'Design móét een positieve rol spelen bij vraagstukken als milieu en immigratie'

Onze gids deze week: designcriticus Alice Rawsthorn

Alice Rawsthorn is het genadeloze geweten en de trefzekere trendsetter van de designwereld ineen. De The New York Times-criticus leidt ons langs bijzondere ontwerpen - en langs de scheidslijn tussen goed en slecht design.

Alice Rawsthorn, designcriticus bij The New York Times. Beeld Judith Jockel

'Een groot misverstand over design is dat het over styling en luxe gaat. Zo jammer.' Voordat het interview kan beginnen, wil de Britse designcriticus Alice Rawsthorn (1958, Manchester) eerst iets rechtzetten. 'Design kan een belangrijke bijdrage leveren aan een betere wereld. Nu misschien wel meer dan ooit. Denk aan kunstmatige intelligentie, zelfrijdende auto's of 3D-printen. Als we deze nieuwe technologieën omzetten in slim design, zal dat ons leven enorm verrijken. Maar met slecht design...' Ze pauzeert even en vervolgt met perfect geproportioneerd drama. 'Daar moet ik niet eens aan denken.'

Begrijpelijk dat Rawsthorn dit punt wil maken. Misverstanden over wat design is - of eigenlijk: wat goed design is - kunnen eenvoudig ontstaan. Zeker op de Design Week van Milaan, waar ze zojuist een lezing heeft gegeven. Op deze hoogmis van design wordt vooral de commerciële kracht ervan gevierd, de styling en de luxe. Dus maakt de geprezen en gevreesde criticus van The New York Times in de hectiek van jury's, lezingen, cocktails en andere Milanese verplichtingen graag tijd vrij om bij een espresso het belang van design uiteen te zetten.

Dat doet ze in heldere zinnen vol welgekozen woorden en met een Cambridge-accent; ze studeerde er rechten en kunstgeschiedenis tenslotte. Al even onberispelijk is haar voorkomen. Ze is gehuld in stijlvolle couture en de karakteristieke bob-lijn van haar ravenzwarte haar zit zoals altijd messcherp. Ze is every inch a gentlewoman. Daarom wil de schrijver van gelauwerde biografieën over Yves Saint Laurent (1996) en Marc Newson (1999) graag nog wat rechtzetten. 'Ik hoop maar niet dat jullie lezers allemaal tips voor exclusieve hotels en dure spullen verwachten.'

Wat de Vogue-hoofdredacteur Anna Wintour is voor de mode, is Alice Rawsthorn voor design: het genadeloze geweten en de trefzekere trendsetter ineen, maar dan wel vriendelijk en vol humor. Ze is zeker niet uitsluitend gefocust op functioneel of smaakvol design. In haar bestseller Hello World: Where Design Meets Life (Penguin, 2014) schrijft ze met evenveel begeestering over de verleidelijke eenvoud van de iPhone als de afschrikwekkende effectiviteit van de zwarte piratenvlag, 'eigenlijk een van de eerste bedrijfslogo's'.

Ook wat lelijk en slecht is, heeft haar interesse. 'Door te kijken naar de voorwerpen om ons heen, waarom ze zijn gemaakt en hoe, krijgen wij een beter begrip van de wereld waarin wij leven. Bovendien is design een manier om greep te houden op onze toekomst. Maar als we niet heel kritisch kijken naar de wereld die wij hebben gecreëerd, dan kunnen we ook nooit weten hoe wij die wereld kunnen verbeteren.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Beeld Judith Jockel

Duurzaam design

Haar loopbaan begint eind jaren tachtig als traditionele nieuwscorrespondent in Parijs voor de Financial Times. Pas vanaf 2000 richt ze zich uitsluitend op design, mode en architectuur - eerst als directeur van het Design Museum in Londen (2001-2006) en aansluitend als criticus van The New York Times. Ze reist de wereld over voor TED Talks of voor het World Economic Forum in Davos. Deze week spreekt ze op de conferentie What Design Can Do in Amsterdam. 'Design kan, nee moet een positieve rol spelen bij maatschappelijke vraagstukken als het milieu en immigratie. Dat hoeft niet altijd met hoogdravende ideeën. Ook een energiezuinige led-lamp of een betaalbare stoel van recyclebare grondstoffen vervult de belofte van goed design.'

Al loopt de scheidslijn tussen goed en slecht nog altijd niet kaarsrecht bij design. Neem de hekken die Engeland liet plaatsen rond de treintunnel bij Calais. De veiligheid op het spoor werd gewaarborgd en het aantal illegale vluchtelingen geminimaliseerd. En dat voor maar 11 miljoen pond. Kortom, efficiënt design dat doet wat het moet doen?

'Oh no! Design mag nooit mensen uitsluiten. Het moet juist toegankelijk zijn voor zo veel mogelijk mensen. Bovendien werkt zo'n hek smokkelaars en illegaliteit in de hand. Het heeft dus een averechts effect.' Kortom: 'Very bad design.' Om met een onderkoelde kwinkslag te eindigen: 'En zeg nou zelf, het is lelijk toch?'

Daarom krijgen bijvoorbeeld de exclusieve lampen van het Italiaanse designlabel Flos wel haar onvoorwaardelijke goedkeuring. 'Ja, die lampen zijn peperduur. Maar ze zijn technisch tot in perfectie geproduceerd. De ontwikkeling van één lamp kan wel zes jaren duren. Ze gebruiken vernieuwende vormen en materialen en verruimen daarmee de toepassing van licht in de gebouwde omgeving. Aangezien we toch lampen nodig hebben, is het fantastisch als ze een industrieel product zijn van hoge intelligentie en grote schoonheid. Daar kan ik oprecht van genieten.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Studio Museo Achille Castiglioni in Milan, 'Mijn favoriete designmuseum.' Beeld Fondazione Achille Castiglioni Studio

1. Museum: Studio Museo Achille Castiglioni in Milan

'De legendarische ontwerper Achille Castiglioni heeft van 1944 tot zijn dood in 2002 gewerkt in dezelfde studio in een Milanees stadspaleis. Door zijn kinderen is het in originele staat bewaard. Zelfs de potloden liggen nog op het bureau. Het lijkt wel of hij even naar buiten is gestapt voor een sigaret. Hij was namelijk een fervent roker.

'Voor Alessi heeft hij de beroemde asbak Spirale ontworpen waarin hij een sigaret kon klemmen, zodat hij kon roken en werken tegelijk. Het is mijn favoriete designmuseum, dat eigenlijk geen museum is, omdat het zo treffend laat zien dat design naast een technocratische ook een warme, menselijke activiteit is.

'Het bevestigt bovendien de dominante rol die Italië, Milaan in het bijzonder, nog steeds speelt in het internationale design. Zonder Castiglioni en andere grote Milanese ontwerpers als Sottsass en Mendini was er nooit de Milan Design Week geweest en zouden er dus geen honderdduizenden mensen naar deze complete chaos komen om daar al die nuttige en nutteloze producten te bekijken.'

2. Winkel: Jasper Morrison Shop in Hoxton, London

'Ik houd van de ontwerpen van Jasper Morrison. Ze zijn praktisch en gebruiksvriendelijk maar extreem vernuftig gemaakt. Ze vervelen ook nooit, hoewel de vorm vaak ingetogen is.

'Naast een bescheiden selectie van ontwerpen van eigen hand heeft hij voor zijn winkel vooral nuttige spullen verzameld die hij zelf fantastisch vindt. Hij is een fervent reiziger. Dus vind je er een minimalistische Japanse boekstandaard waarmee je aangenaam kunt lezen tijdens het eten. Een emmer die niet stuk kan of de beste hamer die bestaat, perfect gebalanceerd en van het hardste staal.

'Het zijn alledaagse voorwerpen en vaak van een anonieme ontwerper. Maar toch zijn ze speciaal. Het zijn spullen die je eigenlijk nooit hebt gemist maar waar je, als je ze eenmaal hebt, niet meer zonder kunt. Ook zo bijzonder, de winkel zit onder zijn studio, verscholen achter een pizzeria. Vanaf de straat zie je alleen een deurbel met SHOP. Als je daarop drukt komt er iemand uit zijn studio naar beneden om open te doen.'

De Emeco Alfi Chair van Jasper Morrison.

3. Muziek: Northern Soul

'In mijn jeugd heb ik door heel Engeland gewoond. In mijn vroege tienerjaren woonden wij in Lancashire, nabij Wigan. De stad was het centrum van de Northern Soul, een opzwepende en extreem dansbare soulvariant. De Wigan Casino was een all nighter, een club waar mensen vanuit heel Noord-Engeland naartoe kwamen om het hele weekend te dansen. Ze hadden zelfs een eigen dansstijl, heel snel en atletisch.

'Ik mocht daar, tragisch genoeg, niet komen natuurlijk. Maar met vriendinnetjes oefenden we hele middagen op onze kamers. Northern Soul was heel erg working class maar tegelijkertijd heel snobby. Je moest wel naar de juiste platen luisteren en net dat ene jasje dragen. Daardoor verdween het ook weer in obscuriteit. Maar de de laatste jaren is het opeens weer hip en kan ik er eindelijk op dansen. Ja, ik kan het nog steeds.'

Tekst gaat verder onder de Spotify-link.

4. Product: Soeplepel van Arne Jacobsen

'Eind jaren vijftig ontwierp Arne Jacobsen een servies voor Georg Jensen, een prachtig familiebedrijf in fijnmetaal. Het servies was ontworpen voor het SAS Royal Hotel in Kopenhagen, waarvoor Jacobsen ook het gebouw had ontworpen. Ook zijn beroemde stoelen Swan en Egg zijn onderdeel van dit ongelooflijke gesamtkunstwerk.

'Mijn favoriet is dat servies dat zo superminimalistisch is dat het door Stanley Kubrick is gebruikt in de sciencefiction film 2001: A Space Odyssey. En van dat servies is de soeplepel mijn favoriet. Het is asymmetrisch, zodat het aangenaam in de mond past. De bol bevat precies de ideale hoeveelheid soep. De vorm ervan is zo bepaald dat de soep precies genoeg afkoelt. Als de lepel slipt, valt de soep ook nog van je af.

'Dit is hét schoolvoorbeeld van form follows function uit de vorige eeuw, industrieel design zoals het moet zijn. Democratisch in uitstraling, functioneel in gebruik en efficiënt te produceren. Als over elk product toch eens zo intelligent en empathisch zou worden nagedacht...'

Soeplepels van Arne Jacobsen.

5. Dans: Michael Clark Company

'Ik doe veel vrijwillig werk in de kunstwereld. Ik vind dat een verplichting als je een positie bekleedt waarin je voor bepaalde mensen of instellingen het verschil kunt maken. Zo zit ik in de raad van toezicht van het dansgezelschap Michael Clark Company.

'Ik zag Michael voor het eerst in de jaren tachtig en nog steeds is hij een van de meest bijzondere dansers en choreografen van onze tijd. Hij is getraind als een klassieke balletdanser en vermengt dat met popcultuur en Schotse volksdans. Hij is een Schot, vandaar. Bovendien integreert hij allerlei kunstvormen in zijn performances, zoals kunst, mode, decors, muziek, lichtdesign. Hij werkt samen met andere creatieven, zoals videokunstenaar Charles Atlas of muzikanten als Jarvis Cocker. Let op, ze komen dit najaar naar Nederland.'

Tekst gaat verder onder de video.

6. Hotel: Tawaraya Hotel, Kyoto

'Ik reis graag naar landen met een idiosyncratische cultuur. In Japan voel je de spanning tussen de eeuwenoude tradities en de moderne westerse cultuur. De tegenstelling is samengebald in het hotel Tawaraya, een modernistische ryokan, de traditionele Japanse herberg. Van buiten valt het gebouw nauwelijks op maar eenmaal binnen betreed je een unieke wereld; dat zie je vaker in Japan.

'De traditionele ryokan met het houten stoombad, de vloer met matten, de lage tafels en de rijstpapieren wanden, zelfs de slippers en de badjas, alles is uitgevoerd in een strakke stijl maar dan met Japanse harmonie. Ik geloof dat het Le Corbusier was die zei dat hij zijn gebouwen bekeek als een filmset. Dat is bij Tawaraya ook het geval. Op het einde van de gang zit een raam met uitzicht op een prachtige bloesem in de tuin. Bij volle maan is er een theeceremonie op het dak. Een minpuntje: je moet ongeveer een jaar van tevoren boeken.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Het Tawaraya Hotel in Kyoto.
De Scafell Pike in het Lake District.

7. Wandeling: Scafell Pike in het Lake District, Engeland

'Ik ben een northerner en geniet dan ook intens van a proper country walk. Het mooiste landschap van Engeland is het Lake District. Ik kwam hier vroeger al met mijn familie. Het is woest en verlaten maar ook lieflijk als het Engelse platteland kan zijn. Het is lyrisch beschreven door Romantische dichters als Wordsworth en Coleridge.

'Aan het einde van de 19de eeuw werden er zelfs speciale dagreizen georganiseerd voor de arme bevolking van steden als Liverpool en Leeds naar dit gebied, dat ook wel de longen van het noorden wordt genoemd. Het Lake District heeft ook de ideale schaal voor menselijk gebruik. Scafell Pike bijvoorbeeld is de hoogte bergtop van Engeland maar laat zich in een dag bedwingen. Fantastisch. Bovendien is het een geweldige stress-verlager. Als je, zoals ik, panisch bent om te vallen, dan denk je die hele dag dus aan niets anders.'

8. Boek: Boom! van Irma Boom

'Ik schrijf boeken. Ik adoreer boeken. Ik verzamel ze. Maar Irma Boom máákt ze. Daarom is zij een van mijn favoriete ontwerpers. Haar boeken zijn verleidelijk, pervers, ophitsend, bedwelmend. Haar meest bizarre boek is Boom!, een boek ter grootte van een lucifersdoosje met daarin al haar boekontwerpen. Het is zo klein dat ik een vergrootglas nodig heb om het goed te kunnen zien. Maar het is haarscherp gedrukt. Om de zoveel jaar verschijnt er een nieuwe uitgave van omdat ze weer nieuwe, bijzondere boeken heeft gemaakt. Het is een boek dat nooit af is.'

Alice Rawsthorn is spreker op What Design Can Do (WDCD) in Muziekgebouw Het IJ in Amsterdam. Op deze tweedaagse designconferentie (23 & 24 mei) wordt ingezoomd op de rol die mode, design en architectuur kan spelen in de grote vraagstukken van onze tijd. whatdesigncando.com.

CV

1958 geboren in Manchester

1985-2000 correspondent Financial Times

2001-2006 directeur Design Museum London

2006-heden designcriticus The New York Times

2010-heden columnist kunstmagazine Frieze

2011 publicatie Hello Word: Where design meets life (Penguin)

2014 benoemd tot Officer of the Order of the British Empire

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.