INTERVIEW

'Aanraken van tanks vermindert de angst'

Bareez Majid (28) wint de Volkskrant-IISG-scriptieprijs

Waar ooit gevangenen aan leidingbuizen geëlektrocuteerd werden, lopen nu dagelijks bezoekers rond. Amna Suraka, de beruchte martelgevangenis van Saddam Hussein in de Iraaks Koerdische stad Suleimania, is sinds 2003 een museum en herdenkingsplaats. De Leidse studente Bareez Majid (28) interviewde ter plekke ex-gevangenen en tekende hun herinneringen op. Vanavond won ze daarmee de Volkskrant-IISG-scriptieprijs, die deze krant samen organiseert met het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.

De Leidse studente Bareez Majid.

Wat bracht je in Amna Suraka?

'De afgelopen jaren was ik regelmatig in Iraaks-Koerdistan op vakantie; zelf ben ik er op mijn tiende vandaan gevlucht naar Nederland. Amna Suraka - de naam verwijst naar de rood geverfde buitenmuur van het gebouw - is alom bekend in de stad. Er staan nergens borden die je er naartoe wijzen, alle inwoners weten het te vinden. Bij mij riep de plek extra fascinatie op door mijn studie aan de Universiteit Leiden, waar ik me specialiseer in het proces van herinneren en herdenken in post-conflict maatschappijen. Iraaks Koerdistan is een land vol onverwerkte trauma's.'

Hoe ziet Amna Suraka er nu uit?

'Het heeft verschillende complexen, elk met een eigen functie. De binnenplaats is een enorm grasveld met oud wapentuig uit de tijd van Saddam. Bezoekers klimmen er op tanks en nemen selfies; de aanraking moet helpen om de angst weg te nemen. Dan is er de gevangenis, waar witte sculpturen gevangenen uitbeelden. Een man hangend aan een leidingbuis, een kind schuilend bij haar moeder. Ook is er een museum dat in teken staat van de Koerdische cultuur, bijvoorbeeld met kleurrijke klederdracht.'

'The Red Jail', vandaag de dag een museum, werd tijdens het regime van wijlen Saddam Hussein gebruikt om de stad te controleren en voor het martelen van Koerden. Foto Matilde Gattoni

Je sprak diverse ex-gevangenen. Wat vinden zij van de transformatie tot museum?

'Zij vonden alleen het gevangenisgedeelte interessant, ook omdat ze in de tijd dat het als gevangenis diende alleen daar waren geweest. Tegenover de andere complexen staan sommigen neutraal of kritisch. Hun lijden, zo vertelden ze me, wordt daar nergens afgebeeld. Het voelt ook niet als iets van hen. In het gevangenis-gedeelte merkte ik echter dat de sculpturen hielpen bij het vertellen van hun verhaal, dat is voor hen erg waardevol. Het museum zorgt er ook voor dat belangrijke getuigenissen niet verloren gaan. Zo staan op de muren soms teksten die gevangenen destijds schreven.

Bijvoorbeeld van een jongen die schrijft 'Mijn naam is Muhsin en ik zit gevangen in deze hoek van de gevangenis. Ze kwamen naar mijn huis en namen me mee. Ik ben 15 maar ze maakten me 18 zodat ze me kunnen executeren.' In de tijd van Saddam werd de leeftijd van minderjarigen via zogenaamde medische onderzoeken vastgesteld. Zo konden ze de kinderen makkelijk ouder maken en berechten als volwassenen, wat vaak neerkwam op executie.'

In je scriptie uit je ook kritiek op de opzet van het museum.

'Klopt. De politieke machthebbers in Iraaks Koerdistan bepalen nu de inrichting van het museum. Daardoor bestaat het gevaar dat het museum één dominant verhaal vertelt en sommige groeperingen zich buiten gesloten voelen. Om een voorbeeld te geven: in Amna Suraka zijn ook vrouwen verkracht, maar dat is in het museum een taboe-onderwerp. Wie er komt om dat trauma te verwerken, ervaart dus weinig aanknopingspunten.'

Foto genomen in 'The Red Jail'. Foto Matilde Gattoni

Je wilt niet dat je studie in het openbaar verschijnt. Dat is uitzonderlijk voor een studie gemaakt aan een universiteit. Vanwaar die keuze?

'Mijn respondenten hebben hun meest persoonlijke en intieme momenten met mij gedeeld. Daarom kan ik met geen mogelijkheid hun namen of details, zoals de martelingsverhalen, toegankelijk stellen voor een groot publiek. Dat zou de integriteit schaden van de mensen die ik heb geïnterviewd, en hun vertrouwen in mij. Bovendien is de Koerdische gemeenschap klein, wat het onmogelijk maakt mensen volledig te anonimiseren. Brede publicatie van hun verhalen zou schadelijk kunnen zijn voor hun reputatie, en in de complexe politieke realiteit van Koerdistan en Irak zelfs gevaarlijk.'

Meer over