'Als het klem zit, komt er vaak een verrassende oplossing'

Jos van den Heuvel (50) was: leraar basisonderwijs is: begeleider theater met verstandelijk gehandicapten..

'Het was twee weken voor de paasvakantie, 1988, ik weet het nog goed. Ik zat in het basisonderwijs en zei tegen mijn vrouw: ''Ik neem nu vrij en dan kan ik na Pasen weer fris beginnen''. Ik ben nooit meer terug geweest.

Nu werk ik met licht tot matig verstandelijk gehandicapten. Ik zit echt goed op mijn plek. Ik heb een groep van acht deelnemers, die anderhalve dag in de week theater doen als onderbreking van hun werk of andere activiteiten. Ik doe de repetities en regie.

We heten Plu Bo, en we zijn onderdeel van Pluryn, een organisatie in Gelderland voor mensen met een verstandelijke beperking. Eind maart is de première van onze tweede productie, in de Commanderie van St. Jan in Nijmegen.

Mensen zeggen, wat een lef om wat anders te gaan doen. Maar het was geen vrije keuze, ik stond met mijn rug tegen de muur. Pas als ik klem zit, kan ik een stap zetten. Tot die tijd twijfel ik.

Ik werkte al elf jaar in het basisonderwijs, en het was de tweede keer dat ik overspannen thuis kwam te zitten. Natuurlijk waren er dingen in het onderwijs die ik leuk vond. Schilderen, tekenen, handenarbeid, expressie. Ik begon er soms de dag mee, zo'n onzin om dat pas te doen als de kinderen moe zijn. En voorlezen vond ik altijd geweldig.

Maar in het onderwijs heb je ook leerplannen, en doelstellingen. Ik botste daarmee, het wrong. Ik had een gevoel van zinloosheid, al die dingen in die kinderhoofdjes proppen. Maar ja, de ouders willen rapporten, en ik had niet zoveel lef dat ik het programma aan mijn laars lapte.

Al werkte ik niet volgens de boekjes. Ik was bijvoorbeeld met de kinderen oppervlaktematen aan het leren, en ik dacht bij mezelf - wat is honderd vierkante meter eigenlijk. Dan ging ik naar buiten met de kinderen, mochten ze het zelf uitvogelen. En ik maakte eigen werkboekjes voor geschiedenis, met prikkelender vragen, en met een betere lay-out zodat de kinderen hun hanenpoten erin kwijt konden.

Ik was altijd aan het werk, ik kon het niet loslaten. Tijdens de vakanties, in de avonden. Niet alleen leuke dingen. Ik had vaak grote combinatieklassen, dan heb je een bulk aan correctiewerk. En dan de buitenschoolse activiteiten erbij. Gegeven dat ik niet de luchtigste was, werd dat te veel.

Toen ik voor de tweede keer ziek was, vertelde de bedrijfsarts al bij mijn tweede bezoek over een herplaatsingsregeling van het ABP, speciaal voor mensen die voor hun veertigste tekenen van uitval kregen. Ik heb die kans met beide handen aangegrepen.

Mijn vrouw heeft me altijd ontzettend gesteund, en zij had ook een baan. Natuurlijk, het was ook in het belang van het ABP, maar ik profiteer er nog van. Daarom kan ik nu twintig uur werken.

Je krijgt vijf jaar wachtgeld, binnen die vijf jaar moet het gepiept zijn. Het eerste jaar gaat nog wel, het tweede jaar ook, maar dan. De angst slaat toe, het is toch kort. Ik dacht dat ik alleen maar voor de klas kon staan, dat is een makke van veel onderwijzers.

In een herplaatsingstraject gaat het ook over wat je leuk vindt, welke kwaliteiten je hebt ontwikkeld. Er ging een wereld voor me open. Ik las laatst nog eens een dossier van toen door, en er stond toen al iets van drama in. Maar er moest brood op de plank komen, we hadden net een huis gekocht, en wat doe je met drama? Ik kwam op het idee met musea te gaan werken, educatief werk doen.

Scholen bezoeken, kinderen warm maken voor tentoonstellingen. Leskisten maken voor het onderwijs, met leuke opdrachten. Ik ben vrijwilligerswerk gaan doen in een natuurmuseum in Nijmegen, en zou een fantastische vierjarige opleiding gaan doen. Ik had er weer zin in, had richting - dat geeft ook een veilig gevoel.

Om contacten te leggen voor mijn werk ging ik naar de onderwijstentoonstelling in Utrecht, de museumstands langs. Maar mensen daar zeiden dat educatief werk zo jaren zeventig was, er was geen droog brood in te verdienen. Ik liep rond met tranen in mijn ogen, dacht 'oh god, wat moet ik nu'. Ik voel het nog.

Er gebeurde toen iets wonderbaarlijks. Op diezelfde tentoonstelling kwam ik een oude vriend tegen, het contact was wat verwaterd, en hij had vormingswerk met gehandicapten gedaan. In Groesbeek, waar ik ook werkte. Dat team zocht iemand met mijn achtergrond.

Zo kwam ik hier terecht. Het zit tegen het onderwijs aan, maar dan zonder strakke programma's. We werken vanuit deze mensen, hun behoeften. De jongste van de groep is begin twintig, de oudste in de vijftig. Iemand met het Down-syndroom van vijftig is eigenlijk al zeventig, echt een ouder mens. 's Middags slaapt hier iemand in een hoekje, even een dutje doen.

Misschien is de grootste wending geweest dat ik anders ben gaan werken. Mijn houding ten opzichte van mezelf is veranderd, en ten opzichte van mijn werk. Als leraar wil je de boel controleren. Deze mensen voelen dat, en worden daar onzeker van.

Openstaan voor wat er gebeurt, een houding van ''ik waardeer wat zich aandient'' werkt wel. Het is een balans tussen richting geven en loslaten. En ook hier: als het klem zit, valt vaak een verrassende oplossing uit de lucht.

Gaandeweg raak ik het idee kwijt dat er een bepaalde manier bestaat waarop je dit werk hoort te doen, een vaste manier waaraan ik zou moeten voldoen. Thema's aansnijden zoals de emancipatie van verstandelijk gehandicapten, bijvoorbeeld.

Een collega uit Gouda leerde me dat ik mijn hart moest volgen. In de theaterstukken die we maken komen nu de dingen terug die me echt bezig houden. Ik doe dat niet bewust, het sluipt er in. In ons volgende stuk speelt de dood een rol.

Doen wat ik zelf leuk vind, eerst vond ik dat het niet kon, maar het is geen egoïsme. Als ik de dingen doe waar mijn hart ligt, ben ik op mijn best.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.