'Zonder die foto's was het misschien anders gelopen'

Rogier Dijkman was alcoholist. Een idee van zijn vriendin Carolien Euser zorgde voor een ommekeer; een jaar lang liet hij elke week een pasfoto van zichzelf maken en interviewde zij hem....

Rogier: ‘Toen ik was overreden door de dierenambulance en m’n kop in puin lag, moest ik van Carolien naar de pasfotograaf.’

Carolien: ‘Hij durfde niet meer naar buiten. Z’n gezicht zag er zo slecht uit. Toen heb ik hem die eerste foto laten maken. Ik was het zó zat om er over te praten: Rogier, het drinken, de ruzies. Een vriend had tegen me gezegd: doe er iets mee!’

Rogier: ‘Of ga bij ’m weg. Dat advies kreeg je ook heel veel.’

Carolien: ‘Ik zei: laten we dit een jaar doen, dan heb je straks een mooi vel met 52 foto’s.’

Rogier: ‘Ik dacht meteen aan een kunstproject.’

Carolien: ‘Dus zei hij ja. Rogier is zelf ook kunstenaar en fotograaf. Maar in die tijd deed hij eigenlijk niks. Hij zat thuis.’

Rogier: ‘Televisie kijken. Drinken.’

Carolien: ‘Voor mij was het helemaal geen kunstproject. Voor mij was het een wanhopige poging om hem naar zichzelf te laten kijken. Dat hoofd van hem, daar kon ik niet in komen, terwijl ik zo langzamerhand wel doorhad dat er ín dat hoofd iets zou moeten veranderen.’

Rogier: ‘Maar ze pakte het wel goed aan, hoor. Want ik ging heel vrolijk naar die pasfotograaf in de Javastraat, bij mij om de hoek. Ik deed geen andere kleren aan en schoor me niet. Ik had echt tegen mezelf gezegd: we fotograferen, klaar.’

Carolien: ‘Het was natuurlijk ook een kleine inspanning, even naar de Javastraat. Daar moest hij toch heen, voor de slijter.’

Rogier: ‘Tegenover de fotowinkel.’

Carolien: ‘Ik heb altijd in m’n achterhoofd gehad dat er iets uit zou kunnen komen: een publicatie, een tentoonstelling. Rogier liet me elke week de foto zien en dan interviewde ik hem over wat er in die week gebeurd was. Dan veranderde er iets. Als ik hem in de rol van interviewer vragen stelde, vertelde hij me dingen die hij anders niet vertelde. Dan zei hij: ik heb deze week een nieuw systeem voor het drinken ontwikkeld.’

Rogier: ‘Ja. Systeemdrinken.’

Carolien: ‘Ik wou natuurlijk alles weten: waar ben je geweest, hoeveel heb je precies gedronken, hoe moet het verder?’

Rogier: ‘Soms kwam ik met een heel slechte foto thuis. Nou, ik zie er nog best goed uit, zei ik dan. Carolien begon dan vreselijk te huilen.’

Carolien: ‘Er zitten er een paar bij, die zijn zó verdrietig.’

Rogier: ‘Als ik die terugzie... Ik vind het nog steeds hártstikke, hártstikke zwaar. Nu ik dit vertel, denk ik: jezusmina zeg, wat een lul. Dat ik nog op de foto ging ook.’

Carolien: ‘Waarom ben je dan een lul?’

Rogier: ‘Ja... Wat gaaf eigenlijk, hè? Zonder die foto’s was het misschien anders gelopen. Dat hebben we ons vaak afgevraagd: heeft het ertoe bijgedragen dat ik destijds besloot om te stoppen met drinken?’

Carolien: ‘Ik was heel bang. Ik dacht toen echt: hij gaat binnenkort dood. Daarom kon ik ook niet bij hem weg. Dan zou ik diegene zijn die hem had verlaten. Puur mijn geweten. Rogier is hier voor de deur in elkaar gestort en met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Een maand later besloot hij dat hij naar een langdurige opvang wilde. En toen zei Arno Haijtema van de Volkskrant: kom, nou die foto’s maar eens laten zien. Hij is een vriend, dus we zeiden meteen ja, omdat we er vertrouwen in hadden dat het mooi in de krant zou komen. Meteen is besloten om met die foto’s en het verhaal van Rogier en mij drie keer een pagina in de zaterdagkrant te vullen.’

