'De rook stinkt enorm, maar we hebben geen andere keus'

In de Syrische stad Aleppo speelt zich een humanitaire ramp af nu het regeringsleger het oostelijke deel van de stad volledig heeft omsingeld. Inwoners uit de stad vertellen wat de belegering voor hen betekent.

Brandende autobanden in Aleppo. Beeld reuters

Het chatgesprek is nog maar net begonnen als hij plotseling weg moet. 'Ik heb een belangrijke klus te klaren', schrijft de 27-jarige Younes Shasho op Facebook Messenger. Daarna is hij offline. Een uur later is hij terug. 'Ik heb net even wat autobanden in de fik gestoken', schrijft hij. Als bewijs stuurt hij foto's. Daar liggen ze, kriskras op straat in Salaheddine, een oppositiewijk in het belegerde Oost-Aleppo. Grote, zwarte rookpluimen kringelen de lucht in. 'We hebben ze in brand gestoken met plastic, want de benzine in de stad is op. Daardoor stinkt onze wijk nu erg, maar we hebben geen andere keus. Dit is de enige manier om de luchtaanvallen tegen te houden. De piloten kunnen hun doelwitten nu niet meer zien. En het mooie is: het werkt. De luchtaanvallen zijn afgenomen.'

Shasho studeerde voor de oorlog toerisme aan de Universiteit van Aleppo. Hij was genoodzaakt te stoppen toen het regime hem meerdere keren arresteerde nadat hij had deelgenomen aan anti-regeringsdemonstraties. Zoals zoveel Syrische jongeren, besloot Shasho tot een carrièreswitch als media-activist. Hij maakte foto's van 'de misdaden van Assad' en plaatste ze op verschillende Facebook-pagina's. Ook startte hij een eigen YouTube-kanaal.

Volgens Shasho is de situatie in zijn geboortestad nooit eerder zo nijpend geweest als de laatste dagen. 'Er is geen eten, geen brandstof, er zijn geen medicijnen', vat hij de situatie samen. 'De straten zijn uitgestorven. Mensen blijven binnen uit angst voor de vele sluipschutters en luchtaanvallen, die dag en nacht doorgaan. Ook rijden er door het benzinetekort geen auto's meer.'

(Tekst loopt verder onder de foto)

Younes Shashbo in zijn wijk Salaheddine, nadat hij autobanden in brand heeft gestoken. Beeld .
Inwoners uit de wijk Salaheddine houden een Syrische revolutievlag de lucht in. Op de achtergrond kringelt rook de lucht in door smeulende autobanden. Beeld Younes Shsashbo

Nauwelijks te eten

Zijn relaas wordt bevestigd door Aref (28), die vijf maanden geleden vanuit Aleppo naar Turkije vluchtte. Hij heeft dagelijks contact met zijn achtergebleven familie. Dat verloopt via WhatsApp en Facebook Messenger, want de internetverbinding in Aleppo is te slecht om te Skypen. Bellen gaat ook niet omdat de telefoonlijnen plat liggen.

'Ik maak me zorgen over mijn familie', zegt Aref. 'Mijn vader is 61. Daarnaast heb ik twee getrouwde zussen met kinderen. Die zijn extra kwetsbaar in deze situatie. Mijn familie heeft alleen nog wat pakken rijst en bulgur in huis. Daar kunnen ze een paar weken op teren. Door de belegering is al meer dan twee weken geen vers voedsel de stad ingekomen. Er zijn wel wat mensen die kruiden als munt en peterselie verbouwen en dat op markten verkopen, maar het is lang niet genoeg voor 300 duizend inwoners.'

De Syrische regering en bondgenoot Rusland hebben vorige week humanitaire corridors opgezet om inwoners in de oostelijke enclave een veilige uitweg uit de stad te bieden, maar de familie van Aref is niet van plan hiervan gebruik te maken. 'Ik heb een broer die als verpleger werkt. Hij is ervan overtuigd dat hij wordt gearresteerd als hij de stad probeert uit te komen. Het regime zal hem ervan verdenken dat hij als verpleger terroristen heeft geholpen. Zo denken de meeste inwoners. Ze zijn bang dat ze door het regime worden gestraft als ze gebruik maken van de corridors.'

Een jongen wordt onder het puin vandaan gehaald na een luchtaanval op de wijk Maysar in Aleppo. Beeld afp

Twee ziekenhuizen operationeel

Abdulkarim Ekzayez van de hulporganisatie Save the Children stelt dat de humanitaire corridors zelfs helemaal niet worden gebruikt. 'Daar zijn drie redenen voor: het geweld rondom de corridors is de laatste dagen opgelaaid, waardoor het niet veilig is om de stad op deze manier te verlaten. Bovendien wantrouwen inwoners de corridors omdat ze zijn geïnitieerd door de autoriteiten. Nog een reden dat ze niet worden gebruikt, is omdat twee van de vier corridors zijn opgezet in regeringsgebied. Inwoners uit rebellengebied voelen er niets voor om via regeringsgebied de stad te verlaten.'

De Syrische arts, die oorspronkelijk uit Aleppo komt, beschrijft de situatie in de stad als 'heel erg zorgelijk'. Behalve het dreigende voedsel- en watertekort, is de medische nood hoog. 'In rebellengebied zijn nog maar twee ziekenhuizen operationeel. Een paar weken geleden waren dat er nog tien. Volgens cijfers van de Aleppo Medical Council zijn er zes tot acht chirurgen actief en negen tot tien overige doktoren, onder wie ook tandartsen.'

Volgens Ekzayez wachten tientallen doktoren buiten de stad op toestemming om Aleppo binnen te komen, maar de oostelijke enclave zit vooralsnog potdicht. Hulpkonvooien met voedsel, medicijnen en andere noodgoederen worden door de autoriteiten geweigerd.

Ekzayez vreest dat het regime de slinkende voedselvoorraad gebruikt als tactiek om rebellen in de stad tot een snelle overgave te dwingen. Deze tactiek werd in 2014 ook al met succes toegepast tijdens de belegering van de centraal gelegen stad Homs.

Rebellen beginnen tegenaanval

De extremistische rebellen van Jabhat Fatah al-Sham (voorheen Jabhat al-Nusra) en Ahrar al-Sham zijn, samen met brigades van het Vrije Syrische Leger, een verrassingsaanval begonnen in het zuidwesten van de stad. De marges zijn daar klein: op sommige plekken zijn de rebellen maar enkele honderden meters weg van de omsingelde enclave. Het regime heeft een aantal cruciale wegen in handen, en stuurt nu in hoog tempo versterkingen. Lees hier meer. (+)

Baby's in een kinderziekenhuis in Aleppo zijn naar de schuilkelder gebracht na bombardementen. Beeld reuters

Hoop verloren

'Het is wachten op hulp van buitenaf, maar ik ben mijn geloof in de internationale gemeenschap allang verloren', zegt Aref, de gevluchte inwoner uit Aleppo. 'De Verenigde Staten hebben het steeds over onderhandelingen, maar daarmee bereik je op dit moment niets. Er is concrete actie nodig. Nu, meteen.'

Media-activist Shasho is ondanks de penibele situatie niet van plan de stad te verlaten. Zijn familie vluchtte vier jaar geleden al naar Turkije, zijn vrouw en twee jonge kinderen zijn in Duitsland. 'Maar ik blijf tot het einde', schrijft hij op Facebook Messenger. 'Mijn broer is vermoord, ik heb vele vrienden verloren. Deze revolutie is niet voor niets geweest. Ik wacht nog steeds op de overwinning.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.