Interview Fong-Leng

‘Zonder werk wil ik niet leven. Kan ik niet. Laat mij dan maar rustig doodgaan’

Fong-Leng. Beeld Jasper Abels

De aanleiding voor dit interview is een heuglijke. Fong-Leng, modeontwerper en kunstenaar, heeft uit handen van burgemeester Halsema van Amsterdam een ridderorde opgespeld gekregen. 

Normaal gesproken is de gedecoreerde de allerlaatste die daarvan hoort, en wordt hij of zij onder valse voorwendselen ergens heen gelokt om aldaar een schare bekenden te treffen én de burgemeester, die de overdonderde dan toespreekt, veren tussen de billen steekt en het ‘lintje’ aanbrengt op de linkerrevers.

In het geval van Fong-Leng kon er van geheimhouding geen sprake zijn. ‘Nee zeg. Ze kunnen mij niet overvallen ’s morgens om 8 uur, half 9, met een smoes dat we naar een ochtendconcert gaan. Dan zeg ik: nee, daar heb ik geen zin in, of: dat doe ik niet. Ik heb geen tijd, of ik ben bezig. Dus het móest bekend gemaakt worden. Weet jij wat het is, dat ik opgespeld krijg?’

Als u Ridder in de Orde van Oranje-Nassau wordt, dan is het een blauw met zilveren kruis met een leeuw en een kroon en een oranjeblauwe strik met een speld erboven.

‘Dan moet ik maar geen leren mantel aandoen, als erin geprikt moet worden.’

Bent u echt te druk voor ochtendconcerten?

‘Ik ben nog dagelijks aan het werk. Ik moet natuurlijk ook mijn boterham verdienen! Ik zeg altijd: ik heb levenslang!’

Heeft u ooit overwogen te stoppen met werken?

‘Wie ik? Geen sprake van.’

Geen seconde?

‘Absoluut niet. Ik heb nog zoveel ideeën. ’

Fong-Leng, 1975. Beeld Hollandse Hoogte / Maria Austria Instituut

Fong-Leng woont in een Amsterdams huis dat bol staat van die ideeën. In de hal staan recente lichtobjecten, in de zitkamer hangen tableaus met maskers, leerschilderijen met Aziatische ruiters, tafels met colliers van grote kleurige stenen, met leer beklede stoelen en welgeteld zes enorme witleren banken met tropische dieren en planten erop geappliceerd. Op haar ravenzwarte krullen draagt ze een rieten hoed met een band van gekleurde kraaltjes. Verder: felblauwe oogschaduw, knalrode nagellak, een gifgroen vest met applicaties, een zwarte pantalon en gifgroene veterschoenen. In haar patio staat een lichtgevend rendier, op ware grootte. ‘Leuk hè? Is nog van kerst. Soms doe ik hem aan.’

Hoe oud Fong-Leng precies is, daar zal ze zelf geen uitspraken over doen. Dat moet geheim blijven, en daar is ze heel stellig in, zoals in alles wat ze zegt. En in alles wat ze niet wil zeggen, zodra het te persoonlijk wordt. In haar autobiografie Fong-Leng door Fong-Leng (Uitgeverij Bert Bakker, 2003) staat alleen dat ze twee jaar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog ter wereld kwam, op Katendrecht in Rotterdam, als jongste dochter van de Chinese ronselman van Rederij van Ommeren en een Rotterdamse redersdochter. Als dat klopt, zal ze begin dertig zijn geweest toen ze in 1971 haar boetiek in de P.C. Hooftstraat opende en landelijke roem vergaarde door haar meest buitenissige klant: Mathilde Willink, het levende kunstwerk en derde vrouw van schilder Carel Willink. Maar meer dan bedenker en maker van opvallende leren creaties was Fong-Leng een vooruitstrevende, allround modeontwerper die filialen opende in Düsseldorf, Antwerpen, New York en Miami, samenwerkte met Levi’s en verkooppunten had in Japan en Hong Kong. Een ondernemer die als een van de eersten confectie ging produceren in het verre oosten (omdat ze de Nederlandse textielindustrie te sloom vond) en spectaculaire modeshows gaf op grootse locaties, met dansende modellen, waaronder zijzelf. Wie erheen wilde moest een kaartje kopen, pers incluis. Journalisten die erover schreven, goed of slecht, dat maakte niet uit, kregen hun geld weer terug.

