'Breng basisscholen niet de genadeklap toe'

Het voortgezet onderwijs zit in de gevarenzone, concludeerde de Onderwijsinspectie onlangs. Dat komt vooral door het belabberde niveau van de basisscholen. En dat komt weer doordat onderwijzers al hun tijd kwijt zijn aan onnozele vernieuwingen, zegt Jeanet Meijs van Beter Onderwijs Nederland.

Een leerling van openbare basisschool De Tiende Penning in Vierpolders. Beeld anp

Het Centraal Planbureau bracht op 8 juni een zorgwekkend rapport uit over de toestand van het onderwijs. Ook Annette Roeters, de inspecteur-generaal van de Onderwijsinspectie, wees er in haar laatste jaarrapport op dat vooral het voortgezet onderwijs zich in de gevarenzone bevindt. Over het basisonderwijs bleek zij zich wat minder zorgen te maken.
Geheel ten onrechte.

De oorzaak van de dalende prestaties in het voortgezet onderwijs ligt immers grotendeels in het basisonderwijs. De Onderwijsinspectie constateerde begin dit jaar nog dat een kwart van de leerlingen in groep 8 op het niveau van groep 6 zit. De situatie is zo kritiek dat herstel van het basisonderwijs geen enkel uitstel meer duldt.

Meisjes met een mbo-opleiding
De oorzaken van deze kritieke staat zijn terug te voeren op een aantal kernproblemen:
Ten eerste gaat het om de belabberde kwaliteit van de pabo's. Die worden grotendeels bevolkt door meisjes met een mbo-opleiding. Onderwijsassistenten en onderwijsgevenden worden in het mbo en op de pabo nog steeds 'competentiegericht' opgeleid.
Dat wil zeggen dat niet zozeer het lesgeven of de kennis van belang zijn, maar: wordt er wel genoeg samengewerkt, wat is de houding en het gedrag van de juf of meester voor de klas? Maakt die elk jaar wel een persoonlijk ontwikkelingsplan (pop), een persoonlijk aanpakplan (pap) of een persoonlijk informatieplan (pip)?

Deze volstrekt op ideologie gestoelde handelwijze wordt belangrijker geacht dan kunnen rekenen, foutloos schrijven, kennis van geschiedenis, aardrijkskunde, ontwikkelingspsychologie en meer van dat soort zaken waaraan we de 'meester' en 'juf' van vroeger herkennen.

Kortom, op de pabo is de student meer bezig met een naar het blijkt slecht voorbereide zoektocht naar zichzelf dan met datgene wat een leerkracht moet kennen en kunnen. Zij levert jaarlijks een groot aantal incompetente leerkrachten af en de ellende begint van voren af aan.

Werkdruk
Ten tweede is er de werkdruk. De juffen en een enkele meester hebben naast hun onderwijsgevende taak tweehonderd extra verplichte taken. Ze worden bedolven onder vernieuwingen, veranderingen, vergaderingen, scholingsdagen, toetsen, testen, beleidsplannen en wat al niet meer.

Het zijn plannen en taken, die opgelegd worden door het ministerie, bovenschoolse directeuren en dure ingehuurde onderwijsadviseurs. Deze zogenaamde kwaliteitsimpulsen worden vastgelegd in beleidsplannen, die opgesteld zijn zonder inbreng en medeweten van diezelfde onderwijsgevenden.

De juffen, die bijna allemaal in deeltijd werken, hebben geen tijd meer om het werk van de kinderen na te kijken en zeker niet om de gemaakte fouten klassikaal met de kinderen te bespreken. Kinderen leren niet meer van hun fouten, omdat het oefenen wordt overgeslagen.

Onderwijsgekte
Door de onderwijsgekte van de laatste jaren en het gebrek aan bagage zijn veel jonge leerkrachten de weg kwijt geraakt. Zij klampen zich vast aan de vele toetsen en testen. Vaak kijken ze met een mal die toetsen na en beoordelen ze de kinderen alleen op de uitslag van die toetsen.

Ten slotte zijn er de vele 'onderwijsvernieuwingen' die de afgelopen decennia het basisonderwijs hebben veranderd met het argument dat zij de kwaliteit van het onderwijs zouden verbeteren. Ver doorgevoerde individualisering van het onderwijsaanbod maken dat veel leerlingen 'voor zichzelf' bezig zijn. Het is geen uitzondering meer dat iedereen bezig is met zijn of haar taak. Het ontbreekt aan rust en structuur in de meeste klassen.

Totale afbraak
Dat er op basisscholen nog iets goed gaat, is te danken aan veelal oudere leerkrachten en schooldirecteuren die zich niets aantrekken van al die veranderingen. Het wordt steeds moeilijker voor leerkrachten om hun werk goed te doen en dat wordt het zeker als bij de volgende onderwijsvernieuwing het 'passend onderwijs' wordt ingevoerd.

Die term is misleidend. Het suggereert onderwijs dat 'past', maar komt in werkelijkheid neer op totale afbraak van het speciaal onderwijs. Vanaf 1 augustus 2012 zullen meer leerlingen vanuit het speciaal onderwijs naar gewone scholen moeten. Men wil de explosieve groei van het aantal leerlingen met leer- en gedragsproblemen in het speciaal onderwijs terugdringen.

De bezuiniging van 300 miljoen euro, die daar bovenop komt, leidt tot nog slechter onderwijs voor alle leerlingen. Scholen hebben er de kennis, de ruimte en het geld niet voor. De kennis omtrent leer- en gedragsproblemen is in de afgelopen tien jaar grotendeels uit het onderwijs verdwenen.

In juni heeft heeft de minister bekendgemaakt dat de groepen in het basisonderwijs vergroot worden van 24 naar 27 leerlingen. Maar in de praktijk zijn er al veel groepen van 30 leerlingen en meer. De minister heeft in de zomervakantie besloten dat de bezuinigingen op het 'passend onderwijs' doorgaan, net als de bijbehorende stelselwijziging.

Genadeklap
De huidige managementstijl zal, als het 'passend onderwijs' wordt ingevoerd en er ook nog een verplichte Citotoets Engels in groep 8 bij komt, de genadeklap toebrengen. Sowieso is 'passend onderwijs' de totaal verkeerde oplossing voor een wel degelijk reëel probleem; het volstrekt uit de hand lopen van de kosten vanwege de instandhouding van een commerciële verwijzingsindustrie en -bureaucratie voor kinderen die speciaal onderwijs behoeven.

De problemen zoals ik hierboven schets zijn niet zichtbaar voor de buitenwereld, maar hebben al enorme schade veroorzaakt. Men zal nog meer externe 'deskundigheid' inhuren, geld voor bovenschoolse activiteiten aanwenden, mannelijke leerkrachten wegjagen, leerprocessen ingewikkelder en complexer maken, nog meer belang hechten aan een opgepoetste buitenkant en leerkrachten frustreren en kleineren met hun onmogelijke opdracht.

Er moet een halt worden toegeroepen aan de veelheid van vergaderingen, overleggen, studiedagen, verplichte taakuren, testen, toetsen en vernieuwing op vernieuwing. En we moeten terug naar het geven van klassikaal goed gestructureerd onderwijs door goed opgeleide leerkrachten.

Jeanet Meijs is bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland.




Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.