'Dit is toch de 24-uur-service?'

Op afdelingen voor spoedeisende hulp verschijnen steeds meer patiënten die eigenlijk eerst langs de huisarts hadden gemoeten. Ziekenhuizen nemen tegenmaatregelen....

In behandelkamer 7 op de eerste hulp van het Amsterdamse OLVG-ziekenhuis wacht 's avonds een stel dertigers op de dokter. Jassen nog aan, hij staart afwezig voor zich uit, zij zit klaar om het woord te voeren. Haar vriend voelt zich al zes weken niet lekker en wil een afspraak met een specialist. Waarom ze niet naar de huisarts zijn geweest? 'Dit is toch de 24-uur-service?'

'Typisch', zegt eerste-hulparts Jolande Elshove. Zij werkt op de drukste spoedeisende-hulpafdeling van het land, maar ziet weinig spoedeisends. Vage klachten die al dagen aanhouden, keelpijn, misselijkheid, lichte kneuzingen, kleine wondjes; allemaal dingen die een huisarts kan verhelpen.

Slechts zo'n 350 keer per jaar vliegen de deuren van de shockroom open en begint de afdeling op de Amerikaanse tv-serie ER te lijken.

Elshove inventariseerde afgelopen jaar alle patiënten en ondervroeg vijfduizend van hen. Zij hoopt te promoveren op de resultaten. In 2001 behandelde het OLVG ruim 42 duizend spoedeisende patiënten. Dat waren er in 1995 38 duizend en in 1991 34 duizend. Een groeiend deel komt op eigen initiatief binnenlopen, in de meeste gevallen voor traumatische klachten als kneuzingen, wonden en breuken. Deze zogeheten zelfverwijzers maken inmiddels driekwart van de patiënten uit.

'Die zijn oprecht ongerust', signaleert Elshove. Maar het gros, stelt zij, hoort niet in haar wachtkamer. Slechts 4 procent van de zelfverwijzers wordt opgenomen, 37 procent moet verder worden onderzocht. Dat betekent dat zo'n 60 procent door een huisarts geholpen had kunnen worden. Vooral jonge mannen, de gemiddelde leeftijd is 33, melden zich na kantoortijd voor het kogelwerende glas van de balie.

De meesten zeggen desgevraagd niet aan hun huisarts te hebben gedacht (28 procent) of menen dat hun kwaal een klusje is voor een specialist (24 procent). Sommigen hebben geen huisarts (16 procent) of zeggen dat die niet bereikbaar is (5 procent).

Een klein deel wil een second opinion. De ambulance levert 11 procent van de patiënten af, maar ook daar zitten patiënten tussen die slechts zijn meegenomen om omstanders tevreden te stellen.

'Het is onder meer verwendheid', zegt chirurg Maarten Simons. 'De consument wil om acht uur 's avonds langs de Albert Heijn én de dokter.' Bovendien zijn patiënten volgens hem veeleisender geworden: ze willen meteen een specialist zien. Ook de vele allochtonen in Amsterdam-Oost spelen een rol. 'In Marokko en Turkije zijn patiënten geneigd meteen naar het ziekenhuis te lopen. Ook komt het voor dat mannen hun vrouw niet alleen naar de dokter willen laten gaan, maar overdag vrijnemen voor de huisarts komt bij sommigen niet op.'

Als reactie besloot het OLVG een speciale opleiding voor spoedeisende-hulpartsen op te zetten. Dat werd tijd ook, stelt opleider Simons, want de jonge arts-assistenten die traditioneel de eerste hulp bevolken, zijn volgens hem te onervaren en te specialistisch opgeleid. 'Die doen onnodig veel onderzoek en bellen met collega's, voordat zij een diagnose durven stellen. Dat is duur en tijdrovend.'

Op de spoedeisende hulp, stelt Simons, moeten juist ervaren generalisten rondlopen. Hij schat dat circa eenvijfde van de ruim honderd ziekenhuizen op dat spoor zit. Na tien weken stage op een huisartsenpraktijk, een van de onderdelen van de nieuwe opleiding, kan het gros van de patiënten snel geholpen worden. Dat is volgens hem slimmer dan patiënten weg te sturen.

'Dat hebben we wel geprobeerd', zegt Simons, 'maar dat leidt slechts tot medische fouten en agressie.' Je kunt beter een patiënt tien minuten onderzoeken, is zijn ervaring, dan een verhitte discussie voeren in de wachtkamer. Zijn ziekenhuis ontkomt er volgens hem niet aan taken van de huisarts over te nemen. 'Helemaal nu in de buurt steeds meer huisartsen er de brui aan geven. Niet alle ziekenhuizen zijn het daarmee eens. Zo voert bijvoorbeeld het Atrium Medisch Centrum in Heerlen juist een ontmoedigingsbeleid. Een speciale brochure deed volgens afdelingsmanager J. Mullers het percentage zelfverwijzers inzakken van 75 naar 45 procent.

Dat cijfer moet verder omlaag door patiënten voortaan door te sturen naar huisartsenpost NightCare, elders in de stad. 'Als men hoort dat ze hier twee, drie uur moeten wachten, gaan ze meestal wel.'

In Maastricht worden zelfverwijzers subtieler aangepakt. Daar denken patiënten de eerste hulp van het academisch ziekenhuis te hebben bereikt, maar in feite worden zij opgevangen door een huisarts.

Deze werkt op een post die bij wijze van proef aan de spoedeisende-hulp-afdeling is vastgeplakt. Slechts 25 procent van de patiënten wordt uiteindelijk doorverwezen naar het echte ziekenhuis. Elders in het land bestaan vergelijkbare plannen.

Het nadeel daarvan, stellen voorstanders van de Amsterdamse aanpak, is dat spoedeisende hulp zo een zwakke schakel in de zorg blijft. Want de patiënt die na vele hindernissen uiteindelijk toch het ziekenhuis bereikt, wordt nog steeds onderzocht door een onervaren arts-assistent. Simons: 'Het is toch de bedoeling dat het niveau stijgt als de ambulance een patiënt aflevert.'

Een tussenvorm moet komende jaren de tegenstelling verzachten. In plaats van zelfverwijzers te weren of juist te omarmen, ontfermt een ervaren verpleegkundige zich over het kleine leed. In het Academisch Ziekenhuis Groningen gaat een speciaal opgeleide verpleegkundige zelfverwijzers ondervragen. Patiënten met kleine snijwondjes, lichte kneuzingen, schaafwonden of insectenbeten zien nooit een dokter.

Deze zogeheten fast track is goedkoper, sneller en past helemaal in de 24-uur-economie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.