onderwijsspecial docenten

Zij zijn docent: een baan om van te janken, zo mooi kan het soms zijn

Met de jaren kunnen de frustraties komen, over financiën, vernieuwingen of politieke grillen. Soms haken leraren af. Maar veel vaker houden ze van hun werk en van de groei van kinderen, zo blijkt ook bij deze vijf docenten.

‘Dit is gewoon wie ik ben’

Wie: Karin den Heijer (1970)
Wat: Docent wiskunde aan het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam
Staat: sinds 1995 voor de klas

‘Leraar zijn is mijn droombaan. Ik ben erfelijk belast − mijn ouders zijn docenten, mijn opa en oma ook. Sinds ik acht ben wil ik al voor de klas staan. Als volwassene heb ik het nog een tijdje geprobeerd te ontvluchten, maar ik kon uiteindelijk niet anders dan gaan lesgeven. Het is gewoon wie ik ben. Als ik op straat loop, voel ik me echt leraar.

‘Mijn vader was vroeger mijn grote voorbeeld. Zijn leerlingen kwamen bij ons thuis. Mensen zeggen dat het onderwijs zo veranderd is, maar mijn leerlingen doen dat ook bij mij. Ik maak dan soep, zij nemen salade en hapjes mee. We halen de tuintafel naar binnen en dan zitten we met zijn dertigen aan tafel.

‘Het is waardevol om een echte relatie met je leerlingen op te bouwen, ze moeten je kunnen vertrouwen. Mijn leerlingen zijn zo vrolijk, zo eerlijk en puur. Het is vaak moeilijk om afscheid te nemen als ze hun diploma halen.

‘Ik begin steeds meer op mijn vader te lijken. Laatst vertelde ik hem dat ik sommige leerlingen voor een toets toch een 10 had gegeven, in plaats van een 9.9. Een bepaald inzicht hadden ze bij één opdracht gemist, maar bij een andere opdracht bleken ze dat toch te hebben. Dat deed ik vroeger precies zo, zei mijn vader toen.’

‘Het vak is te mooi om op te geven’

Wie: Pascal Cuijpers (1976)
Wat: Docent beeldende vorming Connect College in Echt (vmbo, havo, vwo)
Staat: sinds 2001 voor de klas

‘Ik vind het eervol om te kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen. Ze komen soms de klas binnen en zeggen dan: ‘Ik kan niet tekenen, schrijf maar een onvoldoende op’. Als iemand niet goed is, wil ik hem of haar enthousiasmeren om het wel te worden. Je wilt het beste uit je leerlingen halen, wat overigens niet altijd een tien hoeft te zijn. Het kan ook een zes zijn waar ze hard voor hebben gewerkt. Zolang je je leerlingen maar niet laat aanlummelen in de marge. Elk lesuur wil ik iedere leerling ‘gezien’ hebben, al moet ik dan in 45 minuten 32 leerlingen spreken. Maar zo zorg je dat stille mensen niet ondersneeuwen, dat ze de aandacht, bevestiging en succeservaring krijgen die ze verdienen.

‘Mijn droom is dat ons vak meer aanzien krijgt. Dat politici ons minder dingen opleggen. Wij moeten als docenten hard zwemmen tegen de stroom in die vanuit Den Haag komt. Er wordt nauwelijks naar ons geluisterd. Werkdruk en politiek gesteggel, het doet wel wat met je. Maar dat wil ik in het klaslokaal nooit laten merken. Ik blijf altijd positief. Je wilt gewoon niet dat je volgend jaar denkt: ja, laat maar zitten. Ik werk al achttien jaar als docent en ik vind het vak te mooi om op te geven.’

‘Er komen ook nachtmerries langs’

Wie: Wouter Siebers (1986)
Wat: Teamleider Caeciliaschool (basisonderwijs) in Amersfoort
Staat: sinds 2008 voor de klas

‘Al jong ben ik in aanraking gekomen met het lesgeven, want mijn moeder zit ook in het vak. Ik zag als kind hoeveel plezier zij eruit haalde, het heeft mij altijd getrokken om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van een mens.

