Reportage Kip slachten

Zelf een kip grootbrengen en daarna slachten en opeten – de familie Beks wilde weten hoe dat voelt

Lois houdt een pasgeboren kuiken vast terwijl Tijmen naar het andere kuiken kijkt in de broedmachine. Foto Pauline Niks

Vanuit de achterbak klinkt gerammel en langzaam zwelt een tokgeluid aan. Over de rand van de achterbank kijken we naar de grote grijze doos. Op de bovenkant ligt een stuk gaas. Loïs (7) gaat op haar knieën in haar zitje zitten en tilt de doos op. Op een bedje van zaagsel schuifelen twee witte kippen. Ze ogen een beetje verward en hun snavels staan open. ‘Papa! Ze hebben het warm…’, roept Loïs naar haar vader Jeroen, die achter het stuur zit. ‘Ja, schat. We doen zo de airco weer aan’, antwoordt Jeroen. ‘Maar de cameravrouw is nu even aan het filmen.’


De familie Beks, waartoe naast vader Jeroen, moeder Marjolein, dochter Loïs en zoon Tijmen (10) behoren, is een van de zes deelnemers aan het Doe-het-zelf-kipproject. Het project, een initiatief van de Landbouw Innovatie Campus van de provincie Brabant, is ontwikkeld door experimenteel productiehuis Jansen Jansen Bachrach & Landshoff, dat eerder de levende installatie De Tostifabriek in Amsterdam neerzette (waarbij elk onderdeel van een tosti werd ontwikkeld op een klein stuk grond, van graan tot varken). De vraag van de provincie aan de producenten en kunstenaars luidde: ‘Hoe kun je het doden van het dier weer duidelijk onderdeel maken van de vleesconsumptie?’

De zes uitverkoren deelnemers – er hadden zich 188 belangstellenden ingeschreven  hebben twee maanden geleden een doosje met drie bevruchte eieren opgehaald  bij een Brabantse boer. Bij het pakket inbegrepen: een broedmachine, kippengaas, zaagsel, voederbakje, een knuppel en een mes.

De twee kippen in de achterbak hebben de afgelopen maanden bij de familie Beks in huis en in de tuin gewoond. Ze zijn er uit het ei gekropen en hebben door de tuin gescharreld. Nu ben ik als verslaggever met het gezin, vergezeld door een cameraploeg van de lokale omroep, onderweg naar pluimveeboerderij de Walnoothoeve in het Brabantse plaatsje Hoeven. Vanmiddag loopt het project namelijk af: de kippen zullen geslacht moeten worden. Hoe voelt het om de kippen, die ze zelf hebben verzorgd en grootgebracht, dood te maken? Smaakt het vlees anders dan een kipfilet uit de winkel? En: waarom zou je eigenlijk je eigen kip willen slachten?

25 april: De kuikentjes zijn uit het ei uitgekomen

De familie Beks woont in een rijtjeshuis aan een rustige, groene laan in Vught. ‘Jeroen, Marjolein, Loïs & Tijmen’, staat in sierlijke letters op het naambordje naast de voordeur. Na het aanbellen klinkt nagelgetik op laminaat en in de deuropening verschijnt als eerste de nieuwsgierige kop van een Australische herder. ‘Ik zie dat je al hebt kennisgemaakt met Skyler’, zegt vader Jeroen, die de hond bij de halsband pakt. In de woonkamer zijn Loïs en Tijmen druk in de weer met het bakken van kleitaarten en een spelletje op de mobiele telefoon.

Achter in de tuin staat een groot konijnenhok, aan een boom hangen vogelvoederballetjes en kindertekeningen van dieren sieren de muur. Uit een  krat in het midden van de kamer klinkt gepiep. Skyler loopt nerveus eromheen en probeert haar neus over de rand te steken. ‘Daar zitten ze’, zegt Jeroen. ‘De twee kuikens. De laatste gaat niet meer uitkomen, denken we.’ Hij wijst naar een plastic doosje dat met een snoer aan het stopcontact is verbonden, waarin onder een doorzichtig deksel nog een ei ligt. De broedmachine.

Kuiken in de broedmachine naast het ei dat uiteindelijk niet uitkomt. Foto Pauline Niks

‘Papa heeft altijd gekke ideeën’, zegt Tijmen. Jeroen: ‘We halen melk bij de boer, net als asperges, aardbeien en eieren, en we kweken onze eigen kruiden. Hierdoor weten onze kinderen bijvoorbeeld dat melk niet uit een pak komt of uit de supermarkt. Het leek ons leerzaam in dit project te ervaren hoe ons vlees op tafel komt. Zelf merkte ik met hoeveel gemak ik vlees kocht in de supermarkt. Of je als vleeseter ook bereid moet zijn om zelf te doden, is een ethische kwestie waarover weinig wordt gesproken.’

Het idee is eerst voorgelegd aan het gezin. ‘Iedereen stemde in. Al was de eerste vraag van de kinderen of ze de kippen mochten houden.’  Loïs rent naar haar vader toe, legt haar hoofd op zijn borst, slaat haar armen om zijn middel en fluistert – hoewel ze het antwoord al weet: ‘Mogen we ze houden, papa?’

Dat deze vraag zou komen, had Jeroen wel verwacht. ‘Juist daarom hebben we de optie om de kippen te houden vanaf het begin uitgesloten’, zegt hij. ‘Anders heeft het geen nut mee te doen aan dit project.’ Gaat hij de kippen eigenhandig slachten? ‘Ik ben het wel van plan’, zegt hij aarzelend. ‘Maar misschien laat ik het door de boer doen, als het eropaan komt. Ook ben ik een beetje bang voor het effect op mijn kinderen. Zullen ze mij dan gaan beschouwen als een beul?’

‘Hé, daar zit een koolmees’, roept Tijmen, wijzend naar een struik in de tuin. ‘Hij zit op de jeugdnatuurwacht’ zegt Jeroen. ‘Daar leert hij wekelijks met een groep van kinderen tot 10 jaar over de natuur: vogels spotten, kevers onderzoeken of uilenballen uitpluizen.’ Het slachten van de kippen vindt Tijmen zielig. Liever is hij er niet bij. Of hij daarna de kip wel wil opeten? ‘Ja. We hebben gisteren nog drumsticks gegeten.’ Hij moest wel even aan het gele, pluizige kuikentje denken, dat nu nog over zijn handpalm loopt. ‘Maar toen al snel niet meer’, zegt hij. ‘Kip vind ik lekker.’

23 mei: De kippen scharrelen in de tuin

Sinds 5 mei lopen de kippen rond in een ren in de tuin. Om precies te zijn: de kip en de haan. ‘We vermoedden al dat de ene een haan was’, zegt Jeroen. Tegen Tijmen zegt hij: ‘Wel grappig hè, dat juist jij het jongetje had en Loïs het meisje?’ De kinderen knikken enthousiast. Tegen het vriendelijke verbod van hun ouders in hebben ze de kuikentjes namen gegeven en zich beiden een exemplaar toegeëigend. ‘We waren bang dat ze te gehecht zouden raken aan de kippen. Maar we hebben het niet kunnen tegenhouden. Op een ochtend hoorden we ze het toch over Meneer Piep en Kuikentje Piep hebben.’

De kip en de haan in hun hok. Foto Pauline Niks

Meneer Piep (die later toch een meisje bleek te zijn en vanaf toen Piep Piep heette) en Kuikentje Piep pikken aan wat maiskorrels en kidneybonen. ‘Daar wordt het vlees lekkerder van’, legt Jeroen uit. ‘Op internet hebben we dat opgezocht. Ook pasta hebben we in de ren gegooid. Aardbeien schijnen ze ook lekker te vinden, maar dat vind ik zonde.’ Loïs probeert een van de kuikens naar een hoopje bonen te lokken. In het oppakken van de kippen is ze niet meer zo geïnteresseerd. Jeroen: ‘Het gaat net als met de konijnen en de hond. Het knuffelgehalte is er vanaf zodra ze niet meer klein en pluizig zijn.’ Hij lacht. ‘Als wij als ouders niets zouden doen, zouden de dieren allang dood van de honger in een kooi vol poep liggen.’

