Interview Edgar Burgos

Zanger Edgar Burgos hoeft niet zo nodig eerste te worden: ‘De lachende derde, dat is mijn rol’

Edgar Burgos. Beeld Casper Kofi

Edgar Burgos (65) wist: als je Surinaamse muziek breed toegankelijk wilt maken, moet je er niet al te veel peper in doen. ‘Die hiphopjongens komen nu naar me toe om te zeggen dat ik hun held ben.’

Edgar Burgos kwam van Suriname naar Nederland met een strategie. ‘Ik vergelijk muziek met eten. Je kunt roti maken met veel madame-jeanettepepers erin. Surinamers vinden het geweldig en de Nederlanders rennen weg, op zoek naar water. In Nederland wonen niet veel Surinamers. Maar wel meer dan vijftien miljoen Hollanders.

‘Toen ik begon, in de jaren zeventig, gingen Surinamers in Nederland naar hun eigen feesten. Je had Javaanse feesten en Hindostaanse en creoolse. Bij mij kwamen voor het eerst mensen van alle afkomsten naar hetzelfde feest. Ik wilde een artiest worden, niet alleen een muzikant. De volgende stap zetten, naar de Nederlanders.

‘Surinaamse muziek met een zware kasekobeat, liedjes die wel een kwartier duren – dat moest lichter. Ik legde uit aan de andere muzikanten: maak het niet te heet. Doe een beetje peper erbij, zodat het hele gerecht toegankelijk blijft. Je moet de kruiden proeven, niet alleen de peper.’

Wat is uw positie in de Nederlandse muziekwereld?

‘Ik zou groter kunnen zijn, maar ik trek liever mijn eigen plan. Geen manager, geen promotor, geen producer. Een manager zegt tegen je: je had een hitje, dan moet je nu snel iets maken wat daarop lijkt. Dat wil ik niet.

‘Bij sportwedstrijden heb je een podium met de eerste, tweede en derde plaats. De lachende derde, dat is mijn rol, ik hoef niet eerste te worden. Ik treed op met Jan Smit of Gordon, maar ik sta ook op het carnaval in Brabant, het Kwaku-festival in de Bijlmer of bij een skipiste in Oostenrijk, op de pasar malam voor Indonesiërs of op Milan, een Hindostaans festival. Vorige week zong ik bij de opening van een Chinees restaurant. De volgende dag kan ik ergens staan met Máxima en Willem-Alexander. Ik geniet van mijn positie.’

Wat is er veranderd sinds u begon?

‘Vroeger lieten ze om de tien jaar een Surinaamse artiest doorkomen in Nederland. Max Woiski, Oscar Harris, daarna ik, Damaru, Kenny B. Door het internet is alles opengebroken. De hiphopartiesten hoeven niet meer te worden toegelaten, ze kunnen een platina plaat krijgen voor een liedje dat nooit op de radio of op tv is geweest.

‘Marco Borsato of Jan Smit bracht een plaat uit en je wist dat die tien weken lang op nummer 1 zou staan. Dat is niet meer zo. Het internet heeft de onderstroming naar boven gebracht. Ik wil niet zeggen dat ik het in werking heb gezet, maar die hiphopjongens komen wel naar me toe om te zeggen dat ik hun held ben.

‘Ze noemen me ‘oompie’ en vragen of ik mee wil op schrijverskamp. Of ze zeggen: oompie, hoe staat u al vijftig jaar aan de top? Ze vragen hoe dat me is gelukt voordat internet bestond. Ik had niemand achter me staan, ik moest zelf posters plakken op de Albert Cuypmarkt.’

Nederlands

‘Vanaf mijn geboorte.’

Surinaams

‘Zodra ik daar, vanuit het vliegtuig, voet op de bodem zet.’

Eten

‘Rijst met kouseband en zoutvlees.’

Partner

‘De kinderen zijn de deur uit en hun moeders ook. Ik heb met drie Surinaamse vrouwen kinderen gekregen en met één Antilliaanse.’

Blank of wit

‘Ik houd het op zwart en wit.’

Hoe is het om al 35 jaar op te treden met hetzelfde liedje?

‘Ik heb nog andere liedjes, maar Wasmasjien is mijn My Way. Als Frank Sinatra ergens optrad, kon het nog zo’n grote show zijn – als hij My Way niet had gespeeld, was het feest mislukt.’

Hoe begon u als zanger?

‘In Suriname kregen creolen geen kans om op te treden in de grote clubs of sociëteiten. Daar traden mulatten op, zoals dat toen werd genoemd. Die hadden een lichtere huidskleur en lange haren om mee te schudden op de muziek. Wanneer je zo donker was als ik, moest je de zoon zijn van een belangrijke zwarte man. Dan was je niet zwart meer en mocht je wel meedoen. Wij hadden een eigen circuit ernaast, met optredens op iemands erf. Als zanger heette je dan pokuman, een negatieve term. Het betekende zoiets als: mislukte muzikant.

‘Mijn moeder kwam uit een intellectuele familie, zo kun je dat zeggen. Haar vader heette Alfred Eduard Burgos, hij was politicus en oprichter van de vakbond. De eerlijkste politicus van Suriname, hij heeft nooit geld gepakt, zelfs een fiets accepteerde hij niet als cadeau. Een oom was hoofd van het nationale onderwijs, een andere oom directeur van de gasfabriek.

‘Mijn broers en ik waren de buitenbeentjes, de kwajongens. Onze moeder was als enige van haar broers en zussen niet getrouwd. In haar katholieke familie gold dat als een doodzonde. Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik 5 was, daarna bleef mijn vader buiten beeld. De mannen in mijn moeders familie droegen driedelige pakken. Mijn broers en ik liepen rond zonder overhemd en met een afrokapsel.’

Afkomst Edgar Burgos. Beeld Casper Kofi

Waarom verhuisde u naar Nederland?

‘In 1975 was ik tegen de onafhankelijkheid van Suriname, ik vond dat het te snel ging. In het land hing een sfeer van: nu jagen we alle Nederlanders eruit. Overal zag ik creolen en Hindostanen met elkaar vechten. De Javanen zaten daartussen, als een soort buffer. Ik vond dat Suriname en Nederland als gelijken met elkaar verder moesten in een gemenebestverhouding, zoals Engeland en de Bahama’s. De Bahama’s zijn zelfstandig, maar als er een orkaan is geweest, komt Engeland helpen.

‘Ik protesteerde tegen de onafhankelijkheid en werd opgepakt. Nadat ik was vrijgekomen, vluchtte ik naar Nederland, op 20 september 1975. In Suriname was ik al een ster geworden, iedereen kende me. Ik dacht dat ze me in Nederland ook zouden kennen. Dat was niet zo. Ik moest opnieuw beginnen.’

Edgar Burgos (Suriname, 1953) brak in 1985 door als zanger van Trafassi met de hit Wasmasjien, een van oorsprong Antilliaans liedje. Hij woonde toen tien jaar in Nederland. ‘Ik kwam in de tijd van de Bijlmer Express: met vliegtuigen vol verhuisden we van Suriname naar Nederland. De meesten kwamen voor een beter leven, net als ik. Een kleine groep verpestte het voor de rest. Die zeiden: ik ga niet voor de witte man werken, ze mogen mij eerst terugbetalen voor de slavernij. De uitkeringen waren hoog in die tijd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.