'Alles wat je maakt is per definitie al zinloos'

Hij is verzot is op het wrakhout van het leven, de losse flarden die schijnbaar toevallig ronddobberen, te grijp voor de schrijver die ze naar een bestemming wil loodsen....

Mijn natuur is dramatisch, dat kan mijn directe omgeving beamen. Bij alles wat ik doe heb ik publiek nodig. Ik wil niet alleen een publiek van lezers. Het moet een publiek zijn dat ook naar toneel gaat, dat naar mijn optredens komt kijken, dat naar mijn site wil gaan, dat boeken wil verzamelen omdat die er zo bijzonder uitzien.'

'Ik sta erom bekend dat ik bereid ben compromissen te sluiten met mijn lezers. Deed ik dat om veel geld te verdienen, dan ging ik wel thrillers schrijven. Dat zou ik kunnen. Maar het zit anders: schreef ik alleen voor mijzelf, dan zou ik ongelukkig zijn. Als iets af is, dan ga ik tot het gaatje om zo veel mogelijk mensen te bereiken.'

Aan zelfvertrouwen ontbreekt het Tom Lanoye niet. Waarom zou hij ook. Onlangs won hij een grote literaire prijs, de Gouden Uil, voor Boze tongen, het derde deel van de trilogie waarin hij ziel en zaligheid van het hedendaagse België bloot wil leggen. Zijn toneelwerk wordt over heel Europa gespeeld, Ten oorlog, zijn herdichting van Shake spea res koningsdrama's, daverde langs de grote theaterfestivals. Sinds kort is hij daarenboven stadsdichter van zijn geliefde Antwerpen, de stad die hij nu gretig kastijdt om haar slonzigheid, haar schandalen en haar xenofobe trekken. 'Vervloekt heb ik u, meer dan Beer schot ooit verloor. Verlaten? In gedachten meer dan eb en vloed uw kades konden boenen. Verraden? Nooit. Maar des te kwader vaak, lijk iedere sinjoor, loop ik uw straten door waarin zo veel zo grondig werd verklooid.' (Uit Mijn moeilijk lief, het eerste stadsgedicht)

Maar even verderop in hetzelfde gedicht slaat de stemming om. Nu aanbidt Lanoye de stad waar hij inmiddels zestien jaar woont. 'Ik smelt voor uw tragiek en blijf u trouw. Ik zing uw renommee. Qua fijne schrans. Uw internationale resonans. Qua bier met col en rock 'n roll met zwans. Uw trotse koppigheid. Uw hoerenchance.'

Zijn columns in het weekblad Humo waren schuttersputjes van waaruit hij de achterkamertjes van de Belgische politiek en de roergangers van de Vlaamse cultuur attaqueerde. Dat alles doet hij tegenwoordig een deel van het jaar vanuit het zonnige Zuid-Afrika. Maar nu, omdat zijn moeder ziek is, omdat een vers toneelstuk moet worden gerepeteerd en omdat hij midden in de voorbereidingen van zijn volgende soloprogramma zit, is hij weer voor langere tijd in België.

Die theatershow moet state of the art worden, ergens halverwege literaire avond en theatershow. Zoals alles wat Lanoye doet helemaal hedendaags moet zijn. In zijn trilogie (1302 pagina's, niet toevallig het jaartal van de Guldensporenslag) gebruikt hij cliffhangers uit soapseries, Shakespeares Richard iii heet bij hem Risjaar Modderfokker en spreekt een Tarantino-achtig gangstertaaltje. Van zijn bril met vijf fikse schroeven boven de wenkbrauwen tot zijn naamloze vennootschap l.a.n.o.y.e., van zijn provocerende waardering voor Abou Jahjah ('een groot politiek talent') tot zijn collectie van uitzinnig vormgegeven boeken is Lanoye een moderne kunstenaar. Maar wel een die verzot is op het wrakhout van het leven, de losse flarden die schijnbaar toevallig ronddobberen, te grijp voor de kunstenaar die ze naar een bestemming wil loodsen.

