Woongenot is een open keuken, lekker bad en eigen tuin

Een open keuken is typisch Nederlands. Overal elders in Europa wordt juist een aparte keuken als een broodnodige voorziening beschouwd, maar wij denken daar anders over....

Dit blijkt uit het Jaarboek Wonen 2000 dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vorige week publiceerde.

Het is alweer het vijfde en het bevat, ook dit keer, veel leuke doorkijkjes op de Nederlandse woningmarkt. Wie zou er zonder dit jaarboek bijvoorbeeld ooit hebben geweten dat Nederlanders vaker dan alle andere Europeanen aan huis over een eigen plekje buiten (tuin, balkon of dakterras) kunnen beschikken? In Frankrijk heeft slechts 64 procent van de woningen zo'n eigen 'buiten', in Nederland is dat 97 procent.

Op school leerden we al dat Nederland tot de dichtstbevolkte landen ter wereld behoort. In 1999 woonden we er met 15,7 miljoen mensen. Een kleine 300 duizend daarvan verblijft min of meer permanent in verzorgingstehuizen, asielzoekerscentra, gevangenissen, kloosters en psychiatrische klinieken. De rest woont in een dikke 6,3 miljoen woningen die (exclusief grond) 1200 miljard gulden waard zijn.

De meeste van die huizen staan, uiteraard, in de Randstad. Daarbuiten loopt het aantal woningen per vierkante kilometer behoorlijk snel af. Of Nederland 'vol' is, blijft dan ook een kwestie van smaak en van opinie. Maar als het vol is, heeft dat zeker niet alleen met de komst van grote groepen vreemdelingen te maken, maar ook met spectaculaire veranderingen in de wijze waarop wij wonen en (samen)leven. Vooral het aantal een- en tweepersoonshuishoudens is sinds het begin van de jaren zestig fors gestegen.

Daar zijn tal van verklaringen voor. We werden welvarender, leven langer, trouwen minder en later, krijgen minder kinderen en scheiden, sinds de verruimde Echtscheidingswet van 1971, naar hartelust.

Het opmerkelijke eindresultaat van deze culturele revolutie is inmiddels dat Nederland met Denemarken aanmerkelijk meer kleine huishoudens telt dan andere Europese landen. Ook het aantal personen per woning daalde, van 2,9 begin jaren tachtig naar 2,3 eind vorig jaar.

Nederlanders zijn doorgaans buitengewoon tevreden over hun woningen. Nu zegt dat niet alles. Tevredenheid is altijd betrekkelijk. Iemand die net, met een zware hypotheek, is verhuisd, kan het zich gewoon niet permitteren ontevreden te zijn. Maar als zijn inkomen stijgt, of een collega voor hetzelfde geld veel mooier blijkt te wonen, kan tevredenheid gauw omslaan in gekanker.

Juist daarom is het aardig dat het CBS de kwaliteit van de Nederlandse woningvoorraad in Europees perspectief heeft geplaatst. En wat blijkt? Wij wonen - met de Duitsers - veel minder vaak in een 'eigen huis' dan andere Europeanen. Wij hebben met de Britten veel meer rijtjeshuizen, maar het aantal hoogbouwwoningen is bij ons juist buitengewoon laag. Niet zo verrassend, maar wel geruststellend, is ook dat de Nederlandse huizen aan de allerhoogste standaarden voldoen.

Ze hebben bijvoorbeeld meer kamers dan overal elders en ook over andere woonvoorzieningen (verwarming, bad) mogen we niet klagen.

Dat doen we dan ook nauwelijks. In de categorieën vervuiling, milieuhinder en criminaliteit blazen we in Europa een aardig partijtje mee, maar over onze woonlasten, het licht in onze huizen en zelfs over ruimtegebrek zeuren we veel minder dan andere Europeanen. Waarschijnlijk zijn we er al aan gewend met zijn allen op een kluitje te leven. Maar feit blijft wel dat Nederland met Luxemburg, Oostenrijk en Denemarken de meest tevreden woonconsumenten telt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.