Waarom 1967 het popjaar der popjaren is

Het popjaar der popjaren: 1967

Dankzij All you need is love is 1967 de boeken ingegaan als ultiem popjaar. Maar muziekjournalist Robert van Gijssel stuitte in de archieven op fletse hitlijsten. Hoewel...

O ja, 1967, popjaar der popjaren. Muzikale mijlpaal van tingelende sitars, eeuwige aardbeienvelden en eindeloos echoënde gitaren en wah-wahpedalen, van Hendrix en de Stones. Wie er niet bij was, moet het doen met de clichés uit de overlevering, uiteraard vloeistofdiapaars gekleurd.

Zomer der liefde en bloemen in het haar. Monterey Pop Festival en If You're Going to San Francisco, love-ins in het Vondelpark én de inzegening van popkerk Paradiso. Wat een jaar. Zeggen de hippies. En waarom zouden we de hippies wantrouwen, dat waren toch in- en ingoede mensen

Hè, wat kan Google zo'n feestje van de herinnering verpesten. Eén realitycheck en het is alsof een ventilator op de zoete nevelen van de pophistorie wordt gezet. Pak de hitlijsten uit dat magische popjaar er maar eens bij. Wat een dorre akker, van middle-of-the-road en kleinkunst, afgeplatte country, nepsoul en Jim Reeves. Van Petula Clark en niets-aan-de-hand-rock-'n-roll van The Tremeloes.

Het jaar van The Last Waltz, maar dan niet die van echte mannen als Bob Dylan en The Band, maar van de zingende smoking Engelbert Humperdinck: 'I had the last waltz with you, two lonely people together. I fell in love with you, the last waltz should last forever.' Violen. Tralala. Geen bloemen in het haar, maar rode rozen op een vleugel.

Vooral de tophonderdjaarlijst van het Verenigd Koninkrijk geeft een ontnuchterende blik op de popsmaak van 1967. Bij de eerste tien noteringen, dus de tien populairste want meest verkochte liedjes van 1967, vinden we drie keer Humperdinck. Dan Sandie Shaw en Nancy én Frank Sinatra. En jawel, ook The Monkees en Procol Harum.

The Beatles

Maar The Beatles dan? Van die zogenaamd beste popplaat aller tijden die in 1967 verscheen? Nou vooruit. The Beatles bungelen onderaan de toptien, met All You Need Is Love. Dat nummer kon de Engelsman destijds tenminste nog een beetje meeneuriën.

Een continent verderop lijkt ook alles rustig, in de Amerikaanse Hot 100-lijst van Billboard. Popkoningin in de VS was de Schotse zangeres Lulu, met het soundtrackliedje To Sir, With Love. En dan volgt een lange lijst popnamen waarmee de hippies het aardse beslist niet konden ontstijgen: Frankie Valli, Bobby Vee and the Strangers, een berg country die we hier niet kennen en weer die verdomde Engelbert Humperdinck.

Maar wacht, het begint wel te rommelen in die Hot 100. Het nummer dat de aftakeling die met de jaren komt het beste heeft doorstaan, en dus misschien wel het allerbeste liedje van 1967, staat keurig op nummertje 13: Aretha Franklin, met Respect. De zwarte muziek, van soul tot rhythm and blues, steekt in de mainstream-poplijsten goddank een vuist op met in elk geval teksten die de truttigheid van het establishment doorbreken. 'All I want you to do for me, is give it to me when you get home', zingt Franklin. 'Yeah baby, whip it to me.' Daar kun je in huiselijke kring al een revolutie mee in gang zetten.

Eenmaal wakker zien we in de Hot 100 ook The Doors ontbranden met Light My Fire. En kijk: een van de leukste psychedelische popliedjes van 1967 is heel sneaky die Hot-100 binnengeslopen: Electric Prunes met I Had Too Much To Dream Last Night. De trippende fluorhippies staan op nummer 93. Helaas nét onder Bill Cosby, die nu is geworden waar hij toen over zong in Little Ole Man.

Gestage transitie

Popjaar 1967 was geen magisch jaar, maar een jaar van gestage transitie. Een overgangsfase, waarin Engelbert Humperdinck over zijn schouder keek en zag dat hij werd achtervolgd door een horde tuig, gekleed in vloerbedekking. Op de hielen gezeten door Keith Richards en Mick Jagger, die gelukkig weer waren vrijgelaten na hun arrestatie wegens gerotzooi met drugs - kijk Engelbert, zó maak je popgeschiedenis. In Nederland haalden Boudewijn de Groot (Het land van Maas en Waal) en Armand (Ben ik te min) dankzij een eindsprint Rijk de Gooijer en Johnny Kraaijkamp in, met hun slome hosnummer Bostella.

De pop veranderde wel, maar eerst nog lekker ondergronds. De Britse muziekschrijver Jon Savage, geboren in 1953 en 14 jaar oud in 1967, bracht vorige maand een twee cd's tellende topverzameling uit met zijn favoriete muziek uit 1967, een jaar waarin Savage zijn oor had vastgelijmd aan de piratenradio.

In zijn thuisland bepaalde de oerbrave BBC op dictatoriale wijze de nationale popsmaak door vooral die bloedsaaie middle-of-the-road uit de radio te laten lekken. Maar Savage vond verlichting bij overzeese zenders die hem de knetterende r&b en soul van Joe Tex gaven. En Cold Sweat van James Brown en de Jamaicaanse ska van Ken Boothe. En op de piratenradio van bijvoorbeeld Radio Caroline South ontdekte Savage ook de door hallucinante dope geïnfecteerde psychpop en garagerock van The Action, Tomorrow en The Seeds, en de circustrip At The Third Stroke van The Piccadily Line.

Dat die hitlijsten van 1967 er nogal kleinburgerlijk uitzagen, had nog een dieper liggende artistieke oorzaak. Dankzij het glorieuze albumwerk van The Beach Boys, The Beatles en Pink Floyd verschoof de aandacht van de geïnteresseerde, vrijdenkende popliefhebber van de single naar het album. Pop werd daar, het liefst in liedjes van een minuut of tien, geconsumeerd als lange trip waarbij je echt even het luchtruim kon kiezen. Die albums, en dus ook de grensverleggende liedjes van Pink Floyd, ontbreken in de liedlijsten.

Het muziekjaar 1967 was dus helemaal niet droevig, je moest destijds alleen een beetje zoeken naar de leuke plaatjes. En dat moet je nu nog. Wie de oren opende, hoorde dat de zwarte muziek veranderde dankzij de krachten die de burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten losmaakte. De blanke muziek haakte aan, ook omdat de Rolling Stones de brug hadden geslagen naar de obscure en venijnige Amerikaanse blues en rock-'n-roll. De pop werd een protestmiddel tegen de oorlog in Vietnam en dankzij de bevrijdende werking van lsd ook nog eens artistiek avontuurlijk, om niet te zeggen verwarrend en zéér uitdagend.

En een jaar dat doorgedraaide dopenummers opleverde als Psyche Rock van de overgedoseerde spacefreakband Les Yper Sound, moet sowieso tot het einde der tijden worden herdacht. Luister zelf.

De dubbel-cd 1967, samengesteld door Jon Savage, is verschenen bij Ace Records/V2.
Nog meer zien en horen over het ultieme popjaar 1967? Ga naar vk.nl/kijkverder.


11 popsongs uit 1967 om nooit te vergeten

The Beatles - A Day In The Life (Take 1 with hums)

Een liedje van Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band van The Beatles presenteren als tip? Ja, dat kan, omdat misschien nog niet iedereen de schitterende jubileumheruitgave met vele extra's heeft gekocht of ten volle beluisterd. Een eerste studio-opname van A Day In The Life op die collectie is hartverscheurend, bij piano, gitaar en maracas, en zo bloedmooi gezongen door John Lennon. Briljant van noot tot noot.

The Electric Prunes - I Had Too Much To Dream Last Night

Een op tape opgenomen en achterstevoren afgedraaide echogitaar, overspannen gebruik van de tremolo-arm en slimme woordspelingen in een rauw garagerockend refrein maken dit psychedelische nummer, geschreven door de vaste, vrouwelijke songschrijvers van de vijf Engelse bandheren van The Electric Prunes, tot hét strijdlied voor alle hippies met een kater.

Pink Floyd - Interstellar Overdrive

Singles, hitjes? Nee, Pink Floyd, in 1967 nog een van de bespelers van de Londense undergroundclub UFO, was met andere dingen bezig. Met epische platen als The Piper at the Gates of Dawn bijvoorbeeld. Een fluorescerende symfonie die voert van freejazz naar hedendaagse klassiek, en van wufte oerwouden naar verre planeten. En die af en toe goddank ook nog een dikke, van links naar rechts schietende rockriff laat horen, in topnummer Interstellar Overdrive bijvoorbeeld.

Sly and the Family Stone - Underdog

Sly Stone viel in 1967 nog niet echt op met zijn debuutplaat A Whole New Thing. Onterecht. Met zijn band plakte hij psychedelische reverbgitaartjes en ronkende orgels aan gospel, dampende soul en funk en dikke koperblazers, die het heerlijke nummer Underdog uitluiden met het pesterige deuntje uit Frère Jacques. De psychedelische soul was geboren en Diana Ross and the Supremes gingen er met Reflections, ook uit 1967, mee aan de haal.

The Rolling Stones - We Love You

Oké, oké, even wat bekender werk, van de in 1967 al goeie ouwe Stones. Hun single We Love You werd natuurlijk wél een track die de hitlijsten haalde. Wat een nummer, vol hamerende piano's en vocale wervelwinden (met dank aan Lennon en McCartney), pompende bassen en een alle kanten op flapperend drumstel. Sgt. Pepper's van The Beatles is druggy, maar We Love You is een hard rockende overdosis.

The Pretty Things - Defecting Grey

Voor zij de wereld in 1968 verpletterden met de eerste rockopera uit de popgeschiedenis, getiteld SF Sorrow, lieten de Britse psychrockers van The Pretty Things eind 1967 het lied Defecting Grey ontsnappen uit het hok voor gevaarlijke singles. Een alle uithoeken van het lsd-brein verkennende poptrip die razendsnel schakelt van surrealistische kermismuziek tot messcherp rockende protometal. Waar waren die jongens mee bezig?

The Bee Gees - Every Christian Lion Hearted Man Will Show You

Jammer eigenlijk, dat de Bee Gees in het popmuseum zijn bijgezet als toch wat kleffe boyband. Hun debuutalbum uit 1967 is een behoorlijk geestverruimende popplaat, met natuurlijk de hit To Love Somebody, maar ook het eigenaardige, in Gregoriaanse koren en alweer Beatles-achtige achtergrondkoren verdrinkende nummer met de omslachtige en hierboven al uitputtend weergegeven titel.

Frank Zappa - Plastic People

Een nummer met een tijdloze inhoud, want mensen van plastic zijn natuurlijk van alle tijden. Het openingsnummer van Frank Zappa's fenomenale plaat Absolutely Free houdt de nephippies met een geheime burgermansagenda een spiegel voor: 'Go home and check yourself, you think we're singing 'bout someone else?'

Tomorrow - My White Bicycle

Nederland spreekt een woordje mee in deze triplijst. De psychedelische rockband Tomorrow, die in 1967 groot zou worden met het weinig creatief getitelde Revolution, schreef in hetzelfde jaar het heerlijke popliedje My White Bicycle, dat, u raadt het al, een eerbetoon is aan het witte fietsenplan van de Amsterdamse provo's.

The Doors - Light My Fire

Dat je heel hip en tegelijk knettertoegankelijk kunt zijn in de pop, bewezen The Doors in 1967 met hun magistrale, titelloze debuut. Zet nu onmiddellijk Light My Fire op en voel de haren op uw onderarmen weer omhoog schieten. Dat schitterende keyboard (ja: óók in die solo), en dan die in koperen klokken grommende seksstem van Jim Morrison: 'Try to set the night on fire.' U kunt ons opdweilen.

The Mamas and the Papas - Strange Young Girls

Een van de mooiste, nog altijd betoverende psychedelische tripliedjes uit 1967 is uiteraard Strange Young Girls van The Mamas and the Papas. Waarin feeërieke folk de kerk betreedt en knielt voor een altaar van acid. Bijna nog mooier dan California Dreaming, al krijgen we ook daar nog altijd de hippiekriebels van.