'Als ze dood zijn, wat doen we dan?'

Op 23 februari vaagde een lawine in het Oostenrijkse Galtür de gezinnen weg van José te Brake en Sylvia Vaarwerk....

Sylvia Vaarwerk (40), vrouw van Tonnie (44), moeder van Freek (8) en Job (6): 'We hadden die ochtend helikopters gezien en hoopten dat het dorp weer was bevoorraad. Daarom gingen we 's middags naar de supermarkt aan de andere kant van het dorp. Ons appartementengebouw, dat Haus Litzner heette, lag aan de hoofdstraat, maar die was al dagen gesperrt vanwege het lawinegevaar. Als je naar een ander deel van het dorp wilde, moest je achterlangs lopen door allerlei kleine straatjes.

'Dat lawinegevaar hebben we nooit als dreigend ervaren. Integendeel. We vonden het een feest om ingesneeuwd te zijn. Tonnie zei: ''Hier heb ik vijftien jaar op gewacht, wat heerlijk dat ik nog niet hoef te werken.'' We beschouwden het als een extra vakantie.

'Toen we met volle boodschappentassen terugliepen - het was rond vier uur 's middags - hoorden we plotseling whoeoeoe. Het werd aardedonker, ineens stond er een ontzettend harde wind. ''Blijf staan'', schreeuwden we naar elkaar. Door de stuifsneeuw en de wind kregen we bijna geen lucht meer. José gaf me een klap op de rug omdat ik zowat stikte. We stonden honderd meter van een schuur af, maar ik dacht dat we daar tegenaan zouden klappen. Zo hard waaide het.

'Ik weet niet hoe lang het duurde, misschien waren het maar een paar minuten. Toen het voorbij was, stond er een man in een rood pak bij ons in de buurt, ook een Nederlander. ''Dat was een lawine'', zei hij. Tjemig, we hadden een lawine meegemaakt. Dat moesten we onze mannen vertellen.

'Zij waren samen met de kinderen naar het dorpsplein gegaan, omdat daar iets voor de jeugd was georganiseerd. Dat was het fijne van Galtür, ze doen daar altijd veel voor de kinderen. Dat was ook een van de redenen waarom we er al jaren kwamen.

'In het centrum lag een bult sneeuw, van de lawine. Er stonden mannen met lange stokken in de sneeuw te prikken. We konden Tonnie, René en de kinderen niet vinden, misschien waren ze al naar huis gegaan. ''Haus Litzner ist nicht mehr da'', zei een man. Dat konden we niet geloven. We liepen achterlangs naar ons appartement. Door de enorme hoeveelheid sneeuw kwamen we maar moeilijk vooruit - we droegen ook nog steeds die boodschappentassen.

'Er was paniek uitgebroken, merkten we. Een man schreeuwde: ''Hier liegen meine Frau und Kind.'' Maar je loopt door, denkt alleen aan jezelf. Onder onze voeten hoorden we het geluid van metaal. We liepen over auto's heen die totaal waren bedolven. Eindelijk kwamen we bij een bocht van de straat vanwaar je het huis kan zien. Maar we zagen niets meer, alleen een berg sneeuw. Toen ben ik heel hard gaan gillen.'

José te Brake (44), vrouw van René (44), moeder van Marthe (9) en Jesper (6): 'Alles wat man was, stond te graven. We zeiden tegen elkaar: ''Misschien zijn ze niet naar huis gegaan, maar naar de rodelbaan aan de andere kant van het dorp.'' Maar daar waren ze ook niet. We bleven zoeken, gingen overal naar binnen. Om zeven uur hebben we op het gemeentehuis gemeld dat we zes vermisten hadden. Een ambtenaar belde voor ons rond of er ergens mensen te veel waren. Maar er waren nergens mensen te veel.

'We moesten naar de sporthal, daar werd een crisiscentrum ingericht. Maar we durfden niet meer naar buiten, zo bang waren we. De mensen van het gemeentehuis zeiden dat het wel kon. In de sporthal werden we heel goed ontvangen. We kregen drinken, eten, sigaretten. We rookten niet, maar die avond zijn we daarmee begonnen.

'We zagen een Nederlandse die ook een appartement in Haus Litzner had gehuurd. We durfden haar niet te vragen of ze onze gezinnen had gezien, zo bang waren we voor het antwoord. Later hebben we haar toch aangeschoten. Ze had René, Tonnie en de kinderen drie kwartier vóór de lawine gezien, toen ze op weg naar huis waren.

'Maar goed, een lawine kun je overleven, zeiden ze in de sporthal. Je moet als een hoepel gaan staan, dan creëer je een luchtbel. Als ze er snel bij zijn, heb je een kans. De mannen zouden wel in zo'n houding boven de kinderen zijn gaan staan, dachten we. Je wilt er gewoon niet aan.'

Anton Mattle, burgemeester van Galtür: 'Het is normaal dat er vanaf de Griesskogls, die twaalfhonderd meter hoger zijn dan het dorp, lawines vallen. Omdat die luchtdrukgolven veroorzaken, hadden we de hoofdstraat afgesloten. Voor de huizen aan die straat bestond geen gevaar. Die lagen in de veilige zone.

'In het weekend was het spannend. Er viel een lawine van de Griesskogls, maar die haalde niet eens de beek naast het dorp. We waren blij, opgelucht.

'Maandag en dinsdag is het weer hard gaan sneeuwen. Om elk risico te vermijden, besloot de lawinecommissie dat de hoofdstraat gesloten bleef. In die commissie, waarvan ik voorzitter ben, zitten achttien leden. Het merendeel is berggids, skileraar of beide. Er zit slechts één hotelier in. We hebben een verantwoordelijkheid voor onze gasten en zouden hen nooit in gevaar brengen. Het is niet waar dat we uit commerciële overwegingen te weinig maatregelen hebben genomen. Wat er is gebeurd, was gewoon onberekenbaar.'

Uit een net verschenen boek over de geschiedenis van Galtür, uitgegeven door de gemeente: 'Haus Litzner, dat in de voorste linie stond, werd finaal vernietigd, door de luchtdruk van binnen uit elkaar gescheurd. Geen van de daar verongelukten had de geringste kans er levend uit te komen. Een kolossale hoeveelheid sneeuw stapelde zich boven de doden op, alleen met de grootste machines kon de lawine worden doorgeploegd.'

José te Brake: 'Die dinsdagavond haalden twee Duitse dames ons op uit de sporthal. Zij stelden hun hotelkamer in Gampeler Hof beschikbaar. Tot drie uur 's nachts zaten we beneden. Een Duitse rechercheur, die daar ook op vakantie was, kwam elk uur langs om te vertellen hoe het er voor stond. Langzaam bereidde hij ons op het ergste voor. We hebben onze families in Nederland gebeld en onze broers gevraagd of ze naar Galtür wilden komen.

'We hebben nauwelijks geslapen, 's ochtends vroeg zagen we vanuit ons slaapkamerraam de legerhelikopters landen. Er kwam een psycholoog bij ons, zo'n ouderwetse, die je aanstaart totdat je wat zegt. Dat was heel vervelend.

'Van hem moesten we naar de brandweerkazerne, waar de vijftien lijken lagen die ze inmiddels uit de sneeuw hadden opgegraven. Dat wilden we niet. We hebben gevraagd of ze de gezichten en bovenlichamen wilden afdekken; aan de broek, sokken en schoenen zouden we René, Tonnie en de kinderen wel herkennen.

'Toen we daar kwamen, waren ze toch niet helemaal van boven afgedekt. De onzen lagen er niet tussen. De psycholoog ging in Gasthof zum Rössle ontbijten, wij moesten mee. Er zaten allemaal hulpverleners te eten. We waren zo gespannen dat we dachten dat we zouden stikken. Ik voelde me daar zo verschrikkelijk unhappy. Misschien kwam dat ook doordat ik ooit in hetzelfde hotel een vakantie met René had doorgebracht.'

Sylvia Vaarwerk: 'Er kwam een nieuwe psychiater die veel beter was. Hij gaf ons slaappillen. ''Jullie móeten slapen, want jullie moeten fit zijn als jullie straks nodig zijn'', zei hij. We hebben een paar uur geslapen. 's Avonds hoorden we dat de broers niet konden komen omdat de helikopters niet meer vlogen. In Gampeler Hof hebben ze ons fantastisch opgevangen. We mochten bellen zoveel we wilden, kregen spullen, tot aan inlegkruisjes toe. We hadden diarree van hier tot ginder, maar geen schone onderbroeken meer. We hadden helemaal niks meer.

'Die avond hebben we - we hadden een aardige slok wijn op - het er echt over gehad. Iemand die lang onder de sneeuw ligt, loopt door zuurstofgebrek het risico van een hersenbeschadiging. ''Als we mochten kiezen, wat kiezen we dan: gehandicapt of dood'', zeiden we tegen elkaar. Eigenlijk wisten we al dat we geen keuze hadden. Daar hebben we die nacht uiteindelijk ook over gepraat: als ze dood zijn, wat doen we dan.

'We hebben helemaal niet doorgehad dat er die woensdag vlakbij Galtür nog een dodelijke lawine is geweest.'

Herbert Aloys, burgemeester van Ischgl en de gehuchten daaromheen, waaronder Valzur: 'In Ischgl is nooit gevaar geweest omdat er lawinehekken staan op de bergen boven het dorp. Boven de gehuchten rond Ischgl zijn de bergen niet verbouwd. Het gebied boven Valzur geldt niet als een lawinegebied. Maar er was zoveel sneeuw gevallen dat het ook daar gevaarlijk was geworden.

'Woensdag de 24ste februari is 's ochtends tot evacuatie besloten van een villawijk in Valzur die gevaar liep. De bewoners stonden op helikopters te wachten, maar die kwamen maar niet. In de tussentijd gingen enkelen even terug naar huis. Ze hebben de ernst van de situatie niet goed ingeschat. Om kwart over vier 's middags kwam er boven in de bergen een relatief kleine lawine naar beneden, maar die bracht een heel groot gebied in beweging.

'Eén huis in de villawijk bleef als door een wonder gespaard omdat er bomen op het dak terechtkwamen die een barrière vormden. Maar links en rechts van dat huis zijn zes andere woningen weggevaagd. Zeven mensen zijn omgekomen, onder wie ouders die nog even terug waren gegaan om speelgoed voor hun kinderen te halen.'

José te Brake: 'Donderdagochtend mochten onze broers, die beneden in Landeck zaten, niet naar Galtür komen. Dat zei een Oostenrijkse arts, die ons helemaal niet aanvoelde. Toen stuiterde Liedeke Vis binnen. Ze is van het psychotraumateam in Utrecht en was speciaal voor ons door de ANWB ingevlogen. Zij was perfect. Ze vertelde dat er 's nachts lichamen waren geborgen. Met onze broers, die later wel naar Galtür mochten komen, zijn we weer naar de brandweerkazerne gegaan.'

Sylvia Vaarwerk: 'Ze toonden een trouwring, maar ik wist het niet zeker, er moest een vergrootglas bij worden gehaald. Tonnie lag in een groene zak. Er liep een oud mannetje rond die zó bezweet en gestresst was. Toen ging de zak open. Ik heb het gezicht gezien, maar herkende Tonnie niet. Hij was zo zwaar beschadigd dat ik hem na de identificatie nooit meer heb mogen zien. Ik moest nog een keer kijken, toen herkende ik zijn snor en kin. Ik zag de angst in zijn ogen. Ik moest aan de buitenkant van de zak voelen of ik zijn handen en knieën herkende. Toen kwam het vergrootglas en was het helemaal duidelijk dat hij het was.

'Mijn oudste zoontje Freek lag naast Tonnie. Hij had zijn kaak gebroken, maar zag er lief uit. Maar de angst die Tonnie uitstraalde, dat was heel erg.'

José te Brake: 'De zak ging een klein stukje open, ik mocht alleen de onderkant van zijn gezicht zien. Een snor. Het was René. ''Mag ik hem kussen'', vroeg ik. Dat mocht. Opeens zei mijn broer: ''Dat is René helemaal niet.'' De man van de kazerne zei: ''Entschuldigung.'' Een andere zak ging open, ook een snor. ''Nu weet ik het niet meer'', zei ik. Even later kon ik me herinneren dat René een pukkel had aan de zijkant van zijn lichaam. Toen bleek dat de tweede René was. Ik had de verkeerde man gekust.

'Jesper lag er heel mooi bij. Er zat sneeuw tussen zijn tandjes, maar dat was niet naar om te zien. Volgens de arts was zijn nek gebroken. Toen moest ik naar Marthe kijken. Haar gezicht lag open van de onderkant van haar neus tot aan de bovenkant van haar schedel. Je keek in een groot gat. Ik wist zeker dat ze het moest zijn, ik herkende haar jas. Toen ik buiten was, ging ik opeens weer twijfelen. Weer naar binnen, maar haar trui klopte ook.'

Sylvia Vaarwerk: 'De kinderen hadden hun jassen nog aan, daarom weten we dat ze ten tijde van de lawine buiten moeten zijn geweest. De mannen waren in het huis, ze hadden geen jassen meer aan. Men heeft ons verzekerd dat allen al dood waren voordat de sneeuw kwam. Het huis is door de luchtdruk geëxplodeerd. Delen van een bankstel uit Haus Litzner schijnen op 500 meter afstand te zijn aangetroffen.

'Mijn jongste zoon Job was nog niet gevonden. We wilden Galtür niet verlaten voordat hij terecht was. Het wachten was afschuwelijk, ik was zo bang dat ze hem niet zouden vinden. Job was de lichtste van het spul, hij was vermoedelijk het verst weggewaaid.

'We zijn nog bij het graven gaan kijken, om er zeker van te zijn dat ze op de goede plek aan het zoeken waren. Op de heenweg zagen we een sneeuwschuiver met een lijk, maar het was geen kind. Iedereen beloofde heilig dat Job zou worden gevonden. Het dorp heeft ons geweldig opgevangen, daar hebben we later de burgemeester nog persoonlijk voor bedankt. De angst stond hem in de ogen, hij was zo vol meeleven. We hebben gezegd dat hij zich niet schuldig moest voelen. Dat dit een natuurramp was.

'Uiteindelijk hebben ze Job in de nacht van donderdag op vrijdag gevonden. Ik uitte haast een vreugdekreet, zo blij was ik dat hij er weer was. Na het ontbijt ben ik naar de kazerne gegaan. Job zag er heel mooi uit. Hij had een wond achter het oor, die was begonnen te bloeden. Misschien is dat gebeurd tijdens het opgraven. Ik heb hem opgebaard. Toen konden we naar huis.'

Anton Mattle, burgemeester van Galtür: 'We hebben in de geschiedenis van Galtür - de kronieken gaan terug tot 1320 - geen voorbeeld kunnen vinden van een lawine die zo ver gekomen is als deze. Zes huizen zijn verwoest. We hebben vele lieve mensen verloren. Vijfentwintig gasten en zes inwoners van Galtür zijn omgekomen.

'We gaan de komende jaren lawinehekken op de Griesskogls zetten. Er komt een nieuwe dijk die het dorp moet gaan beschermen. Haus Litzner wordt niet herbouwd.

'De lawine betekent grote economische schade voor ons. Over het hele seizoen genomen, hebben we 21 procent minder overnachtingen gehad. Wij hebben geen andere inkomsten hier dan het toerisme. Onze boeren kunnen niet tegen die van jullie op. De volgende winter zal zeer moeilijk zijn.'

Herbert Aloys, burgemeester van Ischgl: 'Een Duitse vrouw die in februari hier in het dorp zat, heeft Ischgl en Galtür aangeklaagd. Ze verlangt schadevergoeding en een verklaring dat we schuldig zijn. Daarnaast onderzoekt het Openbaar Ministerie of er nalatigheid is geweest.

'De klaagster wil volgens mij alleen maar horen dat we maatregelen nemen. Er staan twee grote programma's op stapel. De weg door het dal wordt in de komende vijf jaar lawineveilig gemaakt. Dat kost honderd miljoen gulden. Daarnaast worden in de bergen de komende tien jaar extra lawinehekken geplaatst. Dat kost nog eens honderd miljoen.

'In de herfst komt er een mediacampagne over wat er op het gebied van de veiligheid gaat gebeuren. We zullen benadrukken dat het, totdat de maatregelen zijn genomen, nog gevaarlijk kan zijn in dit dal.'

Sylvia Vaarwerk: 'Onze familie, onze vrienden, de buurt, iedereen ving ons bij thuiskomst fantastisch op. Buiten was het wekenlang een bloemen- en kaarsenzee. Dan zie je wat zoiets hier in het dorp betekent. Veertienhonderd mensen waren aanwezig op de afscheidsdienst van René, Marthe en Jesper. Nog eens veertienhonderd kwamen een dag later op de dienst voor Tonnie, Freek en Job.

'Daarna kwam de klap. We waren zo verdrietig, zo gigantisch moe. In een krant stond: ''De moeders zijn de dans ontsprongen.'' Die zin heeft ons veel verdriet gedaan. Wij hebben geen geluk gehad. Waarom hebben wij niet bij hen mogen zijn?

'Tot onze verbazing hebben we gemerkt dat we willen blijven leven. Al was het maar omdat de mannen dat zouden hebben gewild. Maar het is nu, vier maanden later, nog moeilijker. Het gemis wordt groter. We hebben erg veel steun aan elkaar, ik weet niet hoe het anders had gemoeten. We helpen elkaar erdoorheen. Daar kan geen traumateam tegenop.

'De warmte van de mensen om ons heen betekent veel voor ons. We hebben post uit het hele land gekregen. Het is onvoorstelbaar hoeveel moeders schrijven. Onbekenden sturen kaartjes op de verjaardagen: blijkbaar hebben ze de geboortedata genoteerd uit de overlijdensadvertenties.'

José te Brake: 'Het mooiste voorbeeld van een reactie was die van een verzekeringsman. Hij belde en zei: ''Ik zie dat jullie geen reisverzekering hadden, jullie hebben geen schadeclaim ingediend. Maar ik wil zo graag helpen.'' We hebben dat eerst afgehouden, vonden het raar dat hij ons telefoonnummer had. Later hebben we hem toch teruggebeld. Hij kwam langs met foto's van voorwerpen die in het lawinegebied zijn gevonden. Ik herkende op een van die foto's mijn videocamera. Ongelooflijk, ze hebben tussen al dat puin en al die sneeuw mijn videocamera gevonden.

'De band in de camera bleek nog intact te zijn. Er staan beelden op van de kinderen die aan het kaarten zijn, van de ceremonie die René en Tonnie thuis hadden georganiseerd. Zij hadden van het skibureau medailles gekregen voor de kinderen en hebben die thuis uitgereikt. Voor de gelegenheid hadden René en Tonnie zich verkleed. ''Volgend jaar gaan we terug, want we hebben tegoedbonnen gekregen'', zegt Tonnie. Gejuich, we zingen ''Lang zal ze leven.''

'Er staat ook een opname op van Marthe die koffie zet. Je ziet in een close-up haar gezicht heel goed. Daar ben ik ontzettend blij mee. Dat drijft dat verminkte gezicht naar de achtergrond.

'De band eindigt bizar. Op de laatste beelden zie je de afgesloten straat en de berg daarachter. Dezelfde berg heeft hen een dag later vernietigd.'

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.