Little Steven in Carré.
Little Steven in Carré. © Ben Houdijk

Little Steven flirt in Carré ongedwongen met vette soul

Concert

Het kon ook niet anders: voor de toegift kwam Little Steven Van Zandt (66) het Carré-podium opgewandeld met Southside Johnny (68), zijn oude bloedbroeder uit de 'Jersey Shore Scene' rond Bruce Springsteen, epicentrum van stoere jubelrock met dikke klodders soul en doo-wop.

En daar gingen ze: I Don't Want To Go Home en It's Been A Long Time, euforische vieringen van vriendschap en hereniging, feestelijk en ontroerend tegelijk. Amsterdam had weer eens mazzel.

We wisten dat 'Southside' er was. Voor aanvang klaterde applaus toen hij op de tribune verscheen. De optredens van Southside (in Paradiso) en Little Steven & The Disciples Of Soul stonden aanvankelijk allebei op 24 juni gepland, maar dat kon de Nederlandse Bruce-minnenden natuurlijk niet worden aangedaan. Little Steven schoof een dagje door.

Op Soulfire, zijn eerste album sinds 1999, staan spetterende herinterpretaties van oud werk. Zijn laatste Nederlandse optredens waren in 1989, een voorprogramma bij Bon Jovi (1995) niet meegeteld. Sindsdien kwam hij alleen nog langs als Springsteens secondant in de E Street Band en, in onze huiskamers, als de magistrale tv-maffiosi Silvio Dante (The Sopranos) en Frank Tagliano (Lilyhammer).

Om meteen maar de moeder aller oneerlijke vergelijkingen uit de weg te ruimen: nee, Little Steven heeft als bandleider niet het charisma van Springsteen, hij is geen groot zanger en zijn Disciples Of Soul doorstaan de vergelijking met de E Street-stoomwals evenmin. Maar komaan, dat geldt voor wel meer gezelschappen die in Amsterdam komen spelen; het deed aan de fijne rock-'n-soulrevue weinig af.

Sterke songs als I'm Coming Back, I Saw The Light, Salvation en Saint Valentine's Day werden opgetild door een koperbatterij en een trio uitbundige zangeressen onder aanvoering van de uit een blaxploitation-film weggelopen Jessie Wagner.

Little Steven & The Disciples Of Soul.

25/6, Carré, Amsterdam.

Over blaxploitation gesproken: met James Browns Down And Out In New York City (uit Black Caesar, 1973) bracht Little Steven een lekker zweterige ode aan het genre, zoals Standing In The Line Of Fire een dampend saluut aan de westernmuziek van Ennio Morricone werd.

Tel daar het reggae-uitstapje bij op, met I Am A Patriot (1983), en de sfeer van de avond is voelbaar: lekker ongedwongen spelen en flirten met vette soul, eerder losjes dan strak uitgevoerd. Onderwijl maakte Southside Johnny zich op voor de invalbeurt die van de fijne avond een onvergetelijke zou maken.