ColumnIbtihal Jadib

Zelf broodbakken, het is een zoektocht. Maar waarom zou je eigenlijk?

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

Mijn man waagt zich eens in de zoveel tijd aan het bakken van zuurdesembrood. Dan verschijnt er een oud jampotje op het aanrecht met een prutje natte meel. Iedere ochtend staat m’n man daarin te roeren en te turen in de hoop een orgie met bacteriën aan te treffen. Als het prutje veel luchtbellen krijgt en begint te rieken naar een Vlaams café, verschijnt er een voldane blik op zijn gezicht waarop ik die dag het aanrecht kan afzetten met een rood-wit lint wegens overvloedige meeltoestanden. Het is natuurlijk ontzettend gezellig, je eigen brood bakken terwijl het huis zich vult met de geur van warmte en tevredenheid, maar dan moet het wel lukken. En dat is bij zuurdesembrood niet bepaald een gegeven.

De eerste keer dat mijn man aan het bakken was, had ik me verwonderd afgevraagd waar die Hollander in vredesnaam mee bezig was. Hij blééf maar in de weer met dat deeg; de hele dag door vonden er kneedsessies plaats en nog was het niet klaar want het spul moest ook een nacht in de koelkast doorbrengen voor het de volgende ochtend eindelijk als een baksteen uit de oven tevoorschijn kon komen. Ik durfde bij het proeven niet te zeggen dat het project was mislukt, zo’n genadeloos oordeel wordt slecht ontvangen na zoveel toewijding, maar ik werd verraden door de losgekomen elementen in mijn gebit.

Nee, dan was het broodbakken zoals ik dat vroeger kende van mijn oma en tantes in Marokko een stuk overzichtelijker. Die legden een kleedje op de grond waar ze konden zitten bij een grote aardewerken schaal. Daarin werd met een razendsnel tempo het deeg gekneed en in bolletjes verdeeld voordat het even moest rusten. De tijdseenheid ‘even’ was kennelijk specifiek genoeg, er kwam in elk geval geen timer of kookwekker aan te pas. In mijn jonge jaren had m’n oma nog geen oven in huis; dan bracht ik het deeg samen met een nichtje naar moel farran, oftewel: de man van de oven. Die bakte voor de hele wijk het brood, waarbij je moest opletten dat je daadwerkelijk je eigen brood terugkreeg en niet dat van de buurvrouw. Het was daarom zaak goed te onthouden met welke theedoek jouw broden waren afgedekt, al was het nog beter om in het deeg een herkenbare inkeping te maken. Tegenwoordig heeft ook in Marokko iedereen een oven in huis, al wordt die niet meer dagelijks gebruikt omdat het sneller is om kant en klaar brood te kopen. Gewoon bij de bakker dus. Die moderniteit heb ik even aangestipt bij mijn man: voor een paar euro bespaart hij zichzelf enorm veel moeite én hebben we verrukkelijk zuurdesembrood in huis. Daar zag hij zelf gelukkig ook het voordeel van in.

Maar laatst raakte hij toch weer in de ban, ditmaal was het pizzadeeg. Geïnspireerd door een zeer vormvaste Italiaan op YouTube, Vito Lacopelli, stond hij ’s ochtends twee kilo meel boven het aanrecht uit te strooien. Het zag er behoorlijk echt uit allemaal, er werd zelfs een pizzasteen bijgehaald. Toen het eerste resultaat op tafel kwam, werd het reikhalzen ditmaal beloond met absolute perfectie. Ik moest er bijna van huilen. Het kan niet anders of mijn man was in een vorig leven een pizzabakker in Napoli. Ja, zelfs m’n oma zou onder de indruk zijn geweest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden