'Als Rintje maar gaat, de rest maakt niet uit'

Falko Zandstra ging vier jaar geleden ten onder in de strijd om olympische tickets. Vandaag strijden veel van zijn generatiegenoten opnieuw om een plek op de 1500 meter....

'WAT EEN tijden hè', zucht Falko Zandstra als hij de persoonlijke records van zijn vroegere concurrenten ziet. Hij weet dat hij tussen de rappe mannen van de 1500 meter had kunnen staan, misschien wel had móeten staan. Als zijn droom van een lange carrière was uitgekomen, zou de starter hem vandaag in Heerenveen naar de streep hebben geroepen. Dan zou hij hebben gestreden om een van de vier startplaatsen voor de Olympische Spelen. Het Thialf-stadion zou zijn ontploft.

Maar Zandstra (29) verschijnt niet aan de start. En als hij al naar het Thialf komt (hij heeft familieverplichtingen), neemt hij plaats in een van zijn business-seats. Hij zal belangstellend toekijken, meer niet. Zijn gedachten zullen niet afdwalen naar 1992, toen het Thialf-publiek zijn eerste Europese titel vierde door spontaan uit te barsten in het Friese volkslied, toen volwassen mannen na zijn onverwachte overwinning de ogen niet droog hielden.

Ook de kwalificatiewedstrijden van vier jaar geleden zullen hem vermoedelijk niet te binnen schieten. Zandstra herinnert zich nu eenmaal weinig van de strijd die het definitieve einde van zijn loopbaan inluidde. Hij wist zich op geen enkele afstand te plaatsen voor de Olympische Spelen van Nagano. Op zijn geliefde 1500 meter eindigde hij als zevende achter nieuwelingen als Bos en Wennemars en generatiegenoten als Ritsma, Postma en Hersman. 'Reed ik tegen Rintje? Reed hij een wereldrecord? En ik? Een persoonlijk record in 1.50,90? Zo.'

Toch weet Zandstra hoe cruciaal kwalificatiewedstrijden zijn, hoe de druk van invloed is op prestaties. Veel van de kanshebbers van vandaag vechten voor hun laatste kans, zoals hij deed in december 1997. Reputaties tellen niet, fracties van seconden zullen het lot van kampioenen en aanstormende talenten bepalen. Zandstra, tegenwoordig directeur van een bedrijf in dak- en wandbeplating, loopt de kanditaten langs. 'De concurrentie is moordend, net als vier jaar geleden.'

Gerard van Velde (30), 1.48,61.

'Hij mist net die laatste ronde. Ik verwacht meer van hem op de korte afstanden. Wel knap dat hij weer zo rijdt nadat hij een jaar is gestopt. Je ziet dat hij minder bang is voor de bochten.

'Van Gerard had de klapschaats niet gehoeven, denk ik. Voor mij ook niet. Waarschijnlijk had ik nog wel geschaatst zonder die dingen (lacht). Ik denk dat Gerard met zijn schaatsen veel is geholpen door Rintje Ritsma. Die heeft zoveel geëxperimenteerd. Op het bankje van de ijsbaan zit hij nog tussen het hout te wrikken om zijn ijzers goed te buigen. Als Gerard aangeeft dat de bochten niet lopen, dan weet Rintje wel wat hij bedoelt.

'Ik denk niet dat Gerard afziet van de 1500 meter om Rintje te helpen bij zijn kwalificatie. Dat zou te ver gaan. Ze zijn elkaars concurrenten. Ik zou me in elk geval nooit terugtrekken.'

Martin Hersman (27), 1.47,78.

'Hij is de laatste jaren vooruitgegaan, absoluut. Zijn techniek is strakker. Voorheen drukte hij zijn schaats, hoe moet ik dat zeggen, een beetje vaag weg. Nu heeft hij een hele strakke afzet. Er zit kracht in.'

Jeroen Straathof (29), 1.47,76.

'Geen kandidaat. Straathof is een goeie schaatser, maar op het moment dat het moet gebeuren, maakt hij fouten. Dan gaat zijn hand in de bocht naar het ijs. Ik denk dat het de spanning is.

'Zolang je een beetje mee kan draaien en je verdient er nog wat mee is er niks op tegen dat je blijft schaatsen. Straathof is op en top sportman. Vergeet niet dat hij goud heeft gewonnen op de Paralympics. Nee, daar hoef je niet lacherig over te doen. Hij heeft een topprestatie neergelegd, weliswaar op een tandem met een blinde renner, maar toch is het knap. Ik zou het hem niet nadoen.'

Rintje Ritsma (31), 1.47,57.

'Rintje moet de dag van zijn leven hebben. En in Salt Lake nog een keer. Het wordt moeilijk voor hem. Maar hij weet wat timing is. Van de vijf kilometer van afgelopen donderdag moet hij hersteld zijn. Als je goed bent getraind, kan een lichaam binnen 24 uur herstellen. Rintje had op die verloren 5 kilometer geen paarse kop, zo'n boei waarvan je denkt dat hij gaat knappen als hij het ritsje van zijn pak niet opendoet. Dus misschien redt hij de 1500 meter net.

'Psychologische oorlogsvoering? Dat doet Rintje wel, ik vroeger ook tegen Hersman en Straathof. Jezus, jongen wat zie jij er uit, zeiden we dan. Ben je aan de schijterij of zo? Dat ging met een lach natuurlijk, maar als je inderdaad een beetje pips in de kop bent, denk je verdorie, ze zien wel dat ik slecht slaap. Dat kan negatief werken. Maar wie pakt wie? Als Hersman zegt dat hij last heeft van zijn rug, denkt Rintje misschien wel dat hij het gemakkelijker krijgt. Ik zie Hersman daar wel voor aan hoor.'

Ids Postma (27), 1.46,92.

'Onze boer. Ik spreek hem nooit meer. Ik zie hem wel eens fietsen, meer niet. Ids boeit het niet zo. Ids wordt toch boer, zegt hij al jaren. Elke gulden die hij verdient, gaat naar zijn vader. Mijn vader stak juist al zijn geld in mij. Beter! (grijnst). Als Ids op de sprint was doorgegaan was hij een groot kampioen geworden.'

Mark Tuitert (21), 1.46,79.

'Goeie jongen. Als ik zelf het geld zou hebben om iemand te sponsoren zou ik Tuitert kiezen. Ik ben een paar jaar geleden in de zomer nog mee op trainingskamp geweest in Calgary. Ik heb hem drie weken begeleid. Hij zwierde erg, schaatste heel breed. En hij zat wat voorover. Ik heb geprobeerd mijn stijl er een beetje in te brengen. Ik heb het idee dat me dat aardig gelukt is, want je zag hem met de dag vooruit gaan.

'Ik schaatste zelf steeds mee. Dat was leuk. Dan floten de Japanse of Canadese schaatsers naar ons, deden we de jassen uit, maakten de veters vast en gingen weer een rondje. Ik heb nog een rondje 25,6 gereden. Dat is hard. Reed Mark laatst in Inzell 7.40 op de vijf kilometer? Je bedoelt zeker 6.40. Nee? Verdorie, dat zijn vrouwentijden. Toch heeft die jongen veel talent.

'Een type als Tuitert zou ik wel willen begeleiden. Ook bij Peter Mueller. Dat vind ik wel een toffe peer. Mueller heeft me in 1999 nog eens gevraagd om als sprinter terug te komen in zijn ploeg. Ik heb er nog eventjes over gedacht. Heel eventjes maar. Zandstra zie je niet meer in een wedstrijd. Ik ben bijna acht jaar getrouwd, heb twee kinderen. Ik zou mijn familie te veel missen. Dat deed ik een paar jaar geleden al. Ging ik drie weken op trainingskamp, maar was ik na een week al weer thuis. Ik kon het niet aan.'

Jochem Uytdehaage (25), 1.46,32

'Dat is toch die eh, die hé? God, dat is toch geen gezicht. Je voelt toch wel dat je aan het eind van de rit wat aan je kin hebt hangen? Typisch is dat, als je het over hem hebt denk je alleen aan die speekselsik.'

Jan Bos (26), 1.46,25.

'Bos heb ik hoog zitten. Vorig jaar had hij het niet. Maar ik heb het idee dat hij nu stabieler is. Mooie techniek, vooral in de bocht. Net voor hij erin gaat maakt hij een slag, een beetje een loze streek. Een Rus deed dat vroeger ook. Zjelezovski, Goeljajev, ik weet niet wie, een beer van een vent. Bos bereidt de bocht heel goed voor. Dat is belangrijk, want in de bocht bereik je een hogere snelheid dan op het rechte eind. Als je verkeert uitkomt loopt de bocht niet goed.

Ik denk dat Bos geen gemakkelijk persoon is om mee te werken. Ik heb hem aan het begin van zijn carrière meegemaakt. Toen was het een heel nuchter jongetje. Je zag hem veranderen. Ik wil niet zeggen eigenwijs worden, maar hij wist wel wat hij te melden had. Aan Leen Pfrommer heb je dan geen goeie trainer. Ik begrijp wel dat het botste tussen die twee.

'Ik heb ook getraind onder Leen. Ik heb veel van hem geleerd, maar ik weet wat een beul hij is. Als ik thuis kwam van trainingskamp, kon ik mijn fiets niet meer sjouwen. Ik kon verdorie niet eens meer normaal op een stoel zitten, zo'n spierpijn had ik in mijn kont. Maar ik nam gewoon rust. Thuis heb ik zijn trainingsschema's nooit gevolgd, ben je gek.'

Erben Wennemars (26), 1.45,96

'Ik vind Wennemars mooi om te zien. Dat komt vooral omdat hij zo vreselijk wild is. Dat is schitterend om naar te kijken. Heeft een goeie kans. Jammer dat hij zijn oranje schoenen heeft weggedaan. Vond ik mooi.'

Jakko Jan Leeuwangh (29), 1.45,56.

'Jan Jakko Jan Leeuwangh! Hij kan het wel hoor. Heeft toch het wereldrecord gehad? Kan goed met druk omgaan. Mooie stijl. Mag ik graag naar kijken. Als ik van dit hele rijtje de mooiste stijl moet aanwijzen, kies ik Jan Jakko. Heel gecontroleerd. Prachtig.

'De definitieve vier? Even denken. Bos gaat door. Wennemars. Dan hebben we nog twee plaatsen over. Dus ik moet kiezen tussen Leeuwangh, Postma, Rintje en Hersman. Hersman is Nederlands kampioen, die komt erbij. Postma haakt af. Ik denk niet dat hij het redt. Leeuwangh of Ritsma: ik kan het niet zeggen. Ik zou Rintje graag bij de eerste vier zien. Met hem heb ik toch het meeste contact. En hij heeft de mooiste staat van dienst. Als hij gaat, maakt de rest me niet zoveel uit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.