Wim Faber

Interview Wim Faber

Wim Faber deed eigen onderzoek naar de moord op zijn dochter: ‘Ik zoek de pijn op die Anne heeft ervaren’

Wim Faber Beeld Linelle Deunk

De vader van de verkrachte en vermoorde Anne Faber praat voor het eerst over zijn zoektocht, over de verwoesting en over de raadsheer die hij – naast de dader – verantwoordelijk houdt voor de dood van zijn dochter.

Wim Faber heeft zich één ding voorgenomen: tijdens de uitvaart van zijn dochter Anne wil hij niet boos zijn. Niet denken aan de gruwelijkheden. Hij wil vertellen hoe belangrijk ze voor hem was. En hoe kwetsbaar.

En dus vertelt hij op vrijdag 20 oktober in de Stevenskerk in Nijmegen over Annes kettinkje.

Het was zijn cadeau voor haar 18de verjaardag. Een gouden kettinkje met een klein diamantje, dat hij elk jaar zou inruilen voor een iets grotere.

Hij weet nog precies wat hij erbij zei.

‘Anne, als je ergens ter wereld in nood bent en het geld is op – ruil deze diamant dan in. Zodat je altijd veilig thuis kunt komen.’

Op vrijdagavond 29 september vorig jaar verdween Anne Faber. Dertien dagen lang zocht Wim Faber zijn dochter, terwijl heel Nederland meekeek. Anne bleek verkracht, vermoord en begraven in een bos. Nu vertelt hij voor het eerst over haar, over zijn zoektocht, over de verwoesting. En over de raadsheer die hij – naast de dader – verantwoordelijk houdt voor de dood van zijn dochter.

Anne Faber

Anne Faber verdween eind september 2017 na een fietstocht. Het lichaam van de 25-jarige student werd na een vermissing van bijna twee weken op 12 oktober vorig jaar in Zeewolde gevonden. De dader, Michael P., zat toen vast in een kliniek in Den Dolder voor zeden- en geweldsdelicten in 2010. Omdat hij aan het einde van zijn straf zat, mocht hij onder voorwaarden naar buiten.

Zijn verhaal begint met een telefoontje van zijn ex-vrouw Elze. ‘Is Anne bij jou?’, vraagt ze. Nee, Anne is niet bij hem. Maar hij maakt zich geen zorgen. Hun dochter, die op zichzelf woont in Utrecht, duikt wel weer op, denkt hij.

Maar de volgende ochtend belt Elze opnieuw. Anne is nog altijd niet terecht. Haar vriend heeft alarm geslagen nadat ze niet thuis was gekomen na een fietstocht in de stromende regen. Verdomme, denkt Wim. Hij springt in de auto.

In de bossen van Soest zijn vrienden en familie al aan het zoeken, terwijl Wim een politiebureau in Utrecht binnenloopt.

Hij denkt aan zijn levenslustige, 25-jarige dochter over wie hij nu al die vragen van agenten moet beantwoorden. Een intelligent, ondernemend meisje dat de gave heeft de mensen om haar heen te verbinden. Een harde werker, die de lat voor haarzelf hoog legt. Ze is zachtaardig, maar kan ook met haar vuist op tafel slaan. Net als hij.

Anne Faber en Wim Faber tijdens een tocht met de cabrio door de Utrechtse Heuvelrug in de zomer van 2017. Beeld Foto uit privéarchief van Wim Faber

Vette bak

Anne studeerde bedrijfskunde en kunstgeschiedenis en al een paar jaar weet ze precies wat ze wil worden: directeur van het Rijksmuseum.

Aan de agenten die willen weten of Anne verward of depressief was, laat hij zijn laatste whatsappgesprek met haar zien. Hij stuurde haar een foto van zijn nieuwe auto, met als grappend onderschrift: ‘vette bak’. ‘Haha, wat voor eentje is dit dan?’, heeft Anne hem geschreven om 19.06 uur, minuten voor ze verdween. Haar laatste geschreven woorden. Hij heeft haar nooit kunnen antwoorden.

Na het gesprek met de politie probeert Wim Faber de parkeergarage uit te rijden. Hij is volledig in paniek. Hij duwt zijn betaalpas in de verkeerde gleuf, zet zijn auto zo neer dat niemand erdoor kan, komt de parkeergarage nauwelijks meer uit.

‘Ik moet rustiger worden’, denkt hij. ‘Het tempo moet omlaag.’

Vanuit een restaurant coördineren familie en vrienden van Anne die eerste dagen de zoektocht. Elke dag komen minstens tachtig vrijwilligers bij elkaar op de plek die eruit ziet als een commandocentrum. Er staan computers op de tafels en er hangen stafkaarten aan de muur. Coördinatoren uit onder andere de familie delen het zoekgebied op in stukken en sturen groepjes vrijwilligers aan. Het is een haast militaire operatie die zelfs de politie – doorgaans kritisch over burgeropsporing – versteld doet staan.

Kaart die familie en vrienden van Anne Faber maakten tijdens de zoektocht. Deze werd voortdurend aangevuld met nieuwe informatie.

Maar Wim Faber onttrekt zich daaraan. Hij volgt zijn instinct. Hij voelt dat iemand Anne iets heeft aangedaan. En als hij die persoon vindt, dan vindt hij zijn dochter.

In zijn auto rijdt hij elke dag door het gebied. ‘Ik keek in caravans en door de ruiten van leegstaande huisjes. Ik kwam een man tegen die bekend was in het gebied. Hij nam me mee naar andere verlaten plekken waar Anne kon worden vastgehouden.’

Zijn vriendin probeert hem meermaals vanuit het restaurant te bereiken, maar zijn telefoon is kapot. Het interesseert hem weinig. Hij moet door. ‘Ik schakelde mijn gevoelens uit’, vertelt hij. ‘Ik was volkomen rationeel bezig. Dat was de enige manier.’

Foute boel

Na een aantal dagen loopt hij met zijn broer Hans het terrein van de forensisch psychiatrische kliniek van Altrecht in Den Dolder op. Samen hebben ze alle risicoplekken uit de buurt in kaart gebracht en die bezoeken ze één voor één.

Ze eisen een gesprek met een leidinggevende. ‘Wat voor een mensen zitten hier eigenlijk?’, vraagt Wim.

De man windt er geen doekjes om. ‘Hier zitten patiënten’, zegt hij, ‘die zijn veroordeeld voor ernstige misdrijven.’

‘Zou je Annes verdwijning willen bespreken in de groepen?’, vraagt Wim. ‘Zodat je kunt bekijken hoe mensen reageren?’

‘Nee’, zegt de man, ‘dat maakt te veel mensen te onrustig.’

Wim dringt niet verder aan. Maar als ze naar buiten lopen, krijgt hij buikpijn. ‘Foute boel’, zegt hij tegen zijn broer.

Het slechte gevoel laat hem niet los. Een paar dagen later gaat hij met zijn broer en een groep vrienden opnieuw naar de psychiatrische kliniek. Om niet te veel op te vallen, verspreiden ze zich over het terrein. Ze kijken in vuilnisbakken en tussen de struiken, op zoek naar iets dat naar Anne kan leiden.

Nog diezelfde dag begint de politie in de buurt een vijver leeg te pompen. De beelden worden live uitgezonden door RTV Utrecht. Verdoofd kijkt Wim thuis in Arnhem naar zijn computerscherm. Hij kan er niet meer van loskomen. Totdat zijn vriendin hem bij de computer wegtrekt.

Er wordt die nacht niks gevonden.

Op maandag 9 oktober komt het nieuws. Er is een verdachte opgepakt. Een 27-jarige man die eerder is veroordeeld voor de lugubere verkrachting van twee minderjarige meisjes. Michael P. is zijn naam. En hij verblijft in de kliniek van Altrecht.

Verdomme, denkt Wim. Dus toch die kliniek. Hij is op tientallen meters van de dader geweest.

Wim Faber: ‘Wat voor vader zou ik zijn als ik zou wegkijken?’ Beeld Linelle Deunk

Mortuarium

Aanvankelijk laat P. in de verhoren niets los. Pas dagen later weet de politie hem ervan te overtuigen dat hij moet bekennen. En dan, op 12 oktober 2017, vindt de politie toch eindelijk het lichaam van Anne Faber in Zeewolde – na dertien dagen zoeken. Ze ligt zo diep begraven dat ze alleen met de hulp van P. gevonden kan worden.

Het is bijna middernacht op 14 oktober als Wim wordt gebeld. ‘Jullie moeten nú komen’, zegt een man, ‘om afscheid te nemen van Anne.’ De man zegt dat het niet langer kan wachten.

Met een noodgang rijdt hij met zijn vriendin in het donker naar het ziekenhuis in Amersfoort. Onderweg voelt Wim zijn hart tekeergaan.

Om één uur ’s nachts stapt hij het felverlichte mortuarium binnen, waar ook Annes moeder, broer en vriend zijn aangekomen. De familierechercheurs waarschuwen dat het lichaam van Anne er niet goed uitziet en hebben van tevoren foto’s gemaakt. Ze beginnen met een vinger.

‘Wil je die zien?’, vragen ze.

Ja, knikt Wim.

Telkens ziet hij een stukje meer van Anne op de foto’s. Tot het moment dat ze vragen of hij haar hele lichaam wil bekijken. Ze ligt in de kamer ernaast.

Anne Faber in 2013 in Rome. Beeld Privécollectie Wim Faber

Wim en Annes moeder gaan naar binnen in de gekoelde ruimte. Wat hij hier ziet, zal zich de komende maanden steeds vaker in zijn gedachten nestelen. Zijn dochter is onherkenbaar. Haar gezicht is bedekt met een dikke laag huidkleurige make-up. Het is alsof ze een masker draagt.

Hij weet dat het Anne moet zijn. De feiten zijn er: de zoektocht, de verdachte, de opgraving, haar dna, haar lege huis. Maar het enige waaraan hij haar hier herkent, is haar lengte. En haar duim.

Ontredderd komt hij de ruimte uit. Maar zodra hij buiten staat, vraagt hij of hij nóg een keer naar haar toe mag. Hij wil kijken naar sporen, onderzoeken of hij een doodsoorzaak kan vinden. Hij moet weten of ze vastgebonden is geweest. Wat er met haar is gebeurd. Hij mag niets missen.

Twee keer die nacht ziet hij Anne. Het is het begin van zijn nieuwe zoektocht. Hij moet weten wat zijn dochter heeft moeten doorstaan – tot in detail.

Goede beslissingen?

Na Annes begrafenis kan Wim eigenlijk maar aan één ding denken: hoe heeft dit kunnen gebeuren? Hoe is het mogelijk dat een bekende zedendelinquent, die in een kliniek werd voorbereid op zijn terugkeer in de samenleving, zijn dochter Anne overmeesterde, verkrachtte, vermoordde en begroef?

Hij leest alles wat hij kan vinden over verdachte Michael P. Mensen uit zijn omgeving zouden doodsbang voor hem zijn geweest. De een omschrijft hem als een psychopaat, de ander zegt dat hij het altijd had over de perfecte moord, over iemand begraven onder het asfalt. Al op zijn 16de werd hij veroordeeld voor diefstal en vernieling. Hij heeft een ernstige cocaïneverslaving. En hij heeft dus in 2010 twee meisjes van 16 en 17 jaar op verschillende manieren verkracht.

Op tv kijkt Wim naar het programma Buitenhof, waarin wordt besproken hoe het kan dat P. bij zijn hoger beroep vijf jaar mínder gevangenisstraf kreeg. Zijn straf ging van 16 naar 11 jaar. Oud-president van de Hoge Raad Geert Corstens zegt fijntjes dat hij zou willen dat de rechters van de rechtbank en de raadsheren van het Hof bij elkaar komen om te bespreken hoe dit strafverschil mogelijk is. Of deze beslissingen, met de kennis van nu, wel de goede beslissingen waren.

Hoe meer Wim Faber in de dagen en weken daarna hoort, ziet en leest, hoe verontwaardigder hij wordt.

Zo ziet hij dat Michael P. destijds over de verkrachting van de minderjarige meisjes tegenover meerdere mensen verklaarde dat hij ‘blij was dat een droom was uitgekomen’. Dat hij trots was op wat hij had gedaan.

Ook leest hij dat de rechters bij de eerste rechtszaak nog wél vonden dat de samenleving zo lang mogelijk tegen de verdachte moest worden beschermd. Dat ze hem daarom de maximale straf van 16 jaar oplegden. Een straf die ertoe zou hebben geleid dat P. nu nog zou vastzitten.

Bovendien ziet hij een rapport, gemaakt vlak voor het hoger beroep, waaruit blijkt dat het recidiverisico – de kans dat P. dit opnieuw doet – hoog is. De raadsheren moeten daarvan hebben geweten.

Gestoord

Steeds vaker vraagt Wim Faber zich af: is hier sprake van een gerechtelijke dwaling? Hebben de raadsheren bij het hoger beroep wel voldoende opgepikt hoe gestoord P. is? Hoe hebben ze zijn straf zo kunnen inkorten?

‘Maar ik realiseerde me dat ik het als nabestaande misschien niet helder zou zien’, zegt Wim. Daarom besluit hij contact te zoeken met deskundigen en vragen te stellen. Wekenlang verdiept hij zich in alles wat met de zaak te maken heeft.

Eind december komen familieleden samen in de rechtbank in Utrecht. In een kleine kamer vertellen de officieren van justitie wat Michael P. ten laste wordt gelegd. ‘De officier begon voor te lezen’, zegt Wim. ‘We hoorden verschrikkelijk pijnlijke details over de verkrachtingen. We liepen geschokt de zaal uit, ik ook. Een half uur lang hebben we op de gang gestaan. Het lukte ons niet om weer naar binnen te gaan.’

Daar op de gang denkt hij opnieuw aan de raadsheren die de beslissing namen om de straf van P. zo in te korten. En ineens schreeuwt hij het uit.

Maar hij wil geen rouwende vader zijn die vanuit zijn onderbuik schiet op de rechtelijke macht. Hij wil zich baseren op feiten. Eenmaal thuis begint hij te googlen.

Wim Faber: ‘Anne was levenslustig, intelligent en ondernemend.’ Beeld Linelle Deunk

Al snel komt hij opvallende uitspraken tegen van raadsheer Rinus Otte, de voorzitter van het gerechtshof die de straf voor P. verlaagde. Otte, die bekendstaat als een dwarsligger, is inmiddels een machtig figuur bij justitie: hij zit in de top van het Openbaar Ministerie.

Wim leest een stuk waarin Otte schrijft dat er minder tbs moet worden opgelegd aan verslaafde delinquenten. Sterker: hij stelt dat hij een ‘groeiende afkeer’ heeft van tbs. Het kan een heel stuk minder met al dat behandelen en toekennen van stoornissen, vindt hij. Dat zou realistischer en goedkoper zijn.

‘Ik bepleit een revival van de klassieke celstraf die niet pretendeert mensen te helpen’, aldus Otte in het stuk. ‘Mensen kunnen alleen zichzelf helpen en als dit niet lukt, moeten we treuren om het afglijden van een medemens, maar niet meer dan dat.’

En: ‘Ik geef toe: mijn woorden staan haaks op het maatschappelijk verlangen een veiliger samenleving te krijgen.’

Otte toont zich in het stuk ook sceptisch over ‘de deskundige met zijn particuliere mening’ die recidiverisico’s inschat: de rechter kan beter zélf een inschatting maken.

Open brief

Het drijft Wim tot razernij. Vooral als hij ook nog leest dat Otte een boek heeft geschreven waarin hij de spot drijft met rechters die klagen over tijdgebrek en stelt dat rechters gewoon efficiënter moeten gaan werken.

Hij besluit een open brief te schrijven, die hij zoveel mogelijk ontdoet van zijn emoties. In plaats van zich te richten op zijn eigen gevoelens haalt hij deskundigen aan. Zoals de oud-directeur van het Pieter Baan Centrum, die zegt dat tbs op zijn plaats was geweest. Of de deskundige gepromoveerd op risicotaxatie bij zedendelinquenten, die zegt dat ze geen delinquent ooit heeft horen zeggen dat hij ‘trots was’ op zijn verkrachtingen en dat ‘kille hardvochtigheid’ een belangrijke risicofactor is voor herhaling.

De optelsom van hun opvattingen wijst volgens Wim Faber op het falen van de rechtsgang. ‘Signalen dat de man gestoord was, waren er volop’, schrijft hij. ‘Maar uit niets maak ik op dat het gerechtshof iets met deze signalen heeft gedaan.’

Het gerechtshof leunde achterover, vindt hij. ‘Met een meer kritische opstelling was het wel mogelijk geweest tot onderbouwing van een stoornis te komen, daarvan ben ik overtuigd. Had dit verband met de visie van Otte om minder tbs-maatregelen op te leggen? Gingen snelheid en efficiency wellicht boven de veiligheid van de samenleving?’

Aan het eind richt hij zich rechtstreeks tot het gerechtshof en voorzitter Otte. ‘Ik stel vast dat het gerechtshof de doelen van de strafrechtspleging, namelijk het voorkomen van herhaling en het beschermen van de samenleving, uit het oog heeft verloren. Wanneer dit twee doelen zijn in het strafrecht brengt dat een inspanningsplicht met zich mee.’

Hij eindigt zijn brief met een oproep. ‘Mijnheer Otte, ik acht u, als voorzitter van het hof in belangrijke mate verantwoordelijk voor het falen van de rechtsgang van destijds en ik vind dat u uw huidige functie als procureur-generaal moet neerleggen in het belang van de geloofwaardigheid en het vertrouwen in de rechtspraak.’

Lichtheid

Sinds de moord op Anne lukken de simpelste dingen in het leven niet meer. Als hij naar de bouwmarkt rijdt om materialen te halen voor de verbouwing van zijn keuken, kan hij zijn auto niet uitkomen. Hij staart voor zich uit op de parkeerplaats, terwijl links en rechts mensen hun winkelwagens uitladen.

Op familiebijeenkomsten is hij prikkelbaar. Als anderen grapjes beginnen te maken tijdens een etentje, loopt hij geërgerd weg. ‘Ik begrijp dat ze dat moeten doen’, zegt hij. ‘Ik begrijp dat voor hen het leven doorgaat. Maar ik ben er niet aan toe. Ik kan geen lichtheid meer verdragen.’

In zijn poging erachter te komen wat zijn dochter heeft moeten doorstaan, doet hij een ongebruikelijk verzoek aan justitie. Hij wil met de rechercheleider die het onderzoek naar Anne deed langs de plekken die daarin een rol speelden. En dat de man hem alles vertelt wat hij weet. ‘Ik had een grote behoefte om tegelijkertijd die plekken daarbij te zien’, zegt hij. ‘Om te voorkomen dat mijn fantasie op hol zou slaan.’

Het is eind februari als zijn verzoek wordt ingewilligd. Samen met zijn broer Hans en een vriend gaat hij voor het eerst terug naar de bossen rond Soest. Hij weet dat de vreselijke details hem zullen opvreten.

Hij wil voorkomen dat hij telkens nieuwe klappen krijgt door de gruwelijke details die nog naar buiten zullen komen. Liever drinkt hij de gifbeker in één keer leeg.

De onderzoeksleider neemt hen mee naar plekken die nog geen twee kilometer van elkaar liggen. Plekken die Wim al eerder heeft gezien, toen hij op zoek was naar zijn dochter, maar geen spoor van haar vond.

‘Ik deed dit’, vertelt Wim, ‘zodat ik in de toekomst niet hoef te gissen. Maar ik deed het ook om…’ Even is hij stil. ‘Om bijna naast Anne te staan. Ik zoek de pijn op die zij ervaren heeft.’

‘Ken je dat?’, vraagt hij. ‘Als je kind nog klein is en koorts heeft? Dat je dan denkt: was ik zélf maar ziek?’

Hij zwijgt. De tranen lopen over zijn gezicht. ‘Wat voor vader zou ik zijn als ik zou wegkijken? Als ik het te gruwelijk zou vinden om aan te horen? Dan is het alsof ik alleen aan mezelf zou denken. Aan mijn eigen gevoel. Alsof ik mezelf zou sparen.’

De rechercheleider vertelt hem die middag in het bos over alles wat Michael P. heeft verklaard. Hij vertelt niet of die verklaringen ook worden ondersteund door bewijs. ‘Maar’, zegt Wim, ‘het is mij duidelijk geworden dat ik er waarschijnlijk nooit achter zal komen wat er precies is gebeurd. Voor mezelf heb ik de conclusie getrokken dat het nog veel pijnlijker en gruwelijker is geweest dan wat daar die middag is gezegd.’

Een paar weken later zal Wim van de officier van justitie dingen horen die zijn veronderstelling bevestigen.

Op de plekken in het bos kijken de mannen soms zwijgend voor zich uit. Wims broer steekt kaarsen aan. Hij heeft brieven meegenomen voor Anne, die hij verbrandt terwijl Wim toekijkt, en zich realiseert dat hij zijn dochter nooit tegen dit gevaar had kunnen beschermen.

Het kettinkje dat Wim Faber aan zijn dochter Anne cadeau deed is nooit teruggevonden.

De inhoudelijke behandeling van de rechtszaak tegen Michael P. voor de moord op Anne Faber dient op 11 en 12 juni.

Het kettinkje dat Anne van haar vader kreeg voor haar achttiende verjaardag. Beeld Privécollectie Wim Faber

Verantwoording

Voor dit verhaal sprak de Volkskrant de afgelopen maanden drie keer uitvoerig met Wim Faber. Ook voerde de krant gesprekken met zijn broer Hans Faber, zijn advocaat Ruth Jager en met deskundigen. De moeder van Anne Faber heeft het verhaal ter inzage gekregen en ging akkoord met publicatie.

Rinus Otte, de voorzitter van het gerechtshof dat Michael P. in hoger beroep een vijf jaar kortere gevangenisstraf gaf, is door de krant in april gevraagd om in een mondeling gesprek uitleg te geven over het arrest van het Hof. Eerder zei hij in een interview in Vrij Nederland dat hij vindt dat rechters veel meer moeten uitleggen aan de samenleving. ‘Het is toch heel wereldvreemd als rechters menen dat ze kunnen ontsnappen aan de aantasting van autoriteit? Het is onderdeel van een veel groter gevecht om gezag opnieuw te verwerven. Voor ons rechters begint dat door niet meer te denken dat we van God gezonden zijn.’

Aan het verzoek tot uitleg van de Volkskrant gaf Otte echter geen gehoor. Ook wilde hij niet in gesprek met Wim Faber. Wel kwam het Openbaar Ministerie, zijn huidige werkgever, met een algemene reactie namens Otte (zie hieronder).

Reactie Openbaar Ministerie

De huidige werkgever van Rinus Otte laat weten:

‘Bij uitspraken in strafzaken in hoger beroep zijn drie raadsheren betrokken en zij komen tot hun oordeel na rijp beraad. Na het uitspreken van een vonnis of arrest wordt door de (zaaks) rechters of raadsheren geen verdere toelichting gegeven op een zaak, ook niet achteraf. De heer Otte zal daarom niet ingaan op dit verzoek.’

In Vrij Nederland zei Otte eerder: ‘Hoezo mogen rechters alleen maar spreken via het vonnis? Waarom nou? We zijn erg op onze hoede, defensief. Zolang je niet gaat klappen uit de raadkamer, kan je wel degelijk iets uitleggen. De rechter wordt er alleen maar menselijker, zoekender en waardiger van.’

Vervolg reactie OM: ‘Het OM en de heer Otte kunnen zich voorstellen dat er bij meneer Faber allerlei gevoelens leven rondom de eerdere veroordeling van de verdachte van de moord op zijn dochter. De strafzaak tegen de verdachte moet nog plaatsvinden, en de collega’s van parket Midden-Nederland die de zaak in onderzoek hebben, hebben daarover contact met de familie Faber. Daar wil de heer Otte het graag bij laten.’

Wim Faber: Anne is dood door het falen van de rechtsgang

Wim Faber, de vader van de in september vorig jaar vermoorde Anne Faber, vindt dat zijn dochters dood het gevolg is van het ‘falen van de rechtsgang’. In een open brief vandaag in de Volkskrant, die hij schreef na eigen onderzoek, roept hij de voorzitter van het gerechtshof ter verantwoording. Het hof zou signalen over een psychische stoornis bij verdachte Michael P. hebben genegeerd en geen duidelijke motivering hebben gegeven over zijn strafvermindering in hoger beroep.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.