Opinie

'Afleggen eed bij huldiging Willem-Alexander is een wettelijke ambtsplicht'

De beëdiging of bevestiging van de plechtige huldigingsverklaring is voor alle (aanwezige) leden van de Staten-Generaal een bindend voorschrift, schrijft Frits Korthals Altes.

Koningin Beatrix legt de eed op de grondwet af in de Nieuwe Kerk in Amsterdam in 1980. Beeld anp

De beschouwingen van prof. dr. W.J.M. Voermans en van prof. mr. P. Nicolaï vragen om een weerwoord. Voermans vindt de huldigingseed die de leden van de Staten-Generaal krachtens de wet moeten afleggen, een rare vertoning en meent dat deze in 1983 uit de Grondwet is geschrapt en in 1992 'langs een achterdeur' via een 'vergeten' wetje weer is ingevoerd. De Grondwet zou niets over die eed zeggen. De hoogleraar heeft schromelijk ongelijk.

Tot 1983 waren alle eedsformules (ook die voor Kamerleden en ministers), teksten van formulieren van afkondiging van wetten en dergelijke in extenso in de Grondwet vermeld. In de Grondwet van 1983 is voor de teksten van al deze formules en formulieren verwezen naar de gewone wet. Over de inhuldiging van de koning bepaalt artikel 32: 'De wet stelt nadere regels vast.' Die wet met nadere regels is op 4 juli 1989 ingediend en op 25 februari 1992 aangenomen. Het is de 'Wet van 27 februari 1992 houdende bepalingen inzake de beëdiging en de inhuldiging van de Koning'. Het heeft even geduurd voordat die wet werd ingediend, omdat andere door de Grondwet verlangde wetten, zoals de Bekendmakingswet, de Algemene wet op het binnentreden (van woningen) en de Wet openbare manifestaties, urgenter waren.

Een wet die door de Grondwet wordt voorgeschreven en die in de Tweede Kamer de gebruikelijke schriftelijke en mondelinge behandeling heeft gehad, kan men toch geen achterdeur noemen. Maar er is meer. Tussen de inwerkingtreding van de Grondwet van 1983 op 17 februari 1983 en de inwerkingtreding van de Wet beëdiging en inhuldiging van de Koning van 1992 heeft de verplichting voor Kamerleden om overeenkomstig de oude Grondwet de huldigingseed af te leggen gewoon voortbestaan. De Grondwet van 1983 kende een groot aantal overgangsbepalingen, die, als het om de Grondwet gaat, additionele artikelen worden genoemd. In additioneel artikel XI van de Grondwet van 1983 is met zoveel woorden bepaald dat de eedsformules voor de Koning en de leden van de Staten-Generaal volgens de tekst van de Grondwet van 1972, van kracht blijven totdat daarvoor bij de wet een regeling is getroffen. De huldigingseed van de leden van de Staten-Generaal is dus nooit weggeweest en hoefde dus niet door een voor-, zij- of achterdeur terug te komen. Zij was, totdat de nieuwe wet er was, toegevoegd deel van de Grondwet van 1983, die dus wel degelijk iets over die eed zei.

Vergeten
Was de Wet beëdiging en inhuldiging van de Koning van 1992 vergeten? Ook dat was niet het geval. Toen in 2009 en 2010 werd besloten dat het land Nederlandse Antillen zou worden opgeheven en Curaçao en Sint-Maarten de status van land zouden krijgen, zijn in artikel 1.8 van de Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen, de artikelen 2 en 4 van de Wet beëdiging en inhuldiging van de Koning aangepast. In de Tweede Kamer stemde op 15 april 2010 alleen de PVV tegen. Partijen als SP, GroenLinks, D66 en de Partij voor de Dieren stemden dus voor. Minder dan drie jaar geleden dus nog niet vergeten, behalve dan door Voermans. Is het niet eigenlijk zo, dat hij additioneel artikel XI vergeten was?

Nicolaï beroept zich op staatsrechtgeleerden, wier kennis blijkbaar minstens even lacuneus is als die van hun collega Voermans. Om te beginnen zijn alle leden van de Staten-Generaal die destijds de Wet beëdiging en inhuldiging van de Koning met algemene stemmen aanvaardden, zich er volledig van bewust geweest dat de beëdiging of bevestiging van de huldigingsformule zou geschieden door Kamerleden die bij de aanvaarding van hun ambt al de eed van trouw aan de Grondwet hadden afgelegd. De wetsvoorstellen beëdiging ministers en leden Staten-Generaal (21 208) en beëdiging en inhuldiging van de Koning (21 209) werden op dezelfde dag (4 juli 1989) ingediend, op dezelfde dag (10 april 1991) door de Tweede Kamer gezamenlijk mondeling behandeld en aanvaard en op dezelfde dag (25 februari 1992) door de Eerste Kamer aangenomen.

Er is dus geen twijfel mogelijk dat de wetgever zich bij de vaststelling van de verplichting voor de leden om bij de inhuldiging de plechtige huldigingsverklaring te beëdigen of te bevestigen, ten volle bewust is geweest van de inhoud van de eed die deze leden bij de aanvaarding van hun functie hadden afgelegd. De wetgever heeft dus uitdrukkelijk gewenst en voorgeschreven dat alle leden van de Staten-Generaal naast hun eerdere eed of belofte de plechtige verklaring beëdigen of bevestigen. Het gaat hier om een bindend voorschrift, dat alle (aanwezige) leden van de Staten-Generaal verplicht tot beëdiging of bevestiging.

Plicht
Leden van de Staten-Generaal hebben bij de aanvaarding van hun ambt gezworen of beloofd de plichten die hun ambt hun oplegt, getrouw te zullen vervullen. Ik neem aan dat leden van de Staten-Generaal als medewetgever wensen dat de wetten die zij mede tot stand brengen, worden uitgevoerd, nageleefd en gehandhaafd. Een lid van de Staten-Generaal dat publiekelijk weigert de wet na te leven en, ondanks zijn eed of belofte van het tegendeel, weigert een bij wet opgedragen ambtsplicht te vervullen, maakt tegenover het volk dat hij vertegenwoordigt wel een heel bedroevende indruk. Het past een advocaat en docent bestuursrecht niet leden van de Staten-Generaal op te roepen hun ambtseed te schenden.

Heeft de beëdigde of bevestigde verklaring betekenis? Het antwoord is dat de verklaring een sterke historische betekenis heeft, waarin de Staten-Generaal zelf een belangrijke rol spelen. Op 26 juli 1581 hebben de Staten-Generaal Philips II afgezworen. Dat gebeurde door de ondertekening van het Plakkaat van Verlatinghe. Daarin worden de historische en rechtsfilosofische verhoudingen tussen de vorst en zijn volk uiteengezet. 234 jaar later, bij de stichting van het koninkrijk, nu bijna 200 jaar geleden, is met de eed van de Koning duidelijk gerefereerd aan het Plakkaat. Overeenkomstig de in het Plakkaat genoemde verplichtingen zweert de Koning dat hij 'de vrijheid en de rechten van alle Nederlanders en alle ingezetenen zal beschermen en in stand houden (...), zoals een goed en getrouw Koning verschuldigd is te doen.' Dat doet hij niet, zoals Nicolaï onzorgvuldig formuleert, 'in aanwezigheid van leden van de Tweede en Eerste Kamer.' Het is een Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal, waarin de Koning verschijnt om ten overstaan van die vergadering de eed af te leggen. Die eed wordt dan door de leden beantwoord met de verklaring. De volksvertegenwoordigers antwoorden dan dat zij de onschendbaarheid en de rechten van het koningschap zullen handhaven. Daarmee wordt een verbond tussen de nieuwe Koning en zijn volk bezegeld. Daarmee neemt de Nederlandse inhuldigingsplechtigheid (geen kroning) een unieke plaats in, die in geen enkele huidige of historische (constitutionele) monarchie bestaat of bestaan heeft.

De wel gehoorde gedachte dat de handhaving van de rechten van het koningschap de Kamerleden beperkt in hun vrijheid bij Grondwetswijziging verandering te brengen in de inhoud van het koningschap, is onjuist. De Grondwet, waaraan de Kamerleden en ook de Koning trouw hebben gezworen, bevat zelf de bepalingen over de manier waarop de Grondwet veranderd kan worden. Mocht er ooit een meerderheid zijn die verandering wil brengen in de bevoegdheden van de Koning, dan schrijft de Grondwet voor hoe dat moet.

Nicolaï vindt dat de voorzitter van de Verenigde Vergadering er bij de Kamerleden die de verklaring niet willen onderschrijven op had moeten aandringen om bij die vergadering aanwezig te zijn en dan hun mening prominent tot uitdrukking te brengen. Hij ziet over het hoofd dat het gaat om een ceremoniële vergadering, behorende tot de categorie die in artikel 53 van het Reglement van orde voor de Verenigde Vergadering is gedefinieerd als 'vergaderingen, waarin naar het oordeel van de Voorzitter niet zal worden beraadslaagd of besloten'. In een dergelijke vergadering volgt men, ter voldoening aan zijn ambtsplicht, het ceremonieel of men blijft weg.

Frits Korthals Altes is gewezen voorzitter van de Verenigde Vergadering der Staten-Generaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.