Rogier: ‘Ik moest in de kliniek ook stoppen met roken. Met m’n laatste sigaret ging ik naar Marcella van de Photofactory. Toen heb ik haar verteld dat ik een drankprobleem had.’

Carolien: ‘Alsof zij dat niet wist.’

Rogier: ‘Ja, dat wist ze natuurlijk al lang, want ik kwam telkens met een kegel binnen. Ik vertelde haar dat ik in de kliniek wilde doorgaan met fotograferen, maar het liefst tegen dezelfde achtergrond. Dus ik vroeg haar welke achtergrond ze gebruikte. Muisgrijs. Dus ik kocht muisgrijs papier en nam dat mee naar de kliniek. Dat hing ik dan buiten tegen een muur en dan vroeg ik aan de kok, of aan iemand anders, om een foto te maken. Het eerste stuk stond in de krant toen ik ruim vijf weken in de kliniek zat. Drie dagen daarvoor had ik besloten om te vertrekken. En toen kwam zaterdag die krant. Ik had het verteld aan iedereen, achttien man, maar ze geloofden het niet. Terecht, want alcoholisten hebben altijd veel blabla. We kregen per week één krant, alleen de Volkskrant op zaterdag. Het nieuws mochten we niet lezen, alleen de bijlagen.’

Carolien: ‘Daar was niks hè, geen televisie, geen internet, niks. We mochten elkaar ook niet bellen.’

Rogier: ‘Toen ik die krant las, brak er wat. Ik was apetrots. Onderop die pagina stond: over een paar maanden deel twee. Dat was mijn motivatie om in de kliniek te blijven. Op die foto’s zie ik mezelf veranderen: de gele leverplekken onder m’n ogen worden minder, ik ga recht staan, m’n mond gaat recht staan. Aan de veranderingen in m’n gezicht zie je wat er binnenin gebeurt.’

Carolien: ‘Met die publicatie miste ik je zo. Maar ik kreeg zoveel geweldige reacties.’

Rogier: ‘Ik had Carolien natuurlijk al weken niet gezien of gesproken. En toen zag ik die stukjes van haar in de krant. Mijn alcoholistenprobleem werd een wij-verhaal. Dat hielp ontzettend.’

Carolien: ‘Ik hoorde dat mensen hadden gehuild, bij die krant. Je kunt zeggen: wat een egodocument, maar Rogier z’n teksten zijn recht uit het hart. Robuust, direct.’

Rogier: ‘Wat is er mis met een egodocument?’

Carolien: ‘Nou ja, er zullen vast mensen zeggen: wat een narcisme, waarom moet dat allemaal?’

Rogier: ‘Dat ligt dan lekker helemaal aan die mensen zelf.’

Carolien: ‘Z’n kinderen heb ik die pagina’s laten zien. Zijn dochter was toen 17 en apetrots.’

Rogier: ‘Die krant hangt nog steeds aan de muur in haar kamer. Maar mijn moeder heeft het niet gezien. Ze heeft het wel gehoord en was totaal geschokt. Zei ze: ‘Ik ben toch altijd een goede moeder geweest!’ M’n moeder woont natuurlijk in een dorp. Daar wordt gepraat: ‘Oh, dat is die van Dijkman.’ Pas de derde aflevering heeft ze gelezen. Toen straalde ze van intense trots.’

Carolien: ‘Toen Rogier vanuit de kliniek verhuisde naar het nazorghuis, zijn we gestopt met foto’s maken. Ik zei eerst: blijf het nou doen, want je verandert nog steeds. Je bent nu weer een stuk magerder dan een jaar geleden. Maar de publicaties in de krant waren geweest. Dus waarvoor doe je het dan nog?’

Rogier: ‘Al drie jaar lang gaat het elke dag over alcohol. Zo langzamerhand begin ik er verschrikkelijk genoeg van te krijgen. Maar ik heb ook nog wel een missie hoor, met dat boek. Ik wil absoluut geen dominee worden, maar ik zou het fantastisch vinden als er een paar levens plezieriger worden doordat er wat minder wordt gedronken.’

Carolien: ‘Ik heb best veel vriendinnen, die zeggen: hij drinkt gewoon te veel. Of: we drinken samen toch wel te veel. Elke dag een fles wijn bij het eten, of dat-ie van de trap valt aan het eind van een feestje.’

Rogier: ‘Hoeveel mensen komen er niet bij de huisarts om te klagen over dat hun man of vrouw stemmingswisselingen heeft? De dokter zegt dan: stress, overwerkt. Welnee man! Hij of zij zuipt gewoon teveel.’

Carolien: ‘Aan alcoholisme gaat meestal een lange periode van succesvol leven vooraf. Overal is drank, borrels, etentjes. Het is gek als je zegt: ik hoef geen alcohol. Waarom zou je nee zeggen? Totdat mensen op hun veertigste beginnen te merken dat ze moeilijker kunnen opstaan. Dan is het wachten tot het avond is, tot ze weer wat mogen nemen. Zo gaat het van kwaad tot erger.’

Rogier: ‘Het besef dat ik afhankelijk was van alcohol, kwam bij mij pas heel laat. Maar die schrik was heftig. Elke nacht zweten, trillen, warm, koud, warm. Verschrikkelijk.’

Carolien: ‘Je bent vaker afgekickt, bij de Jellinek. Lichamelijk dan. Ik denk dat veel mensen zich afvragen waarom je steeds weer bent begonnen.’

Rogier: ‘Dat heet euforiedrinken. Je bent namelijk van de ziektesymptomen af. Dan is het zó makkelijk. Ik was een keer twee maanden droog. Eén keer met m’n zoon naar Robodock in Amsterdam-Noord, ik nam twee biertjes, anderhalve dag later weer pleegzuster bloedwijn, en drie dagen later dronk ik weer een liter wodka per dag. Jezus mina. Lul. Nu zou ik zeggen: meteen weer naar de detox. Des te langer je blijft drinken, des te linker is de detox. Zo is mijn delirium tot stand gekomen – omdat ik een keer zelfstandig ben gestopt, zonder medicijnen. Dat konden mijn hersens niet aan. Kortsluiting.’

Carolien: ‘Je mag nu nooit meer terugvallen.’

Rogier: ‘Dat is onzin. Dingen als ‘mag niet’ en ‘nooit’ zal ik nóóit meer zeggen. Ja, nou zeg ik het zelf. Maar dat moet je echt niet zeggen. Dat is benauwend. Ik hoef niet meer te drinken. Dat is het. Ik heb nog steeds geen druppel gedronken. In het boek beschrijf ik een moment in april, toen ik opeens heel erg trek had. Ik ben er enorm van geschrokken, maar dat was het enige trekmoment in het hele jaar. Als Carolien en ik samen iets gaan doen, neem ik soms een Duits maltbiertje.’

Carolien: ‘Over maltbier was ik eerst ook panisch.’

Rogier: ‘Droogdrinken, noemen ze het. Als je het doet om het alcoholgevoel te krijgen, is het absoluut af te raden. Maar ik doe het omdat ik doodziek word van al die zoete drankjes. Ik drink maltbier echt voor de smaak, vroeger dronk ik de raarste drankjes – voor de alcohol.’

Carolien: ‘Mondwater. Pleegzuster bloedwijn.’

Rogier: ‘Spiritus met chocolademelk.’

Carolien: ‘Echt? Dat wist ik niet.’

Rogier: ‘Lumumba, noemde ik dat. Dat klonk wel exotisch. Maar het is lekker hoor, een leven zonder alcohol. Nooit meer trillen, nooit meer ziek. Ik zit nog steeds in de nazorg. Daar had ik al lang weg moeten zijn, maar ja: een Pippi Langkoushuis, in de bossen bij Driebergen. Op 1 januari is het over, dan ga ik terug naar de stad. Ik heb nog steeds m’n huurhuis in Amsterdam-Oost. Via de woningbouw probeer ik een andere woning te krijgen, want de geschiedenis is voor mij te droef om daar terug te keren. Te veel herinneringen. Waarom zou je de kat op het spek binden? Je moet als ex-drinker blijven oppassen. Geen waaghalzerij. Bij de verslavingszorg willen ze eigenlijk dat je je relatie ook opgeeft. Want je moet daar echt helemaal, in je eentje...’

