Interview Youp van 't Hek

Youp van 't Hek over de Buckler-affaire: ‘Ik had nooit voorzien dat die grappen zo zouden aanslaan’

De naoorlogse Nederlandse popcultuur verdient een geschiedschrijving. Daarom kiest, verklaart en belicht V 100 voorwerpen. Aflevering 52 (XXL): Youp van ’t Hek was de man die het alcoholarme bier Buckler ‘het land uit lulde’. Een terugblik op de affaire die de oudejaarsconference van 1989 legendarisch maakte.

4 juni 2018. Youp van 't Hek drinkt een alcoholarm Buckler biertje uit 1991. Foto Ivo van der Bent

Gekleed in een ruimvallend, licht overhemd en een wijde, donkere broek opent de 35-jarige cabaretier Youp van ’t Hek op de laatste dag van 1989 de aanval op patserigheid, het burgermansbestaan en niet te vergeten de drinkers van een alcoholarm bier, Buckler. Ruim drie miljoen kijkers zijn getuige.

De oudejaarsconference, de eerste van Van ’t Hek, is bij de Vara op Nederland 1 om 22.30 uur begonnen. Centraal staat een zwerver die niet meer zwerft. Hij is gezwicht voor de ‘genotsmiddelen van de bourgeoisie’.

Twee keer eerder heeft de Vara Van ’t Hek gevraagd om de oudejaarsconference voor zijn rekening te nemen, in 1985 en 1986. Twee keer legde hij het aanbod naast zich neer. Pas in 1989 vindt hij zichzelf goed genoeg om in de voetsporen te treden van Wim Kan, Seth Gaaikema en Freek de Jonge.

In De Kleine Komedie in Amsterdam begint Van ’t Hek, in een sober decor met onder meer een klok, modepoppen en een letter Y, na een minuut of tien over Ria Lubbers, de vrouw van premier Ruud Lubbers. Hij is allergisch voor haar, zegt Van ’t Hek. ‘Op de meest intieme plekken krijg ik pukkeltjes als die op de buis komt.’ Een lachsalvo schalt door de zaal.

Autosleutels

Ria Lubbers zou graag een kroegje willen beginnen, vertelt de cabaretier. Hij is niet enthousiast over dat voornemen. ‘Als die een café begint, is binnen een uur de hele bar aan de Buckler. Absoluut. Buckler, dat kent u. Dat is dat gereformeerde bier, dat kent u wel, hè? Buckler-drinkers, dáár heb ik nou een hekel aan. Buckler. Van die lullen van een jaar of 40 die in het café met hun autosleutels staan te zwaaien.’

Buckler Bier advertentie.

Steeds meer verheft Van ’t Hek zijn stem. ‘Rot toch op, jongen! Ga weg, gek! Ga in de kerk zuipen! Zuip dan niet, idioot! Buckler-drinkers!’ Keihard gelach, steeds maar weer.

Niemand vermoedt dat de ondergang van Buckler is begonnen. Het alcoholarme bier (0,5 procent) is in de zomer van 1988 door Heineken in Nederland geïntroduceerd. Als Heineken Buckler in 1993 terugtrekt van de Nederlandse markt, leggen alle media en commentatoren een verband met de oudejaarsconference uit 1989. Van ’t Hek zou het imago hebben besmeurd en het einde op zijn geweten hebben.

En daar kan de cabaretier bijna dertig jaar later dus smakelijk om lachen. ‘De Buckler-drinkers speelden maar een klein rolletje in de voorstelling. Volgens mij heb ik maar één of twee keer iets over ze gezegd.’

Zijn geheugen laat Van ’t Hek in de steek. In totaal pakte hij Buckler-drinkers vijf keer aan. De hoofdpersoon in de voorstelling, de zwerver, was een gewone man, zei hij destijds in De Kleine Komedie. ‘In dit geval bedoel ik zo’n Hollandse eikel, zo’n lul, zo’n Buckler-drinker, zo’n type dat je ervan verdenkt dat hij zijn eigen caravan trekt, zo’n grensrechter.’

In de slotminuten van de voorstelling gebruikte hij het non-alcoholische symbool van vertrutting en burgerlijkheid nog twee keer. Over politicus Hans van Mierlo, de voorman van D66 die wel een alcoholische versnapering lustte, zei hij goedkeurend dat die niet eens weet hoe je Buckler schrijft. Andere politici stelden niets voor: ‘Dat zijn allemaal Buckler-drinkers. ’t Is niks, ’t zijn grensrechters.’

Authentiek

De reacties op de oudejaarsconference – geen traditionele terugblik op het jaar, maar een spervuur aan persoonlijke impressies – waren laaiend enthousiast. Kranten prezen Van ’t Hek en het waarderingscijfer van de kijkers, 8.0, was op het niveau van Wim Kan – en bijna een punt hoger dan dat van Freek de Jonge een jaar eerder.

Henk van Gelder schreef in NRC Handelsblad: ‘Even moralistisch als Gaaikema, maar wat bij de domineeszoon wordt omzwachteld door gepriegel en gedoe, komt er bij Van ’t Hek uit in één sterk beeld, zonder compromissen, authentiek en prachtig.’

De conference is door de Vara op 29 en 30 december opgenomen. Jop Pannekoek is de regisseur. Na de laatste voorstelling geeft Van ’t Hek een feestje. Op Oudejaarsdag vertrekt hij met zijn vrouw, Debby Petter, naar Madeira voor een korte vakantie.

Daar wordt hij de volgende dag gebeld door zijn management. ‘Iedereen heeft het over de oudejaarsconference, zeiden ze. Het gaat hier de hele dag over Buckler en huppelkutten. De Vara kondigde meteen aan dat de uitzending zou worden herhaald en binnen een uur waren in heel Nederland al mijn voorstellingen uitverkocht.’

Van ’t Hek was trots. ‘Maar ik begreep het niet goed. Ik had nooit voorzien dat die Buckler-grappen zo zouden aanslaan.’

Al na de eerste try-out, op 1 oktober, had Heineken lucht gekregen van de grappen. Werknemers van de bierbrouwer die de voorstelling bijwoonden (en werden herkend door de huidige manager en voormalige chauffeur van de cabaretier, Hans Floberg, die eerder bij Heineken werkte), reageerden opgetogen. De grappen waren goed voor de naamsbekendheid van het jonge merk, dachten ze.

Buckler alcoholarm bier (verlopen op 1991) Foto Studio V

Een flesje Buckler

Collectie: de Volkskrant. De fles werd voor 10 euro gekocht op Marktplaats en op 4 juni 2018 geopend door Youp van ’t Hek

Inhoud: 30 cl

Uiterste houdbaarheidsdatum: september 1991

Alcoholpercentage: 0,5 procent

Spreuk op etiket: Vincit qui se vincit (Wie zichzelf overwint, wint)

Bijzonderheid: in onder meer Spanje, Frankrijk en de Verenigde Staten plus tal van Arabische landen wordt Buckler nog steeds verkocht.

‘Er waren andere alcoholvrije bieren op de markt, Bavaria en Clausthaler bijvoorbeeld, maar ik noemde alleen Buckler. Dat vonden ze geweldig. Reclame! Ze hadden geen idee dat het het einde van het biertje kon zijn. Heel geestig.’

Spaatje

Maar ook Van ’t Hek had de opwinding niet voorzien. Het ging hem alleen maar om de nep, zegt hij. ‘Het was een graa-haaaap! Een kroegscène. Hou op met die Buckler, man! Je gaat toch geen nepbier drinken? Meer was het niet. Ik had geen bezwaar tegen Buckler of welk alcoholvrij bier dan ook, maar tegen het type dat het dronk: die zeikerige zwager of die schijtlollige schoonzoon.’ Met een kinderachtig stemmetje: ‘Nee dank je, geen pils voor mij, ik moet nog rijden, doe mij maar een Buckler.’ Daarna, met dezelfde gespeelde drift als in 1989: ‘Man! Ga iets anders zuipen, debiel! Neem gewoon een spaatje!’

Ook vóór de ridiculisering van liefhebbers van alcoholvrij bier had Buckler het al zwaar. De marktleider verloor snel terrein. Ook Grolsch, met Stender, waagde zich op de markt. De grootste concurrent was Bavaria Malt, het merk dat begin jaren negentig veel succes had met reclamecampagnes met Don Johnson (Miami Vice), Jeroen Krabbé en Marco van Basten – én beter smaakte dan Buckler. ‘Bavaria Malt was gewoon lekkerder’, gaf een woordvoerder van Heineken in 1993 onomwonden toe.

Reddeloos verloren

Het leven van het alcoholarme Buckler ging – in ­Nederland ­althans – niet over rozen. En dat lag niet alleen aan Youp van ’t Hek.

Met de moed der wanhoop lanceerde Heineken in 1993 een tv-commercial waarin een schaars geklede vrouw op de bar naar een man toekroop die een Buckler had besteld. De commercial was een groot succes, maar Buckler was al reddeloos verloren.

Vijf jaar eerder, in de zomer van 1988, had Heineken het eerste Nederlandse alcoholarme (0,5 procent) bier op de markt gebracht. De boodschap van Heineken en reclamebureau Lintas was dat het met Buckler óók gezellig kon zijn. De slogan moest geruststellend klinken: ‘Zo lekker dat je de alcohol niet mist.’

De naam Buckler had geen betekenis en werd gekozen vanwege de stoere klank. De Duitse marktleider Clausthaler werd onttroond, maar al snel verschoof de voorkeur naar een kleine concurrent, Bavaria. In 1992 was het marktaandeel van Buckler onder de 5 procent gezakt.

Heineken ondernam diverse pogingen om Buckler erbovenop te helpen. In 1991 werd de smaak vernieuwd, het alcoholpercentage teruggebracht tot nul en gepocht met een ‘smaaksensatie in alcoholvrij’. Ook het sponsoren van een professionele wielerploeg, met Jan Raas als ploegleider en onder meer Steven Rooks en Peter Winnen, mocht niet baten. In 1993 verdween Buckler uit de Nederlandse supermarkten en slijterijen.

In diverse andere landen, Spanje, Frankrijk, Griekenland en Rusland onder meer, hield Buckler wel stand. Ook in de Verenigde Staten is het nog steeds verkrijgbaar. Gratis reclame kreeg Buckler in 2003, in de documentaire Journeys with George. De maker, Alexandra Pelosi, ziet de toenmalige presidentskandidaat George W. Bush een glas bier drinken. Ik dacht dat u had gezegd dat u niet drinkt, zegt ze. Het antwoord van Bush: ‘But this is Buckler.’

Van ’t Hek: ‘Iemand uit de raad van bestuur heeft me eens verteld dat mijn grappen over Buckler Heineken ook wel goed uitkwamen. Want dan konden ze zeggen dat het aan mij lag dat Buckler zo slecht werd verkocht. Ze hadden het zelf ruk geregeld, het was geen goed spul. Ik gaf alleen maar een duwtje, maar ze konden naar mij wijzen.’

Na de oudejaarsconference had Van ’t Hek een paar ontmoetingen met Freddy Heineken, de topman van de bierbrouwer. Bij een gelegenheid vroeg Heineken aan Van ’t Hek of hij er een idee van had hoeveel geld de ondergang van Buckler hem had gekost. ‘Geen idee, meneer Heineken, zei ik. Gaat u maar uit van ongeveer 400 miljoen gulden, zei hij. Freddy Heineken hield van zwaar overdrijven. U kunt hopelijk wel nog steeds op vakantie?, vroeg ik. Daar moest hij om lachen. Nee, hij was totaal niet boos.’

Een glas Grolsch

In 2000 kwam Heineken zelf op de affaire terug. Met een paginagrote advertentie in De Telegraaf kondigde Heineken de introductie aan van een nieuw alcoholvrij bier, ‘Youppie!’ Om het te vieren stuurde de brouwer een ouderwetse bierwagen met vier paarden naar het kantoor van de cabaretier aan het Amstelveld in Amsterdam. Van ’t Hek ontving het gezelschap hartelijk en bood ze pesterig een glas Grolsch aan.

Het was een 1 aprilgrap van Heineken, maar de bijbedoeling was ernstig. De bierbrouwer ergerde zich eraan dat de Buckler-affaire vaak werd opgerakeld, ook door Van ’t Hek, en wilde die op deze manier afsluiten.

Still uit een reclamespot voor Buckler.

‘Freddy Heineken had het zelf bedacht. Op een dag belde hij me en ben ik naar zijn kantoor gefietst. Of ik het goed vond. Het was te laat, Heineken had dat tien jaar eerder moeten doen. Kort na de conference zou het nog grappig zijn geweest.’

De wegen van Heineken en Van ’t Hek hadden zich veel eerder al een keer gekruist, zoals Maarten Spanjer in 2014 onthulde in zijn boek Gisteren liep ze nog. Freddy Heineken was ooit verliefd op Debby Petter, toen nog de vriendin van de cabaretier. Ze werkte in een boekhandel in de Amsterdamse P.C. Hooftstraat, waar Heineken haar vaak kwam opzoeken. Spanjer suggereerde dat Van ’t Hek met zijn Buckler-grappen wraak wilde nemen.

‘Het verhaal klopt, deels. In 1984 liep Freddy Heineken plotseling achter haar aan. Hij had haar een keer gespot en kwam sindsdien vaak in de krantenwinkel. Eén keer is ze wat met hem gaan eten. Ik heb een afspraak met Freddy Heineken, zei ze. Ik moest ontzettend lachen.’

Later kwamen ze Heineken een keer op straat tegen. ‘Nu is het wel genoeg, meneer Heineken’, zei ik voor de grap. Deb had niks met die man en ik heb daar geen seconde aan gedacht toen ik de oudejaarsconference schreef. Maar die ouwe joeg wel op haar, ja. Het zou mooier zijn geweest als het verhaal wel klopte; dat ik om die reden een concern te gronde heb willen richten.’

Doodmoe

Het was de Buckler-affaire die de oudejaarsconference 1989 een spectaculaire meerwaarde gaf. ‘Als je de voorstelling nu zou zien, zou het waarschijnlijk allemaal zwaar tegenvallen, maar in 1989 zal het heel grappig zijn geweest.’

Aan een vergelijking met zijn huidige werk waagt Van ’t Hek zich niet. Hij is negen oudejaarsconferences verder. Destijds kenden niet veel mensen hem.

‘Op 31 december stond er ineens een mannetje met een brilletje op het podium. Ik was net vader geworden, het ging over een dampende Pamper en een kind dat een cracker in de videorecorder had geduwd, godverdomme. En dat moest je als ouder allemaal maar leuk vinden. Dat was mijn vorm, ik deed alsof ik doodmoe was. Ik probeerde de tijd te benoemen en neer te zetten. En mijn eigen tijd ook.’

Inmiddels, zegt hij, heeft iedereen een mening over hem. ‘Er is een deel dat mij ongelofelijk geestig vindt en ervoor zorgt dat het in alle theaters waar ik optreed, stampvol is. En er is een deel dat mij een ongelofelijke oetlul vindt.’

Van ’t Hek weet dat die laatste groep groeit. In februari moest hij een aanval verduren in de krant waarvoor hij al sinds 1987 columns schrijft, NRC Handelsblad

4 juni 2018. Youp van 't Hek drinkt een alcoholarm Buckler biertje uit 1991. Foto Ivo van der Bent

Youp van ’t Hek begint in september met een nieuwe solovoorstelling, Met de kennis van nu. De tournee gaat van start in het Haagse theater PePijn met twee zogenoemde leesvoorstellingen. Tot december zijn de meeste voorstellingen uitverkocht. In juni 2019 sluit Van ’t Hek de reeks af. De speellijst staat op hekwerk.nl.

Medecolumnist Rosanne Hertzberger gebruikte de goede jaarcijfers van Heineken en de succesvolle introductie van het alcoholvrije 0.0 als inleiding voor een afrekening met de man wiens ‘grapjes de potentie hadden om een merk kapot te maken’ – de eerste sneer. Ze vergeleek Van ’t Hek vanwege diens harde grappen en grove taalgebruik met de ‘onlinehooligans van GeenStijl’ en stelde dat de ‘nieuwe generatie’ hem niet meer grappig vindt. ‘Net als op GeenStijl zijn in Youps columns zwarte mensen dobber- of kankernegers, worden homo’s pisnichten genoemd en zijn vrouwen sloeries, snollen of hoeren.’

Hertzberger sloot haar column over de ‘scheldende oude man’ af met: ‘Elke denkbare ranzigheid, elke gruwelijke agressie, elke vernedering hebben we online voorbij zien komen. Youp mag alles zeggen wat hij wil. De vraag is wie het nog grappig vindt.’

Van ’t Hek: ‘Tja.’

Boos was hij niet op de krant en evenmin op Hertzberger. ‘Ik vond het zelfs wel leuk dat het werd opgeschreven.’

De stoelpoot

Het vuur werd ook elders in de media aangestoken, vooral door zijn gebruik van het woord ‘pisnicht’. Omstandig legt hij uit waarom er geen kwade gedachte achter zit en doet hij een poging tot nuancering. ‘Ik zeg niet dat alle homo’s pisnichten zijn. Maar tussen homo’s lopen pisnichten. Albert Verlinde is bijvoorbeeld een enorme pisnicht. Trouwens, elke homo die bij RTL Boulevard opduikt, is een pisnicht. Waarom zou ik dat woord niet meer mogen gebruiken? Donder op, man. Vroeger kende ik een homo die stoelen verkocht. De stoelpoot, werd hij genoemd. Vond hij prima. Ik zie het probleem niet.’

Het is humor, en dan mag het, redeneert hij. ‘Humor, cabaret, is nogal een particulier dingetje. Ik ben er niet om de massa te behagen. Mensen vinden mij leuk. Of niet.’

Hij begint over René van der Gijp en diens optreden in Voetbal Inside met een blonde pruik, een verwijzing naar de Belgische tv-journalist die van geslacht veranderde. ‘Het was een van de slechtste grappen aller tijden. Maar de grap mag toch wel gemaakt worden? Doe er niet zo moeilijk over. Er verschenen stukken in de kranten en er waren discussies op tv. Wat is er aan de hand, man? Heel Syrië staat in de fik, maak je daar eens druk om.’

Het deed hem denken aan de discussies die hij op het plein van de ‘witste school van Amsterdam’ voerde over Zwarte Piet, lang geleden alweer. Samenvattend: ‘Bakfietsgelul.’

Hij verkondigt zijn standpunt alsof hij op het podium staat. Soms verheft Van ’t Hek zijn stem. Hij overdrijft bewust en provoceert met opvattingen en woorden.

‘Ik heb geen zin om politiek correct te worden. Gaat ook niet gebeuren. Ik schreef laatst in NRC over iemand die we vroeger ‘neger’ genoemd zouden hebben. Een donkere meneer. Maar hoe moeten we een donkere meneer dan nu noemen?’

Anderzijds: ‘Maar het is ook wel weer leuk om het over dit soort dingen te hebben, op een grappige manier. Als het maar grappig is.’

De laatste ouwe brompot

Jazeker, het zijn andere tijden. Het is niet meer zoals vroeger. ‘Zelfs mijn eigen dochter vindt dat ik sommige dingen niet meer moet zeggen. Hoezo niet? Ik vind het ook wel geestig allemaal. Als ik morgen onder de tram kom, mogen ze op mijn begrafenis zeggen dat ik de laatste ouwe brompot was die dacht dat je alles altijd maar moest kunnen zeggen. The times they are a-changin’, ik weet het, en bijvoorbeeld Jodenmoppen kunnen niet meer, maar jongens, kom op zeg.’

Het wordt allemaal te zwaar gemaakt, zegt hij, we komen lucht tekort. Toch dwingt hij zichzelf in zijn nieuwste voorstelling in de spiegel te kijken. Van ’t Hek zal in Met de kennis van nu ook zichzelf beschouwen, en zijn stijl van cabaret. Nog één keer gaat hij los, zegt hij.

‘Het is ontzettend ingewikkeld. Dit mag niet meer, dat mag niet meer – weet ik veel. Ik denk dat er over een paar jaar een onbedaarlijke behoefte is aan mijn cabaretje. Daar zal ik wel voor zorgen. In deze discussie moet ik altijd aan mijn oude vader denken, toen ik zei dat ik cabaretier wilde worden. Word geen middelmatige cabaretier, zei hij. Wat bedoel je?, vroeg ik. Zo eentje waar niemand een mening over heeft, zei hij.’

Met veel succes introduceerde Heineken in 2017 het alcoholvrije 0.0. Alcoholvrij en alcoholarm bier zijn in Nederland populairder dan ooit tevoren, maar Youp van ’t Hek drinkt het nog steeds niet. ‘Want ik drink geen rommel. Ik drink bier.’

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.