‘Als ik door de stad loop, gaan er handen omhoog; van de jongen die met zijn vriendengroep rondloopt, van het meisje met de kinderwagen. Ze roepen: ‘Hey, meester Wouter, hoe is het!’

‘Je hebt een ontwikkeling met iemand doorgemaakt. Docent zijn is het tegenovergestelde van een bullshitbaan, nutteloos werk, om het zo maar te zeggen.

‘Mijn dromen over het onderwijs zijn erg positief, de praktijk is weerbarstig. Het lerarentekort maakt dat er ook onderwijsnachtmerries langskomen: een groep kinderen die je naar huis moet sturen omdat er geen leraar is, een collega die je op zijn vrije dag moet bellen om bij te springen. Ik zou van de daken willen schreeuwen: kom hier op school kijken hoe leuk het vak is en word docent, we hebben jullie nodig!’

‘Je krijgt er superveel voor terug’

Wie: Maxime Mallie (1994)
Wat: Docent Nederlands op CSW Bestevaêr in Vlissingen (vmbo)
Staat: sinds 2017 voor de klas

‘Laatst gaf ik e-mail-les aan mijn leerlingen. Voor die les kreeg ik altijd mailtjes die begonnen met ‘Hallo Mallie’. Daarna was het: ‘Beste mevrouw Mallie’.

‘Als kind wilde ik al leraar worden. Na schooltijd speelde ik met vriendinnetjes schooltje, en ik was dan de leraar. Mijn moeder was kleuterjuf. Als ik langsging bij haar en zag hoe ze voorlas met een kring kinderen om haar heen, die allemaal aan haar lippen hingen, dacht ik: dat wil ik ook!

‘Dat weinig mensen leraar willen worden, zal te maken hebben met de lage salarissen en de hoge werkdruk. Als ik mensen moest overhalen, zou ik zeggen: je krijgt superveel voor je werk terug. Het enige wat echt tegenvalt is dat je na de lessen nog zoveel moet registreren: over wat er die dag is gebeurd, de ontwikkeling van kinderen, en meer. Die tijd kun je dan niet meer besteden aan het voorbereiden van je lessen.

‘Maar er zijn ook mooie ontwikkelingen. De laatste jaren is er op het vmbo meer aandacht voor de creatieve talenten van leerlingen. Ze kunnen nu niet alleen uitblinken in taal en rekenen, maar ontdekken ook hun talenten in tekenen, handvaardigheid, techniek en sport.’

‘Soms voel ik me wel tachtig’

Wie: Anne Landman (1996)
Wat: Docent Nederlands op het Bonnefanten College in Maastricht (havo, vmbo)
Staat: sinds 2018 voor de klas

‘Ik vind het leuk om plezier te hebben, te lachen met leerlingen. Voor veel leerlingen kan school een ontsnapping zijn van thuis, als het daar niet zo lekker gaat. Als ik dertig van die ongemotiveerde gezichtjes zie, word ik alleen maar verdrietig. Dus ik probeer te zorgen dat iedereen het naar de zin heeft − ook al is Nederlands niet hun favoriete vak.

‘Ik ben docent geworden omdat ik zelf zo’n leuke middelbareschooltijd had, met veel gezellige leraren en veel vrienden. Mijn leerlingen vind ik oprecht heel interessant. Ik ben nog maar 22, maar door hen voel ik me soms tachtig. Je merkt dat je er niet meer bijhoort, dat er allemaal nieuwe woorden en apps zijn. Je ziet zo’n generatie echt opgroeien. De leerlingen hebben trouwens geen idee hoe oud ik ben. Ik sta voor de klas, dus ik ben de baas. Ze denken dat ik twintig jaar getrouwd ben met drie kinderen en een koophuis, dat is het beeld dat ze van leraren hebben.

‘Ik doe dit werk niet voor de bedankjes, maar voor de voldoening. Ik denk aan een klas waarin de leerlingen moesten debatteren. In het begin konden ze er niks van, maar uiteindelijk heb ik twee mensen een tien kunnen geven, zo goed deden ze het. Ik had er tranen van in mijn ogen, zo mooi vond ik het.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.