Carolien: ‘Je gedrag verandert, als je daar zo’n lange tijd zit. Ik dacht: hij zit daar maar, ze halen van alles open. Ik werd er nerveus van.’

Rogier: ‘De verslaafde is vaak iemand met zelfmedelijden, iemand die veel huilt en constant een arm om zich heen wil. En dan gaat zo’n verslaafde naar een kliniek en wordt-ie wéér vertroeteld. Maar wie is er eigenlijk het slachtoffer? De verslaafde of de partner die thuis alleen achterblijft? Voor die partner is geen aandacht. Daarom is het zo prachtig wat Carolien heeft gedaan. Zij heeft, door dit boek, een voortrekkersrol gespeeld. Zij heeft gezegd: mijn verhaal is óók belangrijk.’

Carolien: ‘Op het moment dat Rogier negen maanden lang alle soorten therapie kreeg die je kunt verzinnen, dacht ik: kom op, mag ik nou ook een keer vertellen hoe het voor mij is geweest? Ik had erg de behoefte om er een boek van te maken. Een krant is vluchtig. Ik dacht: hiermee ronden we een periode af, daarna gaan we weer normaal doen. Maar normaal wordt het toch niet meer. Inmiddels ben ik niet meer in de leeftijd om kinderen te krijgen.’

Rogier: ‘En ik word geen beroemde televisiemaker. Ik wil weer gaan filmen, maar op een totaal andere manier en in een totaal ander tempo. Het is nog verschrikkelijk zoeken.’

Carolien: ‘In 1984 hebben we anderhalf jaar verkering gehad en sinds 2002 zijn we weer samen. Waarvan bijna zeven jaar met drank. Eigenlijk is dit het begin van een nieuwe relatie. Het is spannend.’

Rogier: ‘Voor mij geldt: Into the great wide open. Dat is het.’

Carolien: ‘Jij wilt het echt achter je laten.’

Rogier: ‘Under them skies of blue. Out in the great wide open. A rebel without a clue. Ja, dat is het. Tom Petty. Dat wil ik: bevrijd zijn. En rechtop blijven staan.’

Na 25 jaar gestopt met drinken
Rogier Dijkman (51) begint pas op z’n zesentwintigste met drinken. Jaren later, als hij voor zijn werk als cameraman en regisseur veel op reis moet, gaat hij de alcohol ook echt lekker vinden. Hij heeft een goedlopende carrière, een gezin en een huis in Amsterdam. In 2000 krijgt Rogier een burn-out en neemt hij ontslag bij de televisie. Inmiddels is hij ook gescheiden. Hij koopt een woonschip en wil kunstschilder worden, maar zijn drankgebruik loopt uit de hand. Co-ouderschap lukt niet meer, zijn ex haalt de kinderen bij hem vandaan.

Rogier heeft sinds 2002 een relatie met Carolien Euser (46), een jeugdliefde waar hij begin jaren tachtig ook al anderhalf jaar verkering mee had. Zij probeert hem van het drinken af te helpen, maar afkickpogingen mislukken. Eind 2007 krijgt Rogier een fietsongeluk. Carolien stuurt hem vanaf dat moment iedere week naar de pasfotograaf om een foto van zichzelf te laten maken.

Begin 2008 stort Rogier in. Hij wordt per ambulance afgevoerd. Als hij is bijgekomen uit zijn delirium besluit hij zich aan te melden bij een antroposofische verslavingskliniek. Hij laat zich dan nog steeds iedere week fotograferen.

De Volkskrant plaatste in 2008 en 2009 drie keer een selectie van de foto’s, vergezeld van dagboekaantekeningen en brieven van Carolien en Rogier. Morgen verschijnt het boek Kopstoot – het gezicht van alcohol, met het hele verhaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden