‘16 procent van de hoogbegaafden in Nederland haalt een universitair diploma’ - Klopt dit wel?

Berichten verspreiden zich vaak razendsnel, of ze nu kloppen of niet. Wij proberen de zin van de onzin te scheiden. Vandaag: Maar 16 procent van de hoogbegaafden in Nederland haalt een universitair diploma.

Foto Belga

Van wie komt de claim?

Hoogbegaafde leerlingen ‘komen er bekaaid vanaf op school’, schreef wiskundeleraar en lid van de Onderwijsraad René Kneyber onlangs in Trouw. Hij verwijst in zijn column naar een YouTube-video van onderwijsexpert Kathleen Venderickx van de Universiteit Hasselt met de titel Waarom halen zoveel hoogbegaafden geen diploma?

Een opmerkelijke titel, mailt Noks Nauta van het Instituut Hoogbegaafdheid Volwassenen aan de Volkskrant. Volgens haar is nooit goed onderzocht welk percentage een bul haalt. ‘Ook niet in België.’

Lastig aan dergelijk onderzoek is dat niet exact bekend is hoe groot de groep hoogbegaafden is, omdat veel slimmeriken zich nooit op hoogbegaafdheid  een IQ van 130 punten of meer  laten testen. Dat maakt het moeilijk te zeggen welk percentage van de groep een bul heeft gehaald. 

Venderickx beaamt dat er geen betrouwbare cijfers zijn. Met haar video wilde ze de aandacht vestigen op de mentale en psychosomatische klachten die kinderen kunnen ontwikkelen als ze niet worden uitgedaagd, zegt ze.

De titel voedt een lang heersend misverstand, aldus Nauta. Op tal van websites valt te lezen dat een universitair diploma voor ‘slechts’ 16 procent van de hoogbegaafden in Nederland is weggelegd. Dat lijkt weinig als je bedenkt dat ze allemaal de intellectuele capaciteiten daartoe hebben.

We komen het getal onder meer tegen in een promotiefilmpje van de inmiddels failliete Leonardo Stichting, waar de Leonardoscholen onder vielen, scholen voor hoogbegaafde kinderen.

Initiatiefnemer van de stichting, Jan Hendrickx, laat weten ‘in 2007 bij de start van het Leonardo-onderwijs [het getal] vaker [te hebben] gebruikt in lezingen.’ Het onderliggende onderzoek is hij kwijt, mailt hij.

Het cijfer is Nauta een doorn in het oog. ‘Begrijp me niet verkeerd. We vinden dat er meer aandacht moet zijn voor de behoeften van hoogbegaafden in het onderwijs. Maar we willen niet dat discussies vervuild worden met cijfers die ooit eens zijn geroepen en waarvan niemand de oorsprong kent.’ Nauta heeft lang tevergeefs gezocht naar de oorsprong van dat getal. Ze vermoedt dat het dateert uit de jaren zeventig.

‘Dat zou best kunnen kloppen’, zegt de 86-jarige Utrechtse psycholoog Pieter Span. Halverwege de jaren zeventig zette hij met enkele collega’s het onderzoek naar hoogbegaafdheid en speciaal onderwijs voor hoog intelligente mensen in Nederland op de kaart.

‘Er was nauwelijks iets over bekend. Om de urgentie aan de politiek duidelijk te maken, hebben we grove schattingen gemaakt. 16 procent zal ik nooit genoemd hebben. Dat is een gek getal. Maar het komt qua grootte wel overeen met wat we destijds riepen: 10 à 20 procent zou een universitair diploma halen. Die schatting is inmiddels achterhaald. Er is veel verbeterd.’

Dat meent ook Grethe van Geffen, van Mensa, met ruim vierduizend leden de grootste vereniging voor hoogintelligente mensen in Nederland. ’16 Procent is kul’, zegt ze. Ze verwijst naar een enquête uit 2012.

Onderzoekers van de Universiteit Utrecht en het Instituut Hoogbegaafdheid Volwassenen enquêteerden ruim 1.200 hoogbegaafden, deels Mensa-leden, voor een onderzoek naar het welbevinden op het werk. De wetenschappers noteerden ook opleidingsniveaus. Bijna 40 procent bleek een universitaire graad te hebben. Dat is ongeveer vier maal meer dan onder de gemiddelde populatie van Nederland, zo blijkt uit gegevens van het CBS uit 2012.

Was de steekproef representatief? Dat betwijfelt de Utrechtse arbeidspsycholoog Toon Taris, die nauw bij het onderzoek betrokken was. ‘Mensen zoeken niet voor niets aansluiting met ‘lotgenoten’ bij een club als Mensa. Het is mogelijk dat de mensen die zijn geënquêteerd meer problemen ervaren vanwege hun hoogbegaafdheid dan de gemiddelde hoogbegaafde in Nederland. Ik verwacht daarom dat die 40 procent een onderschatting is.’

Conclusie:

Speciale aandacht voor hoogbegaafden is goed, maar het klopt niet dat in het huidige onderwijssysteem maar 16 procent van de hoogbegaafden een universitaire titel haalt. Het werkelijke percentage ligt aanzienlijk hoger, blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht en het Instituut Hoogbegaafdheid Volwassenen.

Meer over