De pers kwam, reken maar. Wat opvalt bij het lezen van de vele teksten die over haar verschenen zijn, en haar autobiografie, is niet alleen dat ze uniek was en veel heeft betekend voor de Nederlandse mode, maar ook dat ze dat zelf heel goed weet. Bescheidenheid, zo blijkt, is Fong-Leng compleet vreemd. Vandaar dat ze zichzelf herhaaldelijk de beste noemt, en het schaterlachend maar roerend eens is om dit interview in te delen aan de hand van stellingen over haar grootste kwaliteiten.

Stelling 1, dat lijkt me helder: Fong-Leng is de beste modeontwerper

‘In Amsterdam, in de tijd van Max Heymans, Dick Holthaus, Frans Molenaar en Frank Govers zei ik: ‘Ik ben de beste!’ Toen ik begon kwamen de boys bij me kijken, in de etalage en de winkel. Ze dachten: dat meisje houdt het nog geen maand vol. Maar de boys zakten weg en zijn er niet meer. Ik wel. Ik hou het gewoon vol. Dus ben ik nog steeds de beste.’

Model Abigayl in goudleren Luipaardmantel uit 1973. (Gedragen door Mathilde Willink en daarin vereeuwigd op het schilderij ‘Afscheid van Mathilde’ uit 1975 door Carel Willink. Beeld Jasper Abels

Wat vindt u van de huidige generatie modeontwerpers? 

Stilte.

Wat vindt u van Ronald van der Kemp bijvoorbeeld?

‘Van der Kemp vind ik beter dan wie dan ook. Dus dan weet je hoe ik over de rest denk.’

Hoe was de sfeer vroeger in en rond de PC Hooft, onder collega’s?

‘Met Heymans en Holthaus was ik bevriend, Holthaus kwam wel eens een borreltje of kopje thee drinken. Molenaar en Govers niet. Ik trof Molenaar eens op een feestje. Zijn woorden waren destijds: ‘Met jou vergeleken ben ik maar een saaie naaister.’ Ik denk dat hij als mens ook saai was. Hij was wel een perfectionist. Heb je wel eens over hem geschreven?’

Euh… toen hij doodging. Ik heb hem wel ontmoet, we zaten ooit samen in een modejury.

‘En?’

Hij zei niet zoveel.

‘Dat bedoel ik dus.’

En Govers?

‘Dat liep niet goed. Ik trof Frank Govers ooit, toen ik ’s avonds nog even langs mijn boetiek reed, al schetsend voor mijn etalage. Ik draaide mijn raampje open en zei: ‘Frank! Kun je ’t wel goed zien zo? Of zal ik binnen even het licht aandoen?’ Hij schrok natuurlijk, en zei: ‘Fong-Leng, imitation is the best flattering!’ Dat vergeet ik nooit. En daarna huppelde hij weg.’

Model Noa in ‘Art Deco’-mantel uit 1972. Beeld Jasper Abels

Stond hij daar uw ontwerpen te jatten?

‘Hij deed ideeën op. Mijn werk was natuurlijk veel uitbundiger dan het zijne. (Schaterlach) Hij was vooral druk met pailletten en zo. Heel anders, dat had helemaal niets met mijn werk te maken.’

Kwam er in die tijd iemand op de hele wereld wèl in de buurt van uw werk?

‘Internationaal: Ossie Clark en Zandra Rhodes misschien, maar die waren tegelijkertijd met mij bezig. Maar niemand deed toen wat ik deed, met leer. Nu komen de imitaties tevoorschijn wel, er komen zelfs regelmatig mensen of musea met creaties die lijken op een Fong-Leng om te controleren of het echte zijn. Dan moet ik ze vaak teleurstellen. Het is gewoon namaak.’

Wie maakt dat dan?

‘Dat weet ik niet! Dat staat er niet bij!’

Vind u dat inderdaad flattering? Of irritant?

‘Het interesseert me niet. Ik zag ooit, lang geleden, in een Vogue een ontwerp van Dior dat precies precies preciés leek op een van mijn creaties.’

