'De festivaloutfit is een cultuurfenomeen geworden'

Mode op Lowlands

De hipste festivaloutfit op Lowlands is rijp voor het museum. Het Centraal Museum viert honderd jaar mode verzamelen met een speciale tentoonstelling.

'De festivaloutfit is een cultuurfenomeen geworden.' Foto Team Peter Stigter.

Een korte broek met enkellaarzen eronder, een naveltruitje of een T-shirt met een bandlogo erop en een bloemenkrans of fedora op het hoofd. Al zomers lang dragen bezoekers van muziekfestivals min of meer identieke kledingcombinaties die nonchalant lijken, maar goed doordacht zijn. 'De festivaloutfit is een cultuurfenomeen geworden', zegt Ninke Bloemberg, modeconservator van het Centraal Museum in Utrecht. Scouts van het museum speuren daarom dit weekend op Lowlands naar de ultieme festivaloutfit, om de trend vast te leggen voor het nageslacht.

Op alle drie de dagen pikken mode-experts goed geklede bezoekers van de Lowlandsvelden. Zij mogen hun outfit laten zien op een catwalk vlak bij de ingang van het festivalterrein. Een jury, die naast Bloemberg bestaat uit onder anderen hoofdredacteur van Harper's Bazaar Cécile Narinx en ontwerpersduo Tessa de Boer en Joris Suk van modehuis Maison the Faux, kiest op zondag tijdens een finalemodeshow dé festivaloutfit van 2017. Voor die kledingset is een plekje gereserveerd op de al lopende tentoonstelling Uit de mode, een selectie van honderd hoogtepunten uit de modecollectie van het Centraal Museum. Het is dit jaar honderd jaar geleden dat het museum begon met het verzamelen van kleding.

Het lijkt het onbegonnen werk te bepalen welke kleding zo beeldbepalend is dat die een plaatsje verdient in het museumdepot. Het is onmogelijk elke modegril vast te leggen. Normaal gesproken laat Bloemberg de kleding die 'gewone' mensen dragen daarom grotendeels links liggen en vult ze de collectie aan met experimentele en grensverleggende ontwerpen.

Een voorbeeld van een outfit. Foto Team Peter Stigter.

De inloopkast van het Centraal Museum bevat inmiddels zo'n tienduizend stukken en is daarmee een van de belangrijkste modeverzamelingen in Nederland. Aan de basis ervan stond jonkvrouw Carla de Jonge, die in 1917 werd aangesteld als eerste betaalde modeconservator van het museum. 'De Jonge had een vooruitziende blik', zegt Bloemberg. 'Door kleding te gaan verzamelen, heeft ze prachtige historische stukken uit verkleedkisten gered.'

Hoewel De Jonge ervoor streed van mode een zelfstandige discipline te maken en ook eigentijdse kleding verzamelde, lag de nadruk in museale modecollecties lange tijd op historische kostuums. Kleding die bijvoorbeeld ter illustratie kon dienen voor 'echte kunst' zoals schilderijen. Nu is dat wel anders en is Bloemberg eigenlijk alleen geïnteresseerd in eigentijdse, meer conceptuele mode. Historische stukken die het museum aangeboden krijgt, neemt ze alleen aan als ze in uitzonderlijk goede staat zijn of een bijzonder verhaal vertellen.

Foto Team Peter Stigter.

Datzelfde geldt voor alledaagse kleding. In de loop der jaren werden door Bloembergs voorgangers Oililykinderkleding en merkloze onderbroeken en sokken in de collectie opgenomen. Bloemberg zou daar vandaag de dag vriendelijk voor bedanken. Ze is op zoek naar wat ze iconische stukken noemt. Ontwerpen die volgens haar van museumkwaliteit zijn omdat ze uitgesproken zijn, finesse hebben of tot nadenken stemmen, omdat het materiaal bijzonder is of ze op een onderscheidende manier zijn gemaakt.

De 3D-geprinte jurk die Iris van Herpen in 2011 maakte, te zien op de tentoonstelling, is er zo een. De jurk werd door Time Magazine uitgeroepen tot een van de vijftig beste uitvindingen van dat jaar. 'Van Herpen ontwierp de jurk op een moment dat ze nog moest uitleggen wat 3D-printen was', vertelt Bloemberg. 'Met dit soort innovatieve ontwerpen wil ik de collectie uitbreiden.'

Maar zijn deze conceptuele ontwerpen, soms niet eens draagbaar, nog mode te noemen? De lijn tussen kleding en kunst is vervaagd. Een installatie zoals Pins and Needles van Bart Hess, een zwart latex pak dat van top tot teen is bedekt met duizenden naalden en spijkers, is niet bedoeld om aan te trekken, maar wordt toch beschouwd als mode. 'Ik zou Hess eerder een multidisciplinair kunstenaar noemen dan een modeontwerper', zegt Bloemberg. 'Maar zolang het lichaam of de catwalk de manier is waarop een kunstenaar zich uit, is het eindproduct mode.'

Veel van die onconventionele kledingstukken komen dan ook niet meer uit iemands kast maar worden direct uit een atelier of vanaf de catwalk door het museum aangekocht. Gevestigde Nederlandse namen als Viktor & Rolf en Bas Kosters, maar ook internationale modehuizen als Comme des Garçons en Maison Martin Margiela zijn met meerdere ontwerpen vertegenwoordigd in de collectie. Het verzamelen van hele oeuvres is echter niet Bloembergs bedoeling. 'Je kunt niet alles wat mooi is kopen en niet elke modeshow zien. Je moet kiezen'.

En dat is lastig. Bloemberg: 'Ik probeer me te houden aan de uitgangspunten die een stuk volgens mij tot een interessante aankoop maken. Is het experimenteel? Worden er verschillende disciplines in gecombineerd? Heb ik plannen de komende vijf jaar een tentoonstelling te organiseren waarbij het zou passen?'

De outfit die op Lowlands wordt gekozen, zal de komende tijd in het museum te zien zijn. Of de kleding daarna in het depot van het Centraal Museum belandt, hangt ervan af of de drager die wil afstaan. Nu maar hopen op goed weer, zodat het museum meer keuze heeft dan regenlaarzen en plastic poncho's.

Uit de mode, t/m 22/10 in Centraal Museum Utrecht.

Foto Team Peter Stigter.

Jonkvrouw met stijl

Jonkvrouw Caroline (Carla) Henriette de Jonge (1886-1972) promoveerde in 1916 op Nederlandse kostuumgeschiedenis. In die tijd een bijzondere prestatie voor een vrouw. Ze bleef in dienst van het Centraal Museum, eerst als conservator en later als directeur. De meeste faam verwierf ze met haar modecollectie. Dat De Jonge werd betaald als modeconservator was uitzonderlijk. In andere musea was dat vaak een onbetaalde erefunctie, bijvoorbeeld voor de vrouw van de directeur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.