Vincent Cortvrint op piccolo.
Vincent Cortvrint op piccolo. © Anne Dokter

Maakt piccoloconcert einde aan imagoprobleem van de kleine fluit?

'Als piccolospeler moet je stevig in je schoenen staan'

Die vermaledijde piccolo, met dat hoge snerpende geluid, krijgt een eigen concert. Voor het eerst staat Vincent Cortvrint vóór het Concertgebouworkest.

De piccolo heeft een imagoprobleem. Het is het kleine fluitje dat je in een symfonieorkest altijd hoog boven de andere instrumenten uit hoort komen. Het fluitje van 30 centimeter met drie octaven bereik geldt als de grote veroorzaker van gehoorschade, het geluid staat bekend als het tegenovergestelde van subtiel. De piccolo wordt vooral geassocieerd met militaire muziek - op die manier zette Beethoven het fluitje ook al in.

Aan dat imagoprobleem kan een einde komen, want woensdagavond (en donderdagavond) staat bij het Koninklijk Concertgebouworkest een gloednieuw piccoloconcert op de lessenaars. Dus zit de Belg Vincent Cortvrint (53) voor het eerst sinds zijn aantreden in 1996 eens niet midden in het orkest, maar staat hij ervóór.

110 decibel

Een gewone fluit is een auto met ABS en cruise control. Bij de piccolo, een Formule 1-wagen, ga je meteen in de hoogste versnelling

'Ik vergelijk de piccolo altijd met een Formule 1-wagen', zegt Cortvrint. 'Een gewone fluit is een auto met ABS en cruise control. Bij de piccolo ga je meteen in de hoogste versnelling.' Hij bereikt zonder veel moeite 110 decibel, het niveau van een discotheek.

Het soloconcert is geschreven door de Est Erkki-Sven Tüür. 'Ik wilde onderzoeken wat de piccolo nog meer te bieden had dan hard en hoog', zegt de componist. 'Het lage register blijkt heel mooi te zijn. Dat wilde ik de ruimte geven.' Tüür bereidde zich voor door zelf een piccolootje te lenen. Via Skype wisselden solist en componist van gedachten.

Solastalgia heet het stuk, een term die zoiets betekent als onbehagen door verandering van de omgeving, bijvoorbeeld door klimaatverandering en technologie. Dat onbehagen zou je moeten terughoren in het stuk, zegt Tüür. 'De piccolo lokt als aanjager steeds reacties uit in het orkest. Het is geen pronkstuk, maar een atmosferisch werk vol dialoog.'

Pieken

Iedereen hoort je. De kleinste fout wordt meteen bestraft

Solowerken voor het instrument zijn er nauwelijks. Vivaldi schreef er een paar, Peter Maxwell Davies maakte een concert, maar dat is niet Cortvrints favoriet. Welke grote componisten schreven nou 'goed' voor piccolo? 'De betere piccoloschrijvers zijn vooral de Russen en Fransen. Berlioz, Rimski-Korsakov, Debussy. Bij Beethoven wordt de piccolo al snel een cliché. Dan geniet ik niet zozeer van mijn partij, wel van het geheel natuurlijk.'

Dat hij zich specialiseerde in de piccolo, ging heel natuurlijk. 'Toen ik aan het conservatorium studeerde, kreeg je er niet apart les in. Bij mijn vorige orkest, het Nationaal Orkest van België, speelde ik soms piccolo en dat vond ik leuk. Toen het KCO een vaste speler nodig had, deed ik auditie. Ik was verbaasd dat ik won.'

En nu krijgt hij als beloning voor jaren trouwe dienst een 'eigen' concert. 'Dat was een verzoek van mij, ja. Ik was op zoek naar een uitdaging.' Hij vindt het spannender dan hij had verwacht. Maar, nuanceert hij, als piccolospeler ben je toch al gehard. 'Iedereen hoort je. De kleinste fout wordt meteen bestraft. Alles is zo klein bij de piccolo. Zit je er een klein beetje naast, dan heeft dat grote gevolgen. Wij hebben als piccolospelers soms maar een paar maten wat te doen, maar dan moet je wel ineens pieken. Daarom moet je stevig in je schoenen staan.'