Heeft u daar geen zaak van gemaakt?

‘Welnee, ik zou niet weten waarom. Ik stond daar vroeger niet bij stil, en had ook niemand in dienst om dat te onderzoeken.’

Jan Jansen heeft Prada ooit aangeklaagd toen ze een schoenontwerp hadden gekopieerd.

‘Ach ja, dat heeft-ie gewonnen. Jan Jansen heeft ook voor mij gewerkt, hij maakte de schoenen voor de shows. Echt een schatje.’

Stelling 2, omdat u alles regelde voor uw personeel, van toyboys tot luxe hotelkamers tot champagne: Fong-Leng was de beste baas

Bladerend door haar eigen autobiografie: ‘Leuk boekje! Ja, ik heb wel eens een leuke jongen geregeld voor mijn hoofdassistent Berry Brun maar dat kon hij zelf ook heel goed! Ik denk dat ik een hele sociale baas was, zeker voor die grote troep die ik voor me had werken. Ik heb heus wel eens mensen ontslagen, of modellen weggestuurd omdat ze niet wilden dat hun borsten door de stof heen schenen. Dan zei ik: ga maar weg, dan hoor je niet bij de groep. Dat is wel gebeurd ja.’

Wat is het geheim van een goede baas?

‘Je moet goed met je mensen omgaan. Je moet je niet als baas opstellen, maar als medemens dat de leiding heeft. Als de kapitein op een schip. Alleen was mijn schip een atelier. Ik heb het idee dat ik dat heel goed gedaan heb. Dat blijkt ook wel, we zijn nog steeds bevriend. We hebben nog steeds contact, dat wel.’

Model Marte met amberkleurig ‘Kreeft-collier’ van glas, 2017. Beeld Jasper Abels

Organiseert u ook wel eens reünies?

‘Welnee, dat vind ik niet nodig. Ik heb geen behoefte om allemaal nog eens gezellig bij elkaar te komen. Daar heb ik bovendien helemaal geen tijd voor.’

Heeft u ergens spijt van?

‘Nee. Spijt vind ik een groot woord. Je kunt wel zeggen: hee, dat heb ik verkeerd gedaan. Maar spijt? Achteraf kan ik zeggen: ik had misschien iets bijdehanter moeten zijn. Bij het kiezen van sommige compagnons ben ik misschien niet alert genoeg geweest. Bijvoorbeeld bij mijn samenwerking met de Twentse textielgroep. Dat werd helemaal niets. Op een gegeven moment mocht ik alleen nog maar T-shirts maken, maar dat kan natuurlijk helemaal niet! Ik had gedacht: oeh lekker, met zo’n groot bedrijf erbij heb ik geen zorgen meer. Maar ik werk liever vrij, ik wil een vrij mens zijn, maken wat ik wil maken. Dat is je grootste goed!’

Stelling 3, omdat in uw autobiografie herhaaldelijk uw charmes in de strijd worden gegooid om te krijgen wat u wil: Fong-Leng is de beste flirt. Kunnen we dat stellen?

‘Stel maar.’

Wat is het geheim van een goeie flirt?

‘Normaal te zijn, en vrolijk en enthousiast te zijn!’

Is het onmisbaar in zaken, flirten op z’n tijd?

‘Ik ben me er zelf niet van bewust hoor, het gaat ongemerkt.’

Het ontbreekt u op uiterlijk vlak ook niet aan zelfvertrouwen. U schreef: ‘Ik geloof niet dat iemand die mij slaperig en onopgemaakt voor de eerste keer zou zien, de doodklap van zijn leven zou maken. Daarvoor is de ondergrond te goed.’

‘De fundering is goed, dat klopt. Ik had wel liever hele kleine mooie fragiele voetjes gehad, maar ik heb schoenmaat 39 en soms 40, al naar gelang het merk. Maar het blijkt dus dat ze precies bij me passen, want ik sta er nog steeds op.’

Waarom zegt u pertinent nooit hoe oud u bent?

‘Dat zeg ik niet nee, en ik wil ook niet dat dat vermeld wordt, de hele wereld hoeft niet te weten hoe oud ik ben! Dat moet een mysterie blijven, dan valt er nog wat te raden over. Klaar.’

Heeft u ooit het verlangen gehad om de tijd stil te zetten?

‘Dat kan natuurlijk niet, of je moet in een vriesmachine gaan liggen. Je moet het accepteren zoals het komt natuurlijk. Je kunt je wel laten optrekken en aftrekken en bijspuiten. Maar dat doe ik allemaal niet, dat vind ik eng. En mijn gezicht moet wel mijn gezicht blijven. Ik hoef mijn lippen niet op te spuiten en dat soort zaken. Als iemand anders dat wel wil, moet-ie dat doen, dat is zijn eigen keuze. Maar ik doe dat niet.’

Stelling 4: Fong-Leng had de mooiste boetiek

‘Studio Fong-Leng in de PC Hooftstraat was heel bijzonder. Ik heb het concept bedacht samen met architect Gerard Polman. Dat was een goeie samenwerking, hij begreep ook wat ik wilde. Ik wilde een interieur van scheepsmetaal – dat kende ik uit mijn jeugd die ik doorbracht tussen de schepen. Het was mijn idee. Dat was nog nooit vertoond, de mensen keken hun ogen uit. Verder was de hele pui van glas. Ik was heel jong in die tijd, maar ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in art deco. Tot op de dag van vandaag.’

Werd dat interieur al snel gekopieerd?

‘Je ziet inmiddels in veel zaken dat er scheepsmateriaal is gebruikt. Maar de na-apers kwamen niet meteen. Ze moesten eerst even op adem komen denk ik.’

U heeft een krantenknipsel aan de wand hangen waarop staat: Fong-Leng is van een andere planeet. Waarom staat dat er?

‘Men vindt mij anders, maar ik zie mezelf niet zo. Misschien omdat ik gedreven ben? Om te doen wat ik wil doen heb ik me door niemand tegen laten houden.’

Stel dat er hier voor de deur een ruimteschip stond om naar een andere planeet te vliegen, zou u instappen?

‘Ik zou meteen instappen, zeker. Stenen verzamelen. Altijd goed om rond te blijven kijken, wie weet wat je tegenkomt.’

Abigayl in de Marabou-mantel uit 1974. Collectie Amsterdam Museum. Beeld Jasper Abels

U bent, als Rotterdamse, nooit meer weggegaan uit Amsterdam. Hoe dat zo?

‘Waar ik ook heen reis, of het nu Hong Kong, China of Japan, Arabische landen is, ik ben toch weer blij als ik weer terug ben in Amsterdam. Dat is mijn plek, ik ben hier genesteld, het is mijn slaapmand. Het is zo vrij, zo multinationaal. Je hoort bijna geen Nederlands meer, dat vind ik ook zo grappig. Tegelijkertijd heb ik hier op de hoek mijn vertrouwde cafeetje Kobalt om neer te ploffen voor een kopje koffie. Krantje erbij. Zalig.’

Stelling 5, omdat u dingen kunt met leer die niemand anders kan, en werkt met technieken als appliceren, smokken, incrustatie, matelassé en plissé: Fong-Leng is de beste ambachtsvrouw

‘Creaties maken van leer heb ik helemaal zelf geleerd, al doende. Natuurlijk heb ik wel technische hulp gehad. Ik ben ontzettend dankbaar wat ze bij Coppenhagen (’s lands oudste kralenwinkel waar ze ook garen, stenen en gevlochten leer verkopen, CN) aan de Rozengracht voor me betekend hebben. Leuke mensen zijn dat. Zij hebben me altijd technisch bijgestaan, op een hele leuke manier, door me vrij te laten en zonder ooit moeilijk te doen. Dat is precies wat ik wil.’

De grote tableaus die u maakt, ‘geschilderd’ van stukjes leer, is dat typisch Fong-Leng?

‘Ja. Aan het tableau dat hier achter de bank hangt heb ik twee jaar gewerkt. Het is heel mooi geworden. Ik heb het idee dat niemand anders het kan, ik weet ook niet of iemand anders het waar ook ter wereld doet. In vroeger tijden maakten mensen natuurlijk heel veel en heel grote wandtapijten. Maar dat was dan vooral om de kou buiten te houden in tochtige kastelen. Er werd geweven, geborduurd…. Maar met leer deed niemand dat.’

Hoe bent u op het idee gekomen?

‘Dat heb ik te danken aan Miep en Loek Brons. Geweldige opdrachtgevers! Zij wilden dat ik hun slaapkamer in hun nieuwe huis aan de Apollolaan in Amsterdam inrichtte en gaven me de vrije hand, en een onbeperkt budget, zo leuk! Ik heb een hele junglekamer voor ze gemaakt, de achterwand geheel bekleed met een leren tableau met apen en luipaarden. Miep is in die kamer nog geportretteerd door fotograaf Robert Mapplethorpe, gekleed in een bijpassende leren mantel opeen luipaardensprei. Helaas heeft hij me daar nooit een foto van gestuurd, in mijn atelier in Italië hangt wel een kopie ervan.’

Was dat een hoogtepunt in uw carrière, die kamer van Brons?

Fong-Leng kijkt een beetje verbaasd, verontwaardigd haast.

Denkt u überhaupt in hoogtepunten?

‘Ik ben veel verder gegaan dan dat! Ik ben nog steeds bezig. Ik heb net een groot tapijt afgemaakt van drie bij drie, met leer en stukjes bont. Het is schitterend geworden, het is door een particulier gekocht. En dan deze…’ (Fong-Leng schuifelt naar de hoek van de kamer en toont twee buisstoeltjes die bekleed zijn met kussens met patronen van goudkleurig en zilvergrijs leer) ‘…die heb ik ook net af.’

Het zou allemaal niet misstaan op de Tefaf. Zou dat niets voor u zijn?

‘Nou, daar kom je niet zomaar op! Ze hebben net zo’n beetje alle Nederlanders eraf gegooid! Gerti Bierenbroodspot stond er trouwens wel, met haar nieuwe boek. Ken je dat boek al?’ Fong-Leng wandelt terug naar de enorme salontafel en toont foto’s van een lijvig oranje boek op een glazen steun. ‘Dit boek weegt twaalf kilo en heeft een cover van metaal. Codex heet het. Het is heel bijzonder, misschien kun je dit er ook wel bij zetten in je artikel? Gerti heeft er vijftig werken voor gemaakt, en ik heb ze gefotografeerd. Het gaat over de reizen die ze gemaakt heeft, naar Arabische landen. Ze geeft het zelf uit. Dat doet tegenwoordig ook niemand meer.’

Beeld Jasper Abels

Kent u Gerti al lang?

‘We kennen elkaar al een jaar of veertig! En we zijn altijd vrienden gebleven.’

Heeft u ooit samengewoond?

‘Nee nee nee nee nee nee. Nee hoor! Niks voor mij! Mijn werk is mijn grote liefde, dat kan ik niet verbloemen. Zonder werk wil ik niet leven. Kan ik niet. Laat mij dan maar rustig doodgaan.’

Maar als u op een dag doodgaat, wat gebeurt er dan met uw creaties?

‘Er is op dit moment een archivaris bezig om alles in kaart te brengen: Hetty Boomkamp. Het is bij mij natuurlijk een zooitje, en het moet hoognodig keurig opgeborgen. Maar waar moet het naartoe? Een museum? Ik ga geen namen noemen natuurlijk. Daar wordt later over beslist. Ik heb heel veel gemaakt, veel gedaan. Ik heb de weg voor de mode na mij echt opengebroken.’

Stelling 6: Fong-Leng is de beste bitch. Omdat u nooit een blad voor de mond genomen heeft als het ging om mensen die u onaardig vond. Vooral de Amsterdamse burgemeester Van Thijn en roddeljournalist Henk van der Meijden van Privé kregen ervan langs. Zangeres Imca Marina vertelde u dat ze maar eerst op dieet moest gaan omdat u geen rokken maakte in zo’n ‘idioot grote maat’. Heeft u ooit de behoefte om mensen te pleasen?

