Opinie

'Amerikaanse presidentsverkiezingen waren helemaal niet spannend'

Alleen in de perceptie van de media waren Obama en Romney verwikkeld in een nek-aan-nekrace, betoogt Rink Hoekstra.

Kranten met het verkiezingsnieuws in Lima, Peru, op 7 november. Beeld ap

Hoe spannend waren de verkiezingen in de Verenigde Staten nu eigenlijk? De Volkskrant kopte dinsdag dat het een 'bloedstollend gevecht om de laatste kiezers' zou worden. Vrijwel alle media achtten de uitkomst onvoorspelbaar. Welnu: dat is aantoonbaar onjuist. Er waren genoeg mensen die op basis van peilingen een zinvolle voorspelling meenden te kunnen doen. Meerdere onafhankelijke peilers en statistici dichtten Obama namelijk verreweg de grootste kansen toe.

Zo voorspelde Nate Silver, statisticus in dienst van The New York Times en beheerder van het populaire blog fivethirtyeight.com vlak voor de verkiezingen dat Obama een kans van 90,9 procent zou hebben om de verkiezingen te winnen. Dit wijkt nogal af van het beeld dat in de Volkskrant en in andere media werd geschetst. Hoe kan het dat velen op basis van de media de indruk kregen dat het een hele spannende race zou worden, terwijl anderen de kansen voor Obama tien keer zo hoog inschatten als die voor Romney?

Een cynicus zou opzet van de media kunnen vermoeden: een spannende race verkoopt beter dan een bijna zekere uitslag. Bijkomend voordeel is het geringe risico: als je een bloedstollend gevecht voorspelt, kun je er achteraf niet volledig naast hebben gezeten, terwijl Silver - terecht of onterecht - vast veel kritiek zou hebben geoogst wanneer Romney zou hebben gewonnen.

Oversimplificeren
Een andere verklaring is minstens zo verontrustend: het oversimplificeren van de werkelijkheid. Dit is verleidelijk wanneer een complex verhaal verteld moet worden, zeker wanneer dat gebaseerd is op statistische informatie die veel mensen als heel ingewikkeld ervaren. Helaas is het kies-systeem in de Verenigde Staten nu eenmaal complex, en zijn peilingen gebaseerd op statistische analyses. Dit moet uitgelegd worden om zinvolle inschattingen over het presidentschap te kunnen maken.

Amerika heeft het unieke systeem waarbij 538 kiesmannen, die op basis van inwonertal zijn verdeeld over de 50 staten, de president kiezen. In bijna alle gevallen geldt dat diegene die de meeste stemmen per staat heeft alle kiesmannen van die staat wint. Uiteindelijk wint de kandidaat die een meerderheid van de kiesmannen achter zich weet. Voor de afgelopen verkiezingen stond de uitkomst bij zo'n 41 staten eigenlijk al op voorhand vast, en ging het vooral om de uitkomsten in de overige negen swing states.

Hier was Obama in tweeërlei opzicht in het voordeel: ten eerste leek hij al een voorsprong in kiesmannen te hebben voor die eerste 41 'zekere' staten, en ten tweede leek hij op basis van peilingen in zeker vijf swing states een veel grotere kans te hebben, terwijl Romney alleen in North Carolina de beste papieren had. In drie staten (Florida, Virginia en Ohio) lag het redelijk dicht bij elkaar, al leek Obama ook daar een voorsprong te hebben. Het aantal scenario's waarin Romney nog kon winnen was eigenlijk heel beperkt: hij zou dan bijvoorbeeld die drie staten moeten winnen, samen met North Carolina en ten minste een van de staten waar Obama behoorlijk voor lag. In elk statistisch model dat je hiervoor gebruikte, waren Obama's papieren beduidend beter dan die van Romney.

Systeem
In veel media, ook in de Volkskrant, is dit kiessysteem wel degelijk uitgelegd. De vraag is echter of dit bij lezers blijft hangen wanneer in andere artikelen wordt gesteld dat het alle kanten op kan, gebaseerd op peilingen over de stemverhouding in het hele land (in plaats van peilingen per staat). Deze landelijke peilingen suggereerden namelijk dat Obama en Romney ongeveer evenveel stemmen zouden krijgen, maar zoals gezegd is dat in het Amerikaanse systeem, in tegenstelling tot het Nederlandse systeem, niet of nauwelijks relevant.

Zulke landelijke peilingen kunnen hooguit gebruikt worden als een inschatting voor de mate waarin de uiteindelijke president de steun van de bevolking heeft, maar het is te simpel deze te gebruiken als indicatie van de verkiezingsuitslag. Van journalisten mag deze kennis worden verwacht, zeker gezien het feit dat nog in 2000 de toen gekozen president George W. Bush weliswaar meer kiesmannen, maar minder stemmen kreeg dan Al Gore.

Een 'nek-aan-nekrace' bleek dus eigenlijk een al bijna gelopen koers. Van de media mogen wij verwachten dat zij zich baseren op de best beschikbare informatie, ook al is die wat moeilijker uit te leggen. En op een beetje kennis van statistiek.

Rink Hoekstra is statisticus aan Rijksuniversiteit Groningen (instituut GION).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.