'We kunnen leren van de Saksen'

De Arnhems metalband Heidevolk maakt heidense hardrock, en put daarbij uit het rijke Gelderse verleden. Een gesprek op de hei met zanger Joris ‘Boghtdrincker’....

Nationaal Park Veluwezoom, uitkijkpunt De Posbank, 8 september, 13.00 uur.Joris ‘Boghtdrincker’, zanger van de Arnhemse metalband Heidevolk, inhaleert diep de dampende heidelucht boven een paar hectare overweldigende Gelderse natuur. ‘Dit dus’, zegt hij. Pure inspiratie. Een alomvattend armgebaar over de paarse heuvelen. ‘De heide staat in bloei. Soms zie je er een regenboognevel boven hangen. En het is bronsttijd. Het Heidevolkgevoel.’Misschien wel het enige juiste moment, volgens Boghtdrincker (32), om kennis te maken met de band die leeft naar natuurwetten, zich bewust van de verglijdende seizoenen. Een band ook die een verschijnsel als de zonnewende voor de zekerheid maar noteert in de touragenda. Vandaag, een klamme en regenachtige woensdag aan de vooravond van een grootschalige Europese concertserie, gaat Boghtdrincker – nu het nog kan – op zoek naar een burlend hert. Hij wil beeld en geluid van het bronstig schreeuwend dier opslaan achter de ogen, om op terug te kunnen vallen tijdens langdradige ritten over Duitse, Deense en Franse snelwegen, bij smakeloze taferelen in schrale kleedkamers. De natuur zit verankerd in de zanger en diens hele band. Boghtdrincker: ‘Ik hou gewoon niet van scooters.’Heidevolk maakt muziek volgens de discipline van de pagan metal: heidense hardrock. Een genre in opkomst, per Vikingschip afgemeerd van Scandinavische kusten en de laatste jaren geworteld in Duitsland, waar ook de Germaanse mythologieën zich makkelijk bleken te voegen naar rammend gitarenrepertoire en een moordende bassdrum. Een metalvariant die graag afrekent met het christendom, maar net zo hard dweept met Wodan en Donar.In Heidevolk kreeg de pagan metal een opzienbarend Nederlands broertje. Een band die putte uit de rijke Gelderse historie van Saksen en Franken, die ook in de muziek minder stijlvast bleek dan vele genregenoten; die folk mengde met metal, mandoline en viool een entree liet maken in de harde muziek. Nog opmerkelijker: Boghtdrincker en Mark ‘Splintervuyscht’ zongen in uiterst verstaanbaar, tweestemmig Nederlands.‘Weelderig groen ontspruit uit koude grond/ Als het Saksisch volk de zon begroet/ op de heuvels badend in haar gloed.’Zo zingt Boghtdrincker in Ostara, van de onlangs bij metallabel Napalm Records verschenen cd Uit Oude Grond. En in Dondergod:‘Bliksems bestrijken de hemel, zo zwart/ Machtige donder, dreun door in ons hart. DONDERGOD.’Boghtdrincker: ‘Ik hoor weleens: wat moet je toch met die Saksen en Batavieren. Die volkeren kwamen in de vroege middeleeuwen ons land binnen, en trokken weer weg. Klaar.’ Maar zo makkelijk komen ze er bij Boghtdrincker niet vanaf. ‘Van kinds af aan hou ik me met de vroege geschiedenis bezig. Ik kom uit een katholiek nest, maar stelde altijd vragen over het geloof. Ik maakte op school al werkstukjes over de Batavieren.’Na de spreekbeurten wilde hij meer. ‘Ik dook dieper in de Gelderse geschiedenis, in de genealogie. Ik wilde weten hoe die mensen hier hebben geleefd.’ Dat was een opgave. ‘Het was in de pre-internet tijd, dus dat betekende: de bieb in.’ Daar bleek weinig kopij beschikbaar over het strijdlustige Saksenvolk. ‘Een heel verspreid, dun aanbod. De geschiedenis wordt gedomineerd door het christendom.’ Alsof de heidense historie is verdrongen. ‘Terwijl ik denk: wat kunnen wij nog leren van de Saksen. Hoe waren hun normen en waarden, hoe zat hun samenleving in elkaar? Ik vind het waardevol enige continuïteit in de geschiedenis te ontdekken.’Veluwezoom, de ‘Onzalige Bossen’ nabij Rheden, 14.30 uur.Boghtdrincker zet er de pas in, op weg naar een uitkijkpost richting brandtoren, waar iets als een Gelders visioen moet ontstaan. We struinen door de Onzalige Bossen, echt een oord waar de mannen van Heidevolk zich graag ophouden. ‘Het wemelde hier vroeger van de struikrovers. Het was hier niet pluis.’ En hier dus ontstaan die Heidevolk-liedjes, over Reuzenmacht, Alvermans Wraak, of een weerwolfmetafoor in het volgens Boghtdrincker ‘heel persoonlijke’ Beest Bij Nacht.‘Kijk nu hoe wij hier lopen. Je hartslag verandert, je gaat anders ademen, raakt in een compleet andere gemoedstoestand.’Bij de uitkijkpost, aan de rand van het bos, met een wijde blik op zanderige vlakten: ‘Het is niet moeilijk je voor te stellen hoe de Saksen hier bijvoorbeeld ten strijde trokken. De verhalen komen vanzelf.’Het repertoire van Heidevolk is in te delen naar drie pijlers, zegt Boghtdrincker. ‘De geschiedenis, de natuur, en de cultuur, dus de folklore en de mythologie.’ Zo kun je bij Heidevolk tegen een lied als Karel van Egmond, Hertog van Gelre aanlopen, met teksten als ‘Gelre’s hertog, Zutphens graaf, bevocht het huis van Habsburg’, et cetera. ‘Ik krijg weleens het verwijt een geschiedenisleraar te zijn, en ik moet daar ook een beetje op letten. Maar ik zie mooie verhalen in de geschiedenis van onze streek, en wat is er mis mee die nog eens boven te halen?’Door de vaderlandse geschiedenis weven Boghtdrincker en zijn co-auteurs een web van mythen, teksten uit de IJslandse oerverhalenbundel de Edda, over het godenvolkje dat op ons neerziet.Voor de goede orde: ‘Ik denk niet dat er bij onweer een man met een hamer door de wolken rijdt. Zie dat heidendom niet te plastisch. Maar dat betekent niet dat we niet serieus met de thematiek bezig zijn, de hele band zit er met overtuiging in.’Het gaat, ook in Dondergod, om het verhaal, het idee dat het leven zoals je het hier boven de Veluwezoom beschouwt, rijker is dan het dagelijks gedoe in de stad of op kantoor doet vermoeden.Boghtdrincker houdt van taal, het rake woord op de juiste plaats, en dan liever ‘nimmer’ dan ‘nooit’, eerder ‘deemstering’ dan ‘duisternis’. ‘Ik kan erg genieten van goed geschreven teksten, ook van Doe Maar en Boudewijn de Groot.’ De inspiratie voor de folkmuziek kwam van de Nederlands/Keltische folkband Rapalje, ‘en uiteraard mag ook Normaal hier niet onbesproken blijven’. Boghtdrincker, die een achtergrond heeft in de psychologie: ‘Ik kan mij goed uitdrukken in het Nederlands, ik hou van standaardrijm en beginrijm, die geven een mooie cadans die heel goed past bij onze muziek.’ De rustige, akoestische liedjes op Uit Oude Grond, en de melodieuze Nederlandstaligheid hebben de band nog niet vervreemd van de metalscene, zegt Boghtdrincker. ‘Ook in Duitsland probeert het publiek keurig mee te zingen.’ De artistieke keuzen gaven Heidevolk intussen een podium buiten rockclubs en -festivals. Heidevolk speelde op folkfestivals als Folkwoods, waar de muziek zeker werd begrepen, maar waar soms ook met een scheef oog naar de podiumuitdossing werd gekeken, naar de vroeg-Middeleeuwse, Laaglandse kledij, de hoornen drinkbekers aan de riem, de runentekens aan de ketting, het zwijntje aan het spit. Asterix en Obelix, is dan weleens het verwijt, de band zou ermee op de lachspieren werken.Boghtdrincker zit er niet mee. ‘Ik ben blij dat ik een hobby heb.’ Een ouder echtpaar met verrekijker wijst in de observatiepost op een rood vlekje aan de bosrand. ‘Een hert.’ Maar dit scharrelend ree biedt nog geen diepe voldoening. Er wordt koers gezet naar een plaats met volgens Boghtdrincker ‘100 procent hertengarantie’.Nationaal Park De Hoge Veluwe, 18.00 uur.Het is het hoogtepunt van een wilddagje op de Veluwe, bij het vallen van de avond: het burlen der Edelherten. De mannetjes smeken om de vrouwtjes, met een bronstroep die diep brullend uit de keel stoot. Als we geluk hebben knalt een Alphamannetje straks nog met een volgroeid gewei tegen de kop van een soortgenoot, in bittere concurrentiestrijd. Een auto of veertig staan geparkeerd aan de verharde weg langs een bosschage, op de daken en op campingstoeltjes zitten de toeschouwers van het Veluwer paringsritueel. ‘De wildpaparazzi’, volgens Boghtdrincker, ‘met telelenzen als straalmotoren’. Het stemt tot nadenken. ‘Dit is nu onze natuurbeleving’, zegt Boghtdrincker. Vervreemd van de eigen cultuur en natuur. Maar niets ten nadele van deze, meest oudere, liefhebbers. ‘Die hebben ook hun hobby.’Wat hij zelf heeft met het Edelhert? Dat is hier makkelijk te verklaren. ‘Zoals hij daar staat. Onverzettelijk en trots.’ Karaktertrekken die Boghtdrincker ook niet vreemd zijn. ‘Vraag je me op de man af of ik trots ben op Gelderland, dan zeg ik ja.’ Maar met kanttekening: ‘Maakt het dat ik me meer voel omdat ik hier vandaan kom? Nee. Wat is dan trots? Ik voel me geen volbloed Saks of zo, maar ik zie in deze provincie wel karakteristieke eigenschappen die een mensenleven overstijgen, en dat vind ik interessant. Als ik een Zeeuw was had ik me verdiept in mijn Zeeuwse roots, je bent ontvankelijk voor dat soort dingen, of niet, zo simpel is het. En als ik een Leidenaar zou zijn, zou ik duiken in de geschiedenis van die stad. Maar trots is een eigenschap die tegenwoordig met argwaan wordt bekeken. Als je zegt trots te zijn op je eigen achtergrond, word je al snel even nader beschouwd.’ En zo ligt Heidevolk soms onder de loep, en erg verwonderlijk is dat ook niet. Heidevolk is een band die de rijke, eigen historie in de lucht steekt, dan ook nog eens met Germaanse mythologieën strooit, liedjes als Wodan Heerscht in de markt zet, veelvuldig optreedt in Duitsland, en schuil gaat achter pseudoniemen als Vellenknotscher, Bomenbreker en Splintervuyscht. ‘We worden beoordeeld naar hedendaagse maatstaven, en dat begrijp ik ook wel. In de schaduw van de Tweede Wereldoorlog kun je niet spreken over iets als een ras. Maar in het oude Gelderse volkslied zit wel zo’n zinsnede, iets als ‘geef ons het recht om trots te zijn op het Gelders ras’. Daar werd toen niet moeilijk over gedaan. En dat lied is nota bene geschreven door een Rotterdammer.’Maar Boghtdrincker ziet ook zelf het gevaar. ‘Er is een keerzijde. Het kan doorslaan: er komt best eens een rare kwibus af op onze concerten, of festivals waar we spelen.’ De podiumpresentatie kan nogal opzwepend zijn, ‘en dan raakt er weleens iemand door het dolle heen’. Maar mocht er in zo’n heksenketel ooit per ongeluk een arm omhoog gaan, dan is het feest direct afgelopen, zegt Boghtdrincker. Heidevolk is volgens hem van onbesproken gedrag, heeft geen politieke voorkeur, geen geheime agenda en ook geen strafblad, ‘voor zover ik weet’.De groeiende populariteit van de heidense metal in Europa kan volgens Boghtdrincker worden verklaard vanuit niets anders dan de nieuwsgierigheid naar het eigen verleden. ‘Al die bands hopen toch iets over te dragen op het publiek, zouden het leuk vinden als iedereen eens wat meer in de culturele achtergronden zou duiken. Meer is het niet.’Dat de thematiek binnen de pagan metal kan gaan aanvoelen als een knellende jas, kan Boghtdrincker zich best voorstellen. ‘Op een gegeven moment zijn alle verhaaltjes misschien wel verteld, zijn alle goden voorbij gekomen. Dan wordt het tijd om als band nog meer de diepte in te gaan.’ Zo speelt Boghtdrincker met het idee de tijdsbalk eens op te rekken, tot aan meer recente geschiedenis.Op de terugtocht vanuit het hertenreservaat parkeert hij zijn Opel Corsa even op een stuwwal langs de Rijn, waar we nog een blik kunnen werpen op het overgangsgebied tussen Veluwe en Betuwe. ‘Ook dit is beladen geschiedenis’, zegt Boghtdrincker. ‘De slag om Arnhem, operatie Market Garden voltrok zich hier. Daar zou ik een conceptplaat over kunnen maken, maar zo’n koerswijziging moet door de hele band worden ingezet, dat is een democratisch proces.’Hoe dat ook mag uitpakken: ‘Als ik straks achter de geraniums zit, heb ik in ieder geval een verhaal te vertellen.’