‘Oh nee zeker niet. Als ik wat op mijn hart heb, ga ik erover praten. Ik ga dingen niet zitten opkroppen. Is er iets? Zeg het dan! Zo heb ik duidelijk laten weten wat ik vond van de organisatie die probeerde de Olympische Spelen van 1992 naar Amsterdam te halen. Ik mocht het logo ontwerpen: en fakkel bestaande uit drie kruisen en een tulp als vlam. Daarna heb ik nog een hele collectie aan sportkleding, sneakers, petjes vlaggetjes, joggingpakken, handdoeken en weet ik wat ontworpen. Puur uit enthousiasme. Ik heb echt uitgepakt! Ik heb daar honderdduizenden guldens in gestopt, terwijl later bleek dat de organisatie wist dat ze het niet zouden worden. De delegatie stelde weinig voor.’

Is dat een van die samenwerkingen waarover u naderhand dacht: spijtig, ik was toch iets te naïef?

‘Ik niet, zij! Die Nederlandse delegatie moet spijt hebben! Ze zijn naar míj toegekomen, hebben míj gevraagd. Ik was wel teleurgesteld dat het niet doorging, en voelde me in de steek gelaten, maar daar moet je niet te lang mee rond blijven lopen. Je moet verder.’

Hoe heeft u al die tijd dat zonnige humeur en die goede moed weten te behouden?

‘Je houdt plezier in je leven als je dat doet wat je gráág doet. Dat kan ik alleen maar adviseren. Als je doorzet bij zowel tegenslag als succes. Leven is natuurlijk nooit een rechte lijn, tenminste: mijn leven niet. Je hebt nu eenmaal je ups en je downs. Of je nou elektricien wil worden of timmerman: máák er wat van. Zorg dat wat je doet of maakt goed is, dat het opvalt, apart is. Vooral ook de humor erin houden. Maar het allerbelangrijkste is toch: ga door, ga door, ga dóór.’

Dan staat Fong-Leng op en zegt ze, niet eens onaardig: ‘Nu heb je wel genoeg, je zit hier al een uur. Ik heb nog meer te doen.’

De foto’s bij dit interview werden gemaakt voor het blad Mirror Mirror, een halfjaarlijks, onafhankelijk magazine onder leiding van Georgette Koning over grensoverschrijdende schoonheid en mode. Gemaakt om mensen te inspireren om zichzelf te zijn. 

CV Fong-Leng

Geboren in Rotterdam als Carla Maria Fong Leng Tsang

Studeert modefotografie aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam

1968 Fotografeert en ontwerpt kleding voor breifabriek Ross International in Amsterdam-Osdorp

1969 Opent een boetiekje in winkelcentrum Le Drugstore op de Nieuwendijk in Amsterdam

1971 Opent Studio Fong-Leng aan de P.C. Hooftstraat in Amsterdam

1971 Mathilde Willink koopt de eerste van 37 creaties

1974 Modeshow in het Van Gogh Museum

1975 Het Centraal Museum in Utrecht koopt als eerste werk van Fong-Leng

1976 Modeshow in het Tropenmuseum

1977 Modeshow in Theater Carré

1977 Mathilde Willink begraven in een broekpak van geplisseerd goudlamé van Fong-Leng

1983 Modeshow in het PSV-stadion met 20.000 bezoekers

1984 Ontwerpt logo en collectie om Amsterdamse kandidatuur voor Olympische Spelen te ondersteunen

1987 Faillissement Studio Fong-Leng

Tentoonstellingen (onder meer): 1974, Van Gogh Museum, Amsterdam •1983, Historisch Kostuum Museum, Den Haag •1986, Singer Museum, Laren •1987, Dutch Textielmuseum, Tilburg • 1988, Museum Princessehof, Leeuwarden •1997, Het Kruithuis, Den Bosch •1998, Diva Fong Leng, Frisia Museum, Spanbroek • 2013-2014, Fong Leng. Fashion & Art1998, Amsterdam Museum

2019 Permanente expositie van 5 creaties in Kasteel Ruurlo

Maskers, colliers, brillen en schilderijen van Fong-Leng zijn te koop via Morren Galerie in Utrecht

In de pijplijn: een documentaire van Deborah Faraone Mennella voor Avro’s Close Up (september 2019) en een biografie door Milou van Rossum (Uitgeverij Lebowski)

Fong-Leng woont alleen in het centrum van Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden