intensieve walvisvaart in tijden niet zo goed gegaan is met de wereldwijde walvispopulaties. Zo ook met de gewone vinvis waarvan Loftsson er jaarlijks maximaal 150 vangt. Zo werd eind juli de bultrugpopulatie rond Australië geschrapt van de lijst met bedreigde diersoorten, omdat die met 15.000 exemplaren terug is op 50 procent van het niveau van voor de walvisvaart (begin jaren zestig waren er nog maar 500 over). De IUCN geeft de bultrug de status 'minst zorgelijk'.

Vorig jaar bleek ook dat de blauwe vinvis voor de Amerikaanse noordoostkust is hersteld tot zo'n 2.200, wat volgens Amerikaanse onderzoekers 97 procent is van wat het ecosysteem aankan. Iets vergelijkbaars geldt voor de populatie gewone vinvissen rond IJsland, die volgens de meest recente telling zo'n 25.800 exemplaren telt (waarvan de Ijslanders er dit jaar 155 vingen). Volgens de IUCN heeft de gewone vinvis weliswaar nog wel de status 'bedreigd', maar dat komt door de veel zwaarder getroffen en minder herstelde populatie op het zuidelijk halfrond, die niets te maken heeft met de populaties op het noordelijk halfrond.

(Tekst gaat verder onder foto).

Inheemse walvisvangst

Al meteen toen het moratorium op walvisvaart werd ingesteld, kregen verschillende volken een uitzonderingsstatus. In totaal consumeren zij jaarlijks enkele honderden walvissen, meestal onder toezicht van de International Whaling Commission (IWC). Het gaat om de Inuit en Makah in de VS, Chukotka in Rusland, volkeren in het Caribisch gebied en in Indonesië. Ook de Inuit in Canada, geen lid van de IWC, doen aan walvisvaart.

Foto Florilegius / Mary Evans

Komt dan eindelijk die duurzame walvisvaart in zicht, waarvoor in 1946 de International Whaling Commission (IWC) is opgericht? Op dat moment was die situatie nog ver weg: in de eerste decennia van de vorige eeuw waren in rap tempo vrijwel alle walvispopulaties uitgeput - vooral die op het zuidelijk halfrond. Omdat de situatie alleen maar verder verslechterde, stelde de IWC in 1972 een moratorium in op commerciële walvisvaart. Alleen volken die vanuit een lange culturele traditie op walvissen joegen, mochten er op beperkte schaal mee doorgaan. Dankzij deze maatregelen herstelden de meeste populaties dusdanig, dat de wetenschappelijke commissie van de IWC al sinds de jaren negentig meermalen heeft verklaard dat kleinschalige commerciële walvisvaart mogelijk is. Maar tevergeefs. De lidstaten, met Nederland inmiddels als een van de felste tegenstanders, legden het wetenschappelijk advies keer op keer naast zich neer.

Mede door deze patstelling is er een ingewikkelde situatie ontstaan: Japan maakt al jaren gebruik van de mogelijkheid om onder wetenschappelijke vlag walvissen te bejagen en de opbrengsten voor consumptiedoeleinden te verhandelen. Vriend en vijand zijn het erover eens dat dit een dekmantel is voor commerciële walvisvaart, wat in 2014 werd bevestigd door een uitspraak van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Japan ontwikkelde in reactie hierop een nieuw wetenschappelijk walvisvaartprogramma en voer begin december weer uit.

(Tekst gaat verder onder foto).

Drie miljoen doden

Walvisvaart is al eeuwen oud, maar nam pas exorbitante vormen aan na de komst van dieselmotoren en harpoenen met explosieven in de vorige eeuw. Vorig jaar becijferden onderzoekers dat er tussen 1900 en 1999 bijna drie miljoen walvissen werden gedood, waarvan twee miljoen op het zuidelijk halfrond. Vooral potvissen en gewone vinvissen waren gewild.

Foto Getty Images/Dorling Kindersley RF

Ondertussen hebben IJsland, Noorwegen en Rusland als IWC-leden gebruikgemaakt van de mogelijkheid om bezwaar te uiten tegen het moratorium. Zij doen daardoor aan legale commerciële walvisvaart, met door lokale wetenschappers vastgestelde quota.

Op deze manier worden er naar schatting jaarlijks zo'n 2.000 walvissen gevangen. Dit betreft voornamelijk niet-bedreigde dwergvinvissen, maar doordat de vangst grotendeels buiten de IWC om plaatsvindt, heeft die er weinig zicht en greep op. Zo bleek onder meer dat de Sovjet-Unie na de Tweede Wereldoorlog dertig jaar lang grootschalig illegaal potvissen ving. Uit dna-studies is gebleken dat er ook nu nog op de Japanse markt vlees opduikt van beschermde en bedreigde walvissoorten zoals de blauwe vinvis.

(Tekst gaat verder onder foto).

Foto SSPL via Getty Images

'In plaats van deze situatie te accepteren, is het veel beter om de walvisvaart te reguleren, en beter toezicht mogelijk te maken', zegt Leah Gerber, hoogleraar zeenatuurbescherming aan de Arizona State University in de Verenigde Staten. 'Gereguleerde walvisvaart is beter dan de huidige situatie, voor iedereen, inclusief de walvissen.' Ze pleit al een paar jaar voor het bepalen van quota door onafhankelijke wetenschappers. Schepen moeten worden voorzien van satelliettrackers en onafhankelijke waarnemers en er moet een verplichte dna-registratie van gevangen walvissen komen.

Zo'n compromis was tijdens de IWC-vergadering in 2010 dichtbij, maar werd geblokkeerd door de lobby van dierenrechtenorganisaties zoals IFAW en natuurbeschermingsorganisaties zoals Greenpeace en het radicalere Sea Shepherd. In 1986 liet Sea Shepherd in Reykjavik twee schepen van Hvalur zinken. Ook nu nog beschouwt de organisatie, waarvan twee schepen onder Nederlandse vlag varen omdat de meeste andere landen haar methoden afkeuren, het bestrijden van de walvisvaart als een prioriteit. Op de vraag of het niet beter is op relevantere problemen te focussen, antwoordt de Nederlandse Sea Shepherd-directeur Geert Vons: 'Wij hebben als doel internationale verdragen te handhaven, en hebben ervoor gekozen ons met name op de walvisvaart te richten.'

(Tekst gaat verder onder foto).

Foto Florilegius / Mary Evans

Los hiervan zijn er wel degelijk inhoudelijke argumenten tegen de walvisvaart te bedenken, benadrukt de Brit Mark Simmonds, oceaanecoloog van dierenrechtenorganisatie Humane Society International. In een artikel op Huffingtonpost.com betoogde hij eerder dit jaar dat een compromis over commerciële walvisvaart onder geen enkele voorwaarde een optie mag zijn, om uiteenlopende redenen.

Allereerst is het maar de vraag hoe kleinschalig de walvisvaart blijft wanneer je die toelaat. Allerlei landen zouden ook hun recht op een stuk van de taart kunnen gaan opeisen. Daarbij is de walvisserij-industrie in het verleden slecht in staat gebleken zichzelf te reguleren, benadrukken ook onafhankelijke wetenschappers. Bovendien, zegt Simmonds, is de walvisvaart een zeer dieronvriendelijke manier van jagen. Moderne walvisvaarders gebruiken een harpoen met explosieven, die ze op het hoofd van het dier richten. Walvisvaarders zoals Loftsson schermen met een wetenschappelijk rapport waarin staat dat door de explosie 84 procent van de getroffen walvissen direct sterft en de rest binnen 5 minuten, maar Simmonds heeft ernstige twijfels of dat cijfer in de praktijk wordt gehaald. Bovendien zijn walvissen volgens hem 'intelligente wezens wier sociale leven wordt ontwricht wanneer een groepsgenoot wordt gedood'.

Toch is het belangrijkste argument tegen walvisvaart van een heel andere orde. De enorme zeezoogdieren zijn de afgelopen decennia uitgegroeid tot wat de in 2012 overleden Noorse antropoloog Arne Kalland als 'totemdieren' bestempelde. Organisaties zoals Greenpeace en het Wereldnatuurfonds danken hun succes volgens Kalland mede aan de mythologisering van dieren als de walvis, de zeehond en de panda. De walvis was kwetsbaar en onschuldig; een symbool van de ongerepte natuur. Een intelligent wezen bovendien. (Loftsson: 'Intelligent? Ze zwemmen recht op ons af!') Cd's met walvissengezang gingen als warme broodjes over de toonbank.

Maatschappijhistoricus Henri Beunders van de Erasmus Universiteit Rotterdam noemt het een haast religieuze (vandaar het woord Sea Shepherd - wat zeeherder betekent) behoefte aan onderscheid tussen goed en kwaad. 'Ooit werd de walvis afgeschilderd als een monster. Tegenwoordig vinden we het dier haast heilig. Een nuchtere, rationele discussie hierover is bijna taboe verklaard.'

Kristjan Loftsson.
Foto Kate Davison / eyevine

'In eerste instantie was die mythologisering nodig om de soorten te redden, maar inmiddels is de focus van de walvisbeschermers verschoven naar ethiek', zegt Charlotte Epstein, assistent-hoogleraar internationale betrekkingen aan de Universiteit van Sydney in Australië. In haar boek The Power of Words in International Relations - Birth of an Anti-Whaling Discourse, beschrijft ze hoe het eten van walvisvlees taboe werd. Een barbaars gebruik. 'Of dat een vorm van vooruitgang is? Ik noem het hypocriet. We eten wel minder knuffelbare dieren, maar geen walvis.' Bovendien, aldus Epstein, impliceert deze redenering dat onze dominante beschaving beter is dan andere, zoals de Japanse.

(Tekst gaat verder onder video).

Maar waarom is het dogma dat walvisvaart niet meer van deze tijd is dan bijna overal doorgedrongen, behalve in die paar landen? Draait het om geld? Cruciaal hierbij is dat vrijwel al het walvisvlees, ook dat uit Noorwegen en IJsland, in Japan wordt geconsumeerd. Loftsson vangt 10 euro voor een kilo vlees, wat per vinvis al gauw op 200.000 euro komt. Maar uiteindelijk is geld niet de drijfveer achter de walvisjacht. De Japanse overheid pompt juist miljoenen euro's in de industrie om die levend te houden - ook in dat land is de walvisconsumptie lager dan ooit. Walvisvaart is geen oude traditie in Japan, maar wordt daar al wel sinds de zestiende eeuw gebezigd. Het in stand houden ervan lijkt een principekwestie geworden: we laten ons niet door anderen de les lezen over onze culturele traditie. Eenzelfde houding heerst in Noorwegen en IJsland. Verschillende IJslanders die Epstein sprak, noemden het anti-walvisvaartstandpunt een 'stedelijke kijk op de natuur'. Epstein: 'Als je de Unesco-conventie voor culturele diversiteit onderstreept, zul je moeten accepteren dat er ook culturen zijn die je niet aanstaan, of die nou eeuwenoud zijn of niet.'

Leah Gerber sluit zich hierbij aan. 'Mijn hart breekt als ik denk aan het doden van een walvis. Maar wie ben ik om daarover voor anderen te oordelen? Als je een lijst maakt met alle bedreigingen voor walvispopulaties, is walvisvaart echt triviaal. Aanvaringen, klimaatverandering, bijvangst door vissers, allemaal gaat het om veel grotere aantallen en invloeden. Voor de meeste ecologen is walvisvaart niet eens een issue.'

Dat deze nuance tot het grote publiek niet of nauwelijks doordringt, bleek uit de actie van de hackers van Anonymous afgelopen week. Ze legden urenlang bijna alle websites van de IJslandse overheid plat, vanwege de walvisvaart. Ook plaatsten ze een aantal video's online waarin ze hun afkeer uiten tegen het jagen op 'bedreigde' vinvissen. Loftsson haalt er zijn schouders over op. 'Ik heb uit de mond van activisten nog nooit een waarheid gehoord.'

Het IJslandse walvisseizoen is inmiddels achter de rug. Ontzag voor de walvis zegt Loftsson nog altijd te hebben. 'Maar ik vind dat je ze moet benutten. Zoals een schaapherder houdt van zijn schapen en een boer van zijn gewas, zo hou ik van de walvis.'


Anonymous richt pijlen op IJsland

'Walvissen hebben geen stem. Daarom zullen wij die stem voor hen zijn.'

'Het is tijd om IJsland te laten weten dat we niet alleen zullen toekijken terwijl ze deze dieren laten uitsterven'

'Boycot producten uit IJsland.'

'Sluit je aan in gezamenlijke aanvallen op websites en databases.'

'Wij zijn Anonymous. We doen wat we willen, we doen 't omdat we 't kunnen. IJsland, je had ons kunnen verwachten.'

Quotes uit de video die de hackersbeweging Anonymous eind november online plaatste.

Aanvullingen en verbeteringen: in een eerdere versie van dit artikel stond dat Sea Shepherd twee schepen van Hvalur liet zinken in een Noorse haven. Het moest Reykjavik zijn.

Nieuw! Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Foto Veronique Smedts000
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.