To Pimp a Butterfly van Kendrick Lamar is buitencategorie

Kendrick Lamar maakt van hiphop universele liedkunst

De reclamestunt van vorige week had achterwege kunnen blijven: Kendrick Lamar schaart zich met zijn nieuwe album bij de grote Amerikaanse liedschrijvers. Wat is het geheim van To Pimp a Butterfly?

Zijn we er dan toch weer ingetrapt? Praat de muziekwereld al een week over 'de nieuwe Kendrick Lamar' dankzij een marketingactie, die in de huidige muziekindustrie inmiddels geldt als oude truc?

Lamar werd al voor verschijning een streaming- en twitterhit

Deze week verschijnt 'officieel' het album To Pimp a Butterfly van rapper Kendrick Lamar (27). Een plaat waarnaar in de hiphopgemeenschap werd uitgekeken, omdat zijn vorige album Good Kid, m.A.A.d. City uit 2013 zo raak was, maar ook omdat al een aantal veelbelovende tracks was vrijgegeven. Zoals het feestelijke funknummer met akelig rauw randje i en de grimmige politieke aanklacht The Blacker the Berry, die al gelijk stof tot nadenken gaf.

Maar vorige week was daar ineens de nieuwe Lamar, geheel onaangekondigd. Per ongeluk op Spotify geploft, was aanvankelijk de verklaring. Later gaf de platenmaatschappij toe dat het ging om een reclamestunt. Opdat we het allemaal maar eens gingen hebben over To Pimp a Butterfly. En zo geschiedde. Lamar werd al voor verschijning een streaming- en twitterhit.

Record

Grijpt Lamar de wereld dan bij de strot vanwege zijn muzikale vondsten, horen we hiphop zoals we die nooit eerder hebben gehoord?

Toch kan die beproefde reclamestunt de Lamar-hype niet afdoende verklaren. Er moet meer aan de hand zijn met een plaat die een nieuw record vestigde op Spotify: bijna 10 miljoen keer beluisterd in één dag. Is Lamar dan groot nieuws omdat een goede hiphopplaat zeldzaam is? Ook dat gaat niet op. Juist de laatste jaren is de grote Amerikaanse hiphop weer dominant in de popmuziek, met meesterwerkplaten als die van Kanye West als monumenten in het genre en een hele onderstroom aan belangwekkende underground in de schaduw.

Grijpt Lamar de wereld dan bij de strot vanwege zijn muzikale vondsten, horen we hiphop zoals we die nooit eerder hebben gehoord? Ook niet. Lamar sleept de zwarte muziekgeschiedenis, van jazz en soul tot Jamaica, zijn plaat binnen, zoals vele rappers dat voor hem hebben gedaan. Op To Pimp a Butterfly heerst vooral de funk, in onweerstaanbare baslijnen en vraag-antwoord-koortjes, rechtstreeks overgetrokken uit het oeuvre van funkmeester George Clinton. Maar daarmee geeft Lamar nauwelijks nieuwe richting aan de hiphop.

Dan is het ook nog eens speuren naar de écht catchy, melodieuze haakjes, de leuke refreintjes die zich direct melden in de hersenkwab die de leuke refreintjes opslaat. Al probeert het strakke funkliedje King Kunta er met geniepige gitaartjes binnen te dringen, en maakt het 'I love myself' uit nummer i natuurlijk ook aanstalten.

Moeilijk

Maar verder maakt Lamar het de luisteraar graag moeilijk. Voorbeeld: het nummer i, dat eind vorig jaar als politiek beladen maar toch soepele funksingle met clip op YouTube verscheen, keert op Lamars plaat terug als opgeknipt en onsamenhangend lied, waarin live-oproer zit gemixt van een show waarbij de rapper al rappend werd lastiggevallen door het publiek, en Lamar ontbrandt in een vlammend politiek relaas. Minder catchy, meer betekenis.

Juist daarin schuilt de kracht van To Pimp a Butterfly, en valt ook de verklaring te zoeken voor de Lamar-gekte die door de VS raast: de plaat vertelt een verhaal en dwingt simpelweg tot luisteren. To Pimp a Butterfly moet worden gelezen en herlezen, als een literaire pil van een kilo die het handboek van een Amerikaanse generatie kan worden.

'O jee, wordt het zo'n plaat?', denk je even bij het eerste intro van To Pimp a Butterfly, een sample uit 1974 van de Jamaicaanse cultzanger Boris Gardiner: 'Every nigger is a star.' Cynisch raciaal, met gelijk maar het N-woord, alsof er in veertig jaar Amerikaanse geschiedenis niets is veranderd. Maar precies dát lijkt nu juist aan de hand te zijn in Amerika, waar recente drama's in Ferguson en de moord op Trayvon Martin in Sanford, Florida, de rassenongelijkheid weer op scherp hebben gezet, en de burgerrechten weer lijken te worden verdeeld per etnische groep.

Politieke constateringen

Internationale media

Wat vinden de internationale media van het album van Kendrick Lamar? Lees het in De beste muziek van de week. 'To Pimp a Butterfly is een viering van de moed om iedere ochtend je bed uit te komen en er het beste van te maken, wetende dat het allemaal in een seconde afgelopen kan zijn.'

Daarom duiken de doodgeschoten Michael Brown (Ferguson) en Trayvon Martin op in de teksten van Lamar, soms keihard en gericht op de tegenpartij, zoals in The Blacker the Berry: 'My hair is nappy, my dick is big, my nose is round and wide. You hate me don't you?' In dezelfde aanklacht wijst Lamar op de hypocrisie en de raciale zelfhaat in de zwarte wijken, waar gangs nog altijd in een stammenstrijd lijken verwikkeld, of zoals Lamar het verwoordt: 'It's funny how Zulu and Xhosa might go to war. Two tribal armies that want to build and destroy. Remind me of these Compton Crip gangs that live next door.' En tot slot: 'So why did I weep when Trayvon Martin was in the street? When gang banging make me kill a nigger blacker than me?'

Maar tussen de wrange politieke constateringen door keert Lamar ook steeds terug naar het kleine - naar zijn eigen ontwikkeling en geschiedenis, als jochie uit de beruchte stad Compton, ten zuiden van Los Angeles. Waar hij werd onderwezen in de hood politics, die inmiddels lijken verhuisd van zijn wijk naar het Witte Huis: 'The streets don't fail me now, they tell me it's a new gang in town. From Compton to Congress, it's set trippin' all around.' Geniaal.

Lamar ventileert zijn onzekerheden als hiphopster in Wesley's Theory: 'When the four corners of this cocoon collide, you'll slip through the cracks, hoping you'll survive.' En in Momma reflecteert hij op de levenswijsheden van de straat, en wat die waard zijn als je aan het einde van de rit je 'huis' zoekt, waar dat ook moge staan: 'I know how people work, I know the price of life. I know how much it's worth, I know what I know and I know it well, not to ever forget until I realized I didn't know shit, the day I came home.'

Universele liedkunst

Dr. Dre

Steun en toeverlaat voor Kendrick Lamar is de rapmogol Dr. Dre. Lamar verschijnt op diens label Aftermath en in het eerste nummer van To Pimp a Butterfly wordt Lamar toegesproken door zijn mentor. Stréng toegesproken: ‘Yo, what’s up? It’s Dre. Remember the first time you came to the house? You said you wanted a spot like mine. But remember, anybody can get it, the hard part is to keep it, motherfucker.’

Zo brengt Lamar het maatschappelijke en politieke steeds terug naar het persoonlijke, en daarmee treedt de rapper in de sporen van de grote liedschrijvers, van Guthrie tot Dylan, Springsteen en Tupac, die ook het grote wisten te verpakken in het kleine. Hij haalt de hiphop uit de soms toch wat abstracte biotoop en maakt er universele liedkunst van.

Daarmee kun je ook aan de slag als niet uit Compton afkomstige luisteraar. Je zult je verbazen over poëtische parels in de bijna metafysische metafoor How Much a Dollar Cost, over een ontmoeting in Zuid-Afrika met een zwerver die een zoektocht in het eigen geweten oplevert: 'Walked out the gas station. A homeless man with a silly complexion, asked me for ten Rand, stressin' about dry land, deep water, powder blue skies that crack open. A piece of crack that he wanted, I knew he was smokin'.'

Wie zo in het liedtekstboek schrijft, is onmiskenbaar van de buitencategorie.

Kendrick Lamar staat op Lowlands: zondag om 19.40 in Alpha.

Gewonnen

Een brute knal in het gezicht, zoals die spraakmakende hoes  (huilende zwarte vrouw op de vlucht voor lachende witte politiemannen met knuppels) van het Roots-album Things Fall Apart uit 1999? Nee, dat is de coverfoto van To Pimp A Butterfly niet. Kendrick Lamar vergt een nadere inspectie, zoals die moest worden toegepast bij bijvoorbeeld Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band van The Beatles. Wie is wie en wat zien we hier eigenlijk?

Een feestje in de tuin van het witte huis. Een overwinningsfeest, zo te zien aan de flessen drank, de bankbiljetten en het machtsvertoon van de ontblote lijven. We hebben gewonnen, zegt Lamar, midden in het beeld met een baby op de arm (de hoop voor de nieuwe generatie). En dan zijn 'we' natuurlijk de zwarte Amerikanen, die de repressie van de overheid en rechterlijk dwalende magistraten tóch hebben weten te ontworstelen, zie overleden rechter liggend onderin het beeld.

Alles zit erin, van verleden, heden tot toekomst, en daarom is zelfs de hoes van To Pimp A Butterfly nu al een klassieker. In de foto zien we feitelijk de nasleep van Ferguson, de kracht van de zwarte muziek en een voor veel Amerikanen angstaanjagend toekomstbeeld: het failliet van de huidige machtsstructuur en daarmee het door Lamar voorspelde einde van verwrongen sociale en interraciale verhoudingen. Zoals Public Enemy, iets minder subtiel, vanachter de tralies de camera inblikte op die andere iconische albumhoes: It Takes a Nation of Millions to Hold us Back. Lamar geeft ons een blik op het vervolg van die aankondiging. Uiteraard bij wijze van grimmige provocatie.