PLATEN: JAZZ

Yuri Honings tenor..

klinkt vorstelijken weelderigJoe Henderson: Joe Henderson Big Band. Verve 533 451-2.Yuri Honing Trio: Star Tracks. Jazz In Motion Records 9920102.Joshua Redman: Freedom in The Groove. Warner Bros. 9362-46330-2.Drie interessante tenoren, die ieder op hun eigen manier hebben nagedacht over een raamwerk voor hun improvisaties dat verder gaat dan een summier thema.De 59-jarige Joe Henderson wordt aan de man gebracht als een van de laatste reuzen uit het mythische tijdperk van de jazz. Dat is wat overdreven, hij leeft gewoon langer dan veel tijdgenoten, en lijkt groter door die leegte om hem heen. Hij begon ooit als rauwe, uitbundige hardbopper maar klinkt de laatste jaren melodieuzer en bezonkener. Zijn sterke kant is dat hij steeds naar frisse ideeën zoekt, en hardop nadenkt als hij speelt. Z'n toon en techniek zijn echter aanzienlijk verzwakt, zodat hij in hoge tempo's toch z'n toevlucht neemt tot bekende licks, en hij door zijn soms beverige frasering ouder klinkt dan hij is.Voor Verve heeft hij een droom mogen verwezenlijken die hij al dertig jaar koestert: opnamen maken met een eigen big band. Hierbij getuigt hij van zijn liefde voor Stan Kenton en diens arrangeurs Bill Holman en Bill Russo. Dat levert een merkwaardig wringend geluid op, met loeiend koper, bombastische fanfares en een zachte, tastende solist.Het contrast wordt nog versterkt doordat het orkest in de lange middendelen van de nummers meestal zwijgt, en Henderson met de overigens uitstekende ritmesecties bezig lijkt aan een totaal andere cd. Aardige solo's, ook van pianist Chick Corea, maar een ietwat geforceerd en gedateerd klinkend geheel.Joshua Redman is pas 27, en opgegroeid met popmuziek. Op zijn nieuwe cd laat hij die invloed doorklinken, niet met trendy zaken als rappers of samplers, maar door terug te gaan naar de wortels van de pop, en dan met name de ritmen.Hinkelende Second line uit New Orleans, zonnige soul à la Stevie Wonder, gospel en funk zorgen voor de swingende stramienen. Die worden niet tot vervelens toe uitgespeld, omdat dit de ruimte voor avontuurlijke solo's en interactie beperkt, maar gesuggereerd, vooral dankzij de vindingrijke en solide drummer Brian Blade. Redman heeft begrepen wat rhythm & blues-blazers als King Curtis en Maceo Parker zo opzwepend maakt, en schakelt moeiteloos heen en weer tussen hun directheid en wat complexere verkenningen.De timing en tempo's zijn raak, en de saxofonist kan goed vertellen, vaak met verschillende stemmen die elkaar ironisch becommentariëren of opzwepen naar krachtige ontladingen. De thema's zijn sterk, en de improvisaties worden aaneengelast door puntige arrangementen waarin gitarist Peter Bernstein een aantrekkelijke tegenstem levert. Bijna 70 minuten is wel wat lang voor een plezierige maar niet wereldschokkende cd.De Nederlandse tenorist Yuri Honing komt met de origineelste en meest bevredigende opnamen, ondanks de misleidende presentatie. Het repertoire van Star Tracks wordt een overzicht van de Westeuropese pop tussen 1974 en 1995 genoemd. Dat klopt op een aantal punten niet: Cyndi Lauper en Green Day komen uit Amerika, Body And Soul stamt uit 1930 en Some Unexpected Visitors van Tony Overwater, bassist van het trio, zou ik geen popmuziek willen noemen.Een wat halfslachtige gimmick dus, die de muziek gelukkig onaangetast laat. Honing is niet alleen bekend met pop maar ook met allerlei soorten jazz en klassiek, en kan zoals veel land- en tijdgenoten zonder vooroordelen kiezen uit vele expressiemiddelen. Swing in vieren, een akkoordenschema, blues of Europese experimenten, het kan maar het hoeft niet.Het hechte en vaak orkestraal opererende trio, dat bestaat uit Honing, Overwater en slagwerker Joost Lijbaart, gaat uit van de melodische essentie van de nummers, en spint daar gezamenlijk draden uit die een even stevig als doorzichtig web spannen waarin de emotie wordt gevangen.Honing heeft een vorstelijk geluid, weelderig maar met een stalen kern. In een tempo en ritme die ingegeven worden door het karakter van de melodie ontvouwt hij er beheerste maar intense variaties mee, waarin elke noot gewicht krijgt, genuanceerd wordt ingekleurd en waar nodig omgeven wordt door expressieve stilten.De stilistische kracht van dit trio wordt duidelijk als van Abba's Waterloo een volkomen geloofwaardige Coltrane-achtige bezwering wordt gemaakt, of in Body And Soul dat sinds de versie van Coleman Hawkins uit 1939 door talloze tenoristen is gespeeld, maar hier na een indringend a cappella-intro op meesterlijke wijze weer tot leven wordt gewekt. FvH