Vlammen op de mondharp

Vanaf vandaag wordt in Amsterdam het vijfde internationale mondharpfestival gehouden. Expert Phons Bakx treedt ook op. ‘Zet me maar in een rock-’n-roll-band....

Zijn ogen glimmen. ‘Het leuke van in de spiegel kijken is* ik kan zo ontzettend vlammen op dat instrument.’ Triomf in zijn stem: ‘Wat er dan gebeurt? Ha. Dan komt er rook van af! Met de angst dat de harpen breken voordat ik op het podium stap.’Mondharpist en pionier Phons Bakx (50) – grijze haardos, zweet op het voorhoofd – doet voor hoe hij speelt op de bamboemondharp, zijn witte blouse die hij bij concerten draagt losjes open geknoopt. Deng, dong, dong, deng, deng deng wwweng.. ‘Kijk, hij zingt vanzelf.’De meester staat midden in zijn woonkamer in Middelburg, Sardische maskers aan de muur, een pot wormenkaas (‘daar ben ik berucht om’) op een kastje, de tafel vol met dozen mondharpen. Zeker honderd zijn het er: onder andere Siciliaanse, Siberische, Noorse en Indonesische. ‘Sommigen leren het nooit, anderen gaan er zo mee weg, hè.’Hij speelt de laatste dagen ‘een beetje’ om op temperatuur te komen voor het optreden met zijn gelegenheidstrio Strijk en Zet bij de opening van het festival in Amsterdam. ‘Het is maar een kwartier, maar het is toch een noemenswaardig optreden. Kijk *doeng duung... je kan ook heel zacht, of swingend... of ritmisch als een trein*’ Tikt met zijn voet. Het is een heel moeilijk instrument, zegt hij. Het is een klein frame van metaal, hout of bamboe, dat tussen de tanden of de lippen wordt gehouden, erin zit een losse naald die met de vingers tot trillen wordt gebracht. Met de mondspieren en door in- en uitademen ontstaat variatie en klinken onder- en boventonen. ‘De mogelijkheden om de toon te versterken, zijn oneindig, vooral met de adem. Als je goed luistert, hoor je een zee van klanken. De zuiverheid die in samenstelling van harmoniereeksen hoorbaar is. Eigenlijk is er geen mooiere toonvorming als die van een perfect gesmede mondharp.’Mondharp spelen is vooral een kwestie van doorgaan, zegt Bakx. Na 21 jaar spelen, componeren en optreden komt de vaart er een beetje in. Al is hij het soms ook kwijt. ‘Het is een gevecht, ja. Dan denk je: waar gaat het nu allemaal om, je bent toch niet bij je hoofd om naar een mondharpconcert te gaan luisteren. Dat denk ik dan omdat ik de zin van het ding niet meer zie. Maar ik heb concert met lezingen gegeven van drie uur, dan zaten mensen nog geboeid op hun stoel. Door veel te spelen, krijgt hij het gevoel voor het instrument terug. ‘Dan trek je je eigen energie weer open. Het is best wel een instrument van de eenzaamheid, je gaat naar je eigen energie toe’, zegt Bakx. ‘Toen ik ooit moest breken met een vrouw, legde ik er alles in wat ik maar kon. Blues? Als je goed geraakt bent, komt dat in de muziek terug.’De Zeeuws-Vlaamse publicist is autodidact. Hij leidde in zijn jonge jaren in Ierland het vrije leven van straattekenaar (‘ik wilde het leven leiden van een man zonder maatschappij’). Tegenwoordig maakt hij radiodocumentaires voor Omroep Zeeland, en hij werkte mee aan het programma De Wandelende Tak (VPRO). En hij schreef een cultureel-antropologisch standaardwerk over de geschiedenis van de mondharp, De Gedachtenverdrijver (van het Italiaanse scacciapensieri). Hierin maakt hij een wereldreis langs tal van volksculturen waarin de mondharp een mythische betekenis heeft. De titel zegt het al: de mondharp verdrijft de gedachten, verzet de zinnen. Voorlopers van de mondharp zijn te vinden in Polynesië, Indonesië, Afrika en het Amazonegebied. De mondharp dook vierduizend jaar geleden voor het eerst op in China en is vermoedelijk in de 11de eeuw via zigeuners naar Europa gekomen. ‘Het was toen geen volksmuziekinstrument, het werd bespeeld in kringen van de lage geestelijkheid. Later, in de 13de eeuw, werd het populairder, al weet ik niet of ze een gedegen kennis hadden van boventonen. Ik denk dat ze het meer als begeleidingsinstrument zagen.’ In de 17de en de 18de eeuw raakte de mondharp ook in zwang in Duitsland en Oostenrijk. Oostenrijk had een bloeiende mondharpindustrie en bracht er miljoenen van op de markt. Ten tijde van de industriële revolutie raakte de mondharp in de vergetelheid door de mondharmonica. Pas in de hippietijd kwam het instrument weer in de belangstelling.Bijgeloof en mythes omkleven het wereldwijd bekende instrument. Bakx: ‘Het heeft de reputatie dat door een bepaalde manier van eentonigheid, het doorgaan van de grondtoon, een zekere trance wordt verwekt. Dat werd ook wel uitgebuit bij genezersmethoden in het oude Europa of Siberië. Een sjamanistische reputatie kun je de mondharp niet afnemen.’Dat vrienden in zijn stamcafé de mondharp totaal niet serieus nemen, deert Bakx niet. ‘Ik word veel geconfronteerd met het ongeloof van mensen. Ze hebben er geen referentie voor, hè. Het vergt nogal wat van ze.’ Bakx speelde van country, blues tot klassiek, bijvoorbeeld met het Radio Philharmonisch Orkest. ‘Ik ben een lange weg gegaan, ik ben een van de weinigen die octaveren. Aanvankelijk was Sardische muziek in trek en de Siberische muziek. Tegenwoordig zeg ik: zet me maar neer in een rock-’n-roll-band. Ik speel jullie allemaal van tafel.’Het wereldje van mondharpspelers is klein, en kent zoals elk wereldje enige concurrentie. Bakx: ‘Ik ben bescheiden, hè, maar ik ben wel de eerste geweest, ik wil wel vooropstaan.’ Een jongere generatie is in opkomst. De 29-jarige Danibal (‘mijn artiestennaam’, zegt Daniel Hentschel) uit Utrecht is daarvan een voorbeeld, hij is van de MTV-generatie en heeft een pop-insteek. ‘Op mijn studentenkamertje zag ik op de Duitse tv een workshop boventoonzang. Ik luisterde daarna naar Mongoolse cd’s en heb zo het onzichtbare instrumentje ontdekt. Het was heftige muziek, ik wist niet dat dat mogelijk was met een mondharp.’ Hij treedt bijna wekelijks op, meestal op kleine podia, solo circa tien minuten, met het duo Plunk, of de band Prisko. ‘We spelen steeds vaker, op workshops voor kinderen, voor gemeente-ambtenaren. Het is een novelty-ding.’ Nog net op tijd voor het festival is zijn eerste cd klaar. Met mondharpgefröbel en stemexperimenten, minimale muziek met knipogen naar techno en alpenfolklore, zo omschrijft hij het. ‘Het levende bewijs dat mondharp wel sexy is!’ ‘Je kunt de mondharp overal voor gebruiken, niet alleen voor percussieklanken. Plunk is pure associatie, een improvisatieact. Soms laten we top-40-dingen voorbijvliegen, dan heb je zó weer de aandacht van het publiek.’ Op zijn cd doet hij een tandartsboor na in een tandartsimpressie. ‘Maar ik ga serieuze musici niet uit de weg.’ Vooral het minimalistische van de mondharp bevalt hem. ‘Het is een broekzakinstrument. Ik val erop omdat je met zo weinig zo veel kunt doen. Iedereen kan er binnen vijf minuten geluid uit krijgen, maar het is net als met keelzang, het vergt veel oefening. Door veel te luisteren, kun je het nadoen.’Met name voor de luisteraar is het een lastig instrument, onderstrepen de harpisten. Danibal: ‘Mensen zijn boventonen niet gewend, ze zijn vaak verrast, soms kunnen ze het niet plaatsen en horen ze alleen de grondtoon. Je ontkomt er niet aan steeds het instrument te moeten uitleggen.’ Phons Bakx is een van zijn helden. ‘Ik ben op bedevaart geweest bij hem. Het mooie van de mondharp is dat al je helden benaderbaar zijn, het is een kleine scene. Bakx heeft veel betekend voor de mondharp.’ Danibal kijkt uit naar het optreden van zijn andere held, Anton Bruhin, uitvinder van de elektrische mondharp. ‘Jazzy volksmuziek. En ik verheug me op het klassieke ensemble met mondharpmuziek uit Mozarts tijd.’Nederland heeft geen mondharptraditie, zegt Bakx. ‘Vaak spelen mensen vanuit de techniek, ik improviseer meer, ben een dwarsligger, een onmogelijke muzikant. Een vrije geest, ja.’ Hij heeft de laatste tijd het gevoel voor de mondharp weer een beetje terug. Bakx staat op en speelt: ‘Je kunt er een enorme drive van krijgen.’