ZOMER(2)

'De peulen waren bijzonder lang en breed en ik zag dadelijk dat het wat bijzonders was.'..

Tuinbouwer Bonne Ruys uit Dedemsvaart experimenteerde in 1888 met peulzaden en kreeg per ongeluk door een mutatie of een sprongvariatie een reuzenpeul. Hij ging ermee naar een van de grootste zaadhuizen in Europa, de firma Smidt in Erfurt, die hem in zijn catalogus aanprees.

In Duitsland werden ze aangeboden als 'Moerheim's Riesen Zuckererbsen.'

'Het directe resultaat was dat ik er enige duizenden guldens aan heb verdiend', schrijft Bonne in zijn in eigen beheer uitgegeven memoires. 'Het voornaamste was echter dat tevens mijn naam als zaadteler en zaadhandelaar in éénmaal was gevestigd.'

Moerheim, noemde hij zijn kwekerij, naar zijn ouderlijk huis.

Planten waren zijn grote liefhebberij. Door kruising ontwikkelde hij meer dan honderd nieuwigheden. Zoals de floxen Spitfire, Starfine en Rosa Spier.

Voor dochter Mien was het duidelijk. Toen ze op haar 20ste van school kwam, stond het voor haar vast dat ze op Moerheim haar toekomst zou vinden.

Als je de tuinen van Mien Ruys wilt bezoeken (volwassenen 10 gulden), en dat doen dertigduizend mensen per jaar, moet je eerst door de plantenwinkel van Moerheim, waar je als je de route voltooid hebt, ook weer uitkomt. Daar kun je dan de planten 'die zich in de tuinen bewezen hebben' kopen voor thuis.

Mien Ruys was van het experiment. De onder haar naam ingerichte tuinen zijn proeftuinen die bedoeld zijn om planten en materialen te testen in de praktijk: de kruidentuin, de vakkentuin, de kleine stadstuin, de heituin, de dakterrassen, de heesterborder, de gele cirkel en de verhoogde rozentuin.

Als je hier rondloopt, lijkt de dagelijkse file ineens ver weg. Veel bomen, smalle paadjes, brede lanen, open stukken en intieme prieeltjes.

Aan een grote schuur hangen allerlei verschillende nestkastjes. Die kun je straks ook kopen bij de uitgang: koepelnestkast type 1 (koolmees, ringmus, boomklever, draaihals), koepelnestkast type 1B (spreeuw, bonte specht), koepelnestkast type 3 (vliegenvangers, roodstaarten), uilenkast, mussenpot, spreeuwenpot.

Hoe zouden die vogels weten waar ze in moeten, vraag je je af, en wat zou er gebeuren als een Turkse tortel zich in een spreeuwenpot wil vestigen?

Tien middelbare dames, de Groene joffers, zijn verenigd door hun 'gekte voor planten,' zegt Leidy van Bijleveld (58). Ze zijn al drie dagen op stap langs allerlei tuinen.

Ze zijn begonnen in Ruinen bij de Toverbal, toen de tuin van mevrouw Gemis in Nijkerk, de tuin van Ton van der Linden in Ruinen, de tuin van Rudi Paats in Dreiber, Gaia's Garden in Ruinenwold. Maar ze vinden de tuinen van Mien Ruys het allermooist.

'Ze zijn zo anders, zo uniek. De bomen, de belijning, de rust die ervan uitgaat. En al die vogels om je heen.'

Ja, ze gaan nog wel wat kopen bij de uitgang. 'Al moet het op schoot, want de kofferbak is al vol.'

De tuin achter mijn huis heb ik uit overtuiging zeven jaar verwaarloosd.

Eerst was er een gazonnetje, waren er borders, struiken en bloemen. Nu is het een wildernis. Op sommige plaatsen schiet het groen meters hoog op: kleine ronde blaadjes, grote langwerpige, middelgrote driehoekige, donkergroene en lichtgroene. Hier en daar worstelt zich een bloem naar boven tussen brandnetels, distels en mos. Ik hou ervan. Wie heeft eigenlijk bedacht dat er onkruid bestaat?

Liefhebbers van tuinonderhoud vinden dat bepaalde soorten onkruid het kruid verstikken en overwoekeren. De variatie in mijn oerwoud is erg groot. Het is trouwens een van de groene longen van de stad.

Dit alles is niet uit te leggen aan echtgenotes. Ze denken dat je lui bent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.