'Demmink genoemd in zedenzaak'

Naar Demmink is volgens een oud-rechercheur wel degelijk onderzoek gedaan in een kindermisbruikzaak.

UTRECHT - De naam van voormalig topambtenaar Joris Demmink is genoemd tijdens een politieonderzoek naar kindermisbruik in 1997. Ook de namen van drie hoofdofficieren van justitie kwamen naar boven. Dat heeft voormalig zedenrechercheur Leen de Koter woensdag onder ede verklaard in de Utrechtse rechtbank.


Zijn uitspraak is brisant, omdat minister van Justitie Ivo Opstelten in 2012 nog aan de Tweede Kamer heeft gezegd dat Demmink 'op geen enkele wijze' in het zogenoemde Rolodex-onderzoek naar voren is gekomen. 'Dat klopt niet', aldus De Koter. Wel zei hij dat er tijdens het onderzoek geen bevestiging is gevonden van ontucht door de vier 'hooggeplaatsten'.


Opstelten sprak woensdag tegen dat hij de Kamer fout heeft geïnformeerd. Hij blijft bij zijn woorden. Ook de teamleider van het Rolodex-onderzoek, Jaap Hoek, ontkent dat Demmink destijds in beeld kwam als mogelijke verdachte van misbruik van minderjarigen. 'Ik kan mij niet herinneren dat ik zijn naam in dit onderzoek ben tegengekomen', zei hij dinsdag tegen de rechter-commissaris.


De voormalige zedenrechercheurs deden hun uitspraken tijdens de civiele procedure die is aangespannen door De Roestige Spijker. Deze stichting wil dat 'de waarheid' over de voormalige secretaris-generaal boven tafel komt. Om dat te bereiken worden deze week, en de komende weken, diverse getuigen gehoord. Demmink wordt al jaren achtervolgd door nog altijd onbewezen pedofiliegeruchten.


Leen de Koter, die nu directeur is van een particulier recherchebureau, stelt dat staatssecretaris Fred Teeven zijn verhaal kan bevestigen. Die was destijds als officier van justitie de leider van het onderzoek. De Koter vertelde de rechter dat Teeven leiding gaf aan werkoverleggen, waarin met naam en toenaam werd gesproken over Demmink en over de drie hoofdofficieren.


Het Rolodex-onderzoek begint in 1997, als in een agenda van twee 'schandknaapjes' telefoonnummers worden gevonden van mannen met hoge functies bij justitie. Daarnaast wordt er iemand voor kindermisbruik aangehouden, zegt De Koter, die vertelt over andere mogelijke verdachten. 'De hooggeplaatste heren mogen alles, maar ik word gepakt', zou de verdachte hebben gezegd.


Er wordt een bijzonder team geformeerd, dat bestaat uit twaalf rechercheurs van de Amsterdamse Jeugd- en Zedenpolitie, de Rijksrecherche en het Bureau Intern Onderzoek van de politie in Amsterdam. De veiligheidsdienst BVD liet zich op de hoogte houden, aldus De Koter. Het is een zeer geheim 'embargo-onderzoek': de rechercheurs mogen er met niemand, ook niet met hun collega's, over praten.


Het team richt zijn pijlen vooral op een hoogleraar met een huis in Amsterdam-Noord, Ger van R. Hij wordt ervan verdacht misbruik van minderjarige jongens te faciliteren door onder andere ruimte te bieden aan seksfeestjes; in hem zien de rechercheurs een mogelijke spil in een elitair pedofielennetwerk. Op Van R.'s telefoonaansluiting wordt een 'printeractie' uitgevoerd, zodat de rechercheurs weten wie er naar het huis bellen en welke nummers vanuit het huis gebeld worden. Dat blijken, zegt De Koter, vooral 06-sekslijnen met 'jonge jongens'.


Door de Rijksrecherche, zegt De Koter, worden bij de aanvang van het onderzoek vier namen van 'hooggeplaatste' justitiemedewerkers genoemd, onder wie Demmink, op dat moment directeur-generaal vreemdelingenzaken op het ministerie van Justitie. Ze zouden zich schuldig hebben gemaakt 'aan misbruik van minderjarige jongens, meerdere malen gepleegd'. De informatie is afkomstig van de Criminele Inlichtingen Eenheid. Hij weet niet wie de originele bron is. Tijdens het onderzoek vinden de rechercheurs volgens De Koter 'geen nadere aanwijzingen' dat Demmink zich hieraan schuldig zou hebben gemaakt.


Volgens zowel De Koter als zijn teamleider, Jaap Hoek, gaat het Rolodex-onderzoek uiteindelijk 'stuk' omdat het is 'verlinkt'. Er is een lek geweest, weet De Koter zeker. Vanaf het moment dat de telefoon van Van R. wordt getapt, blijft het stil op de lijn. En bij een huiszoeking van het pand in Noord 'leek het of er een schoonmaakbedrijf was binnen geweest', zegt Hoek. De Koter was bij die huiszoeking aanwezig. Volgens hem zijn de videorecorder, -banden en een computer duidelijk weggehaald, 'de kabels waren er nog wel'.


Uiteindelijk levert het onderzoek niets op. Alleen de jongenspooier Alexander van M. en zijn chauffeur worden veroordeeld. Van M. krijgt later proefverlof en wordt door de reclassering tewerkgesteld op een kinderboerderij, aldus De Koter. Hoek: 'Het kan niet anders dan dat er gesproken is door iemand, maar wie, dat weet ik niet.'


Beide getuigen hebben geaarzeld of ze het verhaal konden vertellen. Het stond op basis van anonieme bronnen jaren geleden al in Het Parool en De Telegraaf, maar nu werd het voor het eerst onder ede en in het openbaar verklaard. De Koter heeft in een brief aan de Amsterdamse hoofdofficier van justitie gevraagd om toestemming, maar kreeg geen antwoord.


Beschuldigingen aan adres Demmink aantal keren onderzocht

De beschuldigingen en geruchten over kindermisbruik door Joris Demmink zijn een aantal keer onderzocht. Bij zijn benoeming tot secretaris-generaal op het ministerie van Justitie in 2002 vraagt minister Donner de veiligheidsdienst AIVD uit te zoeken of Demmink chantabel is. Dat blijkt niet het geval. Volgens bronnen op het ministerie is dit veiligheidsonderzoek uitgebreider dan normaal. Het overtuigt opeenvolgende ministers ervan dat er niets aan de hand is.


In 2008 doet een Turkse man aangifte van misbruik door Demmink, in Turkije in 1996, en stelt justitie een 'oriënterend feitenonderzoek' in. Dat leidt niet tot vervolging, ook niet als in 2010 een tweede Turkse man aangifte doet. De minister laat de Tweede Kamer weten dat er is zelfs 'geen begin van bewijs is'. Wat en hoe er is onderzocht, is niet bekend. Het verslag is, net als dat van het veiligheidsonderzoek, nooit geopenbaard. Demmink zegt dat hij sinds halverwege de jaren tachtig niet meer in Turkije is geweest.


In 2013 duikt een Turks document op waarin staat dat hij het land in 1996 wel degelijk zou hebben bezocht. Het is een brief van een officier van justitie, waarin ook staat dat Demmink niet vervolgd zal worden omdat het misbruik is verjaard. Het ministerie van Justitie bevestigt dat de brief 'authentiek' is. Het document is boven water gehaald door advocate Adèle van der Plas, die al jaren onderzoek doet naar Demmink. Begin dit jaar besluit het gerechtshof dat er aanwijzigingen genoeg zijn voor een strafrechtelijk onderzoek. Dat duurt een jaar en mogelijk volgt daarop een rechtszaak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.