Column Peter Buwalda

Zelf zomaar iets zwetsen zal een taxichauffeur nooit doen, geen slechte moppen, geen klaag­verhalen

Weet je waar ik nu pas achter kom? Wie geen rijbewijs heeft, zoals ik, en dus geen auto voor de deur, (‘ootoo,’ zeggen ze in Jets familie, en ze willen dat ik dat overneem, anders verstaan ze me niet, auto, áúto, waar heeft die kleine jodeljongen het over?), kan voor het geld dat hij uitspaart, dat wil zeggen niet uitgeeft aan het apparaat zelf, maar ook niet aan wegenbelasting, benzine, verkeersboetes, reparaties, uitdeukkosten, afschrijvingen, wasstraten en verzekeringen, per jaar ongestraft 5.000 euro stukslaan aan taxi’s.

Per dag komt dat neer op, even rekenen, 13 ekkies. Kun je ook Thai van halen! Het is sowieso genoeg voor naar de Appie en weer terug, mijn dagelijkse uitje dat ik te voet afleg, hand in hand met Jet, en waarvan ik voor geen goud afstand doe, zo ontspannen is het om tegen etenstijd de beentjes te strekken, onderweg een beetje duwen en trekken, grapjes maken, eventueel een mopje fluiten – u kent het wel.

Gaat allemaal in het taxipotje. Tel erbij op dat ik de woonstee verder nauwelijks verlaat, vaak maanden niet, wat zeg ik: járen, zodat je eigenlijk zou moeten concluderen dat ik, afgezet tegen sukkels met een eigen auto, altijd een taxi mag bestellen.

Laatst stond er 440 euro op de meter. Mijn chauffeur had me halsoverkop richting Rotterdam ­Centraal gescheurd, de treinen reden plotseling niet, maar toch werd al snel duidelijk dat ik mijn aansluiting ging missen, dus stuurde ik hem door naar Goes, waar ik moest signeren.

Heel belangrijk.

Vinden chauffeurs niet erg, ritten die steeds langer worden, niettemin keek de man bezorgd naar zijn batterij, we zaten in een soort iPhone op wielen. Hebben ze in Zeeland wel laadpalen, vroeg hij.

Had ik niet paraat.

Zonder paal werd het een probleem.

Met paal ook, leek mij – ik had geen minuut te verliezen. Mijn telefoon kost het mimimaal een uur om op krachten te komen, en dan bleef hij de eerste vijf minuten ook nog eens voor dood aan de draad hangen, heel theatraal vind ik, en dan eerst zo’n wee appeltje. Dit, lijkt mij, om op je emoties te spelen, zodat je moederlijke gevoelens voor je iPhone krijgt, denk ik.

Gelukkig, mijn chauffeur wist een paal, om er te komen moesten we iets om. Vond ik dat erg?

Een volmaakt retorische vraag. Als we niet snel een stopcontact vonden, stonden we hier voorgoed stil aan de kust, de Zeeuwse kust, waar de mensen onbewust zin in mosselfeesten krijgen/en van eten slechts nog zwijgen/als ze zat zijn en voldáááán!

Wat je er gratis bij krijgt, bij je gratis auto met chauffeur, is de rolverdeling. In feite beschik je voor niks over een butler met benefits: als je een praatje wilt maken, antwoordt hij beleefd, als je nors voor je uit wil staren, zwijgt hij begripvol. Zelf zomaar iets zwetsen zal een taxichauffeur nooit doen, geen slechte moppen, geen klaagverhalen – dat is hem afgeleerd op de taxischool, waarschijnlijk met stroomstoten.

Soms tonen ze emoties. De mijne, terwijl zijn uitgewrongen ootoo aan de paal hing, vroeg of ik een broodje lustte – hij trakteerde.

Hoeft niet, beste man.

Jawel, m’neer.

Brutaal vond ik, maar ook lief, al liep verderop, paal of geen paal, de meter gewoon door.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden