Alfred Momotenko-Levitsky.
Alfred Momotenko-Levitsky. ©

Momotenko's nieuwe werk is een waardig tegenstuk van Rachmaninovs Vespers

Concert (klassiek) - Rachmaninov en Momotenko-Levitsky

Momotenko's muziek ontvouwt zich rustig maar gevarieerd en bereikt tweemaal een vlammend kookpunt. En zodra er versnippering dreigt, bezorgen bronzen bassen en dirigent Klara een vredig einde.

Rachmaninov en Momotenko-Levitsky

Klassiek
Door het Groot Omroepkoor o.l.v. Sigvards Klara. 25/11, Concertgebouw, Amsterdam.
Terugluisteren: radio4.nl/ntrzaterdagmatinee

Als zestig zangers tegelijk hun stem laten horen, blijft dat imposant en al helemaal in de sonore, vaak achtstemmige akkoorden die Sergej Rachmaninov toepaste in zijn Vespers, een werk doortrokken van de klank van de Russisch-orthodoxe kerkmuziek.

In de Stille Week

De Russische, al jaren in Nederland wonende Alfred Momotenko-Levitsky kreeg van de Zaterdagmatinee de opdracht een 'companion piece' voor de Vespers te schrijven. De 47-jarige componist koos hiervoor een groot gedicht van Boris Pasternak, Na Strastnoy ofwel In de Stille Week. Hierin gaan de rouw en de vertroosting van de viering van Christus' dood en herrijzenis gepaard met de suggestie van wreedheden en verbittering, zoals zo dikwijls in de Russische literatuur, tussen de regels door.

Hoewel het nieuwe werk met een lengte van ruim een kwartier aandoet als een David, hier ingeklemd tussen de in tweeën gekliefde Goliath van Rachmaninov, is het een waardig tegenstuk. Momotenko put uit hetzelfde koorklankenarsenaal, dat hij echter verrijkt en oprekt, bijvoorbeeld tot het grote, diffuse stapelakkoord waarmee Na Strastnoy begint. De teksten worden veelal door afzonderlijke stemmen voorgedragen, gesteund door een woelig bed van gonzende harmonieën. Buiten een enkel glissando, sisklanken en soms een prangende dissonant kent het stuk geen opmerkelijke moderniteiten.

De teksten worden veelal door afzonderlijke stemmen voorgedragen, gesteund door een woelig bed van gonzende harmonieën

Vredig einde

De muziek ontvouwt zich rustig maar gevarieerd en bereikt tweemaal een vlammend kookpunt. Tegen het slot dreigt versnippering, maar bronzen klanken en melodieus geneurie in de bassen brengen het werk, onder de verzorgde directie van de Let Sigvards Klara, tot een vredig einde.