Interview Tabitha

Zangeres Tabitha: ‘Ik dacht altijd dat Hollywood me gelukkig zou maken’

Zangeres Tabitha: ‘Op Grammy party’s zeggen mensen: ‘Oh, you’re so great, we should hit the studio together.’ Dat gebeurt nooit.’ Beeld Ernst Coppejans

Zangeres Tabitha (26) had een gelukkige jeugd in het Chinees-Surinaamse restaurant van haar ouders. Tot haar vader overleed. ‘Toen kwam ik in een harde wereld terecht.’

In discotheken in Los Angeles verliepen de avonden altijd hetzelfde. ‘Je had een vip-balkon vol mannen die bezig waren met flessen. Wie bestelt de meeste flessen, dat was het ding. Daaromheen stonden vrouwen die zich helemaal hadden aangekleed voor zo’n avond. De muziek die werd gedraaid was harde hiphop, niet echt ritmisch, dus de vrouwen konden er niet op dansen. Om 2 uur ’s nachts was het afgelopen en had niemand het naar zijn zin gehad.

‘Ik dacht altijd dat Hollywood me gelukkig zou maken, maar ik zag daar alleen maar ongelukkige mensen. Iedereen streeft iets na. Na een tijdje zie je dat ze acteren. Die dure auto waarmee ze voorrijden is gehuurd en ze hebben schulden. Er is veel drugsgebruik en geroddel.

‘Op Grammy party’s zeggen mensen: ‘Oh, you’re so great, we should hit the studio together.’ Dat gebeurt nooit. Ik had goede connecties, kende de juiste mensen, maar ik leefde van mijn spaargeld. En een baantje in een shishabar. Daar heb ik ook wel leuke mensen ontmoet, hippies met wie ik op het strand zat.’

Hoe kwam je in Amerika terecht?

‘Op mijn 15de tekende ik bij mijn eerste label, ik zong toen al. In Rotterdam was dat. Daarna verliefd geworden, naar Limburg verhuisd, lang verhaal – iemand vroeg me naar Londen te komen, via daar ging ik naar Amerika. Twee jaar lang reisde ik tussen Londen en Los Angeles. Ik heb veel muziek geschreven, veel opgenomen, mijn 10.000 uur in de studio gemaakt.

‘Ik stond op het punt om naar Atlanta te verhuizen toen ik even in Nederland was. Op een festival kwam ik Ronnie Flex tegen, met wie ik op de Popacademie had gezeten, ook in Rotterdam. Hij was een nieuw album aan het opnemen, Rémi, en vroeg of ik op twee of drie liedjes wilde meezingen. Vanuit Amerika zag ik dat een duet van ons een hitje werd: Is dit over. Laat ik dan maar naar Nederland teruggaan, dacht ik. Ik was de halve wereld overgegaan om te zien dat dit mijn thuis is.’

Waar groeide je op?

‘In Rijnsburg, een boerendorp. We hadden een Chinees-Surinaams restaurant in Leiden, Foen Food. Mijn moeder is Nederlands, mijn vader was Surinaams. Ik herinner me veel muziek in huis, zij hield van country en hij van reggae. Op foto’s uit die tijd zie je een gelukkig gezin. Een zus van mijn moeder was getrouwd met een broer van mijn vader, de vader van mijn moeder hielp mee in de keuken van het restaurant. Daar kwamen familie en vrienden naartoe. Altijd een vol huis, altijd gezellig.

‘Mijn vader werd ziek toen ik 3 was, zes jaar later overleed hij. When the shit hits the fan – dan zie je wie je vrienden zijn, het filtert. Duizenden mensen op een begrafenis en daarna zie je niemand meer. Mijn kindertijd bekijk ik als een droom, vanaf de dag dat hij overleed kwam ik in een harde wereld terecht.

‘Ik was 9. Op school had ik net geleerd wat een dozijn was. Twaalf potloden in een doosje. Eerst had ik twaalf potloden, nu was er nog maar één over: mijn moeder. Alles was weg. Mijn broer en zus waren ouder, mijn moeder bleef een extra bord op tafel zetten, alsof mijn vader er nog was. ’s Ochtends moest ik zelf mijn brood smeren en mijn haar doen.

‘Hulp nam ik niet aan van haar, ik was alleen maar boos. Later zag ik pas hoe moeilijk ze het had. De liefde van haar leven was overleden en zij bleef achter met drie kinderen en een berg schulden. Een jaar na zijn dood kreeg mijn moeder een nieuwe vriend, een Jamaicaanse man die Engels sprak. Nu ben ik goed met hem, maar toen dacht ik: wat doet hij hier? Ik sliep al jaren bij mijn moeder in bed, ineens moest ik terug naar mijn eigen bed omdat hij erbij kwam.

‘Ik ging veel naar Leiden, daar waren meer culturen dan in Rijnsburg. Na de dood van mijn vader was het Surinaamse deel van de familie weggevallen, ik denk dat ik dat wilde opzoeken. Overal ging ik uit, later ook in Rotterdam en Amsterdam. Met oudere vrienden, verkeerde vrienden. Ik zat in een oudere wereld, werkte in een discotheek. Zo tekende ik op mijn 15de al een contract bij een muzieklabel.’

En nu ben je de meest beluisterde zangeres van Nederland, met twee miljoen streams per maand op Spotify.

‘De meest gestreamde, niet de bekendste. Spotify is niet radio of televisie. Ben ik de juiste verschijning? Ik ben niet blank, heb geen blauwe ogen en geen blond haar. Ik word ingedeeld in de categorie urban, bij de hiphop. Zelf noem ik het popmuziek, want dat is het: populair. Ik ben geen hiphopact.

‘Ik denk dat mensen moeten wennen aan de overgang naar een nieuwe generatie. Vroeger was het Marco Borsato, Jan Smit en Trijntje Oosterhuis. Nu wordt er naar andere muziek geluisterd. Ik heb wel gedachten over hoe het werkt in Nederland en Hilversum, maar daar wil ik eigenlijk niet over praten. Als ik negatieve zaken benoem, geef ik het kracht. Ik vertrouw erop dat wat ik verdien naar me toe zal komen.’

Nederlands
‘Altijd. Ik ben Nederlands.’

Surinaams
‘Ook altijd. Iemand zei tegen me: jij bent zoekende, de helft van je liedjes is Caribisch en de helft is pop. Ik ben helemaal niet zoekende, zei ik toen: dit is wie ik ben.’

Partner
‘Hij is ook half Nederlands en half Surinaams. We begrijpen elkaar.’

Wit of blank
‘Ik wil niet kiezen. We moeten elkaar zien als mensen.’

Tabitha is de artiestennaam van Tabitha Foen-A-Foe (Nederland, 1992), de meest beluisterde zangeres van Nederland. Haar grootste hits zijn Hij is van mij (met Kris Kross Amsterdam, Maan en Bizzey, zeven weken op nummer 1 in de Top 40, 47 miljoen streams), Ai (met Rolf Sanchez en Poke, 10,5 miljoen streams) en Moment (met Kris Kross Amsterdam en Kraantje Pappie, deze week op 4 in de Top 40, 10,3 miljoen streams). Haar nieuwe solo-single heet Het spijt me niet (2,5 miljoen streams).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden