Emilía Magnúsdóttir: 'Mijn moeder draagt deze trui ook.'
Emilía Magnúsdóttir: 'Mijn moeder draagt deze trui ook.' © Willemijne van Zelst en Esmee van Loon

Zoektocht naar een echte IJslandse trui

IJsland Breiland

Op IJsland zouden truien bestaan die al generaties lang worden doorgegeven. Authentiek en onverslijtbaar. Maar zie ze maar eens te vinden.

'Oh ja, iedereen op het eiland heeft zo'n trui', zegt Arnaldur van Procar Iceland. De student rijdt ons als bijbaantje door de grauwe straten van Reykjavik naar het autoverhuurbedrijf. Het is zomer, het motregent en het is 5 graden. Arnaldur lijkt niet verbaasd dat we hier zijn om een stuk te schrijven over de IJslandse trui die, naar verluidt, van generatie op generatie doorgegeven. De bleke, blonde student lijkt nergens verbaasd over. Zelf bezit hij een IJslandse trui die z'n moeder voor hem heeft gebreid, al draagt hij 'm niet vaak. 'Hij kriebelt.'

Net als een boeddhabeeld koop je geen IJslandse trui, die kríjg je. Van je moeder of vader, die hem weer van haar moeder of zijn vader heeft gekregen. De lopapeysa (inclusief ingebreid patroon) is een romantische, IJslandse traditie die tot de verbeelding spreekt. Misschien net zoals Amerikanen elkaar vertellen hoe die Hollanders allemaal op houten schoenen lopen - nee, echt! Maar in tegenstelling tot de klompendracht is de IJslandse truientraditie realiteit, zeggen de experts. 'De oudste trui in de collectie van het Textielmuseum IJsland stamt zelfs uit 1850', vertelt Hrasnhiltur Þordardottir van datzelfde museum. 1850!

Praktisch

Icelandair vliegt minimaal een keer per dag van Amsterdam naar Reykjavik. Vanaf euro 349 heeft u een ticket en drie hotelovernachtingen inclusief ontbijt. Ook mogelijk: onderweg naar Amerika en Canada een stopover maken in Reykjavik zonder extra kosten.

icelandair.nl

Wat zo'n oertrui sindsdien niet allemaal heeft meegemaakt: de tijd dat je in IJsland te paard naar het café trok, zodat je dronken terug kon op de rug van het dier, dat zelf de weg naar huis wist; de Tweede Wereldoorlog, waarin het eiland zonder eigen leger werd bezet door duizenden Amerikanen; de verschijning van trollen en elfjes; de val van de bank Icesave.

Het zou toch gaaf zijn er een te vinden die nog wordt gedragen, en het verhaal daarvan te achterhalen? De missie is dus: we gaan op zoek. In drie dagen zullen we ergens achterin een kast een stokoude trui vinden en daarmee de geschiedenis van IJsland achterhalen. Iemand van de 400 duizend IJslanders moet er toch wel een hebben liggen?

Een IJslandse trui kríjg je. Van je moeder of vader, die hem weer van haar moeder of zijn vader heeft gekregen

Nooit wassen

De receptionist van het hotel in ieder geval niet. Hij zit achter de balie naar de regen te kijken in, jawel, een IJslandse trui. Het is alleen geen oud exemplaar, hij heeft hem gekocht omdat hij het hier altijd koud heeft. Hij haat zijn baan. In Argentinië was het warmer, maar nu hij twee kinderen heeft met zijn IJslandse vakantieliefde kan hij niet meer terug. Ter afleiding vouwt hij 's avonds origami, de resultaten verkoopt hij op zijn eigen site. Nee, hij kent niemand met een IJslandse oertrui. 'Je lift naar de autoverhuurder is gearriveerd', zegt hij weggedoken in zijn col.

Reykjavik heeft iets raars. Als je langs de golfplaten huizen van de hoofdstad rijdt, lijkt het alsof je je tussen barakken bevindt, maar achter de armoedig ogende gevels zitten luxe kledingzaken en boekwinkels waar je ook reusachtige punten chocoladetaart kunt bestellen. Aan het eind van het winkelgebied (twee winkelstraten) zit onze bestemming: de winkel van de Handknitting Association of Iceland. Voorin hangen gebreide wantjes, sokjes en jurken, maar wie het trapje afgaat naar achteren komt in een wolwalhalla: hier liggen honderden, misschien wel duizenden grof gebreide truien op stapels tot aan het plafond, te koop voor zo'n 120 euro per stuk. Hier weten ze vast meer over de IJslandse oertrui? 'In modieuze winkels zijn ze vaak made in China, hier koop je de échte IJslandse trui', vertelt verkoopster Baldrún Kolfinns Jónsdíttir (49). Dat betekent: met de hand gebreid op het eiland en uitsluitend gemaakt van de wol van IJslandse schapen, een ras dat 1.100 jaar geleden uit Noorwegen is geïmporteerd en sindsdien nooit is vermengd. De trui die je dan krijgt, houdt je warm en droog, zelfs als het sneeuwt. 'Maar let op: nooit wassen, dan gaat het schapenvet uit de wol en verliest de trui z'n bijzondere eigenschappen.'

Achter Baldrún graven drie toeristen in de stapels truien, maar de kalme verkoopster zonder een spoortje make-up negeert ze. Al deze truien zijn gebreid door vierhonderd vrouwen in heel IJsland, gaat ze verder. Niet als beroep, maar wanneer de kinderen op bed liggen. Over een trui doen ze ongeveer vijftien uur. Sneller kan wel, 'maar zo'n kalmer tempo past beter bij IJsland.' Zelf breit Baldrún ook, net als haar vriendinnen, haar familie en ook haar zoons, die het al op de basisschool hebbengeleerd. Eigenlijk breit iedereen op IJsland. Maar een trui die al generaties lang meegaat, nee, die bezit ze niet. Vraag het eens bij Ístex, suggereert ze, de fabriek waar álle IJslandse wol wordt verwerkt.

Breien

Over de foto's

De portretten van IJslandse truidragers werden gemaakt door artdirector Willemijne van Zelst en fotograaf Esmée van Loon van studio Curly and Straight. Tijdens de (Nederlandse)

Wol Week vroegen ze in Reykjavik: 'Wat maakt jouw trui zo bijzonder?' De antwoorden liepen uiteen, maar het meest gehoorde was: een IJslandse trui koop je niet zelf, je krijgt 'm van iemand die je liefheeft.

Het regent harder de volgende dag. Onderweg naar het voorstadje Mosfellsbær rijden we langs grijze Oostblokachtige flats en af en toe een stuk lava op een grasveld. In de verte liggen bergen met laaghangende bewolking ertussen, verder is het opvallend leeg. Nu en dan maakt de weg een vreemde bocht. Niet omdat er een boom staat - die zijn er nagenoeg niet op IJsland - maar omdat hier volgens de legende elfen, trollen en ander mysterieus volk wonen. Dus mag de weg daar niet overheen, maar dient er volgens officiële regels omheen gebouwd te worden. Om de schuld af te kopen, zijn er hier en daar bovendien kleine poppenhuisjes neergezet, zodat het onzichtbare volkje toch ergens kan wonen. 90 procent van de eilandbewoners gelooft in hun bestaan, al zijn ze verder behoorlijk nuchter. 'Toen iedereen nog rijk was, was breien niet zo populair', vertelt Hulda Hákonsdóttir (58), de marketingdirecteur van wolfabriek Ístex. 'Je kocht een trui in de winkel.

Maar na het instorten van Icesave en de daarop volgende IJslandse bankencrisis in 2008 kregen we genoeg van de buitenwereld en wilden we met de hele familie bij kaarslicht breien. Jonge vrouwen pakten de pennen van hun moeder, ook jonge mannen namen les. Onze omzet verdriedubbelde.' In rap tempo leidt Hulda ons door de fabriek. In de grote hallen vol machines ruikt het naar boerderij, alsof er net een kudde schapen is geschoren. Geen wonder, als enige wolverwerkingsfabriek heeft Ístex lang geleden een contract met de IJslandse boeren afgesloten om álle wol op te kopen die hun schapen produceren. Van die duizend ton wol, ofwel lopi, wordt de beste 400 ton zelf verwerkt. De rest is B-keuze, vertelt Hulda, en gaat naar breiwinkels in Europa. Waarom elke IJslander zo'n lopapeysa heeft? Simpel: 'We zijn een klein eiland in the middle of nowhere, we moeten laten zien dat we er zijn.' Ze sluit af. 'Weten jullie zo genoeg?' Dit is onze kans! Het is drie uur, de fabriek gaat bijna sluiten maar Hulda, die alles van wol weet en zo veel boeren kent, móét een oude IJslandse trui bezitten. Toch? Maar nee. 'Sorry.' Ze heeft alleen maar nieuwe wollen vesten. Langs een machine die kleurige bolletjes wol uitspuugt, lopen we naar buiten. In een reusachtige, lege eetzaal bestellen we vissoep en gerookte zalm op roggebrood, dat wordt gebracht door een zwijgende puber. Zou hij dan misschien ...? Ach, vast niet.

Onderweg terug blijft het regenen. Het is niet moeilijk voor te stellen dat de eerste kolonist in de 9de eeuw het eiland al na één barre winter weer verliet. Al zijn vee was doodgevroren, hij was er klaar mee. Maar voor hij ging, gaf hij het gehate eiland nog even z'n huidige naam. Zou onze missie op dit eiland ook mislukken? Het begint er akelig slecht uit te zien voor onze oertrui.

Geen slijtage

Een dag later in de lobby van het Reykjavik Natura Hotel verandert alles. 'Mijn oma Ingibjörg Þorvaldsdóttir Hillers breide drie truien per week', vertelt Helga Kristín Hillers (52), helpdeskmedewerker bij Icelandair. 'Ze woonde in Sauðárkrókur, toen nog een klein dorpje in het noorden vol boeren en vissers in hutjes. Het was er nogal afgelegen; toen mijn oma's broer in de herfst van 1920 naar de landbouwschool moest, reed hij op zijn paard 500 kilometer naar het zuiden, en toen hij aankwam, werd het paard geslacht en opgegeten. Ondertussen bleef mijn oma in het vissersdorpje, trouwde, kreeg vier kinderen en breide duizenden truien.' IJsland blijkt echt klein; omdat Helga via via heeft gehoord dat we op zoek zijn naar een oude IJslandse trui, is ze na haar werk hiernaartoe gekomen met een grote plastic tas. En in die tas, jawel: een zachtwit breisel van haar oma. Eindelijk, daar is-ie dan: de echte oude IJslandse trui, vol geschiedenis en herinneringen. Wat moet dit kledingstuk veel hebben meegemaakt! Ze haalt 'm uit de tas. Wonderlijk, hoe wit de wol nog is na al die jaren. En geen slijtageplek te zien. 'Ik weet nog dat we samen om zes uur 's ochtends naar de haven gingen', gaat Helga verder. 'We wilden er zijn voordat de toeristen op de cruiseschepen van boord gingen, dus legden we in alle vroegte haar truien neer, zodat ze kwamen kijken. Hoewel mijn oma geen woord Engels sprak, ze verkocht ze altijd. Later, toen ik een jaar of 21 was en net getrouwd, zag ik deze witte trui die ze net had gemaakt. 'Hij is prachtig', zei ik, en toen ik jarig was gaf ze hem cadeau.' Wanneer? Ze glimlacht. 'Dat was in 1985.'

Dus - dit is helemaal geen generaties oude trui, maar een vrij recent exemplaar? 'Oh ja', zegt Helga opgewekt, 'hij was nieuw, niemand heeft hem vóór mij aangehad.' Maar - draagt er dan echt niemand in IJsland een trui van drie generaties terug? Is de IJslandse oertrui al net zo'n fabel waar we graag in geloven als de little people en hun huisjes langs de weg? Misschien ziet Helga onze teleurstelling. 'Als je ze écht draagt, dan gaan ze gewoon niet zo lang mee', zegt ze zachtjes. 'Mijn zus kreeg er ook een voor haar verjaardag, en een jaar later waren de ellebogen kapot. Dat deze trui nog mooi is, komt omdat ik hem niet vaak heb aangehad, alleen toen het in 2008 mode werd. Eerlijk gezegd was ik 'm zelfs een beetje vergeten. Het is dat jij ernaar vroeg.' En die oertrui uit 1850 in het Textielmuseum dan? Die bewaren ze stofvrij achter glas, vertelt conservator Þordardottir. 'Hij is nog nooit gedragen.'

Onderweg terug naar de luchthaven houdt het op met regenen. De temperatuur stijgt. '15 graden: het wordt warm', zegt de taxichauffeur, en hij kijkt verheugd naar buiten. Absoluut geen weer voor een wollen trui.