Op het terras van restaurant Dikke Mee, net buiten de Ring, waar de Antwerpse burgerij onder een dicht bladerdek graag een zonnige zomermiddag doorbrengt, vertelt La noye hoe Genaaid, gebonden & in leer, de Ant werpse expositie van zijn pronkuitgaven, onlangs voortijdig moest worden gestaakt omdat een stuk asfalt dat als decoratieve ondergrond voor de boeken was gebruikt door een vitrine zakte. Overal glasscherven, het was een wonder dat niemand gewond raakte. 'Het enige boek dat schade opliep was uitgerekend De schoonheid van een total loss. Dat is wel een mooi beeld. Je maakt jezelf wijs dat het toeval er is met een bepaalde reden, maar alleen het bruikbare toeval valt op.'

'Kunst bestaat uit heel veel rondrennen, op zoek naar wrakhout.

Ik heb eens gehoord dat er in Japan dichters waren die niet met taal werkten, maar met stenen. Ze reisden het hele land af om stenen te vinden voor de rotstuinen van de keizer. Verzamelde een dichter twaalf stenen, dan had hij een nuttig leven gehad. Ik ben iets ongeduldiger, twaalf stenen zou ik weinig vinden. Ik zou ook lelijke stenen meebrengen, die je dan kunt wassen.

'Daarom komt het goed uit juist nu stadsdichter te zijn. Ik was nog niet benoemd of het hele stadsbestuur en de administratie van Antwerpen werden verdacht van corruptie. Zo mooi kan ik het niet verzinnen. Op zeker moment leek het alsof het stadsdichterschap de enige topfunctie was die nog vervuld werd. Het vreemdste was dat de corruptie wellicht is begonnen bij precies het bedrijf dat mijn gedichten in de reclamebakken van de stad moet hangen. Dat eerste gedicht, Vervloekt heb ik u... kreeg daardoor een enorme lading. Gaat het daardoor de eeuwigheid trotseren, of de gang van de poëzie veranderen? Nee. Maar het is wel een fucking plezant gedicht.

'Levendigheid in de kunst is voor mij belangrijk. In Antwerpen kan ik op straat worden aangesproken door een oud besje dat tegenover me in een bejaardenhuis woont. Zij heeft nog nooit een boek van me gelezen, maar levert wel commentaar op zo'n stadsgedicht. Dat is voor mij volksschrijven.'

U vindt het niet erg herkend te worden op straat?

'Absoluut niet. En dat doet geen afbreuk aan mijn eeuwigheidsambitie. Het is heel prettig dat mijn eerste boeken herdrukt worden. Al schrijf je niet alleen voor het heden, toch is het prettig als wat je schrijft in het hier en nu gevolgen heeft.'

Waarom is juist Antwerpen zo belangrijk voor u?

'Ik zie mijn rol als een kruising tussen stadsnar, stadsdichter, ombudsman en absolute eenling. Dat soort eigenschappen zit ook in een Antwerpenaar. Rotterdam heeft datzelfde. Antwerpen is een grote haven, dat brengt no nonsense met zich mee. De verbaliteit is heel direct.

'Ik moet er niet aan denken in de grachtengordel te wonen. Al die ontmoetingen en babbels kunnen aantrekkelijk zijn, maar er zit mij te weinig beweging in. Antwerpen heeft die coterietjes niet, de kranten zitten in Brussel, de uitgeverijen in Amsterdam. Vroe ger las je als Vlaming de Volkskrant en Vrij Nederland en je keek naar Nederland 3. Die tijd is voorbij. Als ik kijk naar de mode, het theater, de rockmuziek, dan heeft Vlaan de ren een durf en dynamiek die ik in Neder land mis. De breuklijn wordt hoe langer hoe groter. Welke Nederlanders van jonger dan 35 jaar hebben nog Boon of Claus gelezen? On ze literaire voorouders zijn straks heel verschillend.'

Wat veroorzaakt dat verschil met de

Ne derlandse traditie?

'Wij Vlamingen hebben een surrealistische inslag. Laatst in Kaapstad had ik een gesprek met de schrijver en schilder Henk van Woer den. We hadden uitzicht op de Tafel berg, die toch al heel wat surrealistische gevoelens heeft opgeroepen. Wat zegt hij? De willekeur van surrealistische kunst drukt de betekenis eerder weg dan dat het die naar voren laat komen. Mijn Vlaamse antwoord is dan: maar waarom zou je de betekenis van iets aan de oppervlakte brengen? Die zit toch veel beter verborgen, onder wat dan ook.

'De Vlaamse cultuur leeft nu op, na honderden jaren dood te zijn geweest. Vlaande ren had tot voor kort het zelfbewustzijn van een puber, met alle baldadigheid en machismo dat daarbij hoort. Daar kwamen die borstroffels en die vaandelzwaaierij vandaan, en de geïnstitutionaliseerde xenofobie. Dat vertoon van zelfbewustheid kwam voort uit twijfel. Nu is dat goeddeels weg.

'Maar wie als kunstenaar uit zo'n klein land komt, zal automatisch ook over de grens willen kijken.'

Want daar is meer te verdienen?

'Daar is geld te halen, en publiek en professionaliteit.'

Vlaamse kunstenaars hebben vaak ook talent als koopman. Hoe is uw export georganiseerd?

'Ik ben er trots op dat ik handelsgeest heb. Ik ben gedelegeerd bestuurder van de nv l.a.n.o.y.e., mijn vriend en mijn zus zijn de andere bestuurders. En er zijn aandeelhouders. Jaarlijks is er een aandeelhoudersvergadering. Dan spreken we een avond lang met vrienden over de kunst, de wereld, de literatuur, en in het bijzonder mijn plaats daarin. Voor kunstenaars is er in België geen specifieke rechtspositie. Dat juridische vacuüm heb ik opgelost.

'Tegelijk moet ik zeggen dat ik aandelen immoreel vind. Dat is een rare reflex, die eigenlijk niet past bij mijn afkomst uit de kleine middenstand.'

Waarom immoreel? Omdat aandelen een vorm van zelfverrijking zijn die niets bijdraagt aan het algemene belang?

'Ja, zo zie ik dat. Tegelijk is de naamloze vennootschap een van de grote uitvindingen van de mensheid. Een literair bedrijf, zoals Andy Warhol de Factory had, is prettig tegen de leer in. Ik wil geen relikwie van de verzorgingsstaat zijn. Ik heb als schrijver maar weinig subsidie gekregen. Dat is terecht, ik kan het zelf rooien. Geef de subsidie maar aan kunstenaars die moeten leven van gedichten.'

'Werk van mij wordt gespeeld in Duits land en Zuid-Afrika, het wordt vertaald in het Por tugees en het Frans. Dat wordt geregeld door een goedlopende literaire multinational, met balansen die gepubliceerd worden in het Staatsblad. Ook in de vorm waar in mijn schrijverschap gevangen zit, wil ik een kind van de tijd zijn. En deze tijd vraagt om een solide economische positie.'

Het beeld wint aan belang, er wordt steeds minder gelezen. Hoe kan een kunstenaar die zozeer een kind van zijn tijd is, tegelijk een man van de letteren zijn?

'Willens nillens, met lange tanden, verkeer ik in de positie van iemand die zijn standpunten altijd via de taal naar buiten brengt. Ik zou meer impact willen hebben. In het gunstigste geval kan ik beeldend schrijven. Maar ik heb geen enkel talent om met beelden te werken, daar begint het mee. Voor omscholen is het nu te laat. Daar komt bij dat ons taalgebied er totaal niet toe doet. Dus alles wat je maakt is per definitie al zinloos.'

Beschadigde beelden, de Van der Leeuwlezing die u houdt, is een provocerende tekst, waarin u het opblazen van de Boeddha beel den door de Taliban vergelijkt met de aanslag op de Twin Towers. Vanwaar de keuze voor beeldcultuur als onderwerp?

'De actualiteit wordt nu eenmaal gemaakt door beelden. Het is geen toeval dat de Twin Towers, die Boeddhabeelden en het omgetrokken beeld van Saddam Hussein in Bag dad zo'n impact hadden. Die beelden stond niet in de weg, toch vertegenwoordigden ze iets dat vernield moest worden. Beelden zijn cruciaal. Waarom zouden de Ame rikanen geen enkele camera toelaten bij hun gevangenen in Guantanamo Bay?

'Tegelijk zie je dat kleurloosheid, saaiheid en abstractie als betrouwbaar worden beschouwd. De aristocratie hult zich in grijs. zwart en wit. Ik wil betogen dat de frivoliteit, de versiering, de swing het dreigen af te leggen tegen het rationalistische. Ik trek een parallel tussen het zwarte vierkant van Male vich en de Ka'aba, de heilige zwarte steen van de moslims in Mekka.'

Het heeft er wel van weg dat Vlaanderen bij u voor de kleur staat, en Nederland voor het zwart-wit-grijs.

'Hield ik die lezing in Vlaanderen, dan zou ik anders formuleren. Je moet altijd wat te katten hebben. Maar het klopt voor een deel. Dat surrealisme is wezenlijk. Ik kies voor kleur, voor swing. Ik laat de dingen eerder bewegen dan dat ik ze wil analyseren.'

U klinkt als een trotse Vlaming. Waarom woont u deels in Zuid-Afri ka?

'Het begon ermee dat ik hier in Ant wer pen op een feestje een lesbische stand-up comedinne tegenkwam, die het apartheidssysteem in Zuid-Afrika ontvlucht was. Na een minuut had ik al het gevoel: die hier naast me zit is een soort zus. Dat gevoel was wederzijds, en groeide uit tot een warme platonische liefde. Mijn vriend en ik dachten: we moeten weten waar dit zotte wijf vandaan komt. Kort nadat Mandela vrij kwam, zijn we in 1992 de eerste keer gegaan.

'Op de grote parade in Kaapstad heb ik later de toespraken van Desmond Tutu en Mandela gehoord, na hun verkiezingsoverwinning. Dan weet je dat je op een scharnier van de tijd zit. Zoiets indrukwekkends had ik in de Nederlanden nooit meegemaakt.

'Voor iemand die schrijver is, uit België komt, een taalgek is en een politiek beest, is dat land eten en drinken. Het is voor mij wat vroeger Italië en Frankrijk voor veel kunstenaars waren: een plek om te overwinteren in afzondering. Maar ik leer er ook veel over mezelf, over mijn geschiedenis, over die van Vlaanderen en België. Ook in Zuid-Afrika is taal een probleem. Maar daar zie je twee-, drieof viertalige publicaties. De tv-zenders wisselen er de talen af, terwijl in België de talen strikt gescheiden zijn. Ik ken geen enkele Waalse schrijver of acteur of journalist persoonlijk. Omgekeerd worden mijn boeken in Wallonië niet besproken. Dat is bizar.

'Zuid-Afrika heeft me vooral ook schaam tegevoelens bezorgd. Ik ben Frans gaan leren en lezen. Ik vind het beschamend als een Belg slecht Frans spreekt. Terwijl de kracht van het Vlaams juist erin schuilt dat wij die tentakel naar de Latijnse cultuur hebben. Waarom zou je die amputeren?'

U gaat naar Zuid-Afrika voor de rust, maar zoekt er toch de confrontatie op?

'De politiek zoekt ook mij op, zowel daar als hier. België is een kleine zakdoek met wel zes regeringen. Daarvoor moeten allemaal bestuurders worden gevonden. Dat maakt de spoeling dun. Mensen die je twintig jaar geleden in het studentencafé de oren van je kop zeurden, zijn nu minister. Dat haalt je hele beeld van de politiek naar beneden. Dan zie je dat zo'n functie kan worden ingevuld door een figuur die je zelf ook had kunnen zijn.

'Wat mij interesseert is de spanning tussen kroon en persoon, tussen functie en individu. Sommige politici zijn klootzakken, anderen zijn van goede wil, maar maken fouten. Ze proberen de problemen op te lossen door ze niet te hard aan te pakken. Dan gaat het etteren, totdat alles door die vriendelijkheid alleen maar meer naar de verdommenis gaat. Dat is tragischer én tragikomischer dan regelrechte corruptie. Voor een kunstenaar is politiek een heel groot reservoir.'

Als u zo gefascineerd bent door de politiek, waarom wordt u dan zelf geen volksvertegenwoordiger?

'Ik heb me al eens verkiesbaar gesteld bij de gemeenteraadsverkiezingen in Antwer pen, als lijstduwer van Agalev (de groene partij An ders Gaan Leven, red.). Ik vond twee punten heel wezenlijk: het homohuwelijk, en stemrecht voor migranten. Ik kreeg veel stemmen, maar had tevoren gezegd dat ik het mandaat niet zou aannemen.

'Er zijn andere manieren om invloed te doen gelden. Ik was een sterke tegenstander van onze genocidewet. Op dit moment kan de parketrechter in Brussel een klacht van een Chinees over een schending van de mensenrechten in Australië gaan beoordelen. Dan moet je niet zeggen dat de critici de wet belachelijk maken, dan is die wet zelf belachelijk. De Belgische overheid, Michel en Verhofstadt voorop, heeft daarin koket en navelstaarderig gehandeld. Had ik de tijd om daarover een pamflet te schrijven, dan zou dat impact hebben gehad.'

U heeft het niet geschreven. Niemand verbiedt u een maand uit te trekken om tegen de genocidewet ten strijde te trekken. Die keuze maakt u zelf.

'Zelfs iemand die voltijds in de politiek zit, gaat zich niet op elk dossier toeleggen. Maar het is waar, het is een keuze. Als ik volledig in de politiek ga, moet ik het schrijven eraan geven. Ook inhoudelijk is dat niet te combineren. Een kunstenaar en columnist zoekt naar polemiek en naar de meest individuele stellingname. Terwijl een goede politicus een compromis hoopt te bereiken. Dat verdraagt elkaar niet.'

Wanneer gaat Het goddelijke monster verfilmd worden?

'Wat mij betreft morgen. Maar het kost wat om walvissen in de Schelde salto's te laten uitvoeren, zoals het boek voorschrijft. Dat is boven het budget van de Vlaamse tv.'

Sinds de BBC-serie Walking with Dinosaurs is op het gebied van tv-animatie niets meer onmogelijk.

'De trilogie lijkt bedrieglijk eenvoudig om te zetten naar televisie. Ik gebruik technieken uit de beeldcultuur en het scenarioschrijven. Maar dat betekent niet dat de omgekeerde beweging vanzelf gaat. Ik droom er wel van. Geef me geld om een serie à la Ta ran tino te maken met Vlaamse acteurs, in het Neder lands, op prime time uitgezonden, en ik garandeer dat er ophef komt.'

U lijkt de koning Midas van de Vlaamse cultuur. Alles waar u zich mee bemoeit heeft succes. Heeft u er geen last van dat het u zo voor de wind gaat?

'Een paar jaar geleden had ik dat nog, nu niet meer. De eerste tien jaar dat ik schreef waren moeilijk. Het was geen zwarte sneeuw, maar als ik geld op de bank had, voelde ik de dwang het allemaal uit te geven. Ik werd als provocerend gezien: een optreden kon me lezers kosten. En er was geen subsidie voor mijn combinatie van literatuur en variété. De grote lijn had ik al wel, maar ik had last van de dagelijkse terreur om geld bij elkaar te krijgen. Dat heeft me getekend tot iemand die zich niet onder de prijs wil verkopen. Ik smijt het liever over de balk dan dat ik het gevoel heb dat iemand geld achterhoudt dat mij toekomt.'

En is het echt waar dat uw brillen

worden gesponsord?

'Ze zijn van een ontwerper uit Brugge. De bril die ik nu op heb, was de eerste uit de reeks. Meteen toen ik die zag vond ik hem heel knap. Ik had net Een slagerszoon met een brilletje uitgebracht, ben de winkel ingestapt en heb gezegd: ik ga heel beroemd worden. Jullie bril wil ik wel dragen, dat is voor beide partijen goed.

'De man lag slap van het lachen, maar wilde het wel riskeren. Dat is zo gebleven. Als ze een nieuwe collectie hebben, geven ze een seintje. Ik heb een vaste collectie van een 35-tal brillen. Om de zoveel tijd geef ik er een paar terug.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.