Column

'Afschaffen, die Nobelprijs voor de economie'

Sinds ze Nobelprijzen kunnen krijgen, is de arrogantie van economen even snel toegenomen als hun populariteit, schrijft Peter de Waard.

Alvin E. Roth kreeg de Nobelprijs voor de economie in 2012. Beeld epa

De grootste fout in de geschiedenis van de economie is dat er in 1969 een Nobelprijs voor werd ingesteld. Politici staken er vroeger de draak mee, zoals Winston Churchill ('Als je twee economen in een kamer stopt, krijg je twee meningen, tenzij Lord Keynes een van de twee is, dan krijgt je er drie), Harry Truman ('Geef mij een econoom met één arm, want bij de meeste economen is het 'van de ene kant dit en van de andere kant dat') en Hubert Humphrey ('Ik leerde meer over economie van één storm in South-Dakota dan in al mijn jaren op de universiteit').

In 1969 besloot de Riksbanken, de centrale bank van Zweden, ter gelegenheid van het 300-jarig bestaan dat er ook een Nobelprijs voor Economie moest komen. Maandag wordt die bekendgemaakt als laatste in het jaarlijkse prijzencircus.

Protest
De afstammelingen van Alfred Nobel, die de originele prijzen in 1895 instelde (natuurkunde, scheikunde, geneeskunde, literatuur en vrede), tekenden onmiddellijk protest aan. Nobel had nooit een dergelijke prijs gewild. Ten slotte zijn er ook geen Nobelprijzen voor sociologie, psychologie en antropologie.

De Oostenrijkse econoom Friedrich von Hayek, die de prijs in 1974 kreeg, zei dat hij tegen het instellen van de prijs zou hebben geadviseerd als het hem zou zijn gevraagd. 'De prijs kent aan een enkel individu een autoriteit toe die niemand zou mogen bezitten. In natuurkunde en scheikunde maakt dat niet zo uit. Meestal is de invloed van onderzoeken op die gebieden beperkt tot de kleine kring van ingewijden die snel fouten herstellen. Maar de invloed van economen strekt zich uit tot de politiek, de media en het grote publiek.'

Jan Tinbergen
In Nederland wilde niemand een kwaad woord horen over de prijs. Dat kwam vooral omdat de allereerste Nobelprijs voor de Economie ging naar een Nederlandse planningseconoom die een utopisch wereldbeeld had. Jan Tinbergen, oprichter van het Centraal Planbureau, geloofde nog heilig in de maakbaarheid van een rechtvaardige samenleving. Daarbij ging hij gemakkelijk aan de menselijke psyche voorbij, die hebzucht zo vaak laat triomferen over moraliteit. Hoogleraar Jan Pen beschreef het later als zijn tragiek: 'Hoe hoger het ideaal, hoe groter de teleurstelling.'

Sinds ze Nobelprijzen kunnen krijgen, is de arrogantie van economen even snel toegenomen als hun populariteit. Dat komt omdat geen politicus meer een visie kan ontvouwen zonder dat er een theorie van een gezaghebbend econoom wordt bijgesleept.

De beste oplossing is dat het Nobelcomité de prijs onmiddellijk afschaft nu economen collectief hebben gefaald in de crisis. De een-na-beste is elke keer dat een econoom op televisie komt boven in beeld te vermelden: 'In het verleden gedane voorspellingen zijn geen garantie voor de toekomst', zoals vermogensbeheerder in hun reclames moeten doen.

Peter de Waard is redacteur economie, hij schrijft dagelijks een column in de Volkskrant. Reageren? p.dewaard@volkskrant.nl

 
Tegenwoordig kan geen politicus meer een visie ontvouwen zonder dat er een theorie van een gezaghebbend econoom wordt bijgesleept.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.