Stoppen met ultragoedkope kleding? Zeven lessen over verantwoord mode kopen

Lisa Koetsenruijter wil niet meer bijdragen aan verspillend systeem

De mode-industrie buit arbeiders uit en ruïneert de planeet. Journalist Lisa Koetsenruijter koopt daarom alleen nog maar verantwoord. Aan de hand van vijf items legt ze uit hoe.

Uitverkoop, zomer 2016: ik struin door de rekken van betaalbare ketens als H&M, Zara en & Other Stories op zoek naar aanvulling voor mijn kledingkast. Zwarte jurk voor een tientje? Kan ik wel een keer aan naar een etentje, staat misschien ook nog leuk met sneakers. Heb ik hem nodig? Nee, mijn kledingkast is vol genoeg. Waarom ik hem toch koop? De lage prijs. Het verlangen naar nieuwe kleding.

Textielconvenant van de industrie zelf ligt onder vuur.

Vorig jaar tekenden ruim vijftig Nederlandse kledingbedrijven het Convenant Duurzame Kleding en Textiel van de Sociaal-Economische Raad (SER). Ze beloofden hun arbeidsomstandigheden binnen drie tot vijf jaar te verbeteren.

Nu heeft de SER een productielijst opgesteld van drieduizend naaiateliers waarmee de merken samenwerken. Ook hebben de ondertekenaars hun verbeterplannen ingeleverd.

De Schone Kleren Campagne, voorvechter van betere arbeidsomstandigheden, was hier lang bij betrokken, maar trok zich terug. De kritiek: het is een te kleine stap, het ontbreekt aan concrete doelen en structurele, lokale controle mist.

Die is vervuilend: na de landbouw verbruikt de kledingsector wereldwijd het meeste water, de textielindustrie is verantwoordelijk voor 10 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot en 5 procent van de afvalberg bestaat uit textiel. Alleen al in Nederland verdwijnt jaarlijks 135 miljoen kilo textiel in de verbrandingsoven.

Daarbij is de industrie oneerlijk: het minimumloon voor een textielwerker in Bangladesh, een van de grootste kledingproducenten wereldwijd, is omgerekend zo'n 50 euro per maand. Terwijl minimaal 110 euro nodig is om te voorzien in basisbehoeften als onderdak en eten. Verder zijn de omstandigheden in de fabrieken vaak slecht: overwerk wordt niet betaald, nooduitgangen zijn afgesloten.

En dat alles voor een systeem van fast fashion: zoveel mogelijk (ver)kopen tegen zo laag mogelijke prijzen. Was het vroeger normaal om twee à vier collecties per jaar te produceren, nu komen ketens elke week met nieuwe items. Van ontwerp tot winkel: het duurt bij Zara soms maar een paar weken. Zodat wij maar blijven kopen.

Boeken en blogs

RankABrand en Goede Waar zijn sites die merken scoren op hun (relatieve) duurzaamheid. Op die tweede vind je ook informatie over keurmerken in de kledingindustrie.

Duurzame-modegoeroe Marieke Eyskoot bracht dit voorjaar haar tweede boek uit: Dit is een goede gids (Uitgeverij Boekerij, 20 euro). Daarin vind je informatie, tips en praktisch advies om verantwoord te kopen.

En dan kan ik één blogger niet ongenoemd laten: Sara, de oprichter van When Sara Smiles inspireerde mij tot mijn nieuwe regime. Op haar blog over verantwoorde mode vind je uitleg over termen als greenwashing en waarom de mens zo trendgevoelig is en daarbij brengt ze geregeld goede merken onder de aandacht.

Ik wil niet meer bijdragen aan dat systeem. En daarom koop ik per 1 januari 2017 alleen nog verantwoord. Dat houdt in dat de kledingmaterialen de wereld niet (of een stuk minder) naar de knoppen helpen en dat de mensen die het in elkaar hebben gezet, eerlijk worden behandeld. Omdat ik nog steeds van mode houd en niet te streng wil zijn voor mezelf, neem ik vooralsnog genoegen met merken en spullen die aan minstens een van die twee eisen voldoen, maar het liefst natuurlijk aan allebei.

Hoe ik weet of een merk aan mijn criteria voldoet? Inlezen, inlezen, inlezen. En niet in mooie praatjes van merken trappen, die vage begrippen gebruiken als 'bewust' of 'duurzaam'. Merken zetten termen als groen en verantwoord vaak genoeg in om hun imago te 'greenwashen'. Is Zara echt groen bezig met een kleine collectie van gerecyclede materialen? In mijn ogen niet, want het is tegelijk een van de snelst producerende ketens die klanten aanzet elke week iets nieuws te kopen.

Doe onderzoek: draagt dit merk keurmerken, zoals GOTS voor biologisch katoen? Is het aangesloten bij organisaties die zich inzetten voor verbetering van de arbeidsomstandigheden, zoals de Fair Wear Foundation? Waar COS (weinig duurzaams aan) online smijt met termen als 'doordacht design' dat gemaakt is 'om lang mee te gaan', kun je bij het Nederlandse O My Bag precies lezen met welke fabrieken ze samenwerken - en die zijn dus allemaal fairtrade. Zeven lessen bij vijf items uit mijn eerste halfjaar 'verantwoord kopen'.


De vijf items

Jas van Wintervacht

€320,-
wintervacht.nl

Te beginnen met mijn nieuwe winterjas, een prachtige lange grijze, gemaakt van een oude Poolse legerdeken. Toen ik het merk mailde om een exemplaar te bestellen, kwam ik in contact met een van de oprichters. Ik mocht de jas komen passen in hun Amsterdamse atelier, en hij is zelfs naar mijn wensen vermaakt.

Les één: wie, zoals ik, alsnog af en toe kwijlend het internet afstruint naar mooie, maar buitenlandse verantwoorde merken - zoals het Amerikaanse Reformation voor de allerhipste jurken en het Deense Underprotection voor prachtige bikini's - doet er goed aan ook eens in de buurt te kijken. Want idealistische modebedrijven zijn er in Nederland genoeg en het scheelt weer milieubelastend transport. Betaalbare basics vind je bijvoorbeeld bij Goat (voorheen Geitenwollenshirts) en verantwoorde jeans bij Kings of Indigo.

Jeans van Weekday

€50,-
shop.weekday.com

Ik schreef eerder dat ik de grote ketens mijd. Dat is wat kort door de bocht. Want, les twee: ook bij concerns als de H&M-groep, eigenaar van onder meer COS, & Other Stories, Monki en Weekday, valt enigszins verantwoord te shoppen. Enigszins: we hebben het hier voornamelijk over materialen. Zo kocht ik bij Weekday een spijkerbroek van biologisch katoen, en ik ontdekte dat alle spijkerbroeken van deze H&M-dochter daarvan zijn gemaakt. Het concern wil in 2020 alleen nog maar werken met biologisch katoen, wat betekent dat in het productieproces geen schadelijke chemicaliën worden gebruikt.

Deze aankoop deed ik aan het begin van dit jaar. Inmiddels merk ik dat ik twijfel over biologisch katoen van dit soort ketens: je moedigt ze aan te verduurzamen, maar tegelijk zijn zij de spelers die het systeem van fast fashion in stand houden.

Sneakers van Veja

€99,-
veja-store.com

Wie bij duurzame mode nog denkt aan hemdjes in natuurtinten van hennep (niks mis mee, overigens), beperkt zich, les drie. Je hoeft wat betreft kleding nauwelijks in te leveren op stijl als je verantwoorde keuzen maakt. Voor schoenen wordt het een tikje moeilijker, al maakt een merk als het Franse Veja het me makkelijk: qua prijzen en uiterlijk doen hun (witte) sneakers niet onder voor de Nikes en Adidassen.

Les vier: verantwoord hoeft niet altijd duurder te zijn. Bij Veja is het dubbel bingo: ze produceren fairtrade en van gebruiken zoveel mogelijk biologische materialen. En ja, daar hebben ze keurmerken voor. Op de site staat zelfs: 'Keurmerken zijn niet ons ultieme doel, slechts een minimumstandaard voor de eerste stappen richting onze sociale en milieudoelen'.

O, en meteen les vijf: lingerie en sportkleding (voor alle sporten die niet yoga zijn) zijn nog zo moeilijk 'goed' te krijgen, dat ik er een uitzondering voor maak.

Tweedehands H&M jurk

€15,-

Nee, deze jurk is waarschijnlijk niet onder eerlijke arbeidsomstandigheden gemaakt, noch van een stof die het milieu in zijn waarde laat. Maar: het is een tweedehandsje. En, les zes, dat mag in mijn verantwoorde regime.

Door te hergebruiken beperk ik mijn ecologische voetafdruk én draag ik bij aan de circulaire economie. Mooie manier om een beetje 'vals te spelen': blijft een (trendgevoelig) onverantwoord item in mijn hoofd zitten, dan kan ik altijd nog proberen het tweedehands op de kop te tikken.

Het lukte me laatst nog met een jurk waar ik al anderhalf jaar naar op zoek was, een donkerblauwe met panterprint van & Other Stories.

T-shirt van Filippa K

€45,-
swensk.com

En dan de laatste, les zeven: onder mijn eigen regime is mijn smaak veranderd. Niet drastisch, maar mijn stijl is meer basic of, vooruit, beter geformuleerd: klassieker geworden. Verantwoord winkelen betekent ook proberen de verleidingen van fast fashion te weerstaan - lukt me niet altijd, maar wel steeds beter. Dus komen er minder trendgevoelige dingen, waarop ik na een paar maanden uitgekeken ben, mijn kast in en meer dingen die lang meegaan.

Zoals dit wollen, donkerblauwe T-shirt van Filippa K. Flatteus, staat bij alles én goed gemaakt: het Zweedse merk is al bijna tien jaar lid van de Fair Wear Foundation. Dit onafhankelijke instituut controleert van de aangesloten merken (zo'n 130) hoe eerlijk hun arbeidsomstandigheden zijn en helpt die te verbeteren.

Ik kocht deze top overigens, en dan zijn we weer rond, in de uitverkoop. De sale voor verantwoorde merken lonkt en daar zit 'm misschien nog wel het grootste leerpunt: afkomen van die drang. Tevreden zijn met al die mooie kleren die al in mijn kast liggen, in plaats van blijven hunkeren naar iets nieuws, ook al is dat goed gemaakt of van een verantwoorde stof. Mijn koopdrang uitschakelen en gewoon doen als mijn vriend: pas als zijn spijkerbroek écht aan z'n einde is, koopt hij een nieuwe. Dat is verantwoord winkelen.

Haute couture van wegwerpmode

Ontwerpers Alexander van Slobbe en Francisco van Benthum maken van restpartijen nieuwe kleding.

Kleding van ketens als H&M, Mango en Zara is goedkoop en van steeds betere kwaliteit. Collecties wisselen elkaar in razend tempo af. Bovendien kopiëren deze winkels van onafhankelijke ontwerpers.

De toonaangevende Nederlandse modeontwerpers Alexander van Slobbe en Francisco van Benthum zijn daarom een tegenbeweging begonnen: het duurzame project Hacked, afgelopen donderdag te zien op de Amsterdam FashionWeek. Ze kopen restpartijen kleren op die anders vernietigd zouden worden, en vermaken die tot nieuwe items.

In 2016 gingen er alleen al in Nederland 1,2 miljoen niet-verkochte kledingstukken de verbrandingsoven in, blijkt uit onderzoek in opdracht van de organisatie voor maatschappelijk verantwoord ondernemen MVO Nederland. Kleding wordt vernietigd vanwege een productiefout, omdat een deel van de collectie niet is verkocht of omdat orders soms te laat worden geleverd. Grote ketens brengen aan de lopende band nieuwe collecties uit en daarvoor moet ruimte zijn in de winkels.

Weinig consumenten weten dit, zeggen de ontwerpers, die elkaar leerden kennen toen Van Benthum stage liep bij Van Slobbe. Ze werkten samen, raakten bevriend en besloten in 2014 Hacked op te richten.

De restpartijen komen van diverse handelaren. De omvang van zo'n partij kan enorm verschillen, vertelt Van Slobbe. 'Soms zijn het zes topjes die ik bij een winkel ophaal. Een andere keer gaat het om tweehonderd truien van een fabrikant in Azië.' Om welke winkels het gaat, willen de designers niet zeggen. Veel winkeliers weten niet dat hun kleding wordt hergebruikt.

De designers bedenken hoe het kledingstuk moet worden aangepast. De eerste lading bestond bijvoorbeeld uit T-shirts en sweaters. Van Slobbe en Van Benthum besloten daar stukken stof op te zetten, in de vorm van prints en patchwork. Het komt ook voor dat ze een top en een rok samenvoegen tot jurk. 'We gebruiken niet alles', zegt Van Slobbe. 'Soms krijgen we honderd kanten jurkjes waar we niets mee kunnen.' Die zijn dan al te specifiek; de signatuur van de designers moet wel zichtbaar blijven. Dan volgt het maakproces. 'De ene keer zijn onze naaisters honderd uur bezig met borduurwerk, de andere keer is de verandering simpeler', vertelt Van Slobbe.

In eerste instantie verkochten ze hun items alleen online, nu hangt de kleding ook in tien winkels. Naast truien en jurken verkopen ze schoenen, tassen en jassen. Omdat de ontwerpers weinig geld kwijt zijn aan de grondstoffen, zijn de collecties voor Hacked een stuk goedkoper dan hun eerdere individuele collecties. De prijzen variëren van 59 tot 300 euro. Is een item uitverkocht, dan wordt de collectie met een nieuw ontwerp aangevuld.

Ze zijn niet meer gebonden aan modetrends. Van Benthum vindt dat verfrissend. 'Jarenlang regeerde het systeem ons. Nu pakken we iets van de ketens terug. Het liefst zouden we met hen samenwerken, maar veel merken willen niet dat consumenten weten hoe sociaal onverantwoord en milieuvervuilend het productieproces is.'

Bente Schreurs