'Ze hebben ons vannacht om twaalf uur weggehaald'

De tocht wordt voortaan elk jaar gemaakt. Het begon drie jaar geleden. Vanuit Westerbork werd een bijzondere busrit georganiseerd door Oost-Groningen....

'Plotseling was het graf van Rosa Denneboom weg. Helemaal weg. Niemand wist waar het gebleven was. Nu ligt er een gloednieuwe steen, en niemand weet hoe die hier gekomen is.'

Een typisch mysterie van het joods leven, noemt hij het. Druk gebarend slentert Salko Kats over het kerkhofje. De groen uitgeslagen grafstenen steken af tegen de kleurige bakstenen van de omringende huizen. Het joodse begraafplaatsje in Beilen, niet meer dan enkele vierkante meters groot, ligt middenin een nieuwbouwwijk. Het is vrijwel de laatste tastbare herinnering aan de bloeiende joodse cultuur die er ooit heerste.

Kats is een van de vier joden die er nog wonen. De rest heeft de Tweede Wereldoorlog niet overleefd, zegt hij. Samen met zijn vrouw neemt hij deel aan een reis langs 'sporen van joods leven', georganiseerd door medewerkers van het Herinneringscentrum in Kamp Westerbork.

Voor de tweede keer in drie jaar is er een bustour georganiseerd langs overblijfselen van joodse cultuur, ditmaal door Drenthe en Zuid-Groningen.

Genodigden, veelal joden, vertellen over de betekenis van een monument, of van een gebouw, een persoon, een herinnering. De organisatie deelt keppeltjes uit; de saamhorigheid onder de deelnemers is groot.

'Kinderen denken bij het woord 'jood' aan mensen die vergast zijn in de oorlog. Het is hun enige associatie met een hele rijke cultuur. Dat vinden wij zonde, een misvatting, daar willen we iets aan doen', zegt mede-organisator Ben Prinsen. Zondagochtend rijdt de bus langs de cultuursporen.

De rit voert door de Drentse veenkoloniën naar dat kerkhofje in Beilen, een van de laatste joodse begraafplaatsen waar de stenen nog ongeschonden zijn en de opschriften nog leesbaar. De bus toert ook langs het het geboortehuis van de joodse schrijfster Carry van Bruggen in Smilde, stopt bij de synagoge van Zuidlaren en vervolgt de reis naar Tolbert en Gieten, waar joodse poëzie van Saul van Messel wordt voorgedragen bij een monument.

De Stichting Samuel Levie in Leek leidt de groep langs huizen en plekken waar joden woonden, werkten en elkaar ontmoetten. De deelnemers lopen langs het voormalig armenhuis, de oude manufacturenzaak van de familie Levie en het herinneringsmonument op de Dam, in het hart van het dorp.

Opmerkelijk is het Joodse Schooltje uit 1860, dat in 1980 moest wijken voor een fietspad, maar dat zes jaar geleden werd herbouwd om de joodse gemeenschap te eren. Het godsdienstschooltje dient tegenwoordig als joods museum, een van de kleinste musea in Nederland. Binnen staan zes schoolbankjes en vitrines vol authentiek lesmateriaal.

Bij binnenkomst kussen de joodse bezoekers hun hand en drukken die op de mezoeza, een rolletje perkament in zilver gehuld, dat op ooghoogte aan de deurpost hangt. Op het perkament prijken teksten uit het Oude Testament, met verzen uit Deuteronomium 11:13-20, over het dienen van de Heer.

Naast een antieke thora, gebedsriemen, -mantels en -kleden, liggen er brieven en kaarten van joden uit het kamp Westerbork. Een van de bekendste teksten staat in marmeren letters op een plaquette aan de buitenkant van de schoolmuur:

Beste vrienden!

Wil u even berichten dat ze ons vannacht om twaalf uur weggehaald hebben.

We zitten nu nog in het gemeentehuis en gaan met de tram weg.

Menschen, 't beste hoor.

Ik hoop u weer te zien.

We hebben goeden moed.

Vele groeten,

Roos en kinder

De tekst is symbool geworden voor de joden die in 1942 werden weggevoerd uit Leek. Bianca Gudema, een van de deelnemers aan de excursie, herkent in de schrijfster een nicht van haar grootvader. Roos Oudgenoeg-Gudema overleed op 11 december 1942 in het concentratiekamp Auschwitz.

Samen met zestig andere namen staat ze, gerangschikt naar het concentratiekamp waarheen de Lekenaren werden gevoerd: Vught, Westerbork, Auschwitz, Sobibor. De plaquette is een van de vele joodse oorlogsmonumenten in de streek.

Naar aanleiding van de tocht verschijnt eind deze maand het boek Joodse oorlogsmonumenten in de provincie Drenthe, zoals vorig jaar al een gedenkboek over joodse monumenten in Groningen verscheen, ook naar aanleiding van excursies vanuit Westerbork. 'De generatie die ons kan vertellen over de oorlog wordt snel kleiner', zeggen de auteurs.

Het gedenkboek, dat 26 monumenten beschrijft, wordt 28 november gepresenteerd in het herinneringscentrum van het kamp, waar de komende twee maanden een tentoonstelling wordt gehouden over vluchtelingen van alle tijden, te beginnen met de joden in de zeventiende eeuw.

'Het aantal oorlogsmonumenten in Drenthe groeit', weet Ben Prinsen. In Zuidlaren is een comité bezig met de oprichting van een monument, in Westerbork komt een plaquette ter herdenking van de slachtoffers van kamp Sobibor en in Gieten wordt een herinneringsteken geplaatst voor een joodse leerling van de Bonnerschool.

Vanwege de groeiende belangstelling voor de slachtoffers van de Duitse bezetting wordt de reis langs sporen van de joodse cultuur voortaan jaarlijks gehouden, in verschillende provincies en met verschillende thema's.

Een boek over Friesland is in voorbereiding. Het is de bedoeling dat alle monumenten in heel Nederland in kaart worden gebracht. Want, zo stelt de werkgroep 'sporen langs joods leven', het is een algemene wens van joden dat wij hun volk blijven herinneren.

Het Joodse Schooltje in Leek is vrij toegankelijk op dinsdag, woensdag en donderdag van 14 tot 16.30 uur en op vrijdag van 14 tot 16 uur. Informatie, ook voor groepsbezoek, is te krijgen bij de Samuel Levie Stichting, tel. 0594-51.56.78.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden