Column

'Aan wie moet die financiële compensatie voor slavernij dan uitgekeerd worden?'

Zou het niet beter zijn de compensatie voor slavernij te steken in onderzoek naar die slavernij en exposities over dit onderwerp, schrijft columnist Meindert Fennema.

Bezoekers wonen de herdenking van de afschaffing van de slavernij bij in het Oosterpark. Het is 150 jaar geleden dat Nederland de slavernij in de voormalige kolonien afschafte. Beeld anp

In de krant van 2 augustus schreef Thomas von der Dunk een doorwrocht stuk over schadevergoeding aan de nazaten van zwarte slaven in Amerika. Zijn conclusie: geen goed idee. Om tot die conclusie te komen somt Von der Dunk alle bezwaren op tegen zo'n schadevergoeding, die door vijftien Caribische landen geëist wordt. Het helpt niet (geld wordt 'verbrast'), het misdrijf is verjaard, men kan de kinderen niet aansprakelijk stellen voor misdrijven die hun ouders begaan hebben, enz enz. Al lezende krijgt men het gevoel dat Von der Dunks argumenten van het goede teveel zijn.

Er is immers best een redenering op te bouwen voor een collectieve financiële compensatie voor het juk waaronder Afrikaanse slaven jarenlang gezucht hebben en waar hun nakomelingen tot in het derde en vierde geslacht nog last van (gehad) hebben. In de Volkskrant van 3 augustus geeft Mercita Coronel daar voorbeelden van, die zij vooral uit de VS haalt.

Financiële genoegdoening
Maar de centrale vraag is: aan wie moet die financiële genoegdoening uitgekeerd worden? Moet die compensatie terechtkomen bij de landen die ooit slavernij gekend hebben? Dat vinden de vijftien Caribische landen waaronder Suriname (het Caricom initiatief wordt door Bouterse gecoördineerd). Maar moet het binnen die landen dan geoormerkt worden voor de nazaten van de slaven? De meeste Caribische eilanden worden niet bestuurd door de afstammelingen van de slaven, maar van de slavenhouders. Cuba is daarvan het meest sprekende voorbeeld. De huidige Cubaanse regering bestaat bijna helemaal uit blanke Cubanen.

Dat geldt al weer minder voor de Dominicaanse Republiek, maar ook daar is de politieke en economische elite lichtgekleurd. 'Maar,' hoor ik Desi Bouterse zeggen, 'Cuba en de Dominicaanse Republiek zijn helemaal geen lid van Caricom; zij eisen dus ook geen herstelbetalingen. En de meeste Caricom landen hebben wel een neger als minister-president.'

Ok, dus voor de Caricom-landen is financiële compensatie misschien een goed idee. Maar moeten de Hindoestanen in die landen ook profiteren van de compensatie? En de Libanezen?

Discriminatie
En wat gebeurt er met de nakomelingen van de slaven uit de Caricom-landen die naar Europa geëmigreerd zijn? Zij betalen - via de belastingen - mee aan de financiële compensatie, in plaats dat zij compensatie ontvangen. Is dat wel eerlijk? Von der Dunk vindt dat zij er beter aan toe zijn dan wanneer hun voorvaderen in Afrika gebleven waren. Hij heeft gelijk. Maar Mercita Coronel wijst er terecht op dat zwarte Amerikanen nog steeds last hebben van discriminatie; en dat geldt natuurlijk ook voor zwarte Nederlanders, Fransen, Britten etc.

En als de zwarte Surinamers en Antillianen in Nederland ook compensatie zouden ontvangen, hoe moet die compensatie dan verdeeld worden? Zou iedere afstammeling van slaven die in Willemstad of Paramaribo verhandeld zijn een bepaald bedrag moeten krijgen? Of is het beter om het geld te geven aan een instelling die zwarte Surinamers en Antillianen vertegenwoordigd.

In het verleden heeft de Nederlandse overheid geld gestoken in het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en erfenis (NiNsee). Die subsidie is per 1 januari 2013 gestopt. Terecht, lijkt mij, want dat NiNsee heeft in de tien jaar van haar bestaan weinig tot stand gebracht. Het NiNsee was een club van sektarische Surinamers. Maar ja, misschien was dat ook wel een gevolg van de slavernij.

Geven aan Nederlandse instellingen
De zeven oud-bewindslieden die in een brief aan Halbe Zijlstra pleiten voor continuering hebben daarom ook wel een punt. Er IS veel te weinig aandacht voor het slavernij verleden en de overheid heeft daarin een taak.

Maar zou het dan niet beter zijn het geld dat bedoeld is als compensatie voor de slavernij en de gevolgen daarvan te geven aan Nederlandse instellingen? De Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk onderzoek (NWO) zou geoormerkt geld kunnen uitdelen voor onderzoek naar slavernij. De Nederlandse musea zouden extra geld kunnen krijgen voor exposities over de slavernij.

Ook zonder extra geld gebeurt er wel eens wat. Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam heeft een tentoonstelling gemaakt over het slavenschip Leusden dat in 1738, in het zicht van de haven voor Paramaribo, tijdens een storm verging. Toen het schip in de Marowijnerivier aan de grond liep, liet de kapitein de luiken van het ruim waar zich 664 slaven bevonden, dichtspijkeren. Vervolgens bracht de bemanning zichzelf in veiligheid. Van de Afrikaanse gevangenen overleefde 16 de de scheepsramp, die als een groot economisch verlies werd beschouwd. Zij bevonden zich aan dek.

Leusden
De tentoonstelling is gebaseerd op een proefschrift aan de Universiteit van Amsterdam van Leo Balai. Hij deed dat helemaal op eigen kracht. Voor de publicatie van de dissertatie kreeg de schrijver van de Universiteit van Amsterdam 5000 euro subsidie, maar dat was niet omdat hij een zwarte Surinamer was.

Het wrak van de Leusden ligt nog steeds in de monding van de Marowijnerivier. Misschien wil de Nederlandse regering de berging van dat wrak wel betalen, als een bescheiden genoegdoening.

Meindert Fennema is emeritus hoogleraar politieke theorie. Hij schrijft iedere vrijdag een column voor Volkskrant.nl.

 
En wat gebeurt er met de nakomelingen van de slaven uit de Caricom-landen die naar Europa geëmigreerd zijn? Zij betalen - via de belastingen - mee aan de financiële compensatie, in plaats dat zij compensatie ontvangen. Is dat wel eerlijk?
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.