Zwart, pionier, visonair

Als de Afro-Amerikanen zijn pad zouden volgen, dan zouden zij de weg omhoog vinden, wist Booker T. Washington. Bijna een eeuw na zijn dood zijn al zijn voorspellingen bewaarheid....

In een interview, dat hij in 1899 aan een krant uit Memphis gaf, voorspelde Booker T. Washington dat de er een dag zou komen waarop een zwarte man president van de Verenigde Staten zou worden. Dat interview en dus ook dat visioen werden meteen door talrijke kranten overgenomen en ook nadien nog vele malen aangehaald: Booker T. Washington was een beroemdheid in de Verenigde Staten. Weliswaar had hij aan geen enkele officiële verkiezing deelgenomen, maar desondanks werd hij, door blank en zwart, beschouwd als de leider van de zwarte bevolking van zijn land. Hij werd bewonderd en op handen gedragen – en hij werd scherp in de gaten gehouden, ja, soms verguisd en verketterd, zijn woorden werden gewogen, zijn daden geboekstaafd.

Dat eerste, bewonderd, werd hij misschien nog wel meer door blanken dan door zwarten, terwijl zijn venijnigste critici doorgaans zwart waren. Omstreden is hij gebleven, gedurende de bijna afgeronde eeuw die er sedert zijn dood verstreek (hij stierf in 1915). Vooral tijdens de hoogtijdagen van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging van de jaren zestig en de daarop volgende emancipatie van de zwarte bevolking is hij andermaal heftig onder vuur komen te liggen. Zijn programma, dat emancipatie door educatie als kernboodschap had, zou te inschikkelijk zijn geweest, te zeer bereid tot compromissen; zelf zou hij, terwijl zijn achterban onder miserabele omstandigheden leefde, een pluimstrijker zijn geweest jegens de machthebbers, dat wil zeggen, de blanken.

Maar wat nu zijn voorspelling van honderdtien jaar terug is uitgekomen, ja, nu zijn recept, emancipatie door educatie, onverdund van toepassing is op de biografie van de eerste zwarte president van de Verenigde Staten, Barack H. Obama? Aan Harvard University gestudeerd, immers, dezelfde universiteit die Booker T. Washington in 1896 als eerste een eretitel verleende, en onomstreden waar het om zijn intellectuele én sociale vaardigheden gaat. De idealen van Booker T. Washington, ze klinken een eeuw later door in de autobiografie van Obama, Dreams From My Father – en het is juist het succes van Obama dat de wederwaardigheden van Washington in een nieuw perspectief plaatst.

Robert J. Norrell kan zich daar, tijdens het schrijven van zijn biografie van Washington, Up From History, nooit de hele tijd rekenschap van hebben gegeven, want dat boek moet november verleden jaar al bij de drukker hebben gelegen en gezien zijn omvang en degelijkheid het werk van vele jaren zijn. Maar wie het leest, kan zich niet onttrekken aan de echo’s in het heden van Washingtons overwegingen en al evenmin aan de mate waarin juist Obama’s optreden nieuw licht werpt op de controverses rond Washington. Diens vorige biografie, die tot dusverre als het standaardwerk geldt, die van Louis R. Harlan, is uit de jaren zeventig, en draagt daar de sporen van.

Washington was nog in slavernij geboren, in het voorjaar van 1856, als het kind van een slavin op een kleine boerderij aan de voet van de Blue Ridge Mountains. Wie zijn vader was, wist hij niet, al waren er aanwijzingen dat die in de familie van de slavenhoudende boer of op het dorp gezocht moest worden. Zelf haalde hij er zijn schouders over op en gebruikte hij de toenmalige vuistregel, namelijk dat wie ook maar één procent zwart bloed in zich had als zwart behandeld werd, om schertsend de getalsmatige overmacht van zwart over wit in de Verenigde Staten te voorspellen. Hij kende zoveel lotgenoten met het bloed van blanke voorvaderen in hun aderen.

Zijn biografie is snel verteld, want die valt al vanaf zijn twintigste samen met zijn programma. Met argusogen gekeken naar de witte kinderen op de boerderij, die al snel naar school gingen, ziedend graag willen leren lezen en schrijven, het kruit van de Burgeroorlog opgesnoven als kind, gezien wat er van de bevrijding van de slaven kwam en, dat vooral, geconstateerd wat er nu gebeuren moest.

Leren, leren en leren, eerst zelf, en daarna de anderen. Hij ploetert zich in de ijle ochtenduren en ’s avonds na het werk op eigen houtje door het onderwijsprogramma heen, zijn moeder en vervolgens zijn eerste werkgeefster pressen hem om verder te leren, hij verlaat zijn vertrouwde omgeving om vijfhonderd mijl verderop op een van de eerste normaalscholen voor zwarten in het land onderwijzer te worden.

Daar valt hij op door zijn intelligentie, zijn organisatorisch talent en zijn sociale vaardigheden – en zodoende krijgt hij als 25-jarige de opdracht om in Tuskegee, Alabama, een nieuwe school voor zwarten te stichten. Dat wordt het Tuskegee Normal and Industrial Institute, een immens succesvolle onderneming, vanaf het eerste leslokaal eigenhandig opgebouwd door de studenten en met akkers en landerijen er omheen die de scholieren en studenten zelf bewerken. Het intstituut bestaat nog altijd, zij het ook als Tuskegee University.

Maar algauw gaat het niet alleen om dat succes, maar om Washingtons organisatorische talent en zijn sociale vaardigheden: zijn die niet bij uitstek nederig jegens de blanken, die van het Zuiden, die hem argwanend gadeslaan, die van het Noorden, die hem tijdens zijn collectetournees, almaar guller geld geven? Is het lot van de zwarte bevolking van de Verenigde Staten, ook na de afschaffing van de slavernij, niet veel te bitter om te menen dat onderwijs economische zelfstandigheid zal bevorderen en dat die op den duur vanzelf de rechten van de zwarten wel zal afdwingen? Kan dat project wel slagen, zolang de samenleving naar huidskleur gesegregeerd is en de politieke rechten voor zwarten belabberd zijn? Zou Washington een kat een kat willen noemen, en een misstand een misstand?

Zijn of bewustzijn, daar gaat het om. Een eigen huis en een eigen bedrijfje betekenen niets, als je tweederangs rechten hebt, zeggen zijn zwarte critici – terwijl die hele economische emancipatie de blanken van het Zuiden allengs zenuwachtiger maakt, juist doordat die tot maatschappelijke en politieke eisen leidt.

Washington loopt op eieren, zijn succes als onderwijzer-organisator wordt steeds vaker tegen hem gebruikt, door beide facties. Hij is in 1901 de eerste Afro-Amerikaan die op het Witte Huis te eten wordt gevraagd, door Theodore Roosevelt. Die raadpleegt hem voor federale benoemingen in de zuidelijke staten, maar ook dat kan tegen Washington worden gebruikt: hij laat zich inpakken en speelt het bedenkelijke spel mee. Zelf probeert hij de vinnige debatten telkens te sussen door de bevolkingsgroepen van de Verenigde Staten te karakteriseren als ‘de vingers van één hand, gescheiden en toch verbonden.’

Dat zijn woorden die achterdocht opwekken, in een omgeving waarin nog altijd de gruwelijkste lynchpartijen van zwarten ongestraft plaatsvinden, in een staat waarin de Senaat discussieert over de beperkingen van het kiesrecht, speciaal voor zwarten, nu zij, waar het om onderwijs en alfabetisme gaat, dat recht dreigen te verwerven, in een stad, ten slotte, waar keer op keer conflicten uitbreken over de gescheiden plekken voor blank en zwart in het openbaar vervoer.

Daar helpen sussen en stille diplomatie niet, daar wordt het uitbouwen van Tuskegee Institute, dat algauw duizenden studenten telt, als bedreigend voor blank en tekort schietend voor zwart beoordeeld. Men ziet de afkeer, die de geradicaliseerde takken van de burgerrechtenbeweging driekwart eeuw later jegens Washington zouden formuleren, al geboren worden.

Zijn autobiografie, Up From Slavery, krijgt de hardste kritiek van die andere morele leider van zwart uit die tijd, W.E.B. Du Bois – mede omdat dat boek zo’n goede blanke pers kreeg. Daar manifesteert zich bovendien het noorden van de Verenigde Staten, waar Du Bois was opgegroeid, versus het zuiden, het oude conflict van de Burgeroorlog. Washington was, behalve een begenadigd schrijver, een groot spreker: geen autocue, geen microfoon, maar een paar duizend man publiek kreeg hij gemakkelijk plat. Norrell houdt het voor één van de bronnen van zijn succes – en ook dat kun je vandaag de dag niet lezen zonder onmiddellijk aan die andere begaafde spreker te denken. Het moet de puriteinse trek in de cultuur van de Verenigde Staten zijn, de behoefte aan een goede preek.

De impliciete boodschap van Washingtons eerste boek, ook al autobiografisch, is, dat als Afro-Amerikanen zijn pad zouden volgen en zijn houding zouden omhelzen, zij de weg omhoog ook zouden vinden. Maar die weg is geblokkeerd, krijgt hij meteen te horen, en de gruwelijke toon waarop dat gaat, vooral door de radicale racisten van het zuiden, maakt duidelijk hoe ernstig die blokkade is. Nog is hij niet van de dinertafel van Roosevelt opgestaan, of de kranten van het zuiden maken zich druk over de geschonden eer van de zestienjarige dochter van de president, die immers ook mee aan tafel zat.

Daar zitten sinds twee maanden twee zwarte meisje, als zij niet spelen op het gazon: nog was Obama niet verkozen of er circuleerden foto’s van het Zwarte Huis op het internet en her en der werd de vrees uitgesproken dat het gazon wel de locatie voor babecues zou worden. Allemaal waar, maar dat is de droom van Washington en die van Obama’s vader ook. De biograaf Norrell, die geschiedenis doceert in Tennessee en eerder enkele detailstudies over de zwarte emancipatie in de zuidelijke staten publiceerde, stelt zich op als een rechter bij de Hoge Raad: hij beoordeelt de beoordeling en de waardering van Washington, door terug te gaan naar de feiten en de eerdere oordelen, al vanaf eind negentiende eeuw, te wegen. Natuurlijk, daar speelt de genade van de wetenschap achteraf in mee: Norrell weet ook wat Washington niét zei, niet in het openbaar kon zeggen.

En daar wint de mildheid van de wetenschap het van de urgentie van de politiek. Up From History is een bij uitstek evenwichtige biografie, waarvan de woordspelige titel meer lagen meekrijgt dan de auteur tijdens het verzinnen ervan geweten kan hebben. Hij trekt zijn historische held, want dat was hij, omhoog uit de geschiedenis, en dat lukt, doordat hij er de zegen van de geschiedenis zelf bij krijgt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden