'Economen stellen zich op als de cheerleaders van de hyperglobalisering'

Econoom Dani Rodrik over de grenzen van de globalisering

Nu Trump tekeergaat tegen vrijhandel is het verleidelijk die kritiekloos te verdedigen. Onverstandig, vindt econoom Dani Rodrik. 'Mijn beroepsgenoten zijn verworden tot cheerleaders van de hyperglobalisering.'

Dani Rodrik: 'De wereld heeft minder egels en meer vossen nodig.' Foto Illustratie: Sophia den Breems, foto: Mike Roelofs

Zeg dat nou niet. Houd die kanttekeningen bij vrijhandel en globalisering alsjeblieft voor je. 'Zo lever je munitie aan de barbaren', waarschuwde Nobelprijswinnaar Paul Krugman hem ooit. Het is het soort goedbedoelde adviezen dat Dani Rodrik al hoort sinds hij twintig jaar geleden zijn kritische boek Has Globalization Gone Too Far? publiceerde. Nu Donald Trump op basis van een protectionistisch programma verkozen is tot president van de Verenigde Staten, is die druk tot zelfcensuur heviger dan ooit. Eensgezind dreunen economen voor het grote publiek hun mantra's op: vrijhandel is goed, protectionisme slecht en de globalisering is onomkeerbaar.

De 60-jarige Rodrik heeft er geen boodschap aan. De Turks-Amerikaanse econoom, hoogleraar aan Harvard, geldt als een van de meest gezaghebbende én dwarse stemmen in het debat over de globalisering. Deze maand verschijnt zijn nieuwste boek, Straight Talk on Trade, vrijdag sprak hij op de Nederlandse Economendag en ook in een telefonisch interview neemt hij geen blad voor de mond. 'Economen stellen zich op als de cheerleaders van de hyperglobalisering. Dat is écht een probleem. Ik vrees dat het grote publiek een verwrongen beeld heeft van hoe de economische wetenschap werkelijk over dit soort zaken oordeelt.'

Denk niet dat Rodrik blind is voor de gevaren van Trumps politiek. Integendeel, weinig economen hebben de wereldwijde comeback van de sterke, autoritaire heersers van zo dichtbij meegemaakt als hij. Dat heeft alles te maken met zijn vrouw, collega-econoom Pinar Dogan. In 2008 werd haar vader, een gepensioneerde Turkse generaal, opgepakt. De beschuldiging loog er niet om. Hij zou het brein geweest zijn achter een voorgenomen staatsgreep, jaren eerder, tegen de toen nog kersverse leider Erdogan. Rodrik en zijn partner waren ervan overtuigd dat het bewijs nep was. Aan het einde van de rit ging de ex-generaal inderdaad vrijuit, maar het grotere kwaad was al geschied. Het 'Sloophamer-proces' is achteraf bezien de eerste grote stap geweest van Erdogan om de oppositie de mond te snoeren.

U heeft ervaring met beide mannen. Wie vormt een grotere bedreiging voor de wereld, Erdogan of Trump?

'Dan moet ik toch voor Trump kiezen. Niet omdat Erdogan minder gevaarlijk is. Maar omdat de consequenties van wat er in de Verenigde Staten gebeurt voor de wereld en de mondiale economie oneindig veel groter zijn. Dat laat onverlet dat Turkije een belangrijke regionale macht is. En de schade die Erdogan heeft aangericht is amper te overzien. Zo ver hoeft het in Amerika niet te komen, maar als Trump doorgaat op zijn huidige weg sluit ik niets uit.'

Trilemma van globalisering

Misschien wel het allerbekendst is Dani Rodrik om zijn 'trilemma' van de globalisering. Te veel politici streven volgens hem een ondoenlijke combinatie na van globalisering, democratie én nationale soevereiniteit. Zijn stelling: twee van de drie is het maximaal haalbare. Het derde doel zal er onvermijdelijk bij inschieten. Dat is een interessante bril om de moeizame Europese eenwording door te beschouwen. Opeenvolgende Nederlandse regeringen willen én een slagvaardig Europa, én de natiestaat behouden, én democratie. In de ogen van Rodrik is zo'n koers gedoemd om te falen.

Toch lijkt u, als het om handel en globalisering gaat, niet onder de indruk van zijn 'America First'- nationalisme. Waarom?

'Trump is ontzettend schadelijk. Zowel voor de liberale democratie als voor onze economie. Daar maak ik me ontzettend zorgen over. Maar als het om protectionisme gaat, blaft hij vooralsnog harder dan hij bijt. Trump is geen gevaar voor de wereldhandel.'

Niet iedereen denkt daar zo licht over. Direct na zijn aantreden hebben de Amerikanen het AziatischPacifische handelsverdrag TPP getorpedeerd. De komende maanden onderhandelen de Verenigde Staten opnieuw met Canada en Mexico over het Nafta-akkoord.

'Ik denk niet dat er ook maar één serieuze econoom is die werkelijk gelooft dat stoppen met TPP het protectionisme in de wereld vergroot. Laat staan dat dit de Amerikaanse economie schaadt. TPP ging niet om vrijhandel, maar vooral om buitenlandse politiek. Het doel was China te isoleren. Ook de strijd rond Nafta is vooral retoriek. Het verdrag zal waarschijnlijk op zo'n manier worden herzien dat Trump het kan verkopen aan zijn achterban. Maar nee, op dit punt lijkt hij toch echt te zijn ingekapseld door conservatieve Republikeinen. Zij hebben hem tot instrument gemaakt voor hun economische agenda, in plaats van dat hij op dit vlak zijn eigen nationalistische voorkeuren laat spreken.'

De weldenkende burger haalt opgelucht adem...

'Dat lijkt mij niet slim. Het is een misverstand dat de barbaren in deze discussie alleen in het protectionistische kamp zitten. De motieven van de lobby's die zich sterk maken voor nieuwe handelsakkoorden, van de farmaceutische industrie tot de financiële sector, zijn echt niet zo veel nobeler. Ik ben bang dat we klem zitten tussen twee heel onaantrekkelijke uitersten.'

Zonder een gezonde dosis protectionisme had de wereld misschien wel nooit gehoord van Dani Rodrik. Zijn vader bezat een onderneming die pennen maakte. In het Turkije van de jaren zeventig beschermden importtarieven zijn fabriek tegen de veel productievere westerse concurrentie. Het maakte dat het familiebedrijf gestaag kon groeien. Met de opbrengst kon de zoon studeren aan een Amerikaanse elite-universiteit. Niet voor niets heeft Rodrik zichzelf wel eens 'een creatie van import-substitutie' genoemd, zoals het model heet waarbij een ontwikkelingsland tijdelijk de eigen industrie beschermt tegen de buitenlandse concurrentie, totdat die sterk genoeg is om op eigen benen te staan.

Uw coming of age verschilt van die van de meeste westerse economen. Verklaart dat uw kritische blik op vrijhandel en andere neoliberale recepten?

'Eerlijk gezegd houd ik niet zo van dit soort anekdotes over iemands jeugd. Dan lijkt het al snel of mijn ideeën over globalisering louter het gevolg zijn van een specifieke afkomst of opvoeding. Dat is niet zo. Mijn economische inzichten zijn gestoeld op harde feiten. Op uitvoerig onderzoek naar wat wel en niet werkt in de wereld.'

Op basis van uw economische onderzoek dan: bent u een protectionist?

'Die term is me te ideologisch. Protectionisme is voor mij geen einddoel, het is een praktische strategie. Een tijdelijke verdedigingswal tegen de wereldwijde concurrentie, die een land kan gebruiken om de eigen industrie te ontwikkelen en productiever te maken. Het tegenovergestelde is blind de recepten van de zogenoemde Washington Consensus volgen: snijden in overheidsuitgaven, privatiseren en de grenzen opengooien voor buitenlands kapitaal. Dan krijg je wat er nu in Mexico gebeurt. Stagnatie. In een groot deel van de economie neemt de productiviteit zelfs af. Dat is ongekend!'

Die Washington Consensus ligt onder vuur. Zelfs het IMF, de Wereldbank en de Wereldhandelsorganisatie waarschuwen tegenwoordig voor groeiende ongelijkheid als keerzijde van de globalisering.

'Ik vrees dat de dominante visie slechts beperkt is aangepast. Wat je nu overal hoort, is dat globalisering prima is, maar helaas wel verliezers heeft gecreeerd. Die moeten we een beetje compenseren. Ik denk niet dat zo'n herverdeling achteraf genoeg is. De regels van het spel zelf moeten op de schop.'

Hoe ziet u dat voor zich?

'We kunnen om te beginnen sociale dumping verbieden. Het idee dat internationale handel eerlijk moet zijn om te kunnen functioneren, is niet vergezocht. Sterker nog: dat is nu al onderdeel van het systeem. Zo zijn er regels die bepalen dat je spullen geproduceerd in gevangenissen niet tegen de gebruikelijke voorwaarden mag exporteren. Hetzelfde geldt voor gesubsidieerde goederen en diensten: oneerlijke concurrentie is verboden. Het gekke is dat die regels niet gelden voor andere vormen van uitbuiting die in ons deel van de wereld illegaal zijn. Maar als Amerikanen of Nederlanders hun baan verliezen omdat hun fabriek wordt verplaatst naar landen waar vakbonden verboden zijn, of arbeiders niet gezamenlijk mogen onderhandelen, dan is dat toch ook oneerlijke concurrentie?'

Je baan verliezen door technologische ontwikkelingen heeft iets onvermijdelijks, schrijft u. Je werk kwijtraken omdat men elders vals speelt, is minder makkelijk te verkroppen.

'Precies. Natuurlijk zal een fabriek in Bangladesh nooit dezelfde lonen betalen als in Nederland. Dat hoeft ook niet. Maar het betekent niet dat je alles maar moet toelaten, van extreme overuren tot milieuvernietiging tot slavernij.'

U waarschuwde al in 1997 voor de gevolgen van globalisering. Dat is twee jaar vóór de 'Battle of Seattle', de massale protesten tegen de top van de Wereldhandelsorganisatie. Bent u in die tijd wel eens de straat op gegaan?

(Grinnikt) 'Nee hoor. De intenties van veel mensen in de antiglobaliseringsbeweging waren prima, denk ik. Maar wat zij vanuit hun antikapitalisme niet begrepen, is dat je ook op een intelligente manier kunt gebruikmaken van globalisering en van markten. Denk aan de razendsnelle economische ontwikkeling die China, Vietnam en eerder ook Zuid-Korea hebben doorgemaakt. Dat is toch echt een enorm succes.'

In zijn nieuwste boek haalt Rodrik de Britse politiek filosoof Isaiah Berlin aan. Die maakte ooit een onderscheid tussen twee soorten denkers: egels en vossen. De egel is in de ban van één groot Idee. Een theorie van alles die hij of zij overal op toepast. De vos heeft daarentegen geen sluitend wereldbeeld. Hij zoekt, pragmatisch, steeds opnieuw naar de beste oplossing voor een specifiek probleem. Die oplossing kan verschillen. Er is niet één absolute economische waarheid. Rodrik wijst graag op de uiteenlopende economische paden die landen bewandeld hebben richting welvaart, van de ultrakapitalistische Verenigde Staten tot de sociaal-democratische Scandinaviërs. Zijn conclusie ligt voor de hand. 'De wereld heeft minder egels en meer vossen nodig', schrijft hij.

De economische wetenschap heeft sinds de crisis van 2008 veel kritiek gekregen. Ze zou zich vastklampen aan geïdealiseerde modellen van perfecte markten, en niets begrijpen van de echte wereld. Vooral andere wetenschappers, van antropologen tot natuurkundigen, roeren zich, samen met economen die zich afzetten tegen wat zij 'de mainstream' noemen. U weigert dat te doen.

'Ik ben meer mainstream dan al die economen die namens de mainstream zeggen te spreken. Ik ben trouwer aan onze mooie wetenschappelijke discipline dan zij. Als ik boeken schrijf, probeer ik dezelfde econoom te zijn als ik op de universiteit ben. Te veel collega's doen dat niet. Zodra ze politici adviseren, of het grote publiek toespreken, gaan ze onze wetenschappelijke inzichten versimpelen. Bijvoorbeeld als het om handel gaat.'

U probeert de mainstream-economie te redden van de mainstreameconomen.

'Ja! Elke economische kwestie heeft twee kanten, van een verhoging van het minimumloon tot het maximeren van huurverhogingen. Maar in onze bijdrage aan het debat lijkt het te vaak alsof er maar één waarheid is. Op die manier hebben economen de afgelopen decennia kritiekloos hervormingen gesteund waarover je vanuit economisch opzicht sceptisch zou moeten zijn. Met als gevolg dat de economische wetenschap een reputatie heeft gekregen die zij niet verdient.'

Meer over