Paradeverkenner

'Bij de zweefmolen krijgen meisjes in korte rokjes altijd een extra duwtje'

Ze zijn er weer; de felgekleurde tenten, de poffertjeskraam, de zweefmolen. Het rondreizende theaterfestival De Parade is met ruim 70 verschillende theater- en muziekvoorstellingen neergestreken in Utrecht (tot en met 4 augustus). Een aantal gasten doet verslag voor de Volkskrant. Vandaag:  regisseur Ari Deelder (28).

Ari Deelder (1985) is regisseur. Beeld A.M.C.Fok

Stond jij op de Parade in Rotterdam geen kaartjes te verkopen voor de zweefmolen?
Klopt. Van mijn zestiende tot mijn achttiende heb ik op de Parade bij de zweefmolen gewerkt. Daarna ben ik gaan werken aan voorstellingen, maar de laatste jaren kreeg ik het te druk. Dit jaar was ik voor het eerst in tien jaar weer terug in het zweefkassahokje. Ik draai wel nog regelmatig platen onder de zweefmolen en ik ken de jongens hier goed. Het is ook een manier om me weer even jeugdig te voelen, ik was weer even achttien toen ik in dat kassahokje stond.

Mooie jeugdherinneringen dus?
Mijn ouders werkten vroeger allebei op de Parade, dus ik weet niet beter dan dat ik mijn hele jeugd elke zomer op dit terrein stond. Boulevard of Broken Dreams, Theatro Fantastico, ik heb de Parade in alle vormen meegemaakt. Als kind is er niets leuker dan mee te gaan met een reizend kermis. Om tien uur sta je als eerste op en wacht je tot drie uur wanneer de zweefmolen opengaat. Er waren toen nog geen officiële glazenhalers, dus dat deden wij om de tijd te doden. Met wat geluk vond je onder de tribunes wat geld, dan kon je weer wat snoep komen bij de snoepkraam of een extra rondje in de zweefmolen.

Het is een bijzonder leventje zo, je bent echt deel van de familie. Op een gegeven moment was ik oud genoeg om zelf te werken, bij de JOJO's , de opruim- en vuilnisdienst. Daar heb ik pas geleerd wat keihard werken is. Daarna mocht ik bij de zweefmolen aan de slag. Op je zestiende is dat natuurlijk hartstikke stoer, rock-'n-roll. Daar kwamen alle knappe jongens, je kon er zelf altijd gratis in. Vervolgens kom je erachter dat het daar ook gewoon keihard werken is. Weer iets later ben ik gevraagd om zelf aan voorstellingen mee te doen. Zo heb ik elk onderdeel van de Parade wel meegemaakt.

Ben je liever deel van de Parade dan gast van de Parade?
Ik ben niet zo'n bezoeker. Als ik hier zo rondloop, voel ik mij nog altijd deel van de Parade. De laatste jaren kreeg ik het alleen niet gecombineerd met school en werk. Als de Parade in Rotterdam is, ben ik er wel elke avond te vinden. En ik draai dus nog platen onder de zweefmolen, wat mijn vader Jules ook altijd deed. Zijn plekje heb ik een beetje ingepikt. Het mooie aan plaatjes draaien onder de zweefmolen is dat het altijd prefect klinkt. Jules draait meer jazz, ik draai meer jaren veertig, jaren vijftig rock-'n-roll. Het maakt niet uit, het voelt altijd als precies de juiste muziek.

Wat weet jij als deel van de Paradefamilie wat 'normale' gasten niet weten?
(lacht) What happens in de doorzak, stays in de doorzak. Wat het is, de Parade begint klein in Rotterdam en gaandeweg wordt de groep steeds groter. Aan het einde van de rit sta je huilend afscheid te nemen terwijl je diegene zijn achternaam niet eens weet. Maar je weet wel precies wie er snurkt, wie er seks heeft gehad. Je slaapt maandenlang in tentjes en caravans naast elkaar, je bent geen moment alleen. Het is een heel intense, romantische manier van reizen. En mensen gedijen ook echt bij het publiek. Eigenlijk is alles wat er op het terrein gebeurt een groot toneelstuk. Als je backstage komt, zit je in een heel andere wereld.

En ja, kleine dingen. Bij de zweefmolen krijgen meisjes in korte rokjes altijd een extra duwtje zodat ze net iets hoger door de bocht vliegen en je door de spijlen recht tegen hun stringetjes aan kunt kijken. Als die extra duw wordt gegeven, weten alle jongens van de Parade hoe laat het is.

Er wordt altijd gezegd dat de Parade verschilt van stad tot stad. Heb jij dat ook zo ervaren?
Elke stad heeft zo zijn ding, denk ik. Rotterdam is leuk, maar klein. Den Haag is een heel mooie plek, Utrecht is vaak gezellig druk. Als je in Amsterdam aankomt, heb je er al bijna drie maanden opzitten. Het is daar ook altijd heel erg druk. Je staat langer in de rij voor het eten, langer in de rij voor voorstellingen. Tafeltjes zijn altijd bezet. Dat zorgt soms voor een andere sfeer, mensen worden daar toch een beetje chagrijnig van.

Het is wel leuk om voorstellingen te spelen in Amsterdam, want het zit bijna altijd vol. Zelfs als het heel hard regent, zijn er altijd wel een paar diehards. Maar het grootste gedeelte van het Amsterdamse publiek heeft vaak geen idee waar ze terecht zij gekomen. Dat is ook goed, zo bestaat de Parade. Mensen die hier komen werken, doen het ook niet voor het geld. Dat maakt het zo laagdrempelig. Acteurs vinden het juist leuk om voor een ander soort publiek op te treden. Het is ook best eng. Gaan mensen het wel begrijpen?

Is Paradepubliek meedogenlozer?
Zeker. Als je naar het theater gaat, kom je niet in aanraking met de spelers. Die verdwijnen backstage, in hun tourbus. Voor de artiesten hier is de Parade hun huis. Muzikanten, acteurs, iedereen loopt na afloop over het terrein, ze hebben hun plek als publiek. Dat heeft veel charme. En ja, dan hoor je het ook als mensen het 'helemaal niets' of 'geweldig' vonden.

Je hebt de Parade door al die jaren meegemaakt, vind je dat het erg is veranderd?
Verandering is goed. En het originele idee van de Parade is niet verzand, daar draait het om. Terts (Brinkhoff, red.), de bedenker van de Parade, vertelde mij eens dat hij een straat wilde maken of aanleggen aan een stad, waar mensen naar theater konden kijken. Het is misschien geen straat, maar een steeds groter wordend stukje park. Het ultieme idee komen we alleen maar dichterbij.

Welke voorstelling moeten mensen absoluut zien?
Ik heb zelf nog niet zo heel veel gezien. Vandaag ben ik naar Mono Mono gegaan, een tussendoorvoorstelling onder de brandtoren. Daar zitten allemaal kleine tentjes, heel grappig. Mono Mono was heel leuk. Je krijgt een heel andere kijk op de Parade, meer kan ik niet verklappen.

Ik ben ook naar Nineties gegaan. Daar zag ik eigenlijk best tegenop, ik heb een trauma overgehouden aan de muziek uit die periode. Maar ik ken een van de meisjes, Kiki van Deursen, dus ik was toch benieuwd. Het was ook echt heel leuk, heel energiek. Veel clichés na elkaar die met veel humor worden verteld, zonder sentiment of pretenties. Ze kregen de tent echt op stelten, heel knap. Ik heb nog nooit met zoveel plezier gekeken naar hoe mensen losgaan op gabbermuziek.

Wat is voor jou het leukste onderdeel van de Parade?
Moeilijk. Iedereen zegt de zweefmolen zeker? Het aller leukst van de Parade vind ik dat ik na 28 jaar nog steeds wordt verrast. Vandaag is dat door een voorstelling, en andere keer door ontzettend lekker eten. Geen enkele avond is hetzelfde. En ja, de zweefmolen is en blijft de motor van de Parade. Iedereen wil weten wanneer het laatste rondje is. Soms was ik nog kaartjes aan het verkopen en, boem, hoorde ik het muziekje en ging de rookmachine aan. En je weet, vijf minuten nadat de zweefmolen is gestopt met draaien, houden ook de barren ermee op. Als de zweefmolen niet draait, is de Parade gesloten.

'De zwerver', zo heet de zweefmolen echt. Hij dateert uit begin 1895. Medewerkers van de Parade zagen hem 25 jaar geleden in delen bij de schroot liggen en hebben hem weer helemaal opgeknapt. Hij was bijna overleden en nu heeft hij op de Parade een tweede leven gekregen. Toch een mooi gegeven hoe iets van de schroothoop op de Parade verandert in de koningin van het bal. Nu ja, koning.

In elke Paradestad zijn bijzondere gasten die persoonlijke tips geven; elke donderdag een eigen columnist met zijn/haar visie op de week. Blijf op de hoogte en volg het evenement op twitter.com/vk_events.

Kinderen in een zweefmolen op het theaterfestival de Parade in het Rotterdamse Museumpark. Beeld anp

Ari Deelders zweefhandleiding

Zweven is Leven! Maar hoe moet je afzetten in de zweefmolen zonder zelf uit het bakje te vliegen?

1: Wanneer de zweefmolen zachtjes begint te draaien zet dan je voeten op de grond. De achterkant van het bakje gaat nu omhoog.
2: Haal je voeten van de grond, terwijl de zweef draait gaat je bakje nu schommelen. Leun met je bovenlichaam naar buiten en zodra je bakje weer terug naar binnen beweegt gooi je je benen een beetje naar boven , zoals op een echte schommel, zodat je bakje makkelijker kantelt en je dus makkelijker met je voeten weer bij de grond kan.
3: Elke keer als je hebt afgezet moet je naar buiten hangen, zo gaat je bakje nog verder naar buiten 'Zweven'.
4: Probeer in een goed ritme te blijven anders gaat je bakje draaien en alle kanten op.
5: Kan je niet meer bij de grond, gebruik je lichaamsgewicht en hang met je bovenlichaam naar buiten en gooi je benen omhoog zodat je bakje een beetje kantelt en je weer bij de grond kan.
6: Kijk lief naar de zweefmolen mannen en vraag om een duwtje.

Let op, betreden op eigen risico en zijn je eigen benen te kort ga dan achterop bij een heel knap langer persoon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.