Het project heeft voor de familie Beks ook minder aangename kanten. Door een ietwat misplaatste kop in een krant, waardoor het leek alsof Loïs en Tijmen eigenhandig de kippen zouden slachten, heeft het gezin veel media-aandacht over zich heen gekregen. ‘Onbekenden op sociale media vonden er van alles van’, zegt Marjolein. ‘Dat heb ik niet als fijn ervaren. Daarnaast heeft de Partij voor de Dieren met ons en de andere deelnemers contact gezocht en aangeboden de kippen te ruilen tegen vegetarische kipnuggets. En kinderen van kinderorganisatie Veggie Squad hebben een brief geschreven aan Loïs en Tijmen.’ Jeroen: ‘Dat ze achter ons adres waren gekomen, baart me wel een beetje zorgen. Door de hectiek van de media-aandacht konden we ons minder goed focussen op het proces zelf. Aan de andere kant heeft het tot veel gesprekken geleid op het schoolplein. De meeste mensen die we spreken, zijn geïnteresseerd, maar zouden zelf nooit hun eigen kip willen slachten.’

Weten de kinderen al wat er over drie weken, op 20 juni,  gaat gebeuren? Loïs steekt haar vinger op. ‘Ja, ik weet het! Je slaat de kip eerst op zijn nek met een grote knuppel en dan moet je met een mes in zijn keel snijden. En dan komt het bloed eruit.’ 

‘Toen we het pakket kregen, hebben we met het hele gezin alles uitgepakt’, vertelt Jeroen, ‘en de handleiding gelezen.’ Tijmen lijkt er onverschillig onder. Hij zegt te begrijpen dat het moet gebeuren. Maar hij wil er niet bij zijn. Hij kan niet tegen bloed. ‘Loïs houdt zich stoer’, zegt Jeroen. ‘Ze wil mee naar de slacht.’ Wat ze ervan vindt dat papa de kuikens dood gaat maken? Ze plukt wat aan haar shirt met glittervlinders. ‘Ik vind het eng dat papa het doet’, zegt ze dan. ‘En ik wil nooit meer kip eten.’

Jeroen en Marjolein geven toe dat het een gek idee blijft. Het ritueel van de kippen begroeten en voeren zullen ze missen. ‘Maar we wisten waaraan we  begonnen. Anders dan de konijnen of de hond, hebben we de kippen niet als huisdier genomen’, zegt Jeroen. ‘Toch ga je ze een beetje zo beschouwen. Bijvoorbeeld toen een van de kuikens ons ’s nachts met zijn gepiep wakker maakte. Marjolein moest het bed uit om hem van het waterbakje te tillen, waar hij niet af durfde.’

20 juni: De slachtdag

Vanmiddag eten Tijmen en Loïs, net als op andere woensdagen, samen met hun vader na school een boterham aan tafel in de tuin. De kip loopt sloom door de ren. De haan ligt onder een parasol in het gras. Vermoedelijk zijn ze ondanks hun fijne leefomgeving en goede dieet al te zwaar en te lui geworden om veel te bewegen; een lot dat doorgefokte vleeskippen vaak treft. Al hadden ze het gewild, het gezin had de kippen niet  kunnen houden. Veel langer konden ze namelijk niet leven. Ze zijn nu 60 dagen oud: tussen de leeftijd van een vrijeuitloopkip (56 dagen, 2 sterren Beter Leven-keurmerk) en die van een biologische kip (70 dagen, 3 sterren Beter Leven-keurmerk) in. Wel hebben ze meer ruimte gehad dan beide soorten kippen.

De kip en de haan in de auto op weg naar de slacht. Foto Pauline Niks

Loïs is niet van gedachten veranderd, en wanneer de kippen in de auto worden geladen, stapt ze zonder aarzeling in. Tijmen blijft thuis. Op de boerderij overhandigen we de kip en de haan aan boer Geert, die ze via een grote garagedeur de donkerte in draagt. We zien ze straks terug in de slachtruimte.  Op de valreep vraagt Loïs of ze haar kip nog een laatste keer mag vasthouden. De boer laat zien hoe je dat het beste doet: arm onder het buikje, met bungelende  pootjes. Net als bij een baby met krampjes.

‘Is het toch niet zielig?’, roept Loïs, een beetje in paniek, wanneer de boer de kip weer van haar arm licht. ‘De kip kent die man helemaal niet!’ Maar eenmaal in de slachtruimte winnen haar nieuwsgierigheid en bravoure het toch van haar medelijden. Hoewel Jeroen zegt dat ze in de gang mag wachten, kruipt ze tussen de mensen door naar voren om te zien hoe papa de kippen slacht. De kraaloogjes draaien weg, zodra de dieren met de kop in de elektrische verdovingsmachine worden gestoken. De poten spartelen nog na wanneer ze daarna in de slachttrechter hangen (een metalen trechter waarin de kip ondersteboven wordt gehangen, zodat de keel doorgesneden kan worden). Bij de eerste kip is het een beetje een gehannes, maar bij de tweede kip steekt Jeroen het mesje direct goed in de hals. Het bloed stroomt snel en toch stroperig in de opvangbak. Loïs kijkt in de slachtbak: ‘Het is net of ze te veel rode bessen hebben gegeten en het niet zo lekker vonden.’

De boer geeft de kip nog een laatste keer aan Lois. Foto Pauline Niks

Er zijn wat kleine problemen met de gewrichten, constateert de aanwezige kippendokter Sible Westendorp; verder zijn alle kippen die hier vandaag geslacht zullen worden kerngezond. Na het plukken van de veren worden de kippen gewogen. De dieren van een andere deelneemster, die louter krachtvoer kregen, blijken aanzienlijk groter dan die van de familie Beks. Zonder verenkleed leveren Piep Piep en Kuikentje Piep een verrassing op. Beide kippen zien helemaal geel. ‘Ik had geen idee dat het zo goed te zien zou zijn’, zegt Jeroen. ‘Het zijn echte maiskippen.’

Als we in de auto stappen, laten we de drukte van de pluimveeboerderij achter ons; het laatste gespartel, het bloed, de rondvliegende veren, de organen op de ontledingstafel, de adrenaline en curieuze opgetogenheid die daarbij kwamen kijken. De autodeuren sluiten en het is stil. De airconditioner blaast koele lucht in ons gezicht en in de achterbak liggen de twee kippen in een blauwe koelbox. Schoon en netjes verpakt. ‘Het gruwelijkste is achter de rug’, verzucht Jeroen als we het landweggetje oprijden dat ons wegvoert van de boerderij. ‘Zo voelt het. En ook een beetje alsof we op jacht zijn geweest en de buit naar huis brengen.’ Op de achterbank is Loïs verdiept in haar kinderboek, tot ze opkijkt: ‘Papa, kunnen we een ijsje halen?’

De kip wordt met stroom verdoofd. Foto Pauline Niks

De haan is, afgezien van zijn kop, nog heel. De kip is versneden tot kipfilet, drumsticks, vleugels en karkas. Ze liggen verpakt op het aanrecht. Het cellofaan spant om de gelige, stoppelige huid en het lichtroze vlees. Net echt, zoals in de winkel, zou je bijna denken. En juist die gedachte illustreert hoe we gewend zijn vlees als product te zien. Iets dat verpakt in de winkel ligt en voor een paar euro is te krijgen. Maar dit stel kippen liep hier vanochtend nog in de tuin. Op de plek waar hun ren stond, ziet het gras in de tuin nog bruin van hun stront.

Terwijl ze in een pan op het fornuis roert, kijkt moeder Marjolein naar de twee pakketjes. Ze haalt haar schouders op: ‘Het ziet er gewoon uit als kip. We wisten dat dit ging gebeuren. Als het de konijnen waren geweest, had ik me denk ik wel anders gevoeld.’ Tijmen zit voor de televisie en wil niet naar de geslachte dieren komen kijken. Op het nieuws op de regionale zender zag hij zijn vader de halsslagader van zijn haan doorsnijden. ‘Ik wilde niet kijken’, zegt hij. ‘Maar heb het toch gedaan. Zo.’ Hij houdt zijn handen met de vingers gespreid op voor zijn ogen.

Jeroen slacht de kip. Foto Pauline Niks

22 juni – Het diner

Het is het beste om het vlees minstens een paar dagen te laten besterven alvorens je het opeet, vertelde pluimveehouder Geert van der Kan bij de slacht. Dan breken enzymen het bindweefsel en wordt het vlees malser. Als hij het voor het zeggen had, zou hij de kippen zes weken ‘laten hangen’. Dan is volgens hem het vlees subliem. Maar de Voedsel- en Warenautoriteit hanteert een limiet van twee weken. Jeroen heeft besloten de kip vanavond deels voor een Marokkaanse tajine te gebruiken. De haan gaat later in zijn geheel op de barbecue, de rest van de kip wordt ingevroren.

De indrukken van de slachtdag hebben inmiddels een beetje kunnen bezinken. Dat de kippen er niet meer zijn, is volgens Loïs en Tijmen wel gek. Maar of ze hen al missen? Met een knisperend stuk kroepoek tussen de tanden schudden ze het hoofd. Dat ze vanavond mee-eten van de tajine lijkt vanzelfsprekend – er is bij geen van beiden iets van twijfel te bekennen. Marjolein brengt couscous en salade en even later zet Jeroen de tajineschaal in het midden van de tafel. Op een bedje van mango, nootjes en uien liggen de stukken vlees te stoven. Bovenop de hoop liggen vier kippepootjes van de supermarkt. Om te vergelijken. Dan steekt Loïs snel haar hand  boven de schaal en roept: ‘Daaag, lieve kippen, daag!’

De grote vraag: welke kip moet als eerste geproefd worden. Marjolein kiest voor de eigen kip; Loïs voor de ‘nepkip’, zoals die gedurende de rest van het diner gekscherend wordt genoemd. Unaniem oordeel: de eigen kip is malser en heeft veel meer smaak. Alleen Marjolein proeft geen groot verschil. 

Zouden ze nog eens meedoen aan zon project? ‘Als we landelijker zouden wonen, zouden we misschien legkippen nemen’, zegt Marjolein. ‘Maar aan vleeskippen beginnen we niet meer. Emotioneel vond ik het niet zwaar en ik geloof de kinderen ook niet. Maar alle zorg komt op mij neer.’ Jeroen: ‘Als we nu vlees kopen, kiezen we wel bewuster en proberen we er meer van te genieten. Maar er komt zo veel kijken bij het grootbrengen en slachten van een eigen kip, daar hebben wij in ons drukke bestaan geen tijd voor.’

Doe-het-zelfkip ­bestaat uit een kist die ­alles bevat wat nodig is om thuis je eigen kippenvlees te produceren. Dus van ei tot kipfilet, in een periode van ­negen weken. Er zitten drie bevruchte eieren in, een broed­machine, ­verzorgingsspullen en slachtmateriaal, plus ­instructies.

De kist haal je op bij een boer, die je zo ­nodig ook met raad en daad terzijde staat. De slacht wordt uitgevoerd onder begeleiding van een expert die erop toeziet dat het zo goed en diervriendelijk mogelijk wordt uitgevoerd.

Het idee is afkomstig van de Landbouw Innovatie Campus van de provincie Brabant, ­onder andere om ­consumenten zich meer ­bewust te laten worden van de vleesconsumptie en een onderdeel te ­laten zien dat meestal ­buiten beeld blijft: de slacht.

doehetzelfkip.nl

landbouwinnovatiecampus.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.