© Aart Nieuwkoop

Droge akoestische ruimte werd omgetoverd tot een vogelkooi

Concertrecensie Schnitgerfestival

Met zijn vlotte pijpaanspraak en felle bassen is het 'nieuwe' Schnitgerorgel in de Lutherse Kerk in Groningen een aanwinst. Ton Koopman toverde de droge akoestische ruimte om tot een vogelkooi; orgel en orkest mengden uitstekend.

Arp Schnitger (1648-1719) wordt gezien als de Stradivarius van de orgelbouw. Hij werkte onder meer in Groningen, waar hij het orgel van de Martinikerk uitbreidde en een instrument bouwde voor de Der Aa-kerk. Hij bezocht trouw de Lutherse Kerk, die hij in 1699 een instrument schonk. Maar eind 19de eeuw werd het orgel gesloopt ten faveure van een (ook mooi) Van Oeckelenorgel.

Ton Koopman (orgel en directie)
Luthers Bach Ensemble en Tymen Jan Bronda (orgel)
31/10, Lutherse Kerk, Groningen
Het Schnitger Festival duurt t/m 5/11.

Tymen Jan Bronda, organist en cantor van de Lutherse Kerk, heeft zich jarenlang ingespannen voor de komst van een 'nieuw' Schnitgerorgel. De bouwer Bernhardt Edskes maakte een instrument dat het oorspronkelijke orgel zo dicht mogelijk benadert. Extraatje is de tweede speeltafel op afstand, die de dirgent-organist in staat stelt tegelijkertijd te dirigeren en te begeleiden of soleren.

Voor de inwijding, dinsdag tijdens het Schnitgerfestival, was Ton Koopman aangetrokken, die aantrad in een Bachkostuum. Koopman wierp zijn pruik helaas snel af. Hij liet het koor van het Luthers Bach Ensemble stralen in het Bachmotet Singet dem Herrn en soleerde in Haydns Orgelconcert in C, waarin hij de akoestisch droge ruimte omtoverde tot een vogelkooi. Koopman haalde een even substantiële als elegante klank uit de strijkers, en orgel en orkest mengden uitstekend.

Ook solo maakte het instrument een goede eerste indruk, zeker toen initiator Tymen Jan Bronda er Buxtehude op speelde. Het orgel is 'Schnitgeriaans' boventoonrijk en heeft door zijn vlotte pijpaanspraak en felle bassen een dwingende directheid. Een aanwinst.