Zinvol levenPhilipp Blom, historicus en schrijver

Zinvol leven volgens Philipp Blom: ‘Je moet zin zelf creëren, het wordt je niet gegeven’

Beeld Jitske Schols

Zijn leven lang is Philipp Blom al een buitenstander. Het is een positie die hij omhelst. ‘Het is voor mij net zo’n gegeven als mijn sterfelijkheid.’

Als student beleeft hij begin jaren ­negentig in Wenen ‘een groot liefdesverhaal’ met het joodse geloof – hij denkt er zelfs over om joods te worden. Zijn held in die jaren is violist ­Yehudi Menuhin, ‘een nobele figuur die veel voor de mensheid deed’ – zelf heeft hij dan al jaren achter de rug van vijf uur vioolspel per dag (‘gelukkig ben ik geen violist geworden’). Naast filosofie kiest hij voor Joodse studies: ‘Ik voelde een instinctieve sympathie. Dat had te maken met een gevoel van buitenstaander zijn. Mijn Nederlandse moeder en ik ervoeren dat tijdens mijn jeugd in Duitsland – zij was opgegroeid in ­Nederland en vond Duitsland maar burgerlijk en humorloos. We behoorden tot een kleine gemeenschap van bevriende kunstenaars en zagen de buitenwereld als enigszins vijandig.’ Zijn liefde voor de joodse religie bekoelt, wanneer hij na enkele jaren Wenen verhuist naar Oxford, waar hij zich tot ‘seculier humanist’ ontwikkelt. Het gevoel van buitenstaander is gebleven.

De inmiddels 50-jarige Philipp Blom, internationaal gerenommeerd historicus en romanschrijver, brengt de helft van de eerste twee jaar van zijn leven in het ziekenhuis door vanwege een complexe aandoening: ‘Dat heeft me een gevoel van existentiële onzekerheid meegegeven dat ik nog altijd niet kwijt ben. Ik ontbeerde in die tijd liefde en aandacht. Het is de leeftijd waarop je de relatie met je ­eigen lichaam opbouwt – ik was enige tijd vastgebonden aan het bed. Ik vertrouw mijn lichaam nog altijd niet.’

Zijn moeder omschrijft hij als ‘een prachtige vrouw voor een klein kind, warm en fantasievol’. Wanneer ze hertrouwt, is de 8-jarige Philipp diep beledigd, ‘omdat de trouwring niet voor mij was’. In zijn puberteit voelt hij ‘de instinctieve noodzaak’ zich los te maken van zijn ‘zeer dominante’ moeder: ‘Van een vrolijk, extrovert jongetje werd ik een eenzame puber die historische en filosofische boeken las. Van die onderwerpen had zij geen verstand, dus kon ik er mijn soevereiniteit over uitoefenen.’ Zijn liefde voor de joodse religie ziet hij als een antwoord op haar christelijk geloof: ‘Het was mijn vorm van rebellie. Ik probeerde haar te raken waar het de grootste pijn deed.’

Al vele jaren is Blom gelukkig ­getrouwd met schrijfster Veronica Buckley, dertien jaar ouder dan hij. Ook zij is, als Nieuw-Zeelandse in ­Europa, een buitenstaander: ‘We hebben onze eigen familie gebouwd. Die bestaat uit vrienden. Zij geven mij kracht.’ Enthousiast vertelt hij over zijn 50ste verjaardag in zijn woonplaats Wenen, die hij vierde ‘met 160 vrienden uit vele landen’. Eerder woonde hij in de VS, Frankrijk, Duitsland en Engeland. Hun huwelijk is kinderloos gebleven: ‘Ik zou graag ­vader zijn geweest. Je kiest je leven niet uit een catalogus, je bent overgeleverd aan wat je overkomt.’ Zonder rol als vader kon hij wel meer boeken schrijven, vermoedt hij: ‘Als ik economisch verantwoordelijk voor een kind was geweest, had ik een baan moeten nemen.’

Faam als historicus verwierf hij onder meer met De duizelingwekkende jaren (over Europa tussen 1900 en 1914). In de voorbije jaren waarschuwt hij stelselmatig tegen klimaatverandering, met name in zijn essay Wat er op het spel staat en recent in Het grote wereldtoneel. De rol van zelfstandig schrijver en essayist ligt hem, een ‘institutionele carrière’ niet: ‘Mijn positie als buitenstaander is voor mij net zo’n gegeven als mijn sterfelijkheid. Ik heb die niet gekozen, maar omhelsd. Buitenstaander zijn betekent voor mij dat niets vanzelfsprekend is – alles kan altijd anders.’

Wat is voor u een zinvol leven?

‘De kosmische realiteit is dat over ­enkele miljarden jaren de zon dooft, wat op de schaal van het universum niets bijzonders is – niemand zal de aarde of de mens missen. Maar die zinloosheid telt voor ons niet, wat ertoe doet, is onze emotionele ervaring. Het is een prachtige evolutionaire truc dat wij sterven met de overtuiging dat ons leven betekenis heeft gehad. Als diersoort zijn we even zinvol als een kakkerlak, maar anders dan dat dier kunnen wij aan ons leven zin geven. Daaraan hebben we dringend behoefte, we zijn de aapjes die zin zoeken.’

Dat klinkt alsof het gek is dat te doen.

‘Ja, dat is het ook. Het leidt ertoe dat mensen bereid zijn de grootste absurditeiten te geloven. Neem het christendom. Eerst schept God de mens en dan doet die iets wat God niet goed vindt. Waarna God de mens wil vergeven, maar daartoe moet hij eerst zijn eigen zoon worden en zich vervolgens dood laten doodmartelen door zijn eigen schepselen. Hoe verzin je het? Dat mensen bereid zijn zoiets te geloven, komt door de erkenning die het geeft, want met het geloof behoren ze tot een gemeenschap. Erkenning is net zo’n sterke behoefte van de mens als zoeken naar zin. Samen met seks en angst behoort het tot de voornaamste drijf­veren in ons leven. Het staat voor: worden gezien, erbij mogen horen. Dat verloopt via zin en die verschaft de mens zich traditioneel via het geloof.’

Maar hoe werkt dat voor een ongelovige als u?

‘Voor mij is het moeilijker. Een Oostenrijkse vriend zei me eens: ‘Glück ist ein Nebenprodukt sinnvollen Tuns.’ Dus zinvolle activiteit staat op de eerste plaats, geluk is daarvan een afgeleide. Daar kan ik me wel in vinden – zin en geluk liggen voor mij dichtbij elkaar. Als ik andere mensen gelukkig maak door iets wat ik zinvol vind, zoals schrijven of muziek maken, dan betekent dat veel voor me. Maar zin is wel iets wat je zelf moet creëren, het wordt je niet gegeven. Je moet het veroveren en dat vereist discipline, aandacht en oefening. Ik vind mijn zin sterk in kunst.’

Hoe geeft dat zin?

‘Kunst maakt je minder eenzaam. Wanneer je met mensen naar een concert gaat, beleeft ieder dat op zijn eigen manier, maar er is ook een gemeenschappelijke ervaring. Op dat moment voel ik me minder een buitenstaander. Dat lukt ook als ik in een flow terechtkom: wanneer ik volledig opga in wat ik doe en de tijd vergeet, als een kind dat speelt. Op dat moment is er geen binnen of buiten, dus ook geen buitenstaander. Dat is ook wat ik bij goede seks ervaar. Het is ook wat mensen met meditatie proberen te bereiken.

‘Om een rijker en dieper leven te kunnen leiden, heb je creatieve discipline nodig. Ik zie alles wat je onderneemt als het leren van een taal – pas als je het vocabulaire en de grammatica beheerst, kun je goed communiceren. Dat kun je toepassen op musiceren, schrijven, koken en al het andere waarin je jezelf wilt bekwamen. Vrijheid komt pas, als je controle hebt. Pas als mijn vingers gedisciplineerd doen wat ze moeten, kan ik vrij muziek maken. Als je die discipline opbrengt, cultiveer je jezelf en kun je een rijker leven leiden. Dat zie ik als een vorm van hedonisme. Ik ben een redelijk hedonistisch mens. Hedonisme kan ook ascetisch zijn – het is de cultivering van plezier in het bestaan.’

Wordt uw plezier niet vergald door jarenlang waarschuwen ­tegen klimaatverandering?

‘Het is inderdaad vrij deprimerend om je iedere dag op basis van onderzoeken te realiseren: het gaat helemaal de foute kant op. Voor mij is het een kwestie van intellectuele eerlijkheid dit te blijven doen. We moeten de laatste kans grijpen om weg te ­komen uit die ongelofelijk domme en kortzichtige maatschappij waarin we nu leven, als we voor toekomstige generaties iets beters willen. Wel voel ik de laatste jaren steeds sterker de behoefte om me tegen deprimerende gevoelens te beschermen. Dan ga ik een boek schrijven over de 17de eeuw of over mijn viool. Wein, Weib und Gesang helpen alle abstracte constructies opzij te zetten en je dierlijk, lichamelijk leven te beleven.’

Dat lichaam heeft u danig in de steek gelaten.

‘Inderdaad, op mijn 37ste overleefde ik een longembolie ternauwernood. Enkele jaren daarna volgde nog een confrontatie met mijn sterfelijkheid toen artsen huidkanker vaststelden en me nog twee jaar gaven. Tien dagen later bleek dat vals alarm. Die confrontatie maakte op een haast gewelddadige manier duidelijk: er is geen zin. Daar kun je alleen tegenin gaan door jezelf verhalen over je ­eigen betekenis te vertellen.’

Boekentip

Brieven aan Sophie, Denis Diderot

‘Ik voel me verwant aan deze Franse filosoof, omdat hij kan spelen met de verhalen die hij vertelt - Diderot is in staat even eruit te stappen om zich dan weer volledig erin te storten. Die filosofische gave spreekt mij zeer aan. In deze prachtige brieven zie je hem als hartstochtelijke materialist én humanist – als roddelaar en minnaar, als een mens met fouten.’

Helpen die verhalen echt?

‘Tot op zekere hoogte. Ik stort me erin, maar neem later er ook weer afstand van. Dat is voor mij het verschil met een religieus iemand die zijn verhaal tot de waarheid verheft. Als filosoof probeer ik te bedenken: wat vertel ik mezelf, hoe zit dat in elkaar en wat betekent het voor mijn relatie tot de wereld? Wat ik bovenal belangrijk vind, is speels met verhalen omgaan door er ook weer uit te stappen.

‘Maar ze zijn soms hardnekkig en diepgeworteld. Zo worstel ik met de sporen van mijn christelijke jeugd. Als het mij goed gaat, denk ik vaak: ‘Is dit mij wel vergund?’ Zonder enig idee wie of wat het me zou moeten gunnen. Het helpt dan te bedenken: het universum staat er totaal onverschillig tegenover, dan mag het me ook goed gaan. Maar toch blijft het me hinderen. Gaat het me te goed of heb ik te veel plezier dan volgt onvermijdelijk een terugslag’.

Hoe nodig zijn verhalen?

‘Je ziet de behoefte al bij kleine kinderen. Die hunkeren naar verhalen, omdat ze onderdeel van een groter geheel willen zijn. Die willen honderd keer hetzelfde horen, omdat ze instinctief begrijpen: de mechanismen van een verhaal heb ik nodig om te kunnen leven.

‘Zonder verhalen zouden we de wereld als chaotisch ervaren. Daar kunnen we niet mee omgaan, dat is te demotiverend. Daarom vertellen we onszelf bijvoorbeeld het verhaal: als we iets zinvols doen, heeft dat een zinnig gevolg en als je iets goeds doet, leidt dat tot iets goeds. Dat motiveert en geeft structuur. Bij voorkeur bedenken we ook een spanningsboog, ook al zit die niet in het leven zelf – alles om de chaos te bedwingen.’

Hoe ziet u in dat licht het belang van ons levensverhaal?

‘Het doel daarvan is onze plaats in het grotere geheel te bepalen: weten wie we zijn, waartoe we behoren. Dat verhaal veranderen we voortdurend, ons geheugen is enorm creatief daarin, zo blijkt uit recent onderzoek. Het geheugen heeft als functie zin aan gebeurtenissen te geven. Die kleuren we in zoals het ons uitkomt. Zo groot is onze behoefte aan zin.’

Na zijn serie over de zin van het leven gaat Fokke Obbema dit jaar in een nieuwe reeks op zoek naar het antwoord op de vraag: wat is voor u een zinvol leven? Op deze overzichtspagina leest u alle voorgaande gesprekken in deze serie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden