'De wind in mijn haar, ik kon rennen'

Marlou van Rhijn ( 21 ) zou nooit kunnen lopen. 'Dat is dus wat anders uitgepakt.' Als snelste vrouw ter wereld zonder benen gaat ze naar het WK in Lyon, dat vandaag begint.

De Blade Babe stroopt haar broekspijp iets omhoog. 'Kijk, dit vind ik zulk gaaf spul. Je ziet adertjes lopen, er zitten zelfs tenen en nagels aan. De huidskleur oogt echt, er zit een soort kous omheen, die is vastgelijmd. Het is alleen wat groezelig, zie ik nu.'


Laat er geen misverstand over bestaan: dat de prothesen van haar kuit en voet zo natuurlijk ogen, is niet bedoeld om haar handicap te ontkennen of te maskeren dat ze haar onderbenen mist. Het doel is dit: 'Ik wil dat iemand eerst mij ziet. En daarna misschien dat er een kapje onder mijn knie zit. Ik draag gewoon jurkjes en korte broeken. Ik vind het een compliment als mensen zeggen: 'Hé, heb je iets aan je knie?' Ik ben niet mijn handicap. Het moet niet zijn: wow, check die benen, maar: hé, kijk dat meisje. Ik ben ook niet die blades. Ik ben een atleet. Een atleet die toevallig op blades loopt.'


Marlou van Rhijn (21), de snelste vrouw ter wereld zonder benen, had op gemakkelijk zittende flatjes de deur van de ouderlijke woning in Purmerend opengedaan. De prothesen van carbon, waarop ze vorig jaar tijdens de Paralympische Spelen in Londen naar goud en zilver snelde en aldus meteen het spontane gezicht van de gehandicaptensport werd, liggen nog in haar auto. Morgen moet ze toch weer trainen. Vijf dagen per week, op Papendal of in het Olympisch Stadion in Amsterdam, of soms in de duinen van Overveen.


In de duinen, toch niet met blades?

'Ja, toch wel. Het is de hel. Verschrikkelijk! Zo zwaar! Je gaat als een slak door het zand. Maar je wordt er heel sterk van.'


Ze werkt toe naar het WK in Lyon, dat vandaag begint. De verwachtingen zijn hooggespannen, ze heeft inmiddels de wereldrecords op de 100, 200 en 400 meter aangescherpt. Op de vensterbank in de keuken staat de trofee van de Gouden Spike, die ze vorige maand in Alphen aan den Rijn won. Daarmee belandde ze in het rijtje van atleten als Patrick van Luijk, Gregory Sedoc, Rutger Smith, Karin Ruckstuhl en Kamiel Maase - allen tweebenig.


Een vraag over haar blades leidt tot een snelle reactie. 'Wil je dat ik ze even pak?' Aan een kunststof prothese - 'gemaakt door Frank Jol, de prothesenkoning uit Hoorn' - zit een gekromd blad van laagjes carbon geschroefd 'van Otto Bock, de sponsor'. Onder aan het uiteinde zijn spikes aangebracht, nu beschermd door een hoesje. Aan de bovenkant zit een mof van stof, waarin ze haar - het is haar eigen, met een lach gekleurde omschrijving - 'stompie' schuift. Met behulp van een luchtafvoerbuisje ontstaat een vacuüm, waardoor de prothese vrijwel onwrikbaar vast blijft zitten. Met de afstelling van het geheel bemoeit ze zich niet. 'Daar heb ik totaal geen verstand van.'


Doet het geen zeer als je ermee rent?

'Grappig, dat vragen veel mensen. Nee, eigenlijk niet. Die koker wordt precies op maat gemaakt. Er schuurt niks, onder aan de stomp zit niks, die hangt een beetje los, de prothese klemt er omheen. Er zit ook nog een laag tussen, een siliconenkous. De koker was eerst iets te groot. Zo heb ik wel ontdekt dat ik toch een soort kuitspiertje heb. Ik ging de prothese in een soort verkramping vasthouden en dat werkte ook nog. Wel hilarisch: ik kampte met een overbelasting van mijn kuitspier.'


Hoe was het om er voor het eerst op te staan?

'Ik herinner me dat Frank mijn hand pakte en meteen begonnen te rennen. Dat is zo typerend voor dit atletiekwereldje. Het is: kom op, we doen het. Hij liet me vrij snel los. Het is een beetje alsof je leert fietsen. Mijn balans is altijd wel goed geweest, ik kon er goed mee overweg. Maar wat zo lekker was: dat ik de wind in mijn haar voelde, ik kon rennen. Op mijn gewone prothesen kan dat niet. Ik heb nogal eens de neiging om te laat te komen. Als ik naar school ging, moest ik haast maken om de bus te halen, maar dat was nooit zo'n succes. Nu maakte ik snelheid. Het was ongelooflijk cool. Ik wist bijna meteen: hiermee wil ik Londen halen.'


Ruim een jaar eerder was ze nog met sporten gestopt. Ze maakte deel uit van de nationale zwemselectie, ze had intensief getraind van haar 12de tot haar 18de, totdat ze na allerlei wisselingen in het team de motivatie verloor. Ze wilde ook weleens weten hoe het was: een studie volgen - commerciële economie aan de Johan Cruyff University - en in het weekeinde lang uitslapen, daarna uitgaan en de volgende dag weer uitslapen. Het beviel niet. Er was geen doel meer, ze miste een uitdaging. Totdat Guido Bonsen belde, de bondscoach van het Nederlandse Paralympische team, met de mededeling dat ze een 'ideale handicap' had voor atletiek. 'Dat vond ik echt een stomme opmerking. Alsof je een manier zoekt om makkelijk te kunnen winnen.' Enkele weken later betrad ze toch op haar gewone prothesen, gestoken in oude sportschoenen, het tartan van de atletiekbaan. 'Ik had uit beleefdheid gezegd: 'O, dat lijkt me wel leuk.''


Toen ze tijdens een trainingskamp in Zuid-Afrika op een afstand van 30 meter tot haar eigen verrassing al drietiende sneller was dan haar concurrenten, wist ze dat ze de Paralympics ging halen.


Het was niet vanzelfsprekend dat ze na de successen in Londen de draad weer oppakte. De roes van het evenement bleek hardnekkig. 'Het post-olympisch syndroom bestaat en ik had het. Het was ook zo groots geweest. Magisch. Een vol stadion, het verblijf in het dorp tussen atleten die allemaal op de top van hun kunnen presteren, op zoek naar het hoogst haalbare in de sport. Het was supervet dat ik er mocht staan. Mocht staan, zo voelde het.


'Ik ging ervan uit dat na twee weken de aandacht wel voorbij zou zijn. Maar het hield niet op. Ik zei zelf ook geen nee. Het was voor mij een mogelijkheid om in die flow van Londen te blijven. Je kon me midden in de nacht wakker maken en dan zou ik graag vertellen hoe het daar was geweest en hoe de races waren gelopen. Ik vond het ook goed voor de sport, die verdient erkenning. Maar ik heb daar ook wel gemengde gevoelens over. Het wordt zo vaak gezegd: de Paralympics krijgen te weinig aandacht. Of: het roeien krijgt te weinig aandacht. Het handballen komt er bekaaid af. Maar je sport toch niet voor de aandacht? Ik vond mijn gouden medaille echt honderdduizend keer vetter dan al die interviews bij elkaar.


'Maar het resultaat was dat ik niet meer op niveau presteerde. Ik was fysiek moe, ik had geen rust genomen. Ik ben dat niet gewend, moe te zijn. Ik vond het ook mentaal moeilijk. Zeker, het WK wordt gaaf, maar het wordt nooit zo supergaaf als Londen was. Dat gevoel was lastig. Pas vanaf februari ben ik er weer vol voor gegaan, ik heb mezelf ook onder druk gezet door ook de 400 meter te gaan lopen. Dat motiveert.'


Ze werd geboren met fibula-aplasie: het kuitbeen ontbrak en de voeten waren vergroeid en misvormd. Toen ze 5 was werd haar rechtervoet geamputeerd, toen die te veel naar buiten ging staan. Op haar 11de volgde de linker.


'Van de eerste operatie kan ik me niet zoveel herinneren, van de tweede staat me vooral bij dat het logisch was. Ik had orthesen ter ondersteuning en ik zag dat het veel moeite kostte om het er goed te laten uitzien. Het enige gekke was dat er een stukje van jezelf afging. Maar dat was het dan wel.'


Er zullen toch wel moeilijke momenten zijn geweest?

'Nou nee, dus. Het is echt niet waar. Het is weleens vervelend, zulke vragen. Iedereen zoekt altijd maar naar een tragisch verhaal. Naar een moment waarop ik toch zeg: 'O, had ik maar normale benen gehad.' Ik moet voortdurend uitleggen dat ik een normaal leven leid. Maar het lijkt wel alsof het bijzonder was dat ik naar een normale school ben gegaan. Dat was het niet. Ik ga ook gewoon naar het strand en loop daar in bikini. Als ik daar al onzekerheid over voel, gaat dat niet verder dan de onzekerheid bij andere meisjes over hun witte benen of dikke buik. Het enige bijzondere is dat mijn normale leven zich op prothesen voltrekt. Maar die zijn zoals jouw benen. Ik vraag ook niet aan jou of je naar een normale school bent geweest en of je wel vrienden kon krijgen?'


Maar negeer je nu niet dat anderen je handicap zien?

'Ik zal nooit ontkennen dat er iets anders aan mij is. Dat zou raar zijn, het is immers zo. Ik vind het wel heel belangrijk te laten zien wat er nog mogelijk is, vooral aan de ouders van gehandicapte kinderen, dat je kunt sporten, je kunt zelfs rennen. Mijn moeder kreeg van een arts te horen dat ik nooit zou kunnen lopen. Dat is dus wat anders uitgepakt.'


Er zijn ook gehandicapten die nooit zullen kunnen sporten.

'Ik ben niet alwetend, ik weet niet wat er allemaal mogelijk is als je in een rolstoel zit met een slangetje door je neus. Maar ik ken ook een spastisch meisje, ik sta er echt van te kijken wat zij nog allemaal kan. Ik verzet me tegen het wegstoppen. Jij hebt je maar aan de maatschappij aan het passen, de maatschappij past zich niet aan jou aan. Op de lagere school kreeg ik met gymles vaak te horen: 'Nou, hier kan je toch niet aan meedoen.' Dan was ik maar weer scheidsrechter. Dat zie je in andere vakken toch ook niet? Ik haatte wiskunde, maar een leraar zei nooit: 'Weet je wat Marlou, dit lukt je niet, ga maar wat anders doen.' Je kunt best wat creativiteit op school verwachten. En het doel hoeft echt niet een gouden plak te zijn.'


Voel je je een voorbeeld voor andere gehandicapten?

'Je zou het bijna denken, hè. Wat ik hoop is dat ik de mensen vertegenwoordig die er net zo over denken als ik: dat er nog best veel mogelijk is en dat er niet overal treurigheid achter schuilt. Het is geen wetmatigheid dat je eerst iets hebt moeten doorstaan en dat je dat hebt overwonnen.'


Zelf had ze ook een held: Oscar Pistorius, de Blade Runner uit Zuid-Afrika, die langs gerechtelijke weg deelname aan de Olympische Spelen afdwong. Hij wordt nu beschuldigd van moord op zijn vriendin.


'Ik heb hem een paar keer ontmoet, tijdens wedstrijden. Wat er is gebeurd, is natuurlijk ongelooflijk tragisch. Verder kan ik er niks over zeggen. Maar als atleet heeft hij zo veel betekend. Oscar heeft de hele wereld laten zien dat alles mogelijk is. Er is dat filmpje van Nike, waarin hij ook zegt dat anderen vertelden dat hij nooit zou kunnen lopen. En dan: 'Look at me now.' Dat heeft zo veel mensen de ogen geopend. Hij was een inspiratie voor heel veel mensen. Wat hem typeerde, was dit verhaal. In Afrika was een heel dorp groot fan van een bepaalde voetballer. Daar woonde ook een jongetje zonder benen. Die werd min of meer verstoten. Hij was niet cool, hij kon niet voetballen. Oscar is ernaartoe gegaan en is tegen die populaire voetballer om het hardst gaan rennen. Hij won. Sindsdien hoorde dat jongetje er weer bij. Dat vond ik zo geweldig. Hij liet het dorp zien dat een handicap niet zielig of eng is. Maar ik kan hem alleen nu niet meer als voorbeeld aanhalen, dan voer je hem toch als één figuur op, in al zijn facetten. Maar ik vind niet dat je mag vergeten wat hij voor de sport gedaan heeft.'


Heb je nog wel dezelfde ambitie als hij: rennen tegen atleten met twee benen?

'Ik denk dat hij het maar om één reden gedaan heeft: hij wilde concurrentie. Oscar loopt 45 seconden over de 400 meter, dat is echt verschrikkelijk hard. Op de Paralympics staat er nooit iemand anders op de finishfoto. Je zoekt competitie. Als ik 10,2 haal op de 100 meter, zou ik misschien ook wel bij de mannen willen gaan lopen.'


Jouw competitie is toch al beperkt? Er zijn op internationaal wedstrijdniveau vier atletes die met twee geamputeerde benen rennen, en ruim twintig met één been.

'De groep is niet zo groot, dat klopt. Maar hoe groot is de concurrentie in schaatsen, eigenlijk? In roeien? Maakt dat een olympische medaille minder waard? Ik heb de 100 meter onder de 13 seconden gelopen en die 12,9 is gewoon echt hard. Ik heb ook een wereldrecord op de 400, daar hecht ik wat minder waarde aan. Die tijd is niet veelzeggend. Je gaat zelf ook voorwaarden stellen aan je prestaties. Ik vind het bijvoorbeeld belangrijk dat mijn tijden sneller zijn dan die van de eenbenigen, dat wel. Dan ben ik de beste op blades. Als je naar mijn races in Londen kijkt, dan waren die verschrikkelijk gaaf, ook die waarin ik zilver haalde. Ik zat op de 100 meter zeshonderdste van nummer één af en eenhonderdste van nummer drie, op de 200 meter ging het ook slechts om tienden. Dat maakt me gelukkig. Die spike daar in de vensterbank won ik met een wereldrecord. Dat stond al zo'n vijftien jaar. Dan zijn er heus wel meer pogingen geweest de tijd te verbeteren, maar al die tijd heeft niemand harder gelopen dan ik. Ik ben ervan overtuigd dat ik ook had gewonnen als de concurrentie groter was geweest. Bij de 100 meter op de Olympische Spelen ging het in principe ook om twee atleten: Usain Bolt en Yohan Blake. Dat is juist heel vet.'


Heb je nou voordeel van die blades?

'Ik vind het heel lastig, ik weet het niet. Het lijkt me vrij duidelijk dat er verschil is tussen een voet en een blade. Er ligt die uitspraak van het Arbitragehof in Lausanne, het Internationaal Sporttribunaal, dat het niet oneerlijk is om ermee te lopen. Dat is de realiteit.'


Je hebt toch profijt van vering?

'Hier, probeer 'm maar eens in te drukken. Dat is onmogelijk. Ze veren niet. Maar er zit wel een demping in, een bounce. Op vertraagde beelden zie je dat, ze buigen iets door. Je krijgt precies de kracht terug die jij erin stopt. Maar dat betekent ook dat als je een misstap maakt door 'm een klein beetje schuin neer te zetten, het vijf of zes stappen kost om te corrigeren. Dat is 10 meter. Twee misstappen en je kunt het wel vergeten. Dat is moeilijk. Er is geen voet of er zijn geen tenen die een misser onmiddellijk rechtzetten. Het sturen gebeurt bij mij vanuit de heupen, de trainingen zijn heel erg gericht op rompstabiliteit. In mijn eerste 20 of 30 meter moet ik veel kracht leveren om de blades met me mee te laten gaan. Die zijn nog stijf. Het duurt een tijdje voordat de energie van die demping erin komt. Dat is heel zwaar.'


Je voelt geen verzuring in je spieren, dat is nog een verdachtmaking.

'Dit is ook zo'n mooie. Ik dacht eerst ook dat het waar was. Totdat ik de 400 meter ging lopen. Ik heb 'm vier keer gedaan, en ik ben echt strompelend de finish over gekomen. De verzuring voel je in je bovenbenen en je billen - de beroemde 400-meterbuttlock. Je kunt echt je benen niet meer omhoog krijgen. Maar eerlijk gezegd kan de hele discussie me wel een beetje gestolen worden. Ik wil graag rennen en winnen, tegen wie dan ook, daar gaat het mij om.'


Toen je 10 was, zat je op de theaterschool. Je wist wat ze wilde worden. Geen musicalacteur, nee, musicalster.

'Dat willen winnen, altijd maar competitie aangaan, dat komt echt uit mezelf. Mijn ouders hebben me nooit gepusht, maar thuis is mij nooit verteld dat iets niet kan. Als ik wilde skeeleren, zeiden mijn ouders niet dat ik dat maar beter kon laten. Zwemmen, atletiek, alles mocht. Er wordt altijd gezegd dat ik veel vechtlust heb, maar als iemand vechtlust heeft getoond al die jaren, dan is het mijn moeder geweest. Je moet het maar te horen krijgen dat je kind nooit zal kunnen lopen. Haar reactie was: stik maar, het gaat wél lukken. Zij heeft mij het zelfvertrouwen gegeven. Maar hoe hard ik loop, welke tijden, ze heeft echt geen idee. Toen ik in Londen zilver won in plaats van goud, stond ze net zo hard te juichen. Mijn ouders willen maar één ding: dat ik gelukkig ben.'b


Guido Bonsen, bondscoach van het Nederlands Paralympisch Team: 'Voordat ik haar belde, had ik Marlou nog nooit zien lopen. Ik had vernomen dat iemand die aan de Cruijff University studeerde op twee prothesen liep en dat je dat niet kon merken.


'Wat me meteen opviel, was haar bewegingstalent. Haar balans is heel goed, de symmetrie klopt. Ze is ook in staat heel snel haar spieren aan te spannen, zonder de boel te forceren.


'En ze was vanaf het begin af aan enthousiast. Ze deed trouw de oefeningen, ze deed vaak meer dan ik vroeg, had ze toch een rondje extra gedribbeld. Het is een echte winnaar. Hoewel ze serieus traint, haalt ze het plezier vooral uit de wedstrijd. Dan levert ze altijd wat extra's. Onderschat haar prestatie niet. Ze had tot drie jaar geleden nooit harder dan 3 kilometer per uur gelopen, nu haalt ze de 30.'


MARLOU VAN RHIJN

Marlou van Rhijn woont samen met haar ouders, zus en een pleegbroer in Purmerend. 'Maar hij is echt mijn broertje hoor. Er zit niks idealistisch achter of zo. Dit gezin geeft heel veel om kinderen.'


Marlou van Rhijn (22 oktober 1991) is geboren in het Noord-Hollandse Monnickendam en woont in Purmerend. Ze studeert commerciële economie en is 's werelds snelste atlete op de 100, 200 en 400 meter in de zogeheten klasse T43. Ze werd geboren met fibula-aplasie: het kuitbeen ontbrak en de voeten waren vergroeid en misvormd. Toen ze 5 was werd haar rechtervoet geamputeerd, op haar 11de volgde de linker.


Marlou van Rhijn is in het bezit van drie wereldrecords:

100 meter (12,96 sec, Berlijn, juni 2013); 200 meter (26,18 sec, Londen, september 2012); 400 meter (61,10 sec, Berlijn, juni 2013).