Fats Domino in 1956.
Fats Domino in 1956. © AP

Fats Domino (1928-2017) gold als een van de grondleggers van de rock-'n-roll

De legendarische Amerikaanse zanger en pianist Fats Domino is op 89-jarige leeftijd in zijn woonplaats New Orleans overleden. Zijn dochter heeft dat bekendgemaakt.

Je zag een zwaarlijvige, zwarte man, met haren glimmend van de brillantine, die heen en weer wiegde op een van de meest gemoedelijke melodieën in rock 'n roll. Alleen de blazers gaven zo nu en dan een zetje om de deining erin te houden. Het leek alsof Fats Domino in een hangmat Blueberry Hill vertolkte in plaats van achter de piano. Het zal het bekendste beeld zijn van de rock 'n roll veteraan. De man die in de jaren vijftig, op Elvis Presley na, met meer dan 65 miljoen platen de beste verkochte rock-'n-rollartiest was. Woensdag overleed Fats Domino op 89-jarige leeftijd in New Orleans.

Samen met Ain't That A Shame was Blueberry Hill de grootste hit van de zanger die als een rockster platen verkocht maar qua uiterlijk tekortschoot om het bijbehorende plaatje te leveren. De gedrongen maar imposante verschijning van 1,68 meter en over de 100 kilo werd wel altijd gesierd met een brede jongensachtige glimlach, qua imago en uitstraling schoten artiesten als Elvis Presley, Chuck Berry en Little Richard hem voorbij.

Domino's voorkomen belette hem echter niet om uit te pakken op het podium. Een van zijn showgimmicks was om, zoals Jerry Lee Lewis, staand piano te spelen en daarbij in de maat van de muziek zijn lichaam er tegen aan te beuken. In rock-'n-rolls jonge dagen moest er wel eens een politie-escorte aan te pas komen om de populaire zanger/pianist heelhuids van hotel naar theater te krijgen.

Roerige jaren vijftig

Geboren als de zoon van een violist, in New Orleans, de geboortestad van jazz, was muziek voor Domino alomtegenwoordig. Antoine Domino leerde zichzelf ragtime, boogiewoogie en blues spelen op de piano. Op veertienjarige leeftijd ging hij van school om overdag te werken en 's avonds muziek te maken in plaatselijke kroegjes. Op eenentwintigjarige leeftijd sleepte hij zijn eerste platencontract binnen. Dat was in 1949. De opmaat naar de roerige jaren vijftig.

Domino was in de kraamkamer van rock-'n-roll. Een artiest die smeuïge rhythm-and-blues paarde aan hoekige en opgejaagde ritmes. Met een warme bariton en de steady, stevige hand van de boogiewoogiepianist bracht hij met kracht en snelheid een zaal in vervoering. Hij verscheen in rock-'n-rollfilms en was een van de eerste zwarte artiesten die op Amerikaanse nationale televisie kwam. Maar in de jaren zestig, toen Britse rockgroepen met een psychedelisch geluid in zwang raakten, raakte Domino, die vasthield aan zijn klasieke rock-'n-roll, in vergetelheid.

Domino's extreme honkvastheid was daar ook debet aan. Zijn laatste tournee dateert van 1995. De zanger/pianist bleef het liefst hangen in zijn huis in de New-Orleanswijk Lower Ninth Ward. Als een van de eerste artiesten die een plekje in de Rock 'n Roll Hall of Fame kreeg, liet hij de ceremonie aan zich voorbij gaan. Hij wees in 1998 ook een uitnodiging van toenmalig president Clinton af om een hoge onderscheiding, de National Medal for the Arts, in ontvangst te nemen.

Met bijna kluizenaarsneigingen onttrok hij zich aan de publieke belangstelling. Zelfs orkaan Katrina, die in 2005 delen van New Orleans verwoestte, leek hem niet van zijn plek te krijgen. Lange tijd werd niets van hem vernomen totdat uiteindelijk bleek dat hij en zijn familie waren gered. Ettelijke gouden en platina platen en drie piano's werden echter door de storm verzwolgen.

Domino verhuisde naar de New Orleanse buitenwijk Harvey. In 2007 speelde hij nog een keer live zijn hits in de legendarische New Orleans concertzaal Tipitina's. Het werd zijn laatste optreden.