'Beunhazen' storten zich op inburgeringsmarkt: flink meer taalscholen

De commerciële taalscholen voor inburgeraars schieten als paddenstoelen uit de grond. Minister Asscher (Sociale Zaken) signaleert dat 'beunhazen' zich op de lucratieve inburgeringsmarkt storten. Waren er twee jaar geleden nog 128 geregistreerde inburgeringsscholen, inmiddels zijn dat er 171. En er komen er elke maand meer bij.

Elhoucin Zghighad (rechts) volgt taalles in Rotterdam. Beeld Aurélie Geurts

De inburgeringstrajecten zijn sinds 2013 geprivatiseerd. Elke nieuwkomer is nu zelf verantwoordelijk voor het vinden van de juiste cursus en het binnen drie jaar halen van het examen. Er valt geld te verdienen, want iedere inburgeringsplichtige kan maximaal 10.000 euro lenen voor het volgen van lessen. Bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) stond in oktober voor ruim 132 miljoen euro aan leningen uit. Dat bedrag loopt de komende tijd nog verder op, omdat er in 2015 relatief veel asielzoekers zijn binnengekomen die nog niet allemaal aan hun inburgering zijn begonnen.

'We horen verhalen van beunhazen op de taalmarkt', zei minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) onlangs op een conferentie over integratie in het Westland. 'Het is anekdotisch, maar er zijn bureaus bij die mensen voor cursussen ronselen met extraatjes, zoals laptops. En bureaus die erop gericht zijn een zo groot mogelijk bedrag te ronselen, en niet gericht zijn op het zo spoedig mogelijk halen van het inburgeringsexamen.'

Taalscholen kunnen hun inkomsten opkrikken door bijvoorbeeld veel cursisten in één klas te plaatsen of mensen die eigenlijk al klaar zijn voor het examen nog extra lessen te laten nemen.

Cursisten kunnen alleen een lening krijgen als ze naar een school gaan met het Blik op Werk-keurmerk. 'Kwaliteitsinstituut' Blik op Werk bekijkt of een taalinstituut een onderwijsplan kan overleggen en of er voldoende gekwalificeerde docenten in dienst zijn. Maar er worden geen eisen gesteld aan de maximale klasgrootte of het minimaal aantal lesuren per week.

Uit onderzoek in opdracht van het ministerie blijkt dat inburgeraars nauwelijks inzicht hebben in de kwaliteit van het onderwijs en dat de prijs van een cursus amper een rol speelt bij hun keuze - het geld kan immers toch worden geleend. 'De markt lijkt nog steeds met name aanbodgestuurd', schreef Asscher onlangs aan de Tweede Kamer. Het ministerie wil nu een externe toezichthouder aanstellen die de kwaliteit van het onderwijs meer inhoudelijk gaat toetsen.

Les 1: vind maar eens een goede taalcursus

Sinds inburgering aan de markt is overgelaten, zijn liefst 171 aanbieders van taalles opgedoken. Nieuwkomers moeten zelf een geschikte cursus kiezen, maar hoe doen zij dat in 'een wereld van cowboys en graaiers'? Lees hier de reportage.

Er zijn twee groepen inburgeraars: arbeids- en gezinsmigranten van buiten de EU en asielzoekers. Van die laatste groep wordt de DUO-lening kwijtgescholden als zij binnen drie jaar slagen voor het examen.

Uit de cijfers van de eerste groep inburgeraars in het nieuwe geprivatiseerde systeem blijkt dat minder dan de helft binnen de voorgeschreven drie jaar slaagt. Asielmigranten hebben het meeste moeite: van hen slaagde 38 procent voor het inburgeringsexamen op taalniveau A2. Dat niveau is voldoende om basale gesprekjes te kunnen voeren in een winkel of bij de dokter. Wie verder wil komen dan ongeschoold werk, zal de taal doorgaans op een veel hoger niveau moeten beheersen.

Ad Appel, een kritische directeur van een taalschool in Aerdenhout, voorziet dat over een aantal jaar zal blijken dat miljoenen zijn verspild aan mensen die nooit zullen inburgeren. 'De meeste inburgeringsplichtigen gaan dat examen nooit halen, dat is gewoon een feit dat ik in de praktijk zie. Mensen moeten dan weliswaar hun lening terugbetalen, maar van een kale kip kun je niet plukken. Tegen die tijd zal er wel een parlementaire enquête komen.'

Een van de partijen die zich ook op de inburgeringsmarkt heeft gestort, is VluchtelingenWerk Nederland. Dat leidt volgens andere taalaanbieders tot belangenverstrengeling: omdat VluchtelingenWerk subsidie krijgt om nieuwkomers te begeleiden, kan zij mét overheidsgeld nieuwe klanten naar de eigen cursussen sturen. Het onderzoeksbureau rapporteerde bovendien aan Sociale Zaken dat het onderwijs van Vluchtelingenwerk te wensen over laat. 'De klassen zijn te groot en de lesuren weinig productief', staat er te lezen.

VluchtelingenWerk zegt zich niet in dat beeld te herkennen. 'We hebben een maximale grootte voor onze klassen vastgesteld op vijftien inburgeraars.' Ook zegt zij 'neutrale informatie' te verstrekken over de inburgering. 'We bespreken de rechten en plichten en de opties die er zijn. Zo wordt foldermateriaal van meerdere aanbieders aangeboden en worden vluchtelingen op sommige plekken langs verschillende aanbieders gestuurd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.