'Alliantie heeft ons juist verdreven'

'Met mijn familie terugkeren naar Kabul? Oh nee, ik pieker er niet over. Eerst maar eens zien of de nieuwe regering echte vrede brengt, daarna kunnen we altijd het risico nog nemen.'..

Tien jaar geleden vond Ajad Gul zijn buren dood terug in hun huis in Kabul en besloot hij zijn geboortestad te verlaten. De 37-jarige man staat voor de houten poort die toegang biedt tot zijn huis: een modderhut achter een moddermuur in een buitenwijk van de oostelijke stad Jalalabad. Op de kleine binnenplaats, waar mannelijke buitenstaanders niets te zoeken hebben omdat Guls vrouw en dochters er ongesluierd rondlopen, scharrelt een vette kalkoen. In de hoek, onder een abrikozenboom, ligt een felgekleurd kleed waarop drie generaties vrouwen washandjes zitten te breien.

In deze buurt wonen alleen maar vluchtelingen, allemaal uit Kabul. Iedereen wil terug, maar alleen als de interim-regering die vandaag wordt geïnstalleerd, eindelijk rust, vrede en veiligheid brengt. En daar durven maar weinigen op te hopen. De bevolking wordt al 23 jaar verscheurd door oorlog; eerst tegen de Russen die het land bezetten, daarna tegen elkaar.

'Het was een nachtmerrie', vertelt Gul. 'De communisten waren verdreven, maar het regime van de mujahedin was nog veel erger.' In de vier jaar dat zij de dienst uitmaakten, zijn tienduizenden soldaten en burgers vermoord. Elke groep vocht voor zijn eigen belangen: Tadzjieken tegen Pathanen, sji'itische moslims tegen soennitische moslims en stam tegen stam.

'En een groot deel van de nieuwe regering wordt gevormd door mensen die ons indertijd naar Jalalabad hebben verdreven', zegt Gul bitter. 'De Noordelijke Alliantie? De Pathaanse commandanten? Zij zijn degenen die ons land in de problemen hebben gebracht, en ik moet nog zien of ze ons er ook weer uit kunnen trekken.'

Want het is nogal een opgave. Ten eerste is sinds het vertrek van de Taliban binnen een paar weken van wetteloosheid weer duidelijk geworden wat deze religieuze beweging in eerste instantie zo populair maakte bij de bevolking: ze bewaakten in ieder geval de veiligheid. Reizen is in korte tijd praktisch onmogelijk geworden omdat er bij iedere kuil in de weg struikrovers klaar staan om passanten te overvallen.

In de dorpen rondom Jalalabad hebben mannen hun automatische machinegeweren opgegraven die ze in de grond hadden verstopt omdat ze ze anders aan de Taliban hadden moeten inleveren. En grote beslissingen worden weer genomen door een vergadering van de dorpsoudsten in plaats van door de Taliban aangestelde mullahs.

In de steden patrouilleren ondertussen de soldaten van verschillende facties en hun commandanten dreigen met elkaar slaags te raken in een gevecht om de macht. Het is de vraag of zij bereid zijn deze nieuw verworven positie en de bijbehorende bronnen van inkomsten over te dragen aan een nieuwe regering in de verre hoofdstad.

Zelfs als de commandanten allemaal van goede wil blijken te zijn, moet de nieuwe regering het land van de grond af aan opbouwen. Er zijn geen wegen en geen telefoons of faxen. Er is bijna nergens elektriciteit of stromend water, in het hele land is geen enkele fabriek te vinden en dus zijn er nauwelijks banen en, behalve opium, helemaal geen exportproducten.

De 62-jarige buurman van Ajad Gul, Mohammed Khasan, heeft er dan ook weinig vertrouwen in. De man heeft een hard leven achter zich: zijn rug is krom zijn huid gelooid en hij heeft geen tand meer in zijn mond. Net als Gul is Khasan voor de mujahedin uit Kabul gevlucht. Ook hij hoopt er terug te keren. 'Maar tot nu toe zijn er de laatste tien jaar bij iedere nieuwe regering die we kregen alleen maar weer meer mensen doodgegaan', zegt hij briesend.

Ondanks het pessimisme dat in deze wijk heerst, hopen veel Afghanen dat de leiders van vandaag in het verleden hun lesje hebben geleerd en dat zij hun fouten in de toekomst niet zullen herhalen. 'En dat geldt hopelijk ook voor de Amerikanen', zegt Said Karim, een jonge vader van zeven kinderen. 'De Verenigde Staten moeten ons dit keer niet met lege handen achterlaten zodra zij hun strijd hebben gestreden. De VS moet bijdragen aan de opbouw van Afghanistan.'

Hij legt zijn hand op het hoofd van een klein jochie. 'Toen de oorlog begon, was ik zo oud als deze jongen en nog steeds is het niet voorbij.' Karim zucht. 'Mensen zoals ik willen wel. We zijn het vechten zo moe.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.